Plakband en paperclip

Dwaalwegen zijn essentieel in het werk van Jacques Tati. In zijn oeuvre is nauwelijks iets te vinden dat voor een plot kan doorgaan....

Linksaf. De trap op. Op de eerste verdieping omdraaien, doorlopen via het balkon naar het eind van de gang en daar met de wenteltrap helemaal naar boven. Dan een draai van tweehonderdzeventig graden. Trappetje af, rechts, links, links, trappetje op, links. Dat is, bij benadering, de route die monsieur Hulot in Mon oncle aflegt wanneer hij van het portaal van zijn huis naar de deur van zijn appartement loopt.

Omwegen en dwaalsporen zijn essentieel in het werk van Jacques Tati, de artiestennaam van de Franse komiek en regisseur Jacques Tatischeff (1909-1982). In zijn vijf speelfilms en de televisiefilm Parade is nauwelijks iets te vinden dat voor een plot kan doorgaan. Tati vertelt op een heel andere manier. Zijn komedies zijn verzamelingen visuele ingevingen en eigenaardige situaties, op inventieve wijze aaneen geknoopt. Begin en slot van een film van Tati zijn niet verbonden door een logische opbouw. Het zijn de eerste en laatste schakels in een keten van blunders en alledaagse eigenaardigheden.

In een door Tati geregisseerde scène kan niets worden voorspeld. Hij begint met een gag op de voorgrond, laat zijn camera dan hangen aan een detail op de achtergrond. De soundtrack verschuift de aandacht plotseling naar wat er buiten beeld gebeurt, of zou kunnen gebeuren. Een acteur in een bijrol kan interessanter zijn dan de door hemzelf gespeelde hoofdpersoon Hulot.

Een voorbeeld uit Les vacances de monsieur Hulot. In een poging een toeristenbus te achterhalen, overbelast Hulot zijn auto. Het vouwdak klapt naar beneden, over de bestuurder en zijn passagier heen, ze nemen een verkeerde afslag, om tot stilstand te komen op een begraafplaats. Daar valt, bij het zoeken naar gereedschap, een opgeblazen reservebinnenband uit de achterbak. Als Hulot hem opraapt kleven er bladeren aan, en wordt de band hem direct uit handen genomen door langslopende nabestaanden die er een rouwkrans in zien. Een krans die bij bevestiging aan de grafsteen leegloopt.

De paar minuten tussen de achtervolging en het graf zijn voor Tati genoeg om locatie en richting van de film volledig te wijzigen. De formidabele timing van de scène illustreert bovendien een paradoxale kant van Tati's komedies: de tegenstelling tussen toeval en planning. Alles wat in beeld gebeurt, lijkt een ongeluk, het gevolg van klungelig onbegrip of niet werkende mechanieken, maar het kon alleen zo worden vastgelegd na nauwgezette repetities.

De zorgvuldigheid waarmee Tati zijn films voorbereidde had manische trekken. Voortdurend observeerde hij zijn omgeving, zoekend naar bruikbare vondsten of typetjes. Ideeën werden opgeschreven, uitgetekend, gerangschikt en van een rapportcijfer voorzien, voordat ze een onderdeel van een script konden worden. Zijn assistente Marie-France Siegler vertelde hoe hij voor de geluidsband van Playtime eindeloos stoffen kapot trok om het juiste geluid te vinden voor een opname waarin een ober zijn broek scheurt.

Tati was een handwerker. Een perfectionistische knutselaar bij wie iedere figurant een eigen manier van bewegen meekreeg, en elk decorstuk met dezelfde liefde werd behandeld. Geen wonder dus dat niets in zijn oeuvre zo consequent wordt bespot als de moderne stad. Glanzende glazen flats waarin geen bezoeker de verschillende verdiepingen uit elkaar kan houden, kantoortuinen met tientallen identieke kubusvormige hokken: het eenvormige functionalisme vormde een onuitputtelijke bron voor de misverstanden en onhandige situaties waar de regisseur zo van hield.

Als voor de architecten van de Internationale Stijl een gebouw een machine was die het leven een gestroomlijnd verloop moest geven, dan is Hulot het zand dat het raderwerk laat vastlopen. Hij is ook de improviserende reparateur die het apparaat vervolgens met hulp van plakband en paperclips aan de praat krijgt.

De modernisering gaat bij Tati gelijk op met de ontwikkeling van Frankrijk in de tijd dat hij zijn films maakte. In Jour de Fête uit 1948 wordt de verandering al aangekondigd, wanneer een door Tati gespeelde postbode zich laat intimideren door een spectaculaire film over de Amerikaanse posterijen. In Mon Oncle uit 1958 is de wereld tweeledig; tegenover de chaotische omgeving waarin Hulot woont, staat de woning van zijn zuster en haar man, de Villa Arpel, een absurde Corbusier-parodie.

In het meesterwerk Playtime uit 1967, de enige van zijn films die volgens Tati helemaal was gelukt, en die tegelijk zijn financiële ondergang betekende, is er alleen nog de moderne stijl. De film speelt in Parijs, waar de Eiffeltoren en de Sacré Coeur slechts zichtbaar zijn via de spiegelende ruiten van nieuwbouwwoningen. Een vrouw ziet in een reisbureau een poster van een flatgebouw met op de voorgrond een dubbeldekker. Eronder, in grote letters: 'Londen'. Ze kijkt uit het raam. Hetzelfde gebouw, op de voorgrond een gendarme.

Het zijn vondsten die meer bewondering dan hilariteit oproepen; als slapstick blijft Playtime achter bij de voorgangers. De film is ambitieuzer. Met Playtime voerde Tati een manier van kijken, zijn aandacht voor trivia en passie voor details tot in het extreme door. Met de grote scherpte-diepte van de 70mm-film en een zeskanaals geluidsband - Tati zag ook de goede kanten van de technologische vooruitgang - kon hij een film maken waarin een stad tot leven komt. In tegenstelling tot Charlie Chaplin en Buster Keaton, bij wie de komedies helemaal om de ster werden geconstrueerd, probeerde Tati zijn grappen steeds onopvallender in de entourage te plaatsen. Het hoogtepunt is de nachtclub Royal Garden, waar gasten en personeel in elke hoek van het overvolle beeld door rampspoed worden getroffen. Playtime is een middelpuntvliedende film: uiteindelijk verdwijnt het personage Hulot, en daarmee Tati zelf, helemaal in de mise-en-scène, achter dronken Amerikanen, ijdele obers en instortende interieurs.

Kort voor zijn dood werd Tati geinterviewd door het Franse filmmagazine Cahiers du Cinema. Hij sprak over zijn bezoeken aan de VS, waar zijn films succesvoller waren geweest dan in Frankrijk, en zei dat hij bij de programmering van zijn films op Amerikaanse universiteiten Playtime altijd aan het eind zette, ná de latere werken Trafic en Parade. 'Playtime zal altijd mijn laatste film blijven, vanwege de nadruk op het decor. Er is geen ster, niemand is belangrijker dan de anderen. Het is een democratie van grappen en grollen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden