Plaatjeskijken op feest van de litho

Het feest van de lithografie. Tweehonderd jaar steendrukken in de verzameling van het Rijksprentenkabinet. Tot en met 10 januari 1999....

BEELDENDE KUNST

In een ingezonden brief zo'n drie maanden geleden beklaagde Jan Piet Filedt-Kok, de directeur Collecties van het Rijksmuseum in Amsterdam, zich over de kritiek die een recensent in deze krant had geuit over een zijns inziens 'blamerende' tentoonstelling in het Rijksprentenkabinet. Filedt-Koks verweer kwam hierop neer:

Het prentenkabinet in Amsterdam organiseert 'specifieke, wetenschappelijke tentoonstellingen', maar vaak ook algemene tentoonstellingen waar de bezoeker aan de hand van een thema ('het portret', 'het naakt', 'olympische goden') kennis kan maken met een deel van het bezit van het kabinet. 'Deze tentoonstellingen', zo schreef Filedt-Kok, 'bezitten geen andere pretentie dan de gevarieerdheid van de collectie te tonen. Er verschijnt geen wetenschappelijke publicatie; achtergronden, uitweidingen, gerelateerde gebieden worden bewust niet aangesneden.'

Het is te prijzen als een museum zijn tentoonstellingsbeleid rechtvaardigt. Maar dat maakt de vraag, of we blij moeten zijn met dat beleid, niet minder legitiem. Neem de tentoonstelling die op dit moment (en het hele najaar en een deel van de winter nog) in het prentenkabinet te zien is. Om het feit te herdenken dat tweehonderd jaar geleden de lithografie - letterlijk 'steenschrijven' - als grafische techniek is ontstaan, heeft men wederom een expositie samengesteld die, om de woorden van Filedt-Kok te gebruiken, 'geen andere pretentie heeft dan de gevarieerdheid van de collectie te tonen'.

De tentoonstelling mag dan wel een jubilerende zijn en dus getooid met een feestelijke titel; als bezoeker moet je vooral niet geloven op deze tentoonstelling iets wijzer te worden van het lithograferen als druktechniek. Geen van de teksten bij de ongeveer zeventig geselecteerde litho's verduidelijkt iets over motivatie of aard van de kunstenaar.

Geen letter - ook niet in het als catalogus vermomde plaatjesboekje - wordt gewijd aan ontwikkelingen binnen het genre, al die 'feestelijke' tweehonderd jaren lang.

Dat ontbreken van enig inhoudelijk kader geeft de bezoeker weliswaar de vrijheid om het werk van kunstenaars als Géricault, Goya, Toulouse Lautrec, Cézanne, Manet en Gauguin onbeschreven tegemoet te treden en te waarderen - hoe kan dat ook anders? Maar het werpt ook vragen op, zoals over de toenemende waardering door de jaren heen voor de leegte op het papier, over de toenemende vrijheid van kunstenaars hun litho's in te tekenen, of over de specifieke plaats van de litho binnen het oeuvre van een kunstenaar.

Uiteindelijk wekt het ontbreken van enige invalshoek of een visie op de tentoonstelling, wrevel. Want hoe oprecht het Rijksmuseum ook is in de verantwoording van het tentoonstellingsbeleid: we hebben hier wel te maken met het grootste prentenkabinet (circa 700 duizend exemplaren) van het belangrijkste museum voor oude kunst van Nederland, waar kennis en inzicht in ruime mate voorhanden moeten zijn.

En datzelfde kabinet biedt zonder enige gêne zijn publiek het grootste deel van het jaar plaatjes-kijkerijen zonder inhoud.

Lucette ter Borg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden