Planking

Alfabet, kleur, iets vaags - het systeem van de boekenkast vertelt veel over de lezer, zoals onlangs een levendige discussie in Engeland liet zien. Hoe zit dat hier? Bekende lezers verklaren hun kast.

Bestaat er zoiets als de ideale inrichting van een boekenkast? Het stellen van die vraag door de Schotse thriller-auteur Alexander McCall Smith (op Twitter) leidde eind vorig jaar in Engeland tot een even geanimeerd als breed gevoerd discours.


Ja, vrijwel iedereen hanteert wel een onderwerp-, genre-, kleur-, formaat-, dan wel alfabet-gerelateerd 'vaag systeem'. En daarbij wordt, door de opslag in woon- dan wel werkkamer, de gang dan wel de garage (of de e-reader), óók nog eens een min of meer beredeneerde mate van (on)zichtbaarheid gehanteerd.


Ja, er heerst ook een zekere eenstemmigheid over het gegeven dat het implementeren van dubbele rijen (waarmee we uit eigen ervaring ergerniswekkend goed vertrouwd zijn) zo ongeveer het einde van iedere systematiek inluidt.


Maar waar de filosoof Alain de Botton hecht aan 'een yin en yang-achtige harmonie tussen orde en chaos', deelt de presentatrice van het radioprogramma Open Book, Mariella Frostrup, in op kleur. En waar de een zegt te rangschikken van groot naar klein, prefereert de ander een slagorde met grote boeken op de flanken, en kleinere in het midden.


Het ideale systeem mag ook na deze discussie nog altijd ver weg zijn (en de e-reader nog nauwelijks een alternatief voor al dat aanjongende, stoffige bezit), de met de nodige inzet en emotie omgeven discussie maakt wel duidelijk dat de manier van indelen veel zegt over de bezitter van de boekenkast in kwestie.


Dat realiseert schrijfster Marente de Moor (1972) zich terdege. De AKO-prijs-winnares laat ons op het verzoek tot een beredeneerde blik op haar boekenkast weten, ons nog eerder een kijkje te gunnen in haar lingerielade. 'Het is nogal iets intiems, volgens mij.'


Haar collega Jan Siebelink (1938) zal dat laatste niet tegenspreken, maar het weerhoudt hem thuis in Ede niet van een rondleiding langs zijn boekenbezit.


'Het lijkt hier in mijn schrijfdomein misschien een rommeltje, een chaosje, met her en der stapeltjes boeken in de kast en op de vloer, maar dat is niet helemaal waar. Het staat allemaal een sóórt alfabetisch. Ik kan hier dan ook tamelijk moeiteloos alles vinden. Het zijn trouwens niet eens zo heel veel boeken, daar in die sterk toelopende nok.


'Veel dingen, waar ik een minder dierbare relatie mee heb, verhuizen naar een wand beneden in de woonkamer.


'Hier staan ook al mijn eigen boeken, te beginnen met Nachtschade. De vertalingen en diverse drukken, een schuur vol, liggen elders. Hoewel, hier ligt Im Garten des Vaters, de net uitgekomen Duitse pocketeditie van Knielen op een bed violen. Het is dat er onvoldoende ruimte voor is, maar eigenlijk zou hier wel een altaartje horen voor het eigen werk. Dat altaartje is er wel voor J.K.Huysmans, waarvan ik in 1977 A rebours heb vertaald voor Johan Polak.


'Veel van die boeken die je op stapeltjes ziet liggen zijn echt intensief in gebruik. Ze zijn onontbeerlijk voor wat ik aan het schrijven ben. De Bijbel in het Frans, een Franse literatuurencyclopedie, een Parijse Baedeker-reisgids uit 1934. Hier, Bonjour tristesse van Francoise Sagan. Daarvan wilde ik gisteren even de beginzin herlezen, maar dan lukt het me kennelijk niet om het ook weer terug te zetten. Ik zocht het op in verband met mijn volgende boek, dat speelt in het Parijs van begin jaren zestig, de tijd van de Algerijnse kwestie, de aanslagen van de OAS.


'Wat ik hier heb staan heb ik niet alleen gelezen, het is me ook behoorlijk heilig, het vormt een onontbeerlijke entourage. Zie ook de dingen die hier staan of hangen en die vrijwel allemaal met mijn schrijverschap te maken hebben.


'Dit is het magische hoekje waarin het moet gebeuren. Daar links zit ik te schrijven, met de hand. Daarnaast staat mijn elektrische tikmachine. Ik ben digibeet en voel me wat dat betreft een beetje buiten de wereld staan, een beetje eenzaam.


'Het slibt hier dicht, maar ik kan niets weggooien. Volgend jaar februari word ik 75. Wat hier staat en ligt zal wel blijven zo lang ik er ben. Inderdaad, inclusief Bolke de Beer van A.D. Hildebrand, In de soete suykerbol van W.G.van der Hulst en dit jongensboek over de strijd van onze marechaussee tegen de inlanders op Atjeh. Dat heb ik in de laatste klas van de lagere school in Velp gekregen omdat ik een hardloopwedstrijd had gewonnen. Ook dat heb het eindeloos vaak herlezen.'


Gescheiden boekenbezit

Toen Sijbolt Noorda (1945, theoloog en toen nog voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam) introk bij Mieke van der Weij (1955, presentator van diverse radioprogramma's) wilde zij aanvankelijk niet dat hun boekenbezit (zij had veel, hij nog veel meer) door elkaar kwam te staan.


Van der Weij: 'Ik had lang alleen gewoond, dan ben je gewend je eigen spullen te hebben. Dat een deel van ons boekenbezit nu toch bij elkaar staat, althans in een aantal kasten, is een langzaam proces geweest. En dat is eigenlijk nog steeds gaande.


'Want wat je daar van hem ziet staan is maar een fractie van wat hij heeft. Er is ook nog een opslag ergens. En een kelder vol dozen. Hij heeft alleen al een kast vol met Bijbels.


'Sijbolts boekenbezit is echt een rampenpakket. Een last, die je gedoemd bent met je mee te torsen. Laatst vroeg iemand me naar een recente vertaling van Le Rouge et le Noir van Stendhal. Ik had het niet, Sijbolt wel, zei hij, maar hij kon het niet vinden. Je hebt niets aan boeken als je ze niet weet te lokaliseren.


'We zijn begonnen de poëzie te delen. Toen dat was bevallen hebben we een scheidingswand annex boekenkast gekocht en gezamenlijk ingericht voor biografieën, kunstboeken en wat andere non-fictie. Toen kwam ik op het idee om buiten in de gang een kast te maken voor ons beider Nederlandse fictie. Kijk, er ligt een schriftje bij voor wie wat wil lenen. Dat vind ik leuk, dat iemand er nog een keer plezier aan beleeft.


'Kennelijk verkeren wij in kringen die het prettig vinden om een boek terug te geven, zodat zij het niet hoeven op te bergen. Want ik krijg geleende boeken altijd terug.


'Ach, diep in mijn hart weet ik ook wel dat het leven te kort is om die dingen nog eens te lezen of te herlezen, maar als uitgesproken nostalgisch type vind ik het toch prettig dat allemaal om me heen te houden.


'Ik doe weleens wat weg, maar ik ervaar boeken toch vooral als prettig gezelschap, waarvan ik me niet kan voorstellen dat het er niet zou zijn. Ik ben een toegeeflijk type, dus niet al te streng: er mogen ook niet gelezen boeken in de kast staan en dubbele rijen vind ik, mits min of meer alfabetisch, ook niet onoverkomelijk.


'Je boekenbezit is ook een landkaart van je ziel. Waarom zou alles wat misschien geen direct praktisch nut meer heeft, gelijk de deur uit moeten? Kom op zeg, dat staat wel heel ver van me af. Mijn kinderboeken heb ik ook nog bewaard.'


'Loop even mee, dan zal ik je mijn verzameling Mieke-boeken laten zien. De naam Mieke is aan het uitsterven, maar getuige de titels in mijn collectie moet die vroeger voor een zekere doortastendheid hebben gestaan. Hier, Mieke durft het aan, daar Mieke als pilote. Ik blijf ze kopen en krijgen.'


Non-fictieman

Het grootste deel van de bibliotheek van schrijver-bioloog Midas Dekkers (1946) bevindt zich in een zaalachtige ruimte die ooit onderdak heeft geboden aan de gemeenteraad van Weesp.


Dekkers: 'Fictie en andere genres dan mijn vakgebied staan beneden. Maar ik ben zoals je ziet een uitgesproken non-fictieman, wiens hart vooral uitgaat naar zaken die behalve goed geschreven ook nog eens niet verzonnen zijn, zodat je er een blijer en wijzer mens van wordt.


'Er staat hier niets wat ik niet van kaft tot kaft heb gelezen. Vaak om deze tafel heen lopend en hardop, wat ik van jezuïten op school heb geleerd. Ik streep nooit in boeken, maar onderlijn wel dingen in de fotokopieën van zaken die later van pas zouden kunnen komen.


'Anders dan bij de fictie beneden komt het alfabet er hier boven niet aan te pas. Ik heb hulp gehad van Carolus Linnaeus, wiens van 1758 daterende, en later nog wat verfijnde Systema Naturae, geldt als het begin van de zoölogische nomenclatuur. Linnaeus was een groot systematicus en zelf ben ik dat ook van huis uit.


'Kijk, daar begint het met de wormen, dan de insecten, vervolgens de weekdieren, dan de vissen, de amfibiëen, reptielen, vogels en dan de zoogdieren, van de laagste tot de hoogste. Wat dat laatste betreft heb ik me de vrijheid veroorloofd de poezen als hoogste in te delen. En honden mogen van mij niet eens in deze kast staan, die staan in de slaapkamer bij de schimmels en mossen.


'Kijk, dit gaat bijvoorbeeld over de anatomie en fysiologie van beesten. Dat daar is de grootste kast, die gaat dus over seks. Kijk, Raped by her pet, een pakkende titel is ook in dit genre het halve werk.


'Deze afdeling gaat over voedsel, die over onzin, te beginnen met de Bijbel, en die daar over ecologie en milieu, wat vroeger nogal mijn afdeling was.


'Het lijkt heel wat, maar het zijn ook maar mijn interesses, plukjes uit wat er allemaal te weten valt. Mijn ouders waren gescheiden. Tijdens de bezoeken aan mijn vader, met wie geen zinnig woord viel te wisselen, heb ik drie keer van A tot Z de complete Winkler Prins-encyclopedie gelezen. Het leuke is dat je daaraan een compleet, samenhangend, consistent wereldbeeld ontleent. Ik bezie de kinderen die dat niet meer krijgen toegediend met deernis.


'De strengste regel die ik hanteer is dat een boek pas de kast in mag nadat het is gelezen. Een andere regel is dat voor elke twee boeken die in de kast komen er minstens één moet wijken. Ik heb namelijk geen zin om nog meer mahoniekasten te laten timmeren. Het alternatief is opslag, maar dan heb je het niet meer binnen handbereik en kun je maar beter gelijk lid van de bibliotheek worden.'


'Ach, aan elk systeem schort wel wat, maar ook in een goede bibliotheek valt weinig te vinden zonder een bibliothecaris. Behalve dat ik het leuk vind een bibliotheekje te hebben, vind ik het heerlijk om bibliothecarisje te spelen. Het is mijn droom om al die boeken nog eens op een kaartsysteem te zetten. Niet dat het enige zin zou hebben, maar ik vind het zo leuk.'


Van vier naar één Billy

Sanne Vogel, (27), is actrice, schrijfster en regisseuse. Dit jaar verschijnt haar tweede boek, Laten we dat kind in vredesnaam maar Klaver noemen.


Ze snapt wel dat mensen hun boekenkast indelen op kleur. 'Het geeft rust, boeken zijn anders wel erg aanwezig in de woonkamer. Mijn boeken staan beneden in de gang naar de slaapkamer. Ik kan niet tegen die drukte in mijn woonkamer. Eerst hadden we vier Billy's, maar sinds mijn vriend en ik uit elkaar zijn passen mijn boeken in één grote Billy en één kleine. Nee, ik zou eigenlijk niet precies weten welke boeken hij heeft meegenomen, ja, eentje, Talking Cock.


'Toen we hier net woonden, zo'n anderhalf jaar geleden, zag de boekenkast er best geordend uit, met dank aan Wouter, mijn ex. Hij had alles alfabetisch gerangschikt. Nu staat alles kriskras door elkaar. Multomappen met administratie, toneelstukken, opschrijfboekjes, fotoalbums, romans en boeken die ik heb gebruikt voor mijn voorstellingen over onder meer autisme en een postnatale depressie. Hier, naast mijn lievelingsboek, Hokwerda's kind van Oek de Jong en Dikkie Dik, staat een Japans pornoblaadje. Dat heb ik ooit in Japan gekocht. Weer daarnaast een informatieboekje over drugs, dat ik heb gelezen ter voorbereiding op mijn voorstelling Spuiten & Slikken. Het gekke is dat mijn kledingkast wel op orde is - jurken bij jurken, truien op kleur, en pumps bij pumps. Blijkbaar is mijn boekenkast toch een beetje een verdomhoekje, waar ik van alles in flikker. Een e-reader zou een oplossing kunnen zijn, ware het niet dat ik niks moet hebben van die dingen. Ik wil kunnen vouwen en krassen in een boek.


'Waar ik wel zuinig op ben zijn mijn boeken over fotografie en mijn kookboeken. Die mogen wel in de kamer, op stapels. Uit de fotoboeken, waarvan ik er graag nog veel meer zou hebben, haal ik inspiratie voor mijn filmpjes en voorstellingen, meer dan uit romans. Ik vlucht bij voorkeur in mijn eigen fantasie. Ik denk en schrijf in beelden.'


'Ooit zou ik graag zo'n mooie, statige boekenkast willen hebben. Ik zie het voor me - een grote kamer, met hoge houten kasten vol kunstboeken en in het midden een bureau en een comfortabele bureaustoel. Maar het zal nog wel even duren voordat ik dat voor elkaar heb.'


Overal boeken

Een voorkamer in een statig pand in Amsterdam-Zuid. Metershoge boekenkasten, een vleugel, een stoel van Eames met bijpassend voetenbankje, een bescheiden houten tafel met een laptop, en kunst aan de enige boekvrije muur. Het is de lees- en werkruimte van Joost Nijsen (53). directeur van uitgeverij Podium. Op een van de talloze boekenplanken staat een Delfts blauw tegeltje met de tekst: 'Ik droomde dat ik onder een vallende boekenkast de dood vond... Heerlijk.' Een kerstcadeautje van zijn personeel, dat de tekst had opgevist uit een oud interview.


Dertien jaar geleden betrok hij dit huis, samen met vrouw en hun twee toen nog jonge zonen. Het was zijn inmiddels ex-vrouw, interieurstyliste bij VT-Wonen, die tekende voor de vormgeving van de boekenkasten. Van de kasten aan weerszijden van de schuifdeuren in de kamer en suite werden de deuren verwijderd, en de stijlen kaal geschuurd. In de open kasten kwamen grijskleurige planken. De drieënhalf meter hoge kasten aan de lange wand werden opgetrokken in dezelfde stijl, met het verschil dat de planken beige van kleur zijn. Over de volle breedte is een metalen stang aan de kasten gemonteerd, waaraan een oude houten trap is vastgeklikt. Een kleine vierduizend boeken herbergt de kamer. Het waren er ooit vijfduizend, maar de boedelscheiding nam een flinke hap uit de kast. 'Het waren voornamelijk dikke, vertaalde Angelsaksische romans. Mijn ex is in die zin een typisch vrouwelijke lezer, die lezen romans per strekkende kilometer. Gelukkig maar, want zo houden zij het boekenvak overeind. Mannen willen lezen over de wereld, ze hebben honger naar feiten, vrouwen hebben vluchthonger.'


In dat opzicht noemt de uitgever zich 'geen echte man'. Een groot deel van zijn boekenkast wordt ingenomen door Nederlandse fictie, keurig gerangschikt op alfabet. Daarnaast buitenlandse fictie, gerangschikt op land en daarbinnen weer op alfabet. Een aparte plank is ingeruimd voor boeken met een opdracht van de schrijver. 'Dat is me zeer dierbaar', mijmert Nijsen, terwijl hij een boek van Giphart van het plankje pakt. Op de eerste pagina staat een zescijferig getal. 'Het is zijn gironummer, het enige wat een uitgever van zijn schrijver moet weten, vond hij.'


Op stapels onderaan een van de kasten liggen de boeken die gelezen zijn, maar nog moeten worden opgeborgen: 'de parkeerplaats'. De boeken die nodig moeten worden gelezen liggen daarentegen uitgestald op de vleugel. Ten slotte vinden we in het souterrain 'het afvalputje': 'Ik ben geen grote weggooier, maar ik merk wel dat ik steeds selectiever wordt in wat er in de kast mag en wat niet.' Zo staat er nu zeker een halve meter Hella Haasse op de nominatie voor verwijdering.


De rondleiding eindigt in de keuken, met naast de zespits Boretti, twee planken met kookboeken. 'Ik kook graag, ook al ben ik tot mijn eigen verbazing nog steeds alleen. Misschien dat al die boeken in mijn huis vrouwen afschrikt. Dat ze denken: 'Gadver, zo'n enge vrijgezel, met vast allemaal rare ideeën van al dat lezen.''


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden