PLAATSVERVANGER VAN DE LEZER (Gerectificeerd)

Donderdag krijgt Nederland een nieuwe krant, ontstaan uit de fusie van het Algemeen Dagblad met zeven regionale kranten. Kernmerken: alles voor de lezer, geen deftigdoenerij en nauwelijks opinies....

Het nieuwe AD krijgt 'graaspagina's' met daarop als vast onderdeel een 'ach gossie-bericht'.

Wat is een 'ach gossie-bericht?'

'Dat is een term die we hier op de redactie gebruiken voor een kadertje dat emotie opwekt, als het goed is. Dat je denkt: goh, wat leuk. Of: goh, wat naar. We noemen het ook wel 'het magneetberichtje'.

En een 'graaspagina'? 'Dat is eigenlijk gewoon een pagina met nieuwsberichten. In de nieuwe krant brengen we heel veel grote, samengestelde producties, en die worden afgewisseld met wat ik dus graaspagina's noem; nieuws over binnenland, buitenland, economie, media... De nieuwe krant krijgt een tabloid-formaat, en bij tabloid is het ritme heel erg van belang. Als je alleen die samengestelde producties zou brengen, wordt het monotoon. Een krant hoort een beetje te zijn als een menu, met een voorgerecht, een hoofdgerecht en een nagerecht. De meeste broadsheet-kranten verblijden de lezer met drie hoofdgerechten.

'Op onze voorpagina brengen we gemiddeld twee echte nieuwsonderwerpen – een daarvan kan ook een foto zijn. In een van de dummy's die we hebben gemaakt, zie je trouwens hoe gemakkelijk zo'n fotokeuze verkeerd kan gaan... Hoe oud ben jij, als ik vragen mag?

42.

'Enthousiast over Bono?' Nee. 'Mm. Op de meeste krantenredacties is Bono wel vrij populair. Als Bono optreedt, zijn we al de hele dag een beetje opgewonden van de gedachte dat er 's avonds een foto van Bono gaat binnenkomen. En dan kun je er een goeie fles wijn op zetten dat die foto ook op de voorpagina komt. Nou, dat hebben we dus ook gedaan bij onze derde dummy. Maar dan ga je naar onze nuchtere lezer en die zegt: Bono? Wat moet ik met die vent?'

U bent 47. 'Ik vind Bono fascinerend. Niet eens zozeer zijn muziek, wel hoe hij over de wereld trekt. Wat hij met die top in Edingburgh heeft gedaan vind ik echt heel goed, en ook heel spannend. Maar je moet het niet op de voorpagina zetten. We richten ons op de jongere lezer. Ook omdat oudere lezers vaak door de ogen van jongere lezers de wereld willen bekijken. Onze lezersdoelgroep is een gezin. Niet hoogopgeleid, middengroep, mboplus, in ongezellige termen. Nuchter Nederland.

'Uit onderzoek blijkt dat mensen van boven de 35 jaar het liefst binnenlands nieuws lezen, met regionaal nieuws als goede tweede. Tot 35 jaar staat buitenlands nieuws bovenaan. Alleen: wat verstaan mensen tot 35 onder buitenlands nieuws? Dat moeten we gaan uitvinden, dat vind ik ook zo leuk aan deze operatie en in het algemeen aan vernieuwende journalistiek. Want we zeuren in krantenland altijd wel over jongeren; die deugen niet, die nemen geen abonnement. Maar kijk waar hoog opgeleide jongeren hun informatie over het referendum over de Europese Grondwet vandaan haalden; dat waren Spits en Me t r o . Dan kun je wel zeggen: dat was niet echt, of niet diep, of niet goed; maar we moeten ons dat heel erg aantrekken.' U heeft na het atheneum een jaar diergeneeskunde gestudeerd, vervolgens drie jaar biologie; daarna vertrok u naar het Leidsch Dagblad. Bent u iemand die het moeilijk vindt grote projecten tot een goed einde te brengen? 'Helemaal niet. Ik heb ook al heel veel grote projecten tot een goed einde gebracht. Dat ik mijn studie biologie niet heb afgemaakt, is iets heel anders. Ik heb twee grote liefdes; de ene is journalistiek, de andere alles wat met leven en biologie en natuur te maken heeft. Ik maakte mijn eerste krantje toen ik 10 was, het Stekels Dagblad. Die naam, dat was simpel; het jongetje dat voor mij zat, had een kort koppie met stekels. Toen dacht ik: stekels, stekels* hee, Stekels Dagblad! Goed, ik zeg niet dat het supercreatief is.

'Ik deed in 1975 eindexamen en wilde meteen de journalistiek in, maar dat mocht niet van thuis. Zo simpel is het. Journalistiek was geen vak, vonden ze; de School voor Journalistiek in Utrecht kwam absoluut niet in aanmerking. Ik kom uit een gezin met ouders die allebei een universitaire opleiding hadden, iedereen in het gezin studeerde, zij het niet allemaal aan de universiteit. Mijn ouders zijn allebei gescheiden voor ze met elkaar trouwden en hadden al kinderen, dus ik heb broers en een zus in alle maten en soorten. Een rommelige gezinssituatie. Het was een links-liberaal milieu, heel academisch. Ik heb mijn ouders nog voorgesteld dat ik dan Nederlands zou gaan studeren in Leiden, maar dat mocht ook niet. Ik was goed in mijn bètavakken, dus het moest een natuurwetenschappelijke studie worden. Toen vroeg ik of ik dan journalistiek in Engeland mocht gaan studeren maar die vlieger ging ook niet op. 'Dat doe je er dan maar bij', zeiden ze. Ik was niet recalcitrant genoeg om toch mijn zin door te drijven, hoewel: uiteindelijk wel, want ik brak dus na drie jaar mijn studie biologie af om alsnog journalist te worden.'

Na eerst een jaar diergeneeskunde te hebben gedaan. 'Ja, dat was een ernstig misverstand. Ik ben altijd een dierenliefhebber geweest. Ik ben opgegroeid in Warmond, echt een boerendorp. Mijn vriendjes waren boerenzoons, spelen na school was werken op de boerderij. Ik kan hooien, melken, alles. Ik had die studie gekozen omdat ik van dieren hou. Nou: dan moet je geen diergeneeskunde gaan doen.

'Ik heb in mijn eerste jaar meteen allerlei dingen geweigerd. We moesten fysiologisch zout in proefdieren spuiten om te leren injecteren. En zonder dat we er goed op voorbereid werden, echt schandelijk. Er werd een doos afgedankte proefkonijnen naar binnen geflikkerd en dan was het: leer ze maar spuiten, probeer het maar lekker uit. Als er een konijn door een teveel aan fysiologisch zout werd opgeblazen, was dat jammer voor het konijn.

'Diergeneeskunde heeft niks te maken met een academische opleiding. Het was helemaal de tijd van de bio-industrie en we kregen zoötechniek van de hoogleraar Hoogerbrugge, God hebbe zijn ziel. Zoötechniek: dat wordt opletten, dacht ik meteen al. Iets met dieren en techniek, dat klinkt niet goed. Je krijgt dozen met eendagskuikens en dan staat er een brandend mes klaar waarmee je ze moet ontsnavelen. De helft van de kuikens gaat dood, want die studenten staan natuurlijk te klunzen. Ik ben meteen na dat eerste practicum naar Hoogerbrugge gestapt en zei: dit is niet in orde. Volgens mij komen we hier om dieren béter te maken. Niemand viel me bij, ik was een buitenbeentje, de enige met een sticker van de actiegroep Lekker Dier op mijn collegedictaat; daar was ik voorzitter van. Het was een verschrikkelijk jaar. Ik heb het echt ellendig gehad.

'In dat jaar heb ik wel geleerd hoe je groepen moet mobiliseren. Mede op mijn initiatief zijn er uiteindelijk twee grote discussieavonden voor diergeneeskundestudenten georganiseerd in Tivoli in Utrecht. Ik had Boebi Brugsma, die ik erg bewonderde, gevraagd of hij die avonden wilde voorzitten. Het waren avonden uit de beste traditie van het politieke debat, een afgeladen zaal, fel debat.

'Ik zat in een panel met de vicevoorzitter van de maatschappij voor diergeneeskunde. Mijn vrouw, die toen nog mijn vriendin was – we hebben elkaar via Lekker Dier leren kennen – had gezegd: als jij daar gaat zitten met Brugsma, dan gooi je wél die truien en spijkerbroeken uit. Je mag dan actievoerder zijn, we gaan er normaal uitzien. Toen hebben we in Leiden een zwart fluwelen pak van Daniel Hechter gekocht. Ik kom daar in mijn keurige pak het parkeerterrein van Tivoli oprijden, stap uit de Renault 4 van de vriend met wie ik was meegereden, en zie naast me die vice-voorzitter van de maatschappij voor diergeneeskunde uit zijn Mercedes stappen. Doodongelukkig, in een vrijetijdsvest van C & A, dat hij van zíjn vrouw had moeten kopen.

'Brugsma reageerde heel narrig op mijn pak, die zei: het is hier de Berend Boudewijn quiz niet, je bent actievoerder, je hoort in een spijkerbroek te lopen. Maar ik hield toen al niet van dat rolbevestigende .'

Op de internetsite Klokkenluider Online staat dat u betrokken was bij de oprichting van het Dierenbevrijdingsfront. 'Dat heeft mijn grote vriend Micha Kat geschreven, meen ik. Hij is stagiair bij mij geweest toen ik chef verslaggeverij was bij de NRC. Ik heb hem slecht opgevoed in de journalistiek. Dierenwelzijn ligt mij zeer aan het hart, maar ik was niet betrokken bij de oprichting van het Dierenbevrijdingsfront. Ik heb het eerste jaar van het Dierenbevrijdingsfront wel meegemaakt, ik heb er voor Nieuwe Revu over geschreven en ik ben één keer gehoord als getuige na een trofeeëndiefstal in Hotel Bakker in Vorden. Daar was ik niet bij, een fotograaf van Nieuwe Revu is naar de plek gegaan waar de buit werd bewaard,

en ik heb het nagebeld. Micha Kat beweert dat ik erbij was; nee dus.

'In de eerste fase van het Dierenbevrijdingsfront sympathiseerde ik er wel mee. Maar ik vind dat acties symbolisch van karakter moeten zijn, en moeten leiden tot een welzijnsverbetering voor de dieren. Het loslaten van nertsen die vervolgens door een tractor worden doodgereden: daar ben ik erg tegen. Geweld tegen mensen: uit den boze. Dat delen van die club ontspoord zijn, is dramatisch slecht. Het grote gevaar met een anonieme actiegroep is dat iedereen met slechte bedoelingen die naam kan claimen. Daarom heb ik Lekker Dier ook heel snel in een stichting ondergebracht. Je moet een rechtspersoonlijkheid zijn, je moet aanspreekbaar zijn.'

Is het dierenwelzijn er de laatste decennia op vooruitgegaan? 'Nauwelijks. Veerman is een ramp natuurlijk. Hij voert geen goed beleid, het is niet geïnspireerd, hij laat alles bij het oude. Ik vind dat er alleen nog maar lippendienst wordt bewezen aan dit onderwerp. Er is heel weinig maatschappelijk debat, er is te veel cynisme. Er is sowieso geen charisma en geen visie in dit kabinet.'

U stemt natuurlijk Partij voor de Dieren. 'Nee, want ik hou niet van sektarisme.

Ik heb ook geen nee gezegd tegen Europa – ik vond het heel slecht dat de dierenorganisaties met zulke verdeelde adviezen kwamen, daar worden mensen volstrekt door in verwarring gebracht. Ik varieer tussen Groen-Links en Partij van de Arbeid. Vroeger stemde ik ook wel D66, maar dat doe ik niet meer.'

Uw twee zoons zijn keurig gaan studeren, net als u. 'Maar niet omdat het moest. Ik ben zo'n romantische ouder die wil dat zijn kinderen gelukkig worden. De jongste is 22 en studeert rechten in Groningen, de oudste is eh* van 1980, dus die is 25, hij heeft bedrijfskunde gestudeerd in Groningen. Hij werkt nu voor het R otterdams Dagblad. Ja, die is besmet.'

U staat bekend als een enorme workaholic, gedreven, intelligent. Mensen zijn vol lof over u. Maar ze zeggen ook: Jan Bonjer is een technocraat. Hij heeft iets robotachtigs. Je leert hem moeilijk kennen. 'Er spelen twee dingen. Ik ben inderdaad een private person. Het tweede is dat mijn vrouw heel erg ziek is geweest. En daar wil ik het niet voortdurend met mensen over hebben.'

U bent in deze baan weinig thuis, wringt dat dan niet? 'Jawel, maar bij de fusie van de kranten in het Noorden maakte ik ook dit soort dagen, dat was toen ze voor het eerst ziek werd. We zijn gaan wonen op een plek waar zij zich happy en veilig voelt, dat scheelt. En toen ik hiernaartoe ging, wist ik natuurlijk ook niet dat het weer een fusie zou worden.'

Maar op een gegeven moment wel, en daarna werd er een hoofdredacteur voor de nieuwe krant gezocht. 'Ik zou er gek van worden als ik het níet gedaan had. Omdat ik denk dat ik het kan. Ik was net tien maanden hoofdredacteur van het AD toen die fusieplannen kwamen, de redactie begreep mij en ik begreep de redactie. Dan kun je niet zeggen: jongens, de groeten. Dat zou zó slecht zijn geweest.'

U wordt een zendeling genoemd, een gelovige. Bent u niet te drammerig, luistert u genoeg? 'Jawel, ik luister heel erg naar mijn lezer.'

Te veel, zeggen vakgenoten. 'Er zijn vakgenoten en vakgenoten. Laat ik maar zeggen dat ik mijn inspiratie en mijn netwerk meer in het buitenland heb dan in Nederland. Mijn inspiratie zit heel erg in Vlaanderen, bij Het Laatste Ni e u w s , en ook in de Angelsaksische wereld. Nederlandse vakgenoten vind ik over het algemeen* ietsje minder inspirerend.'

Dus is hun kritiek irrelevant? 'Ja, soms wel. Wat me vooral opvalt, is dat die kritiek al wordt uitgesproken voordat mensen ook maar iets gezien hebben. En ik hoor ook nogal wat karikaturen. Karikaturen leiden meestal niet tot deb at.'

U maakt zich daar op uw beurt ook schuldig aan. U rept van arrogante kranten die vanuit een ivoren toren hun hobby bedrijven, die niet naar de lezer luisteren. Maar de meeste kranten zijn zich al een tijdje volop aan het vernieuwen. 'Ze zijn bezig, maar niet genoeg. Er is geen krant in Nederland die samengestelde producties maakt zoals wij dat gaan doen. Ik denk dat wij een paar stappen verder zetten. We hebben een barometer, waarbij we lezersonderzoek doen over welke onderwerpen onze lezers bezighouden en welke vragen ze zich daarover stellen. Dat gebeurt bij geen enkele krant.'

Het essentiële verschil tussen het nieuwe AD en de andere kranten is dus dat het AD beter naar de lezers luistert. 'Nou ja, die formulering vind ik niet zo goed, omdat daarin besloten zou kunnen liggen dat we onze oren laten hangen naar de lezer. Dat doen we niet.'

Vorige week bracht het AD een stuk over de nieuwe krant. Daarin stond: 'Niet de journalist, maar de lezer bepaalt wat belangrijk is.' Wat bepaalt de journalist nog? 'Hoe we het aanpakken. Een journalist heeft twee polen. De ene pool wordt vaak heel erg uitvergroot, dat is de pool van de waarheidsvinding. Die is absoluut wezenlijk, die moet je er ook inhouden. De andere pool, en die is volgens mij nogal verwaarloosd, is dienstverlening aan de lezer. Wij zijn de oren en ogen van de lezer, de plaatsvervanger van de lezer op aarde, hij betaalt ons om een aantal onderwerpen te belichten. Je moet dus wel weten welke aandachtsgebieden voor de lezer relevant zijn. Als wij in de eerste maand van de nieuwe krant vijf primeurs hebben uit de wereld van de haute finance, kunnen dat vakmatig buitengewoon stevige, goeie producties zijn; maar ze zijn voor onze lezersdoelgroep volstrekt niet relevant. Die verkoop ik door aan Het Financieele Dagblad, bij wijze van spreken.

'Alle kranten hebben veel gedaan aan de tsunami. Op een gegeven moment ontstond op de redactie een zekere tsunamimoeheid en de neiging er niet meer over te berichten. Maar uit die barometer van ons bleek dat die tsunami bij de lezer nog in de topdrie stond van onderwerpen waarover hij geïnformeerd wilde worden. Moet de journalist dan zeggen: nee, u krijgt die informatie niet?'

In Darfur voltrok zich ook een ramp; is het niet de taak van een journalist daar dan over te berichten, ook al vraagt die lezer er niet om? Hoe kan een lezer om informatie vragen over een onderwerp als hij het bestaan ervan niet kent? 'Ik ben het ermee eens dat Darfur in de krant hoort. Alleen: de manier waarop wij het in de krant zetten, leidt niet tot impact bij de lezer. Dus daar zit het knelpunt niet in de selectie van het onderwerp, maar in de manier waarop het wordt gebracht; veel te gesloten. Hoe laten we lezers aansluiten bij het nieuws? Mijn stelling is dat wij in de journalistieke aanpak van onderwerpen heel vaak gesloten te werk gaan, nogal bevoogdend ook. We hadden vanochtend een training van verslaggevers. Ik zei: wie zet mij in één zin uiteen wat de herstructurering van het ziektekostenstelsel in Nederland behelst? Er was één iemand die eraan durfde beginnen. En wij gaan er maar van uit dat de lezer dat soort informatie paraat heeft.'

Jullie laten lezers ook stukken schrijven; lezersstukken in plaats van opiniestukken. 'Niet helemaal. We pakken een thema voor de zaterdagkrant – doordeweeks kom je toch niet aan al die opinies toe – en dat thema werken we helemaal uit. Daarbij hebben we inderdaad een lezersforum, we vragen dus ook aan de lezer wat ie ervan vindt. En ja, al die kolonels buiten dienst die doorgaans de pagina's vullen, mogen van mij het gras gaan maaien.'

Dat is ook een karikatuur. 'Opiniepagina's staan toch vol bobo's? Kranten hebben allemaal een netwerkje van opiniemakers die voor ze schrijven, en die moeten allemaal te vriend gehouden worden. Goed, ik chargeer een beetje .'

Wat is de toon van de nieuwe krant? 'Zakelijk. Tikje opgeruimd ook, want het is wel een krant die in de ochtend verschijnt. Als je van je ochtendkrant al meteen heel depressief wordt, is dat niet fijn.'

Neigt hij naar sensatie? 'Nee, absoluut niet.'

Twee weken geleden plaatste het A D op de voorpagina een foto van de moeder uit Tolbert wier kinderen door haar vriend zijn vermoord. Ze zat voor de kistjes van haar kinderen. Het zag eruit als een geposeerde foto. 'Ja, dat klopt. Het was het best gelezen stuk van die dag. Als die mevrouw met ons wil praten en een relevant verhaal vertelt, schrijven we het op. En dan brengen we het heel rustig. Ik vind dat geen sensatie. Het is een onderwerp dat heel veel mensen bezighoudt, dan moeten we het gewoon brengen.'

Wa a r o m ? 'Omdat het de mensen bezighoudt. Het houdt jou bezig, het houdt mij bezig, het houdt Nederland bezig. Dat hoeven we dan niet weg te stoppen op pagina 2 links onder. Een krant is ook beleving. De gedachten van heel veel mensen gaan uit naar zo'n vrouw. Als het voor die mensen schadelijk wordt, moet je het niet doen.'

De kranten die samen de nieuwe krant vormen, hebben nu een gezamenlijke oplage van 600 duizend. Er komen, in de aanloop naar de nieuwe krant, veel opzeggingen binnen. Welke oplage moet het nieuwe A D over een jaar hebben? 'Daar zeg ik niks over. We hebben scenario's gemaakt, maar die hou ik achter mijn kiezen. Dat is bedrijfsgevoelige informatie.'

Als u over een jaar onder dat bedrijfsgevoelige getal zit, wordt er dan gesnoeid in het aantal redacteuren? Of stapt u dan zelf op? 'Ik ga niet weg. Maar deze krant moet qua betaalde oplage en advertentieomzet natuurlijk wel gaan werken. En zullen tot eind 2006 geen ingrepen in de redactie zullen plaatshebben; tenzij de hemel naar beneden valt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden