‘PIM VOCHT VOOR ZIJN MOEDER’

Na toneelsolo’s over Jezus, de hemel en de zonen van Jacob koos Helmert Woudenberg voor het leven van Pim Fortuyn....

‘Ik werk zo kaal mogelijk. Een stoel, een bijzettafeltje, zijn streepjespak. En flarden uit de tweede symfonie van Mahler – waarin de mens im grossen Not verkeert. Ik begin bij zijn jeugd in Velsen, ik eindig op het parkeerterrein van het Mediapark in Hilversum. Ik wil proberen te vertellen hoe Pim Fortuyn is geworden zoals hij was.

‘Ik vond hem een geweldig acteur. En cabaretier. Fortuyn pakte het dramaturgisch goed aan, zijn timing was onovertroffen. Met de grootste gemeenplaatsen wist hij mensen te boeien. Zijn voordrachten waren sociologische colleges. Ronduit saaie onderwerpen soms, maar zo gebracht dat mensen voor de televisie zaten te knikken: ‘Hé, eindelijk wordt eens gezegd wat wij denken’. Politiek vond ik er niet zoveel van. Ik ben a-politiek, mede omdat mijn familie eraan ten onder is gegaan.

‘Het idee een stuk over hem te maken kwam pas toen ik zag dat hij een waterman is, net als ik. Hij is van 19 februari 1948, ik van 15 februari 1945. Voor mijn manier van werken heeft dat consequenties. Hij was een individualist, net als ik, met bevlogen fantasierijke ideeën, maar ook praktisch en feitelijk ingesteld. Maar met een soms onbeheersbare kant. Daar ben ik altijd naar op zoek in mijn voorstellingen, naar dat ongecultiveerde. De samenleving probeert dat vaak te elimineren.

‘Wat mij fascineert is de aantrekkingskracht van mensen als Fortuyn. Ik heb eerder een solo gemaakt over Jezus. Hoe kan een geëxecuteerde sekteleider de wereld zo hebben veranderd? Wat wás dat voor man? Ik heb ook met het idee gespeeld een solo te maken over Hitler. Maar dat mocht niet van mijn vrouw. Dan ga ik van je af, zei ze. Altijd maar die oorlog. Fortuyn heb ik haar niet voorgelegd, want inmiddels zijn we uit elkaar.

‘Fortuyn had een heel sterke moeder, die gek op hem was, maar een vader die hem afwees. Zijn moeder was zijn grote voorbeeld. Een heel sterke wil, ze ging voor niemand uit de weg. Ik zie dat bij veel meer homoseksuele mannen, dat het accent op de moeder wordt gelegd. Maar tegelijkertijd zegt dat veel over de afstand tot de vader. Melkert had natuurlijk groot gelijk toen hij in een dubbelinterview, een dag voor diens dood, tegen Fortuyn zei dat hij op zoek was naar de sterke man. Daar werd Fortuyn verschrikkelijk kwaad om. Dit pik ik niet, dit pík ik niet. Maar het was natuurlijk wel zo. Hij wilde erkenning van een vader.’

‘Je ouders zijn heel bepalend voor wie jij bent, en juist omdat ik wees ben, interesseert me dat sterk. Mijn grootvader was leider van het Arbeidsfront en zat voor de NSB in de Tweede Kamer. Mijn vader vocht als SS’er aan het Oostfront. Daar is hij omgekomen, nog voor mijn geboorte. Op Dolle Dinsdag evacueerde mijn grootvader de vrouwen uit mijn familie naar Duitsland. Vlak na mijn geboorte is mijn moeder daar gestorven in een inrichting. Na de bevrijding ben ik met mijn oma van moederskant teruggegaan naar Nederland. Daar werden we geïnterneerd. Op een foto van mij uit die tijd zie je een jongetje met een hongeroedeem, met volkomen verschrikte ogen. Ik ben daarna opgevoed door heel lieve pleegouders, waar geen kwaad in schuilde. Als ik mijn eigen ouders nog had gehad, zou ik absoluut veel zorgelijker zijn geweest, verknipt waarschijnlijk.

‘Door mijn solo over Jezus en daarna over de zonen van Jacob werd ik steeds meer gezien als een religieus acteur. Terwijl ik niet eens gelovig ben. Dus wilde ik mezelf en mijn publiek verrassen. Dat het Fortuyn werd heeft ook met de deadline te maken. Een jaar van tevoren wordt je voorstelling al verkocht aan de theaters. Het idee om Jozef te gaan doen lag al klaar. Mijn bureau belde, ik moest de knoop doorhakken. Geef me nog een dag, zei ik.

‘Toen heb ik definitief gekozen voor Fortuyn. Je moet dan ook altijd een verhaaltje inleveren, een tekst voor in de brochure. Daarin legde ik al het verband tussen zijn jeugd en dat uitgesprokene dat hij later had. Waar komt die emotie bij hem vandaan? Bij het afscheid van Leefbaar Nederland: ik kán niet anders, ik dóe niet anders. Hoezo, ik kan niet anders, denk ik dan, hoezo ik doe niet anders?

‘Ik ben geen psycholoog, geen socioloog, geen journalist die een analyse schrijft. Ik ben acteur, ik probeer te onthullen hoe Fortuyn in elkaar zat door in zijn huid te kruipen. Door na te voelen en na te laten voelen wat hij op cruciale momenten heeft gevoeld. Dus zet ik hem neer als jongetje dat geen krimp geeft als hij in elkaar wordt geslagen door een leraar, de Kale Aap noemt hij die, met hulp van de Stinkende Kut, een lerares. De bijnaam Stinkende Kut heb ik zelf verzonnen. Van alles wat Fortuyn in de voorstelling zegt is 80 procent van hem en 20 procent van mij. Ik laat hem vertellen over zijn eerste seksuele ervaringen en over zijn grote liefde Arie. De confrontatie met Melkert zit erin, en de breuk met Leefbaar Nederland. Dan laat ik hem niet alleen tekeer gaan over de islam, maar ook over de kerk en over zijn vader. Ik laat hem dit zeggen: ‘Eindelijk, eindelijk kan ik dan de rekening presenteren. Niet alleen aan de moslims, maar ook aan de katholieke cleruskliek, die met religieuze terreur mijn jeugd heeft verpest. En aan mijn eigen vader, die geen vat op me kon krijgen, maar daar verder ook geen moeite voor deed en die mij het huis uitzette omdat ik homo ben.’ Het is mijn verklaring voor wie hij geworden is. Hij vecht voor zijn moeder en voor zichzelf, voor de vrouw en voor de homoseksueel. Dat worden dé vrouwen en dé homoseksuelen. Hij wantrouwt elke cultuur die hen in een hoekje zet.

‘Mijn acteermethode is gebaseerd op de leer van de vier elementen. Aarde staat voor rust, lucht voor soepelheid van denken, water voor openheid en vuur voor gedrevenheid. Een goed acteur weet ze tegelijkertijd te gebruiken. Ieder mens heeft drie elementen onder controle, maar het vierde niet. Dat is dat ongecultiveerde. Dat kan bij iedereen een ander element zijn. Pim Fortuyn, en ook ikzelf, zijn typische fenomenen van het vuurgeheim. We moeten ons aapassen, maar in ons geval laat het vuur zich niet cultiveren. Daar komt onze inspiratie en creativiteit uit voort. Vuur is onze grootste energie, maar ook autonoom. Mij zie je in het gewone leven nooit kwaad. Ik weet alle conflicten heel goed te vermijden. Dat is ook een van de redenen dat mijn vrouw zegt: verdomme, je kan met jou geen ruzie maken. Dat is je zwakke punt, je ontwijkt het gewoon! Daar heeft ze absoluut gelijk in. Maar op het toneel is het eerste wat komt het vuur. Ik ben buitengewoon aangetrokken tot heel uitgesproken vurige mannen. Die geen tegenspraak dulden. Echt mannen van wie de mensen in de zaal schrikken. Mijn vuur weet dat het toneel een vrijplaats is: hier kan ik me uiten, het heeft geen consequenties.

‘Mijn portret van Pim Fortuyn is een portret van het vuurgeheim. Hij was onderhevig aan ongecultiveerd vuur. Dat gaf hij zelf ook toe. Hij wist dat hij grenzen overschreed als hij in vervoering raakte. En tegelijkertijd was hij heel naïef. Hij begreep niet dat zijn uitspraken als extreem-rechts, als racistisch konden worden opgevat. Dat mensen hem haatten. Het is natuurlijk heel gevaarlijk als je je eigen onvrede en je maatschappelijke onvrede op één bevolkingsgroep gaat projecteren, zoals de nazi’s dat op de joden hebben gedaan. Hij projecteerde al zijn woede, al zijn onmacht en de maatschappelijke onvrede die hij met veel mensen bleek te delen, op de islam. Maar toen hij taarten in zijn gezicht kreeg geworpen, waren het niet de poep en de pies erin die hem het meeste schokten, maar de haat in de ogen van de taartgooiers.’

‘Het gaat me niet om Fortuyns maniertjes, dat hebben ze in Kopspijkers meesterlijk gedaan. Het gaat mij erom hem van binnenuit te benaderen. Mijn ogen en handen doen het werk. De verontwaardiging over wat de wereld hem aandoet kun je in mijn ogen lezen. Gaande de voorstelling ga ik mijn handen steeds meer gebruiken, gaat mijn wijsvinger steeds meer wijzen. Daar heb ik niet over nagedacht, dat is vorm die uit de inhoud is voortgekomen. Een typetje wordt hij geen enkel moment.

‘Een oordeel vellen zou onethisch zijn. Helmert Woudenberg die eens even gaat laten zien wat hij van Pim Fortuyn vindt. Dat hoort niet. Zoals Bruno Ganz Hitler heeft vertolkt in Der Untergang, zo moet je het doen. Niet de Führer neerzetten, maar de mens. Mijn verhaal over Fortuyn is een noodlotstragedie geworden. Hij wordt keer op keer afgewezen. Door zijn vader, door het academische wereldje in Groningen, door zijn beste vriendin, door zijn grote liefde, door zijn partij. Zijn einde is een tragedie, veroorzaakt door iemand die zo ook zijn noodlot tegemoet is gegaan.

‘Mijn solo’s zijn allemaal terug te voeren op het kind dat onschuldig in de wereld komt en moet vechten tegen de draak. Mijn vader was 25, een kind nog bijna, toen hij stierf. Hij meende te vechten tegen de draak, tegen het kwaad. Ik weet heel goed wie het jongetje is en wie de draak, maar Pim Fortuyn kon dat moeilijker scheiden. Het jongetje werd soms de draak.’

Videoverslag

Scènes uit ‘Fortuyn’> www.vk.tv/reportages

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden