Pingpongballetjes brachten dooi tussen China en de VS

Het begon allemaal met een pingpongtoernooi: plotseling zagen Chinezen en Amerikanen elkaar niet meer als vijanden

Sport verbroedert, heet het - een discutabele zegswijze als je kijkt naar de rivaliteit die bijvoorbeeld voetbal kan oproepen. Maar dat sportieve bezigheden kunnen dienen als smeermiddel tussen landen bewijzen de tafeltenniswedstrijden die veertig jaar geleden toenadering brachten tussen China en de Verenigde Staten, na ruim twee decennia van felle vijandschap.


Op 10 april 1971 kwam het Amerikaanse tafeltennisteam in China aan, waar het met de rode loper werd ontvangen. De Amerikanen verloren al hun wedstrijden, maar daar ging het niet om. Het was het eerste bezoek van een Amerikaanse sportdelegatie sinds Washington en Peking in 1949 de banden verbraken.


De overlevering wil dat Chinese en Amerikaanse spelers elkaar bij toeval vonden in Japan, waar beide teams waren voor het wereldkampioenschapstoernooi. Toen een Amerikaan de teambus miste, mocht hij meerijden met de Chinezen. Hij ontving een geschenk - een doek met 'n afbeelding van de Huangshan, de Rocky Mountains van China - en van het een kwam het ander.


Nog in Japan kwam er een uitnodiging om door te reizen naar Peking, voor vriendschappelijke demonstratiewedstrijden, een geste die Mao Zedong zelf goedkeurde. In Peking werden de tafeltennissers en begeleidende journalisten vergast op een staatsbanket in de Grote Hal van het Volk. 'Er is een lange periode van verwijdering geweest, maar uw bezoek heeft de deur naar vriendschap weer open gezet', sprak premier Zhou Enlai.


Diezelfde dag besloot president Richard Nixon het handelsembargo te verzachten. De term pingpongdiplomatie was geboren.


Het was geen toeval, natuurlijk.


De VS en China waren in 1971 al geruime tijd achter de schermen bezig met overleg over reparatie van de relatie. De Amerikanen hadden in de Chinese burgeroorlog die na de Tweede Wereldoorlog uitbrak partij gekozen tegen de communisten van Mao en voor Chiang Kai-shek en zijn nationalistische Kuomintang. Toen de nationalisten moesten vluchten naar Taiwan, weigerde Washington Mao's nieuwe volksrepubliek te erkennen.


De slepende oorlog in Vietnam was voor Nixon reden om weer de toenadering te zoeken. Mao op zijn beurt zag betere banden met Washington als een nuttige manoeuvre tegen de Russen die van bondgenoot van Peking in strategische rivaal waren veranderd.


Door het weekje pingpong, dat werd opgetuigd met uitstapjes naar de Grote Muur en het Zomerpaleis plus strak geregisseerde gesprekjes met arbeiders en studenten, kreeg het Amerikaanse thuisfront een menselijker beeld van rood China. De kou was voldoende uit de lucht voor een volgende stap: een geheim bezoek van Henry Kissinger.


De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken leverde de opmaat voor het historische bezoek van president Nixon aan Mao, dat in februari 1972 plaats vond. 'Nooit eerder in de geschiedenis is een sport zo doeltreffend gebruikt als instrument van internationale diplomatie', memoreerde Zhou Enlai later. Nixon: 'Het was de week die de wereld veranderde.'


De dooi had inderdaad ingrijpende gevolgen. China werd toegelaten tot de Verenigde Naties, bondgenoten van de VS knoopten ook weer diplomatieke en economische relaties aan. In China zelf kwam in 1977 een einde aan de chaotische periode van de zogeheten Culturele Revolutie en na het overlijden van Mao kon de pragmatische Deng Xiaoping eindelijk de deuren naar economische hervormingen open zetten.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.