Pim, Mat en Geert

Geert Wilders ging zijn eigen weg, tot verdriet van Hirsi Ali, Eerdmans en Pastors. Hij vertegenwoordigt niet voor de vrolijke, maar voor de verbeten kant van het fortuynisme....

Het is de avond van 6 mei 2002. Pim Fortuyn is vermoord. Mat Herben, zijn adjudant bij de LPF, krijgt journalist Frits Barend aan de lijn. Barend meldt dat het land in rep en roer is. Mat Herben zag de beelden van opstootjes op de monitor van een verslaggever van RTL4. Herben herinnert zich (in De Vernieuwing, het blad van de prof. dr. W.S.P. Fortuyn Stichting): ‘Dat overtuigde mij ervan om door te gaan met de LPF, omdat deelname aan het democratisch proces de enige manier was om maatschappelijke onrust te kanaliseren.’

De familie van Fortuyn wilde volgens Herben dat de LPF zou afzien van deelname aan de verkiezingen. Anderen wilden oproepen tot maatschappelijk verzet. Dat zou volgens Herben tot een revolutiepoging á la Troelstra hebben kunnen leiden. De leider van de SDAP riep in 1918 op tot omverwerping van het staatsgezag door stakingen en demonstraties. Het volk gaf niet massaal gehoor aan Troelstra’s oproep. Maar de schrik bij wat toen de bourgeoisie heette, zat er goed in, zodat de socialistische beweging allerlei concessies kon binnenslepen (waaronder de achturendag).

Dankzij Mat Herben werd de revolte van de burgers een opstand van de kiezers. Dat was zijns inziens geheel in de geest van Pim. Die was geen stenengooier maar ‘een democraat in hart en nieren die het land uit de greep van regenten wilde verlossen en teruggeven aan de burger’.

Op dat deel van de missie van Pim – zeg maar het programma van de Leefbaar-beweging van Jan Nagel en Henk Westbroek – heeft Herben altijd sterk de nadruk gelegd. Hij vergelijkt Fortuyn niet voor niets met Van Mierlo in 1966.

Maar er zat ook een schaduwkant aan Fortuyn, de kant van ‘Nederland is vol’. Zoals hij het op 8 februari 2002 tegen deze krant zei: ‘Meneer, als ik het juridisch rond zou kunnen krijgen, zou ik zeggen, d’r komt geen islamiet meer binnen. Maar ik kan het niet juridisch rond krijgen. Want, ik zeg het maar, het is een achterlijke cultuur.’

Fortuyns stellingname tegen immigratie en de islam was, veel meer dan de bestuurlijke vernieuwing, het motief van kiezers LPF te stemmen. Maar Herben wilde verzoenen. Bij nader inzet bleken regenten als Zalm, Donner en Balkenende best aardig. En wat betreft de moslims maakte Herben, anders dan Fortuyn, consequent onderscheid tussen fundamentalisten en brave Nederlanders.

De LPF nam deel aan de regering, struikelde daar weer uit, maar steunde de oude partners VVD en CDA in het tweede en het derde kabinet-Balkenende. Die steun kon de centrum-rechtse coalitie goed gebruiken. De agenda van Fortuyn werd in afgezwakte vorm overgenomen.

De LPF had zichzelf door onderlinge haat en nijd als politieke factor uitgeschakeld, net als de Leefbaar-beweging. Maar was daarmee ook de onvrede onder de kiezers geneutraliseerd? Op 1 juni vorig jaar, de dag van het referendum over de Europese grondwet, bleek het tegendeel. De gevestigde partijen hadden het nakijken. Ze stonden met de mond vol tanden tegenover een losse alliantie van buitenstaanders, die werd aangevoerd door Harry van Bommel van de SP, André Rouvoet van de SP en ... Geert Wilders.

Wilders was, tegen zijn zin, in 2004 uit de VVD gezet door fractievoorzitter Van Aartsen. Het was ook tegen de zin van Ayaan Hirsi Ali, die nauw met Wilders samenwerkte en hem binnenboord wilde houden. Ze vertelt in De orkaan Ayaan: ‘Nadat Theo was vermoord, zat Geert ondergedoken in een gevangenis. Toen heb ik aan Zalm, Kamp en Verdonk gevraagd of we hem alsjeblieft konden terughalen. Rita zei dat ze met hem ging praten om dat te proberen. Maar Geert wilde zelf niet meer.’

Hirsi Ali prijst Wilders als ‘een hele goede parlementariër. Als er een probleem is, pakt hij het meteen op.’ Daarom zou hij volgens Hirsi Ali veel nuttiger zijn in een grotere partij als de VVD dan op zichzelf. ‘Daarom was ik tegen zijn vertrek. Wat mij betreft moet de kiesdrempel omhoog, dan kom je ook niet in de verleiding.’

Wilders zou in Duitsland, waar de kiesdrempel op 5 procent van de stemmen ligt, ruim hebben gehaald. Hij, en niet de Lijst Vijf Fortuyn van Stuger en Herben. EénNL van Pastors en Eerdmans, ontpopt zich zich als erfgenaam van Fortuyn. Dat duidt erop dat de onvrede van de kiezers niet zozeer bij de Leefbaar-agenda ligt, als wel bij de ‘Nederland-is-vol’-agenda.

De Partij voor de Vrijheid scoorde het hoogst in Wilders’ thuisbasis Venlo en andere Limburgse steden die te kampen hebben met werkloosheid, drugscriminaliteit en migratie. Anders dan de LPF en de Leefbaren, die onder alle lagen van de bevolking scoorden, is de PVV de partij van ‘verliezers van de modernisering’: de mensen wier positie bedreigd wordt door de globalisering, de Europese integratie en de migratie.

Eerdmans, Pastors en Wilders hebben lange tijd overleg gevoerd over samenwerking. Wilders ging zijn eigen weg, mede omdat Eerdmans en Pastors hem ‘te rechts’ vonden. Voor Fortuyn zou dat geen probleem zijn geweest. Wel de verbeten stijl van Wilders, die zichtbaar lijdt onder de last van van dreiging en bewaking.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden