Planeet X zit tussen de oren

Planeet X bestaat echt niet. Zegt de NASA. Maar complotdenkers zullen wel nooit overtuigd raken. En astronomen misschien ook niet.

Bob Harrington is vermoord. Door de CIA. Dat kan niet anders, volgens de bloggers van complotsite zetatalk.com. Begin jaren negentig speurde de Amerikaanse astronoom in Nieuw-Zeeland een paar jaar lang naar Planeet X. Stond-ie eindelijk op het punt om zijn resultaten in de openbaarheid te brengen, overleed-ie plotseling aan slokdarmkanker. Jaja. En zijn telescoop? Ontmanteld nog voordat Harrington goed en wel begraven was. Typisch gevalletje doofpotactie.

Veel sterrenkundigen gebruiken de term 'Planeet X' liever niet. Voordat je het weet zit je mailbox vol met pseudowetenschappelijke flauwekul over de Soemerische mysterieplaneet Nibiru die op de aarde zou afrazen, of met bedreigingen van goedgelovige zielen die zeker weten dat je Belangwekkende Informatie achterhoudt.

Het is allemaal de schuld van Percival Lowell, ruim honderd jaar geleden, want die gebruikte de benaming voor het eerst. Planeet X. De grote onbekende. Nooit gevonden, maar ook nooit van het toneel verdwenen.

Lowell - beroemd geworden met zijn waarnemingen van Marskanalen - had goede reden om in het bestaan van Planeet X te geloven. In 1846 was Neptunus ontdekt, op basis van kleine baanafwijkingen van de planeet Uranus. Wiskundigen hadden bedacht dat die afwijkingen verklaard konden worden door de zwaartekracht van een onbekende planeet. Vervolgens berekenden ze waar die planeet zich dan zou moeten bevinden. Vrijwel exact op die plek werd Neptunus gevonden. Triomf voor de wetenschap.

In 1905 wilde Lowell dat trucje nog een keer dunnetjes overdoen, op zijn sterrenwacht in Arizona. Er leken nog steeds minieme baanafwijkingen te bestaan, zowel bij Uranus als bij Neptunus. Hoog tijd dus om op zoek te gaan naar Planeet X. En hij was niet de enige. Op de Harvard-sterrenwacht had William Pickering de jacht geopend op Planeet O (de eerste letter na de N van Neptunus). Later opperde hij het bestaan van de planeten P, Q, R, S, T en U. Er kon zich wel een compleet alfabet aan onbekende planeten schuilhouden in de buitenregionen van het zonnestelsel.

In 1930, veertien jaar na Lowells dood, had de klopjacht eindelijk succes. Tenminste, zo leek het. Clyde Tombaugh ontdekte Pluto, maar die bevond zich niet op welke voorspelde positie dan ook. Bovendien bleek Pluto veel te klein en te licht om de banen van de reuzenplaneten Uranus en Neptunus te beïnvloeden. Dus toen Pluto als negende planeet de geschiedenis in ging, bleef iedereen vrolijk verder speculeren over het bestaan van Planeet X. En nu stond de X niet meer alleen voor het mysterie, maar ook voor het Romeinse cijfer 10.

Tombaugh bleef doorzoeken tot 1943. Zonder resultaat. Van 1977 tot 1985 speurde ook Charles Kowal de hemel af, met een grotere telescoop en gevoeliger camera's. Ook niets. Rond die tijd bleek bovendien dat Uranus en Neptunus zich keurig aan het kosmische spoorboekje houden - er zijn helemaal geen baanafwijkingen. Misschien werd er eind negentiende en begin twintigste eeuw gewoon nog niet nauwkeurig genoeg gemeten.

Maar het idee van een onbekend hemellichaam dat onopgemerkt door de duistere buitengebieden van het planetenstelsel zwalkt, had zich inmiddels stevig vastgezet in de hoofden van zowel wetenschappers als het grote publiek. En laten we eerlijk zijn: je zult nooit ontdekken dat er minder planeten bestaan dan er al zijn ontdekt, maar de kans dat het er meer zijn is altijd aanwezig. Toch?

Dus toen de Nederlands-Amerikaanse infraroodkunstmaan IRAS begin jaren tachtig een mysterieuze bron van infrarode warmtestraling ontdekte, stond overal in de krant dat Planeet X misschien was ontdekt. Later bleek het om een extreem ver verwijderd sterrenstelsel te gaan, maar dat haalde het nieuws natuurlijk niet.

En nu begonnen pseudowetenschappers zich er ook mee te bemoeien. De Amerikaan Zecharia Sitchin schreef in 1976 een boek over de onbekende, bewoonde planeet Nibiru, die bij de Soemeriërs al bekend zou zijn geweest en die in de toekomst opnieuw door de binnendelen van het zonnestelsel zou scheren. Zie je wel, riepen Sitchins aanhangers in 1983, NASA heeft Nibiru ontdekt maar het wordt allemaal geheim gehouden!

Dat Bob Harrington van het United States Naval Observatory in 1991 een telescoop in Nieuw-Zeeland gebruikte om opnieuw jacht te gaan maken op een hypothetische Planeet X (die hij overigens de bijnaam Humphrey gaf), was natuurlijk koren op de molen van de Nibiru-aanhangers. Harrington werd hun held, net als zijn collega Tom Van Flandern, die ook in het bestaan van een tiende planeet bleef geloven. Toen de speurtocht niets opleverde en Harrington op 50-jarige leeftijd overleed, was de conclusie snel getrokken. De CIA!

Harrington en Van Flandern deden echter niets anders dan de klus van Tombaugh en Kowal afmaken. Die hadden alleen de noordelijke sterrenhemel kunnen afspeuren. Wat als Planeet X een sterk gehelde baan had en zich in het zuidelijke sterrenbeeld Centaurus zou bevinden? Dan moest je echt naar het zuidelijk halfrond om hem te zoeken. Vandaar.

Overigens werden er in de jaren negentig met gevoelige elektronische detectoren wel nieuwe hemellichamen gevonden buiten de baan van Neptunus. Bevoren ijsballen van honderden kilometers groot - de kleine broertjes van Pluto, die zelf ook al niet bepaald fors uitgevallen is, met een middellijn van slechts 2.300 kilometer. In 2005 ontdekte Mike Brown van het California Institute of Technology zelfs zo'n ijsdwerg met dezelfde afmetingen als Pluto, Eris geheten. Die droeg een tijdje de bijnaam Xena, met een duidelijke verwijzing naar de X van Planeet X.

Inmiddels zijn er ruim duizend van die 'trans-Neptunische objecten' bekend. Pluto is er een van; reden waarom de negende planeet in 2006 zijn planeetstatus verloor en sindsdien als dwergplaneet door het leven gaat. Grote hemellichamen werden echter niet gevonden. Planeet X gaf niet thuis.

Wat natuurlijk niet per se betekende dat hij niet bestond. Pluto-kenner Alan Stern bleef er lange tijd van overtuigd dat er op zeer grote afstand van de zon misschien nog wel duizend Pluto-achtige 'planeten' zouden kunnen ronddraaien. En de Braziliaan Patryk Sofia Lykawka publiceerde in 2008 nog een theorie over een Mars-achtige Planeet X in een extreem wijde, langgerekte baan, op minstens twaalf miljard kilometer afstand van de zon, en met een omlooptijd van meer dan duizend jaar. Die zou misschien nog steeds aan de aandacht onstnapt kunnen zijn.

Ook de Nibiru-gelovigen gaven niet op. Die waren er in 2012 rotsvast van overtuigd dat de onheilsplaneet al lang nauwkeurig bestudeerd werd door de geheime wereldregering, en dat hij op 21 december rampspoed op aarde zou veroorzaken, wanneer de Maya-kalender afliep. De volgende ochtend ging echter gewoon de zon weer op.

Volgens NASA kan het dossier 'Planeet X' nu voorgoed gesloten worden. De gevoelige infrarood-ruimtetelescoop WISE (Wide-field Infrared Space Explorer) heeft duizenden nieuwe rode en bruine dwergsterren ontdekt in de wijde omgeving van de zon - tot afstanden van zo'n vijfhonderd lichtjaar - maar er zijn nul aanwijzingen gevonden voor het bestaan van Planeet X. Die bestaat gewoon echt niet, zo maakte de ruimtevaartorganisatie afgelopen week bekend. Althans: er zijn geen hemellichamen groter dan Saturnus op een afstand van minder dan anderhalf biljoen kilometer.

Maar ja, Planeet X zit inmiddels hardnekkig tussen onze oren. Het kan niet lang duren of op zetatalk.com verschijnt weer een 'bewijs' dat er sprake is van een grootschalige geheimhoudingsactie. Ook in de astronomische literatuur is het laatste woord over onbekende planeten aan de rand van het zonnestelsel vast nog niet gesproken. Want op welke afstand zou zich nog een kleine, Mars-achtige wereld kunnen schuilhouden? En kan er niet ook een op drift geraakte wereld door het heelal zwerven die ooit een bezoek brengt aan ons planetenstelsel?

Een goed mysterie laat zich niet zo gemakkelijk oplossen. Misschien kunnen we wel niet zonder Planeet X.

NEMESIS

Astronomen maakten de afgelopen tientallen jaren niet alleen jacht op de onbekende Planeet X, maar ook op een koele, zeer zwakke dwergster die in een extreem wijde en langgerekte baan om de zon zou kunnen draaien. Die dwergster, Nemesis gedoopt, zou elke 26 miljoen jaar een verstoring teweegbrengen in de wolk van kometen die de zon op grote afstand omgeeft, met als gevolg een periodiek kometenbombardement dat uitstervingsgolven op aarde veroorzaakt zou kunnen hebben. Ook Nemesis is nooit gevonden.

PERCIVAL LOWELL

Amerikaanse astronoom (1855-1916), die in 1905 de jacht opende naar de grote, nooit gevonden onbekende: Planeet X.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden