Plannen genoeg, maar wat verbetert ons onderwijs nou écht?

Maatwerk- diploma, kleinere klassen, jongens apart. De onderwijssector produceert aan de lopende band plannen. Maar hoe effectief zijn die? En hoe duur? Het Centraal Planbureau dook in de internationale literatuur en velde een - voorzichtig - oordeel.

Beeld anp

1. Meer uren voor- en vroegschoolse educatie

Maatregel 70 duizend doelgroepkinderen niet 10 maar 24 uur per week naar VVE.

Kosten 355 miljoen euro

Oordeel Enige leerwinst voor achterstandskinderen.

Om kinderen niet met een achterstand aan hun onderwijsloopbaan te laten beginnen, kent Nederland voor- en vroegschoolse educatieprogramma's (VVE). Daarin krijgen kinderen uit risicogroepen op een speelse manier taal- en rekenvaardigheden aangeleerd. Maar of de programma's zinvol zijn, is op basis van binnenlandse studies moeilijk te bepalen, zo stelt het CPB.

Uit buitenlands onderzoek blijkt dat de resultaten van VVE soms spectaculair kunnen zijn, zoals bij het kleinschalige programma Perry Preschool. Daarin kregen peuters uit achterstandsgezinnen minstens een jaar lang dagelijks een dagdeel voorschools onderwijs. De winst ten opzichte van de controlegroep die die dat niet kreeg: bijna twee schoolniveaus - vergelijkbaar met een verschil tussen vmbo gemengde leerweg en havo. Ook op latere leeftijd bleken de voorscholers vaker hoger onderwijs te hebben genoten en meer te verdienen.

Wanneer dergelijke programma's echter op grotere schaal worden uitgerold, lijkt de effectiviteit te dalen, constateert het CPB. Mogelijk komt dat doordat het moeilijk is dezelfde kwaliteit te waarborgen in grotere programma's.

Al met al hebben de maatregelen rondom het uitbreiden van VVE, in kwaliteit of intensiteit, een positief effect op de leerprestaties - maar dan alleen bij kinderen uit achterstandsgezinnen. 'Relatief de meeste leerwinst is te boeken bij een forse uitbreiding van het aantal uren VVE', stelt het planbureau. 'Daarnaast is er sprake van leerverlies wanneer VVE wordt afgeschaft.'

2. Vrijwillig kiezen voor vakken op ander niveau

Maatregel Maatwerkdiploma

Kosten 3 miljoen euro

Oordeel Klein positief effect voor 'maatwerk omhoog'.

'Het is niet meer van deze tijd dat je een diploma krijgt op het niveau van het vak waar je het slechtste in bent.' Paul Rosenmöller van de VO-raad was er vorig jaar in deze krant duidelijk over: er moet een maatwerkdiploma komen, zodat leerlingen hun beste vakken op een hoger niveau kunnen volgen en mindere vakken op een lager niveau.

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) ging daar in februari deels in mee. Hij kondigde aan dat leerlingen het 'expliciete recht' krijgen om hun beste vakken op een hoger niveau te volgen. Nu kan dat op sommige scholen wel, maar op veel plekken ook niet.

Is dit 'maatwerkdiploma omhoog' zinvol? Volgens het CPB wel, want de wetenschappelijke literatuur laat zien dat 'de leerprestaties stijgen als aan leerlingen (haalbare) hogere eisen worden gesteld'. Aangezien het maatwerkdiploma vrijwillig is, geeft dit alleen extra eisen aan leerlingen voor wie het haalbaar is. Deze (haalbare) extra eisen zullen de leerprestaties waarschijnlijk doen stijgen in het vak dat ze op het hogere niveau proberen te halen. Het totale positieve effect is overigens niet erg groot, berekende het planbureau.

Het effect van 'maatwerk omlaag' is moeilijk in te schatten, stelt het CPB. Weliswaar leiden lagere eisen volgens de wetenschap vaak tot lagere leerprestaties, maar dat is niet het hele verhaal. Stel dat iemand een havodiploma haalt met wiskunde op vmbo-niveau. Dat levert winst op als hij anders 'slechts' een vmbo-diploma had gehaald, maar verlies als hij - met wat extra inspanning - ook zijn wiskunde op havo-niveau had kunnen halen.

Staatssecretaris Sander Dekker.Beeld anp

3. Minder leerlingen per klas

Maatregel Basisscholen met klassen van maximaal 21 leerlingen of alleen een kleine klas voor beginnende docenten.

Kosten 1,5 miljard euro in het eerste en 50 miljoen in het tweede geval.

Oordeel Vooral zinvol in het basisonderwijs, bij achterstandsleerlingen en bij beginnende docenten.

Circa dertig jaar geleden werden 6.500 basisschoolkinderen in Tennessee in de Verenigde Staten willekeurig ingedeeld in kleine klassen (13 tot 17 kinderen), gewone klassen (22 tot 25 leerlingen) en gewone klassen met zowel een docent als een onderwijsassistent. Na een paar jaar bleek dat de kinderen uit de kleine klassen beter konden rekenen en beter konden lezen dan kinderen in de gewone klassen.

Dat effect ebde weg: in groep 8 maakte het voor de leerprestaties nauwelijks meer uit of een kind in de onderbouw een kleine of gewone klas had gezeten. Op de lange termijn bleek het echter wel invloed te hebben. De kleineklassers bleken later vaker een diploma in het hoger onderwijs te halen.

Andere studies tonen vergelijkbare effecten. 'Alle maatregelen om klassen te verkleinen leveren leerwinst op', concludeert het CPB over het basisonderwijs. De effecten zijn het grootst in klassen met beginnende docenten. Er zijn wel kanttekeningen. Zo zijn de kosten van een landelijke klassenverkleining enorm, omdat er veel meer docenten nodig zijn. Ook zullen veel scholen onvoldoende lokalen hebben om de maatregel op korte termijn door te voeren.

In het voortgezet onderwijs leiden kleinere klassen niet altijd tot betere resultaten. Er zijn studies waaruit blijkt dat alleen leerlingen uit een achterstandspositie er baat bij hebben. Het verkleinen van alle klassen in het voortgezet onderwijs levert gemiddeld gezien in ieder geval geen leerwinst op, aldus het CPB.

4. Scheiden naar niveau in basis- en in hoger onderwijs

Maatregel Parallelklassen op basis van leerprestaties.

Kosten 0 euro

Oordeel Zeer effectief.

Scholieren zouden er flink op vooruit gaan als ze al op de basisschool op verschillende niveaus worden ingedeeld, schrijft het CPB. Het invoeren van parallelklassen naar leerprestaties op de basisschool levert volgens het planbureau een leerwinst op van 40 procent ten opzichte van het huidige niveau. 'Hoewel is aangetoond dat leerlingen in een klas met gemengde leerprestaties beter presteren naarmate de gemiddelde leerprestatie van de klas hoger is, zijn de leerprestaties van leerlingen in klassen met dezelfde leerprestaties nog hoger.'

Dit is opvallend, omdat onder meer de Onderwijsinspectie en de OESO er de afgelopen tijd juist op wezen dat kinderen heel vroeg worden geselecteerd in Nederland, namelijk rond hun twaalfde. Dat zorgt voor kansenongelijkheid en geeft laatbloeiers minder kansen.

Toch hoeven parallelklassen de problemen van vroegselectie niet te versterken, stelt het CPB. Daarvoor moet wel aan twee voorwaarden worden voldaan. Ten eerste is regelmatige controle of leerlingen nog in de juiste groep zitten essentieel. Ten tweede mogen de eisen waaraan moet worden voldaan niet naar beneden worden bijgesteld, op geen van de niveaus.

Ook in het hoger onderwijs zou het beter zijn als studenten les krijgen op hun eigen niveau. Door werkgroepen in te delen op basis van middelbare schoolprestaties gaan vooral slechte en gemiddelde studenten er op vooruit, blijkt uit een Nederlands onderzoek dat vorig jaar verscheen. Bovengemiddelde studenten gaan er overigens niet beter door leren.

Lees ook

Basisschoolkinderen leren beter als ze les krijgen in klassen met leerlingen van gelijk niveau. Met het invoeren van parallelklassen zou - zonder dat dit veel kost - een gemiddelde leerwinst van bijna een half onderwijsniveau te behalen zijn.

5. Jongens en meisjes apart

Maatregel Bijna 50duizend meisjes naar een aparte school.

Kosten 3 miljoen euro

Oordeel Alleen zinvol voor meisjes.

Jongens- en meisjesscholen zijn er al tientallen jaren niet meer in Nederland; de laatste sloten in 1968 de deuren. Anno 2016 is het idee van sekse-gescheiden onderwijs weer springlevend. Zo wordt in Amsterdam momenteel hard gewerkt aan de oprichting van een vmbo-school speciaal voor jongens.

'Jongens doen het minder goed op school dan meisjes', zei bedenkster Kimo Steenaart eerder over haar plan in deze krant. 'Ze zijn niet dommer, maar scholen zijn heel talig ingericht en vereisen veel planningsvaardigheden. Jongens raken daardoor eerder hun motivatie kwijt.' Steenaart won begin dit jaar een wedstrijd voor nieuwe scholen in Amsterdam en mag haar plannen met subsidie van de gemeente uitvoeren.

Goed idee zo'n jongensschool? Niet per se, blijkt uit de onderzoeken die het CPB aanhaalt. Uit verschillende internationale onderzoeken komt namelijk naar voren dat meisjes én jongens beter leren wanneer er meer meisjes in de klas zitten. Uit de meeste onderzoeken naar gescheiden onderwijs blijkt dat het wel een positief effect heeft op de schoolprestaties van meisjes. Voor jongens maakt het weinig uit. Sterker: hun leerprestaties lijken er eerder op achteruit te gaan.

Ook op universiteiten zijn alleen vrouwen gebaat bij apart onderwijs, ontdekten Engelse onderzoekers. Studentes in vrouwenwerkgroepen haalden 10 procent hogere cijfers dan studentes in gemengde groepen.

Waarom gescheiden onderwijs beter uitpakt voor meisjes is niet duidelijk. Wetenschappers denken dat het te maken heeft met het feit dat meisjes in aparte klassen minder 'storend gedrag' van jongens ervaren, waardoor ze zich beter kunnen concentreren. Jongens zijn juist gebaat bij de aanwezigheid van meisjes omdat zij voor meer rust zouden zorgen.

6. Extra slimme docenten

Maatregel Meer leraren met een masterdiploma.

Kosten 50 miljoen

Oordeel Hogere cognitieve vaardigheden maken geen verschil.

De laatste jaren wordt er steeds zwaarder getild aan het denkniveau van docenten. Zo zijn de eisen van de lerarenopleidingen basisonderwijs flink opgeschroefd. Pabo-studenten moeten sinds 2007 een reken- en een taaltoets halen voor ze worden toegelaten, om er zeker van te zijn dat hun niveau hoog genoeg is.

Ook zijn meerdere universiteiten een opleiding tot basisschoolleraar gestart om meer academici voor de klas te krijgen. Bestaande leraren kunnen sinds 2008 met een overheidsbeurs een aanvullende opleiding in het hoger onderwijs volgen.

Wordt de leerling daar beter van? Uit meerdere studies blijkt dat cognitieve vaardigheden weinig zeggen over of iemand een goede basisschoolleraar is of niet. Dat docenten uitblinken in rekenen, taal of een ander vak, betekent niet dat hun leerlingen dat ook doen. Het CPB concludeert dan ook dat noch de selectie aan de poort bij de Pabo noch de masterdiploma's voor docenten zoden aan de dijk zetten. Leerlingen gaan er niet beter van leren.

Wat wel veel uitmaakt: sociale vaardigheden. Docenten die beschikken over goede sociale vaardigheden zijn betere leerkrachten. Uit onderzoek blijkt dat die vaardigheden te trainen zijn: feedback van collega's of een externe coach helpen docenten aantoonbaar beter te worden, schrijft het CPB.

7. Intensieve lesprogramma's

Maatregel Een 'matchingprogramma' voor 24 duizend leerlingen

Kosten 105 miljoen euro

Oordeel Slecht voor leerlingen met kleine leerachterstanden, geweldig voor leerlingen met grote achterstanden.

De meeste middelbare scholen in Nederland bieden leerlingen met een leerachterstand extra lessen. Meestal helpen die intensieve lesprogramma's scholieren hun achterstand in te lopen, maar het omgekeerde kan ook het geval zijn.

Zo liet een Amerikaanse school alle leerlingen die niet tot de beste 40procent van hun klas behoorden extra vakken leesvaardigheden volgen. De meeste scholieren gingen er prompt beter door lezen. Een kleine groep scoorde juist slechter, blijkt uit een vorig jaar verschenen onderzoek. Scholieren met een Afro-Amerikaanse achtergrond die net slecht genoeg waren om voor de extra lessen in aanmerking te komen, gingen er door de extra lessen op achteruit.

Dat negatieve effect zit 'm volgens onderzoekers mogelijk in het zelfvertrouwen van deze leerlingen, dat een deuk opliep omdat ze de extra lessen moesten volgen. Eerder onderzoek toonde aan dat ook kinderen uit arme gezinnen gevoelig zijn voor dit soort negatieve signalen.

Voor leerlingen die mijlenver achterlopen pakken de extra lessen wel goed uit. Een methode die bij hen bijzonder goed scoort is een 'matchingprogamma', gericht op leerlingen uit lage sociaal-economische milieus in Chicago. De leerlingen kregen een half jaar lang extra wiskundelessen en training in een positieve levenshouding. Ze gingen er in meer dan een onderwijsniveau op vooruit (dus bijvoorbeeld van havo- naar vwo-niveau). Volgens het CPB zou dit programma ook in Nederland veel opleveren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden