Plaatjes draaien

Jules Deelder heeft het niet op cd's. In zijn platenkast staat louter vinyl. De mooiste en zeldzaamste opnamen uit zijn jazzverzameling zijn nu op cd gezet....

Jules Deelder, dichter, jazzplatenverzamelaar en dj pakt een vergulde aansteker met een oplichtende rode saxofoon, waaruit 'Für Elise' klinkt, en steekt een sigaret op. Hij staat in zijn Rotterdamse huiskamer voor een grote metalen magazijnkast van drie bij vier meter vol platen.

'Soms zit ik 's morgens voor de kast op een stoel en denk ik: zo, effe een plaatje draaien. En dan kijk ik, en dan kijk ik. . . Dan weet ik het gewoon niet. Tering!

Ik heb ook dagen dat ik alleen maar naar de hoes kijk en dan hoor ik 'm al. Da's lekker makkelijk, hoef ik 'm niet meer te draaien. Weet je wat mooi zou zijn? Als ik alle tienduizend lp's, 78-toeren-platen en die ep'tjes allemaal tegelijk op zou kunnen zetten. O wat zou dat een prachtig geluid zijn!

Mijn oudste platen komen uit 1920 en zijn van The Columbia Saxophone Sextet. Het is niet echt jazz maar meer ragtime. Kijk, dan heb ie toch een stuk van die tijd in je klauwen. Hallo hallo wat een sound! Het knalt eruit, het is net dynamiet. Het zijn geen platen die ik dagelijks draai. Maar ik heb ze wel. Als je verzamelt, verzamel je.

Weet je wat het tegenwoordig is? Die cd-techneuten willen niet dat die meters uitslaan. Ze halen de ziel eruit. Ze slaan de donder eruit en maken het zo glad als pap. Muziek is geen vierkant iets maar een gebogen lijn. De ene keer speelt zo'n gozer iets harder en verderop speelt ie weer iets zachter. Dat doet ie niet voor niks. Anders klinkt het veel te beleefd.

Daarom is er een stijgende belangstelling voor jazz. Echt wel! Mensen krijgen genoeg van dat bonkbonkbonkbonk. Daar is geen tering aan te beleven. Je luistert de hele tijd naar een ritmesectie en je denkt: wanneer beginnen ze nou? Staan er vierduizend man te kijken naar zo'n dj die op een verhoging, als een soort god, z'n plaatjes draait. Een partij kankerherrie!

Neem nou die dj Tiësto, wat geloof ik theepot betekent. Of nee, bloempot. Dj Bloempot. Lekkere naam. Die kreeg een prijs. Hoezo? Wat krijgen we nou? Iedere boerenlul kan plaatjes draaien. Ik zit weleens in de kleedkamer met van die dj's en dan vragen ze me: ''wat is jouw verhaal?'' Ohh, dat zachtesectorgezeik. Of: ''wat wil jij met je muziek vertellen.'' Wat nou! Ik kom gewoon een plaatje draaien, mag dat ook. Rot op!'

Wijst aan waar wat staat. Trekt aan sigaret en zet glimmende, zilverkleurige bril recht. Op de grond oude koffers met platen.

'Ik heb mijn kast ingedeeld op platenlabel. Vroeger had ik het op instrument gerangschikt én naar de leider van het orkest. Dus als het de plaat van een trompettist was, stond ie bij trompet. Maar als je veel platen krijgt van hetzelfde label, wil je ze bij elkaar zetten.

Dus eerst heb ik ABC Paramount, en daar zit Impulse! bij. Dan Atlantic, Argo, Bethlehem, Blue Note. En bij Blue Note heb ik het op nummer. Eerst de vijftienhonderd-serie en dan zo verder. Daar Prestige. Riverside aan de onderkant. Zo man, die ouwe Riversides worden kostbaar. En dit is Verve, hier als laatste. Allemaal originelen. Ja-zeker!

Zomaar een winkel binnenlopen en hup daar staat ie in de bak, dat heb ik niet vaak meer. Hoe meer platen je hebt, hoe moeilijker dat wordt. Kijk, als je Blue Note wilt hebben, moet je betalen. D'r zijn er waar je alleen van kan dromen dat je ze ooit tegenkomt. Die zijn zo schaars, die zie je nooit.

Waar ik ook ben, ik ga altijd effe plaatjes scoren. Zo was ik in Jakarta vanwege een poëziefestival. Daar stond op een rommelmarkt een gozer met een stel platen. Haalde ik er zo'n ouwe dikke Blue Note uit van Horace Silver, eentje waar je iemand z'n schedel mee kan inslaan. Lee Konitz op Atlantic, zwart label. Charlie Parker op Verve. Dat was leuk man. Effe zo huphuphuphup, zo vijftien platen voor een knaak per stuk.

Vaak weet ik het al als ik een zaak binnenloop. Of het nou een geur is. En dan vind ik de eerste. Kut, dit kan niet. . . Dat is een gevoel man. Je nekharen gaan overeind staan, zweet op je bovenlip en je weet: er kan veel gebeuren, maar ik ga hier niet zonder platen weg. Al moet ik geweld gebruiken en iemand op zijn bek slaan.

Ik heb weleens platen van mezelf, na 35 jaar, teruggekocht. Had ze ooit een keer verpatst, omdat ik poen nodig had. Het waren twee platen van Charles Mingus, The Black Saint and the Sinner Lady en Mingus Mingus Mingus Mingus Mingus. Een vent belde me op en zei: ''Ik heb nog wat voor je.'' Ik nam die twee Mingus-platen mee, omdat ze origineel waren en niet te duur, terwijl ik ze wél al had. Kom ik thuis, zie ik mijn eigen monogram met het jaartal 1963, en in die andere mijn monogram met 1964. Ik vond nog het mooiste dat die twee platen al die jaren bij elkaar zijn gebleven. Net een verliefd stelletje.'

Roept blaffende hond Bix, genoemd naar jazzlegende Bix Beiderbecke, tot de orde en loopt om de conga's heen, die middenin de kamer staan.

'Mijn eerste plaat was een ep'tje. Aan de ene kant Art Blakey and The Jazz Messengers met It's You Or No One en de andere kant All Of You van Miles Davis. Hij kostte 6,25 en ik kocht 'm bij De Bijenkorf.

Daarna heb ik een heleboel gejat. Vooral van die ep'tjes, want dat was een handig formaat om tussen je broekband te stoppen. Ik hield van die muziek, maar ik had geen poen. Makkelijk zat. Jatten dus. Nooit geen morele bezwaren tegen gehad. Het ging om de jazz, dus voor de goede zaak.

Met lp's ging het een stuk moeilijker. Die moest je een kwartslag draaien, net zoals Hitler de swastika een kwartslag heeft gedraaid, zo de broek in en hola de zaak uit.'

Hij doet voor hoe je een lp onder je trui stopt, met de punt naar beneden, en werpt een blik op de Brother-typemachine, waarop een gedicht in uitvoering is.

'Ik hou van instrumentale muziek. Ik zit niet zo op dat geneuzel te wachten. Hou lekker je muil, weet-je-wel, ik wil de saxofoon horen. Muziek zonder woorden, da's muziek. Er zijn uitzonderingen, Chet Baker natuurlijk. Terwijl een hoop mensen juist vinden dat hij niet kan zingen. Schijt eraan, Chet heb ik altijd goed gevonden.

Je sterft tegenwoordig in de jazz van die zingende wijven. Gek word je ervan. Het gaat in de jazz om een way of life, weet-je-wel. Die gasten die waren naar de gallemieze, aan de dope en aan de zuip. Die hadden alles over voor de muziek. Nee, dan die wijven. Die komen van het conservatorium en het is van aaaaaa en lalalaa.

Ik weet dat het allemaal romantische ideeën zijn over jazzmuzikanten in de goot. Want die gasten hadden het mooi klote en de beste muzikanten gingen naar de ratsmodee. Het waren allemaal teringlijers. Zo gaat dan nou eenmaal, maar ze hebben wel die muziek gemaakt. Als ze niet zo hadden geleefd, hadden ze andere muziek gemaakt. Daar komt het gewoon op neer. Het is onzinnig om je af te vragen hoe Chet Baker of Art Pepper clean zouden hebben geklonken. Ja! Pang! Eens een junkie altijd een junkie. No fun. Maar spelen man!'

Zoekt onderin de platenkast naar altsaxofonist Art Pepper. Loopt naar de Dual-versterker met Dual-platenspeler, die speciaal voor 78-toeren is omgebouwd, en zet 'The Way It Was!' uit 1956 op.

'Ik zou met niemand willen ruilen, echt niet. Maar als je die goede fee toch aan het werk zet, dan zou ik op hetzelfde niveau dat ik nu schrijf en dicht, tenorsaxofoon willen spelen.

En dan wil ik vooral klinken als Hank Mobley. Ze lullen altijd over Sonny Rollins en John Coltrane. Mwah, aardige tenoristen. Maar Coltrane had geen gevoel voor humor en die Rollins zat een beetje in de calypso-hoek. Nee, dan Mobley. Of Brew Moore. Een blanke tenorist. Jaaah beste mensen, niet alle mooie platen zijn van onze zwarte broeders van overzee. Maar Moore is dood, morsdood. Flikkerde dronken van de trap.

Ik denk er nooit over na dat ik er op een dag zelf niet meer ben. Je weet dat je allemaal gaat, maar dat speelt in mijn leven geen enkele rol. Ik geloof het ook niet. Iedereen gaat dood behalve ik, denk ik maar. Ik hoop dat die platen in ieder geval in goede handen komen, zoals ik ook veel platen heb gekregen uit verzamelingen van overleden mensen. Jezus, als ze maar niet in de vuilnisbak worden geflikkerd.

Ik ken een gozer uit Zuid die moest van zijn wijf zijn platen wegsodemieteren. Ik was er nét op tijd bij. Mevrouw hield niet van jazz. Daar kan je wel om lachen, maar het zal je toch gebeuren. Ik heb zeventig platen van die gast gekocht. Zeventig originelen, echte Westcoast-jazz. Die stonden in de kelder van zijn flat weg te rotten. Ik heb hem een goede prijs gegeven. Ik zei hem: ''Je kan ze nu niet meer horen, maar je moet komende zaterdag maar naar mijn programma op Radio Rijnmond luisteren. Ga ik speciaal voor jou die platen draaien.'' Ik moest iets doen voor die arme jongen.

Zo, en nu ga ik effe wat moois opzetten. Als je een plaat draait, ben je uitgepraat. Luisteren en je muil houwen. Maar wat! Ho, ik heb nog een onbekende tenor: Frank Haynes. Hier, op een plaat met Randy Weston. Haynes is al lang dood. Dope? Drank? Nee. Kanker. Kan ook.'

Zet plaatje op. Einde gesprek. Tenorist Frank Haynes blaast alles en iedereen omver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden