Pittoreske smerigheid

Engeland Chatham..

‘People mutht be amuthed!’, klinkt het krakend achter me. Ik draai me om en kijk in de ogen van een sjofel geklede vent met een drankhoofd. ‘Fe kunnen niet altijf maar ferken of leren. Laten fe er het befte fan maken! Ja ja!’ Hij kijkt me nog even loens aan en is dan verdwenen.

Wat bedremmeld blijf ik achter. Dit moet een Dickensiaanse figuur zijn geweest, die een Dickensiaanse uitspraak heeft gedaan, maar ik kan hem even niet plaatsen. Pas als ik de zin enkele minuten later op een van de muren zie staan, valt het kwartje. Tuurlijk, dit was Mr. Sleary, de slissende circusdirecteur uit Hard Times. Zijn gevleugelde, maar helaas wat lastig verstaanbare lijfspreuk, is zo’n beetje het motto van Zuid-Engelands nieuwste pretpark. Als ik die wat platte term tenminste mag gebruiken voor een attractie die geheel is gewijd aan de man die ze in Groot-Brittannië hun ‘tweede nationale schrijver’ noemen: Charles Dickens.

Dickens is er nog altijd razend populair, daar zorgt de immer voortdurende reeks televisiebewerkingen van zijn romans wel voor. Zelfs de caissière van de Tesco-supermarkt en de verkoper van de daklozenkrant kunnen ze plaatsen, gevleugelde uitspraken als ‘Bah! Humbug!’, ‘Please sir, can I have some more?’, ‘This is a London particular: a fog’ en ‘It was the best of times, it was the worst of times’. Dickens staat in Engeland niet voor literatuur op etherische hoogten, maar voor smerige schurken, popperige meisjes, onnavolgbaar ingewikkelde testamenten, goudeerlijke armoede, dreigend onrecht en meestal ook nog voor een happy end.

Op die fundamenten kun je wel een toeristenattractie bouwen, zo moeten de projectontwikkelaars hebben gedacht. En waarom ook niet? Scrooge, Oliver Twist, David Copperfield, Fagin, Little Nell, Pip, Magwitch, Pickwick en Miss Havisham zijn misschien niet zo comfortabel eendimensionaal als Mickey Mouse, Donald Duck en Goofy, ze nemen in de Engelse verbeelding bijna dezelfde prominente plaats in als Disneys cartoonfiguren in de Amerikaanse. Menige Brit mag het ook graag zo zien. Wat Disney is voor de Amerikanen, is Dickens voor ons: ziedaar het verschil.

Het plan voor een themapark waarin de wereld van Charles Dickens (1812-1870) zou worden nagebootst, stamt al uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Aanvankelijk had men de omgeving van het Londense King’s Cross station als locatie in gedachten, maar de immer stijgende grondprijzen gooiden roet in het eten. Uiteindelijk werd daarom gekozen voor Chatham. Daar lag, sinds de sluiting van de marinebasis in 1984, een groot stuk goedkoop bouwland braak. Chatham bevindt zich op maar een uur reizen van Londen en het heeft nog een Dickensiaanse connectie op de koop toe. Charles woonde hier tussen zijn vijfde en zijn tiende, toen zijn vader er bij het betaalkantoor van de marine werkte.

Dickens World is gehuisvest is een soort reusachtige aluminium container die speciaal voor dat doel is gebouwd, en bevindt zich tussen een giga-bioscoop met negen schermen en een reeks outlets van merkkleding. Een hotel, The Ship & Trades, ligt om de hoek. Dickens World en de rest van Chatham Maritime, zoals het terrein van de oude marinebasis heet, doen hun best om een compleet shopping- en infotainmentpark te worden.

Na een zwerftocht door steegjes, langs pubs en over een wankele brug ben ik aangekomen bij het vertrekpunt van de ‘Great Expectations Boat Ride’, die blijkbaar nogal enerverend wordt. Pas nadat de onberispelijk in greatcoat, comforter en top hat geklede assistent zich ervan heeft verzekerd dat ik niet zwanger ben, niet aan epilepsie of hartkwalen lijd, maar wél langer ben dan een meter, ontvang ik een plastic wegwerpponcho uit een ponchomachine en mag ik instappen. Een jong stel, dat achter me komt zitten in de zespersoonsboot, hoeft hem niet. Ze zijn niet bang voor een beetje water, lachen ze.

Er volgt een tamelijk overtuigende tocht door de riviertjes en riolen van 19de-eeuws Londen. Het water is bruin en er zwemmen hongerige nep-ratten in. We passeren de beruchte Newgate-gevangenis, verrotte bouwvallen van huizen, een kerkhof waar de overledenen zich van ellende omdraaien in hun graf, zien een schurftig jochie tegen een muur staan plassen en ruiken als het ware de cholerabacillen in de lucht. Ondertussen horen we flarden uit Great Expectations, de roman over de ambitieuze jonge Pip die zonder het te beseffen zijn leven ingrijpend verandert door de gevangenisboef Magwitch te helpen.

Dan ineens maakt het bootje een geweldige klapper naar beneden en klettert het pestilente Theemswater in een golf over mijn poncho. Achter me hoor ik gegil. Een doorweekte jonge vrouw kijkt wat beteuterd naar haar sweater; haar vriend inspecteert vloekend zijn camera.

Hart van Dickens World is een marktplein, waaraan zich een hoop karakteristieke Dickensiaanse gebouwen bevinden. Zoals Warren’s Blacking Manufactury, de schoensmeerfabriek waar Charles als twaalfjarige moest werken, toen zijn vader wegens schulden in de gevangenis zat. Hier ontstond Dickens’ levenslange afkeer van armoede en sociale onrechtvaardigheid, die in al zijn werken terugkeert. Verderop bevinden zich onder meer een Haunted House, vergeven van de geesten, waaronder natuurlijk die uit A Christmas Carol, en Fagin’s Den: het verlopen kot uit Oliver Twist, waar de ouwe sjacheraar Fagin aan straatjochies de kunsten van het zakkenrollen leerde.

In Peggotty’s Boathouse wordt een zogeheten 4D-filmvoorstelling gegeven over Dickens’ leven. Toeschouwers krijgen een speciale bril uitgereikt: niet zo’n klassieker met rechts een groen en links een rood glas, maar niettemin geschikt voor het kijken naar driedimensionale beelden. Het levert aardige effecten op, zoals een vent die het publiek recht in het gezicht lijkt te spuwen en een trein die met razende snelheid de zaal binnendendert. Spetters water en plotselinge luchtstromen – ‘een storm!’ – vormen de vierde dimensie. Halverwege de voorstelling komt er een man binnenstommelen die in het donker op spectaculaire en ongetwijfeld pijnlijke wijze ten val komt. Even wordt er gelachen, maar dit blijkt geen onderdeel van het programma. Een toegesneld personeelslid verleent eerste hulp.

Er is de afgelopen maanden in Engeland heel wat afgediscussieerd of het eigenlijk wel kán: een pretpark rondom Dickens, ook al is dat dan ontwikkeld in nauwe samenwerking met The Dickens Fellowship. Is het geen smakeloze vertoning om de armoede en smerigheid van 19de-eeuws Londen pittoresk te maken en aan te wenden ter vermaak van een 21ste-eeuws publiek? Critici noemden het themapark Dickens-light: wel het smerige Theemswater, niet de stank; wel de bedelaars in lompen, niet de syfilitische kindprostituees. Wordt Dickens hiermee niet gevulgariseerd?

Literair criticus en emeritushoogleraar John Carey vindt van niet. ‘Dat is dezelfde kritiek die Dickens in zijn tijd kreeg van de literaire incrowd. Men noemde zijn werk melodramatisch en sensationeel.’ Carey kan zich wel vinden in de aanpak van het themapark. ‘Dickens was volkomen vertrouwd met gepopulariseerde versies van zijn boeken op het toneel.’ Biografe Claire Tomalin is het met hem eens. Dickens zou het op hem geïnspireerde pretpark geweldig hebben gevonden, meent ze. ‘Als hij de kans had gekregen, had hij hier graag voor het publiek opgetreden.’

Een bezoek aan Dickens World eindigt onvermijdelijk temidden van de merchandising. Wie zich ongemakkelijk voelt bij alle ‘platte vermaak’ kan hier zijn schuldgevoel afkopen met een roman van de meester. Of op zijn minst een goudbedrukte Dickens-boekenlegger.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden