Pindakaas

Onontbeerlijk: pindakaas van Calvé. Ik weet dat er mensen zijn die van andere pindakaas houden, maar ik dus niet – eens Calvé, altijd Calvé....

Over mayo gesproken.

Hét mayonaiseland bij uitstek is Frankrijk. Daar heeft mijn vrouw een huis, dus daar komen we vaak. Maar nooit zonder uit Nederland twaalf tubes mayonaise mee te nemen. Want de kinderen blieven geen Franse mayo, en al helemaal geen zelfgemaakte mayo. Ze lusten alleen Zaanse mayonaise uit een tube. Ook niet uit een pot, nee, uit een tube! Vind ik zelf trouwens ook lekker – vooral om aan de mond te zetten. Dé manier om van mayonaise te genieten.

Terug naar de pindakaas.

Die bestaat niet in het buitenland, tenminste: niet in Frankrijk, Italië, Spanje, Griekenland – de buitenlanden die ik ken. In Amerika hebben ze het wel, uiteraard, maar daar heet het Jif en dat doet me aan schuurmiddel denken. Daarnaast is het niet te eten.

Waarom bestaat pindakaas niet in het buitenland? Omdat ze er geen boterhammen met beleg eten – dat lijkt me simpel. Boterhammen met beleg zijn typisch Nederlands. Als ik eraan denk, word ik al somber, eigenlijk, maar toch is er iedere vakantie zo’n moment dat je iedere Nederlander ervoor wakker kunt maken: volkoren boterhammen, verse roomboter, pindakaas.

Met zout.

Sambal.

Hagelslag.

Of alle drie.

Wij nemen dus altijd pindakaas mee als we op vakantie gaan. Mijn moeder had vroeger tien kilo bintjes in de Kip-caravan staan, trouwens. Ik weet nog goed hoe mijn vader zo hard mogelijk met die caravan over de Alpen wilde. Die caravan slingerde als een dolle achter de auto. Je zag de aardappels als het ware uit de kastjes ontsnappen en als knikkers in een flipperkast door de caravan knallen. Ja, dat waren nog eens tijden.

Behalve pindakaas hebben we ook altijd drop bij ons. Drop kun je weliswaar in het buitenland krijgen, hier en daar, maar nooit is het goeie, Hollandse drop. Pepermunt van King uit Joure, idem dito. En zware Javaanse Jongens verkopen ze ook nergens, maar dat rook ik niet meer, dus dat scheelt. Jarenlang namen we trouwens ook sambal en hagelslag mee als we afreisden, voor op de pindakaas, of in de nasi. Maar dat hoeft niet meer, helaas – ik zou toch het liefst het hele vaderland in de vorm van consumpties in de kofferbak stoppen.

Rookworst van Unox.

Rolmops van Ouwehand.

Stroopwafels van Gouda’s Gilde.

Weed van The Bulldog.

En noem maar op.

Maar van al die klassieke, Nederlandse dingen is toch de pindakaas mij het liefst, en dat komt niet door Evert van Benthem of het jongetje van Pitamientje, al is pindakaas wel met mijn jeugd vervlochten – met welke jongensjeugd trouwens niet?

Ik schaam me er weleens voor, eerlijk gezegd. Pindakaas, een dwaze sensatie. Maar toch heb ik de wereld bereisd met Calvé in mijn ransel, een gek idee, toch wel. Alsof je altijd een klein lijntje met thuis wilt hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden