Pillen weg, de beuk d'r in

'Zou je niet iemand anders zoeken?', zeiden ze, toen Adèle instortte. 'Lazer op' Jenny Arean gaat weer solo, en met succes....

ZE HAD GOD gezien in de Leidsestraat. Hij droeg een hardgroen jasje en een gele broek. Met een vage glimlach schopte hij z'n benen wat houterig voor zich uit. Als je God ziet, herken je hem meteen. Het was na een Bevrijdingsuitzending in Carré, en ze had hem met de fiets in de hand gevolgd tot een pizzeria. Alwaar hij samen met twee Italiaans rebbelende dames in broekpakken zo'n zwakke salade bestelde. Drie keer is ze langs het terrasje gelopen, met quasi-zoekende blik. Toen hij haar plotseling recht aankeek, met een grijns van oor tot oor, sprong ze op de trappers. Als door een stroomstoot opgeladen.

Het was 'em: John Gielgud.

'Ik werd weer twaalf', zegt Jenny Arean. 'Te schijterig' om Hèm, de Britse toneelgod, te durven aanspreken.

Een schijterd, jazeker. Op het toneel een grote scheur, een brok dynamiet, waar je geen ruzie mee moet krijgen, maar doodsbang zodra er gemetseld moet worden aan een programma dat er nog niet is, ook al zijn de tekstschrijvers de top: van Boerstoel tot Dorrestijn. Of ze de pest in had, vroeg Paul de Leeuw. Ze was toen zo'n 'naar binnen geslagen Paaseiland', met van die grote, domme keien, zo granietig dat de mensen denken: tante is kwaad.

'Terwijl ik alleen maar zit te tobben van gottegot, als 't allemaal maar goed komt, knerp, knerp. Ik doe dingen met de moed der wanhoop, dat is het enige wat ik kan. Dit is mijn vak en daar ben ik retegoed in, en het moet gebeuren want een mens moet ergens van eten. Eer het zover komt, slinger ik mij iedere keer in een volgende beslissing. Maar niet van harte. Nooit.

'Ik grijp gewoon naar de slaappillen anders wordt het 's nachts nog drie keer zo erg. Ga ik wel weer van af als het na de première in rustiger vaarwater komt.'

De keizersnede en de zeis, alles heeft z'n prijs, zo zingt ze in haar soloprogramma. De boodschap: in wezen is de mens alleen, ook al maakt ie van alles een feest. Wanneer, vraagt ze aan de zaal, wanneer eindigt verdriet? Antwoord: 'In het volgende verdriet.' Jenny Arean ('ik ben een bekrompen trut, mijn naam is Kutje Keukenrol') wordt geannonceerd als iemand die harder gaat fietsen bij tegenwind, maar toen haar 'partnerin' Adèle Bloemendaal instortte, beleefde ze wel even een wonderlijke jaarwisseling. 'Een jaar waar je een jaar naar toe geleefd hebt, gaat zo maar niet door. Adèle wilde zich er nog 'uit schuldgevoel' mee bemoeien om bruggen te bouwen, wat ze heel goed kan, maar ze zag eruit alsof ze de bokswedstrijd had verloren van Regilio Tuur, dus dat schmink je niet, ik zag het zo: die is echt dóódongelukkig. Dan heb ik geen enkele behoefte om daar kwaad over te worden, dus ik roep in overmoed: dan doe ik het alleen.

'Zou je niet iemand anders zoeken, zeiden anderen. Alsof iedereen maar vervangbaar is. Lazer op. De aanbiedingen die je dan krijgt. Dan ben ik heel lief en mild, maar ik verbaas me er over. Al zat ik drie jaar in de WW, zoiets zou ik nooit doen. Dan denk ik: wat snap je weinig van het vak en z'n combinaties. Ik wilde alleen met Adèle! Schouwburgdirecteuren moesten gebeld worden, maar verder moest het nog geheim blijven. Later belde ze om me te helpen, maar na twee dagen dacht ik: ik wil haar effe niet zien en ze moet er niet meer aankomen nou.

'In de try out mocht ze niet komen van mij. Ze had al bij de repetities willen zijn. Voor haar was het ook geen lichtzinnige beslissing hoor, het heeft haar een hoop gekost. Hoe beter mijn kritieken waren, hoe minder schuldgevoel ze hoefde te hebben. Op de perspremière wilde ik haar ook niet zien, daar mocht ze niet komen. Dat was tenslotte mijn dag. Niks gemengde belangen. Ze stuurde me een telegram met een foto uit de krant waarop een Jan van Gent staat die ziek was aangespoeld en later weer bij tegenwind wordt losgelaten, dat soort symbool.'

Zelf slikte Jenny Arean ook van die Belgische vermageringspillen waar Adèle Bloemendaal ten slotte hartritmestoornissen van overhield. 'Ik heb die pillen hup, meteen in de vuilnisbak geflikkerd, toen zij die klachten kreeg. Maar zij pakte het verdomde drastisch aan, hoor. Ik bleef er gewoon bij dooreten.' Klaterende lach.

Eeuwig jong en eeuwig sterk. Zo staat Joanna Jenneke Josepha Klarenbeek (1942) te boek bij haar kleinkunstcollega's. Hoeft ze niks voor te doen, zal ze persoonlijk voor de VARA-radio verklaren, want: met het uiterlijk is ze om de dooie dood niet bezig.

Overtollige kilo's kwijtraken valt daar dus niet onder?

Aan haar keukentafel steekt zuidwesterstorm op. 'Gadverdamme, wat vind ik dat een goedkoop getrut! Een mens is toch wat ie is? Ik hou van m'n haar in 't sop en me leuk opmaken. Ik loop er niet als een dweil langs. Dat is het eerste wat ik 's ochtends doe, huppetee. De façades moeten in orde, vin'k gezellig, ga ik beter bij. Dus te dik is te dik en dan vind je het prettig om er wat af te krijgen en het liefst hartstikke snel.'

Een oase van kwaliteit, Jenny krijg je niet klein: de kritieken waren lovend, alleen Patrick van den Hanenberg in de Volkskrant had zich nogal gestoord aan de verbindende teksten.

'Die man moet altijd dwars. Ik verdenk hem ervan dat hij zelf teksten schrijft. Een slechte kritiek doe ik meteen weg. Je kunt er niks mee. Natuurlijk, het raakt je verschrikkelijk. Ik sta er absoluut niet boven, ik vind het heel erg. Op zo'n moment wil je zo'n man het liefst de strot afbijten. Jammer genoeg kunnen de critici zelf nooit bekritiseerd worden. In zes zinnen zet zo iemand de botte bijl in je werk, alsof daar niet over nagedacht is.

'Die man verdient zijn boterham met een klein kutstukje dat met de achterkant van een potlood is geschreven. Alsof zo'n voorstelling niet uit van alles bestaat. Lichtplan, muziek, nooit van gehoord. Alsof je in het donker hebt staan mimen, zal ik maar zeggen. Zo van: ze zingt mooi, maar het materiaal is kut.'

Na de clash met Adèle hing haar vroegere vriend Ischa Meijer aan de lijn met het aanbod om voor haar te schrijven. Maar ze had al een geheim nummer genomen om van het gelazer met de roddelbladen af te zijn. 'Ies heeft het wel vaker aangeboden, maar als iemand niet meer dichtbij is, lukt het hem niet zo. Dus in die valkuil stap ik niet meer. Een paar jaar geleden heeft hij ook beloofd een tekst te schrijven, maar dat bleek op het nippertje niet te lukken. De wil is goed, maar 't komt er niet meer van. Willem Wilmink had binnen de kortste keren een mooi lied voor me gemaakt.'

Bij de première in Gouda was er een gek die om alles lachte. Nou hou je op, zei ze. Applaus, niet te kort. Maar het lachen bleef. 'Degene die er naast zit, mag nu knijpen': dat hielp. Anders dan ooit in Oss, waar de zaal totaal niet reageerde. 'Een amorfe plak van verschrikkelijke mensen, 't was bijna beledigend! Heb ik tegen de directeur gezegd. Pikte ie niet. Lik me reet. Mocht ik niet meer komen. Maar toen 't programma met Adèle in de aanbieding lag, werd m'n kantoor gebeld. ''Moeten we Jenny vragen, we weten niet of Jenny wel naar Oss wil'', zeiden ze daar. Terecht. Hoefde niet meer. Pats, hoorn op de haak. Héérlijk'

De liefde gaat voorbij, zong ze vorige week in sociaal cultureel centrum De Naald te Naaldwijk; na afloop was er een ongelukkig lopende man die in de motregen een vrouw in een karretje voortduwde en beiden waren ze in dat lied, in Arean. Ze reageert vertederd. Maar De Liefde? 'Wat mij betreft nul', reageert Arean bij onze eerste ontmoeting in een Jordaancafé. Ze kijkt dwars door me heen. 'Al heel lang. Dat moet gewoon zo even blijven.' Het glas jus d'orange komt met een klap neer.

Wie heeft er nog lange adem in relaties? 'Mijn grootouders hadden een rampenhuwelijk, totdat ze allebei stokoud waren en gingen tortelen. Je kon die zondagmiddagen uitschilderen, met oma eindeloos in de keuken en de deuren van de mooie kamer open die doordeweeks altijd gesloten bleven. De haard aan, opa met sigaar. . . o, dat ze weer lief met elkaar waren.'

Zelden was ze zo'n blij kind als toen haar ouders uit elkaar gingen. Ze was zeven en haar vader sloeg heel hard. 'Mij niet hoor. Hij was lief voor kind en dier.' Op z'n veertiende weggelopen, met het circus mee. Een intelligente man die ten slotte kelner werd. 'Hij kon het leven niet echt aan, de talenten die hij had zijn nooit aan bod gekomen. Hij kon heel leuk schrijven, was gek met circus.'

Voor heimwee naar haar kindertijd is geen reden. Een moeder die wegliep. Een pleeggezin. Een oma, als Artikel 31-gelovige in Gelderland zwanger geworden van een roomse dagloner en dus samen met haar vrijer onder bedreiging van mestvork van het erf verjaagd. Bij oma in Amstelveen kon ze kikkervisjes vangen, op haar buik aan de slootkant liggen kijken naar de futen die zwemles kregen. In het gesticht voor moeilijke meisjes zag ze hoe woeste Rotterdamse meiden door hun broers ontvoerd werden. Op de christelijke nijverheidsschool ('ik kon niet leren') leerde ze vies koken en voorwereldlijk wassen, met de muts op.

In de hoogtijdagen van de woningnood sliep ze vier jaar lang op een kampeerbed in de keuken van een boordevol Amsterdams pension, haar moeder had de achterkamer en een nieuwe man. Een lieve man. In de voorkamer en de alkoof resideerde een voluptueuze matrone met een klein kaal kereltje dat in de haven werkte waar hij geen tantième vergaarde, maar tjem-tjem. 'Daar kochten ze weer een bijzettafeltje van. De hele woning was dichtgemetseld met bijzettafeltjes die kunnen jongen en als Wil met Frans vrolijk ging wippen, moest bij ons de radio aan, anders kon je door het bordkarton heen meegenieten.'

Met een vriendin zong Jenny het Wolgalied en de hele buurt zette de ramen open. Nu kan ze er hilarisch over vertellen en er zo hard om lachen, dat de cassetterecorder bijna op tilt slaat. Maar dan moet de recorder uit. Er zijn persoonlijke zaken waarover je niet spreekt. 'Niet, niet, niet', zegt ze met verstikte stem. 'Daar heb ik recht op, toch?' Een roffel op de cafévloer, richting toilet.

Maar met haar dochter Myra is ze goed, heel goed. De puberteit een hel, veel schreeuwen en schelden tegen mekaar, godallemachtig, je kan ze met de kop door de muur rammen bij tijden. 'Ze kreeg een baantje bij een pizzeria om d'r vakantie in Griekenland te betalen en binnen de kortste keren had ze iets moois met die meneer. Maar ze liet godverdomme door vriendinnen zakgeld ophalen en de vuile was afleveren, omdat ze wel vermoedde dat ik niet echt gelukkig was met de gang van zaken. Kon d'r niks schelen. Per jaar dacht ik: nu houdt ze nog van me, maar wanneer houdt dat op? Eens stel ik haar teleur, daar was ik bang voor. Maar je mag niet ten koste van alles water in de wijn gooien. Dus pappen en nathouwen en d'r bijblijven, want zó doen wij dat dus niet!

'Vroeger dreigde ze wel: ik ga bij het toneel, of bij het toerisme. Ze barst van het talent, kan prachtig zingen en waanzinnig geestig spelen. Op het Montessori-lyceum heb ik haar in stukken gezien, te leuk voor woorden. Een grote realist, die komt wel goed. Maar ze heeft al lang een Griekse vrijer en werkt daar 's zomers in dat restaurantje van hem en dan zie je haar in geen maanden meer. Ze is iemand die het vooral leuk wil hebben. Dat was wel eens lastig, vooral als ik 's nachts doodmoe uit de provincie kwam. Maar als de chaos van de puberteit achter de rug is en je af bent van die vruchteloze gevechten over rotzooi opruimen en afspraken nakomen, dan blijft de indruk hangen van een wilde tijd - gezellig met al die pubers over de vloer - die mij ook nieuwe contacten opleverde.

'Ik heb Myr' alleen opgevoed toen Huib en ik na tien jaar huwelijk uit elkaar gingen. Myr' was tweeënhalf. Ik heb het beter gedaan dan m'n ouders. Ze is nou 23 en de manier waarop ze met mensen omgaat, de conclusies die ze trekt, hoe ze over de dingen nadenkt: meesterlijk, daar ben ik zielsgelukkig mee.'

OP MIJN veertiende ben ik gaan werken in de huishouding. Vanaf m'n vijfde zong ik. Mijn moeder was chansonnière. Zong prachtig. Wilde ik ook.' Ze auditeerde bij Wim Kan, werd aangenomen. Ze ziet zichzelf nog voor de NCRV-camera dansen met van die mouwtjes, omdat blote armen niet mochten. Zoete liedjes met Jacco van Renesse, Willy van Hemert die musicals voor het duo schreef. Judy Garland was Het Idool. 'Een beetje dikkig kind van dertien was ze met een stem van iemand die het leven al in d'r binnenzak had zitten. Het is niet goed met haar gegaan, je kon dat toen al horen aan die onwaarschijnlijke dramatiek in die stem. Hartverscheurend vond ik dat.'

Een theaterleven later voert ze in haar show de voorzitster van de denkbeeldige Jenny Arean-fanclub op die zeepjes met Jenny Arean er op distribueert. 'De zeepjes worden almaar kleiner, maar mijn hoofd jammer genoeg niet.' Heren-fans dienden zich reeds aan in ettelijke brieven. Konden zo goed koken. 'Doe me een genoegen, de beuk d'r in' Van al die feministische tuinbroeken die afkwamen op haar eerste soloprogramma 'Gescheiden vrouw op oorlogspad' werd ze ook niet warm of koud. 'Flink word ik gevonden in die kringen. Maar nou moet ik even vreselijk plassen.'

Twee dagen dagen later zitten we aan de thee ('drinken is drinken, één glaasje vind ik niks'), de tol van ouder worden is dat niet alleen na afloop van een voorstelling de kroeg thans gemeden wordt. Een aanstekelijke lach ('als je vindt dat ik me daarachter verschuil moet dat je zelf weten, maar ik heb 'em van harte'), is gauw aangedaan. 'Die geëmotioneerdheid komt snel, daarom ben ik bang voor interviews. Dat wat pijn doet moet je met rust laten, dan voel je 't minste.' Eens in de twee weken een psychiater, ja. 'In de verte een warme hand in je rug zal ik maar zeggen.'

Ze vertelt hoe de acteur Siem Vroom door de ziekte ALS werd getroffen. 'Je moest er niet aan denken dat hij van z'n enge trapje flikkerde.' Met Onno Molenkamp besloten dat hij moest verhuizen. Hij kon bij een bevriende huisarts intrekken. 'Ik deed hem een keer per week in bad, zijn leven als absolute Einzelgänger veranderde. Er kwamen kinderen bij z'n bed, dronken mensen in de keuken, fantastisch. Siem's laatste rol was Socrates, hij kon toen al niet meer lopen. Ik knipte z'n Socrates-baard, want ondanks de aftakeling moest de façade blijven. Toen hij was opgebaard, lag de poes op z'n kist. Mooi hè?'

Veerkracht is Arean's handelsmerk. Vrouw alleen, een paar flinke optaters gehad en niettemin de uitstraling van een sterke persoonlijkheid, niet klein te krijgen. 'Ik denk dat ik als kind onbewust heb besloten om me niet te laten ondersneeuwen' zegt ze bedachtzaam. 'Aan bepaalde waarden mag niet getornd worden, zoals houwen van en vertrouwen. Dan verlies je niemand, in ieder geval niet je kind. Dat was m'n grootste angst, m'n kind te verliezen. Dat had met m'n eigen geschiedenis te maken. De trots als je een kind krijgt, slaat nergens op. Het vreselijke van het leven is dat mensen gewoon kinderen krijgen, hele volksstammen zouden dat van mij niet mogen.'

Om haar heen in de Amsterdamse Jordaan wordt driftig CD gestemd, en wie bij de bakker of in de kroeg roept 'd'r mot wat gebeure', maar ik ben geen fesist' snoert ze de mond met 'lul, doe dan wat anders'. Die gezellige Jordaan. In haar straat geldt sinds enkele maanden betaald parkeren, het aantal geparkeerde auto's daalde flink. 'Ik sta een paar maanden geleden met een van de Gebroeders Flint bij de groenteman, er lag sneeuw, alles was wit en beeldig. Komt de vrouw van de dierenwinkel binnen en zegt ''Só ongesellig'' We kijken mekaar aan en ik zeg: ''Da's waar hoor, het was schitterend met al dat blik.'' Vroeger toen er nog geen auto's waren, toen was het pas lelijk op straat!

'Hoe mensen zichzelf verneuken in optima forma. So ongesellig, schitterend.' Kan zo in haar programma, die scène.

Een Amsterdamse straatruzie na een aanrijding had ze prachtig beschreven gezien door een Parool-columnist. 'Zo'n tafereel, daar wilde ik wat mee doen voor m'n programma. Pal daarop lees ik dat Theodor Holman, want hij was het, met een paar anderen 's nachts voor het raam van Adriaan Venema, die z'n zelfmoord had aangekondigd, had staan zingen: ''Komt er nog wat van.'' Toen heb ik van mijn voornemen afgezien. Dronkenschap is voor zoiets walgelijks geen enkel excuus, flikker op.'

Toch maar witte wijn. In haar boekenkast staat Adolf Hitler's Mein Kampf naast Presser en daar leest ze wel eens in, zegt ze. 'De tijden roepen dat op, tenminste bij mij wel. Toch griezelig dat mensen niet veranderen?' Ze imiteert het gedempte stemgeluid van de handelaar in tweedehands boeken die haar telefonisch kwam melden dat ze het gevraagde boek tegen betaling van 110 gulden kon komen afhalen en, als er tenminste op dat moment geen andere klanten in de zaak waren, ze zonder de titel te noemen, moest zeggen: ik kom voor het boek. 'Het was discreet in bruin papier gewikkeld.'

Moeiteloos rolt ze van de ene imitatie in de andere.

Toen de wasmachine stuk was, kwam er een roje jongen met sproeten en een Twents accent plus liefde voor z'n vak. 'We raakten aan de praat, hij had vroeger in de verpleging gewerkt. En wat blijkt, hij heeft m'n oma afgelegd. Dat vind ik wel een cadeautje van het lot, vind je niet?'

Zelf heeft ze een chirurg ervan afgehouden om oma's been te amputeren. ' ''Dan kan ze beter dood'', zei ik.' In het verpleegtehuis had haar oma anderhalve dag liggen gillen. ' ''Ze slaan me kind, ze slaan me.'' Of het gebeurd is weet ik niet, ze bezwoeren van niet. Ik kreeg haar kalm. We keken uit over de bevroren vijver waar een bijt in gehakt was. Ze zei: ''Kijk, de meeuwen paren met de waterhoentjes.'' Ik zei: ''Nee, de meeuwen duiken op het voer.'' Maar ik dacht: dit is de apocalyps, voor haar is alles in de war. Toen ze een uur later het bordje van de broodmaaltijd kwamen ophalen, is ze geknakt boven dat bordje gevonden.'

Zelf ziet ze zich niet als Mary Dresselhuys tot het bittere einde doorgaan. 'Reizen is een hel.' Ambities? Ach, zat er maar een financiële klapper aan te komen. Voor een lekkere ouwe dag. Want tussen de shows door grijnst de WW.

Op advies van een bevriende bankdirecteur stopt Arean soms wat geld in haar privé-stichting die de naam Godzalmijbewaren draagt. 'Want ja, ik ben geen atheét, ik ben aan alle kanten ingedekt. De AOW zal tegen mijn tijd wel op zijn. Dan moet ik bedelend aan de kant gaan zitten. In een leuke windloze stek, een prettig portiek.'

Misschien in de Leidsestraat, waar ze God zag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden