Plaagvogel

Fotograaf Jaap Scheeren is in al zijn gekkigheid op zoek naar een heel eigen beeldtaal. Zijn overzichtswerk is nu te zien op fotofestival Unseen.

Buiten, op het overdekte balkon, bouwt assistent Pai een hokje. Hij gebruikt gekleurde latjes voor het geraamte en opengevouwen kartonnen dozen als muren. Het is materiaal dat een dag tevoren bij elkaar werd gescharreld in de voormalige brandweerkazerne in Amsterdam-Noord, waarin diverse kunstenaars atelier houden. Aan spijkertjes hangen twee zelfgemaakte maskers. Het geval oogt als een veulen dat net beverig heeft leren staan en elk moment kan omvallen.


Fotograaf Jaap Scheeren (1979) is in zijn nopjes. Hij draait zich om en zegt dan verlekkerd: 'Het ziet er toch superstom uit, als je dit op Unseen zet?' Hij lacht zijn typische hoge lach.


Inderdaad. Het ziet er waarschijnlijk superstom uit, komend weekeinde op de fotografiebeurs Unseen op het Westergasfabriekterrein in Amsterdam, waar Jaap Scheeren zaterdag zijn nieuwe website en boek, Jaap Scheeren Cut Shaving, zal presenteren en waar hij het gemaskerde bezoek op de kiek zal zetten. Op Unseen, waar alles tot in de puntjes wordt verzorgd. De vraag is alleen: waarom is het zo belangrijk dat het er superstom uitziet? 'Nou daarom: omdat op die beurs alles al zo perfect is en omdat het erom gaat dat het een grapje moet zijn, dat mensen op de foto kunnen. Dat je daarvoor niet een perfect hokje bouwt. Ook om aan te tonen dat je niet veel nodig hebt om een goede foto te maken. Misschien dat nog wel het meest. Nou. Zoiets. Denk ik.'


Aha, zoiets. Wie in dit antwoord al zo'n twee inconsequenties vond, heeft natuurlijk gelijk. Maar diegene dient ook te weten: een beter Jaap Scheerenantwoord dan dit is nauwelijks denkbaar. Dit antwoord behelst alles. Een hang naar goedmoedige rebellie. Het streven naar kwaliteit, maar dan wel een door Scheeren zelf vastgestelde kwaliteit. Relativering. En de eeuwige twijfel, die veel van wat hij eerder beweerde weer omver trekt. En hoe gek het ook klinkt: op een bepaald moment gaat er in die tegenstrijdige antwoorden een soort logica zitten. Jaap Scheerenlogica.


Het is dezelfde logica die je aantreft in zijn werk. 'Oeuvre' is een beter woord, ook al wordt de fotograaf daar ietwat ongemakkelijk van. (Is er dan na ruim tien jaar geen sprake van een oeuvre? Jawel, maar dat klinkt zo serieus. Is hij dan niet serieus? Jawel, maar dat hoeft niet iedereen te weten. Zoiets.) In tien jaar tijd bouwde Scheeren, in 2003 afgestudeerd aan de AKV|St. Joost in Breda, een repertoire op waarin hij graag plaagstootjes uitdeelt. De hoogdravendheid rond bepaalde fotografische genres, zoals stillevens, landschappen of portretten, relativeert hij aangenaam en neemt die tevens aanstekelijk snakerig op de hak, waarbij hij ook zichzelf niet spaart.


'Speels' en 'intuïtief' zijn kwalificaties die op zijn werk van toepassing zijn, maar ze vertellen niet het hele verhaal. Want door dat werk heen gevlochten zitten interessante fotografische onderzoekjes. Onder de prettige gekte schuilt een bewuste zoektocht naar een persoonlijke beeldtaal met een eigen iconografie die steeds terugkeert, bijvoorbeeld in de vorm van figuren die over het landschap uitkijken of een aan lager wal geraakte papegaai.


Aan een van de muren in het atelier hangt een foto uit Scheerens nieuwste serie: Flowers in red, green and blue. Hiervoor plaatste hij een bos bloemen in allerlei kleuren tegen een zwarte achtergrond. Met drie flitsers op een rij, een rode, een groene en een blauwe, zo gefilterd dat ze samen wit licht vormden, fotografeerde hij de bos. Daar waar één van de flitsers voor een deel door bloemen of stengels werd geblokkeerd, ontstond de mengkleur van de andere flitsers, dus geel wanneer alleen rood en groen het voorwerp raakten, en paars wanneer blauw en rood dat deden. Aan de muur hangt een witte versie. Het is eigenlijk een atypische Scheeren, veel te klassiek, met die bos zo mooi gecentreerd en de achtergrond zonder afleidende ruis in de vorm van stopcontacten of elementen die hij anders lekker laat zitten. Dat vindt hij zelf ook.


'Dit is denk ik wel de mooiste foto die ik ooit heb gemaakt', zegt hij. 'Ik ben blij dat het gelukt is, met die flits en die kleuren. Zo'n beeld kende ik nog niet. Je vraagt je af: maar hoe doe je dit dan? Je ziet niet meteen hoe het in elkaar zit. Ik vind het ook fijn dat het een mooi beeld is, omdat ik de dingen meestal afraffel en ik deze keer dacht: néé, ik doe het goed.'


Stilte.


'Maar het is natuurlijk ook gewoon een té mooie foto. Sommige dingen in mijn werk worden steeds esthetischer. Dat irriteert me. Dus dan probeer ik daar weer iets tegenover te stellen, zoals dit', hij wijst naar het werk dat achter hem hangt, 'anders gaat het een beetje mis. Dan gaat er te veel van mijn uh... kunstenaarsidentiteit verloren.'


Achter hem hangt een werk dat bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een foto, een zelfportret, waarop Scheeren ondersteboven op een kopieermachine staat, met zijn hoofd op de glazen kopieerplaat en zijn voeten tegen het balkenplafond. Het tweede deel lijkt op een harig onderwaterbeest, maar blijkt bij nadere bestudering de zwart-witkopie van zijn kruin te zijn, die bestaat uit een kalend plekje omgeven door lange manen.


Het is een knotsgek werk. Op je kop op het kopieerapparaat, dat is zo'n puberale actie waarvan je je kunt voorstellen dat je het bedenkt . Maar het resultaat werkelijk inlijsten? Tentoonstellen? Verkopen misschien wel?


Ja hoor, zegt Scheeren: 'Het slaat natuurlijk nergens op dat ik dit heb gedaan. Maar vaak zijn het echt die stomme, belachelijke ideeën die ineens bestaansrecht kunnen krijgen. Ik heb geleerd om daarop te vertrouwen. Ik vond bijvoorbeeld een keer een schilderijlijst waarvan de vorm me deed denken aan een boterham.' Hij vist een bruine, gewelfde lijst tevoorschijn die hij vulde met een close-up van, ja echt, een boterham. Een afgelikte boterham, bij nader inzien.


'Hij is nog niet af. De lijst moet nog geschuurd, moet nog wat boterhamachtiger worden. Ik heb tien opnamen gemaakt van afgelikte boterhammen. Ik dacht: ik geef ze namen, van meisjes. Mijn vriendin vindt het belachelijk dat ik dit soort dingen maak. Terwijl ik zelf denk: stel dat ik ergens rondloop en ik zie een mooi boeket bloemen, zoals dat daar, en ik snáp dat en ik kom dan ineens deze afgelikte boterham tegen, dan zou ik in de war raken, zo van: hè, dit is toch heel plat? Maar waaróm dan? Dat is belangrijk.'


Want dat is zíjn wereld: een wereld waarin een witte duif dolgraag een bontgekleurde papegaai wil zijn, terwijl die papegaai op zijn beurt 'van het padje af' is en op verschillende momenten totaal verfomfaaid ergens opduikt. Een wereld waarin Jaap Scheeren zelf, in stippenleggings en kleurige housejasjes, figureert als een nerveuze, nagelbijtende ontdekkingsreiziger die probeert te doen alsof hij vliegt, terwijl hij duidelijk op een ladder staat, en de deuren afplakt met tape tegen een mogelijke chemische aanval. Een wereld die je moet zien voordat je hem gelooft en die nooit, nóóit, helemaal rond mag zijn.


'Dat knutselige vind ik belangrijk, omdat dat het werk volgens mij realistischer maakt. Iedereen beleeft zijn omgeving op zijn eigen manier. Wat ik in mijn hoofd denk, durf ik soms niet uit te spreken. Dat wil ik dan vertalen naar een foto, het liefst op zo'n stuntelige manier. Want op het moment dat je ziet hoe iets in elkaar zit en hoe het werkt, heb je het idee dat je zoiets zelf ook zou kunnen doen.' Op dat moment krijgen de foto's bestaansrecht.


Buiten is het fotohok klaar. Nu de maskers nog, die de bezoekers moeten dragen. (Waarom eigenlijk? 'Omdat het me niet om die mensen zelf gaat. Ik heb niet de intentie om in één portret hun persoonlijkheid te vangen. Dit is míjn verhaal. Zoiets.' Aha, zoiets.) Aan een muur hangt een aantal binnenstebuiten gekeerde, opengevouwen vensterenveloppen, bewaard om de mooie binnenkant.


'Hé Pai', roept Jaap Scheeren ineens opgetogen, terwijl hij een van de enveloppen tegen zijn gezicht houdt en door het venster kijkt. 'Moet je kijken: dit is toch een supervet masker! Dan hebben we d'r al drie. Dat is perfect.'


Houten V


Twee keer maakte Jaap Scheeren de omslagfoto voor het Volkskrantkatern Kunst op Komst. En twee keer wilde hij niet dat de inmiddels beroemde V over zijn foto heen zou worden 'geshopt'. 'Maar ja, je zit eraan vast, dus het enige wat ik kon doen was die letter live in de foto verwerken.' Speciaal voor Scheeren werd door maquettebouwer Marc Visser een houten V getimmerd, die de eerste keer op het neusje van een muis balanceerde en de tweede keer door iemand door de duinen werd gedragen. Op een van de poten zit een oude bekende: de verfomfaaide papegaai. 'Ik vind het leuk dat sommige dingen die je eerder hebt gebruikt weer terugkomen en met je meegroeien.'


Overloop


Jaap Scheeren Cut Shaving is het eerste oeuvre-overzicht van Jaap Scheeren en het is zowel een website als een boek. Beide media, bedacht, vorm- en uitgegeven door Hans Gremmen van Fw, lopen in elkaar over. Van het boek werd, bladzijde voor bladzijde, een film gemaakt, die je kunt zien wanneer je de website bezoekt, die zaterdag 28/9 online gaat. Het boek, de geprinte versie van de website, verschijnt in een gelimiteerde opgave van 500 stuks via print on demand. Uitgeverij: Fw: Books. jaapscheeren.nl


unseenamsterdam.com tot 29/9

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden