Pillen, praten of hardlopen

Duursporten helpt tegen een burn-out. Maar om hardlopen een therapie te noemen, is ook weer zo wat. Door Tjerk Gualthérie van Weezel..

Ik ben al jarenlang in therapie. Ik weet het alleen pas sinds twee maanden, toen ik het boekje Runningtherapie van psychiater Bram Bakker (45) en fysiotherapeut Simon van Woerkom (39) in handen kreeg. ‘Ook voor iedereen die nog geen burn-out heeft, is dit boek een aanrader’, vermeldt de achterflap. De strekking is simpel: aan pillen en praten heb je bar weinig. Therapeutisch hollen, is de oplossing voor al uw problemen.

Die strekking stond me tegen, het woord ‘runningtherapie’ trouwens ook. Waarom moest hardlopen, dat ik geregeld doe, nu weer therapie genoemd worden? Het kwam me hyperig voor. Bram Bakker, die we kennen van het tv-programma Bureau Ambitie, en niet onder stoelen of banken steekt dat hij graag de Dr. Phil van Nederland wil worden, probeert vast mee te liften op het enthousiasme van de schare die wekelijks de hardloopschoenen aantrekt, dacht ik.

Maar stiekem wist ik ook: ze hebben gelijk. Als het sporten er een paar weken bij is ingeschoten, begin ik slechter te slapen. Gedachten blijven een nacht lang door mijn hoofd spoken. Dan weet ik: morgen moet ik rennen.

Ik ontmoet de schrijvers van het boek en twee van hun patiënten, Klaas Bottelier (35) en Marcel Janssen (48), in een fitnesscentrum in Amstelveen. Het is de dag na de halve marathon van Egmond, waar Bram Bakker al jaren van de partij is. Het was zwaar gisteren. Bakker: ‘De wind op het strand stond keihard tegen.’

Al 25 jaar rent Bakker en het bleek hem meer op te leveren dan een goede conditie. ‘Ik heb geen ADHD, maar kan wel goed spanning opbouwen. Die spanningen raak ik kwijt als ik ga rennen. Als psychiater interesseert mij dat natuurlijk. Hoe werkt het? Zou je het ook bij behandelingen kunnen gebruiken? Ik zie het als een manier om balans te brengen in het leven, dat we de afgelopen decennia steeds meer denkend en zittend achter computers zijn gaan doorbrengen.’

Het is al meer dan twintig jaar bekend dat duursporten, dus niet alleen rennen, een positieve invloed heeft op het brein. Zo slapen mensen die gesport hebben beter, dieper en met minder verwarrende dromen. Ook komen er tijdens de inspanning stoffen vrij, zoals dopamine, die je een goed gevoel geven en maken dat je actiever wordt.

Toch komt sport in de psychiatrische behandelrichtlijnen niet voor. Er zijn wel psychiaters, zoals Bakker, die hun patiënten aanraden te gaan sporten en er zijn zelfs therapeuten die met patiënten gaan lopen, maar dat is hobbyisme. Niets structureels. Ook in de anamnese die huisartsen afnemen als zij een sombere en futloze patiënt voor zich krijgen, wordt niet naar beweging gevraagd. Een pil is vaak het antwoord. Nederland kent 1 miljoen gebruikers van antidepressiva.

Bottelier was een van hen. Hij heeft al meer dan zes jaar last van zware depressies en angststoornissen en heeft in die periode vele behandelingen ondergaan, tot elektroshocks aan toe. Niets hielp echt. Hij verloor zijn baan. Maar zelfs in de diepste dalen bleef hij in de weekeinden voetballen. ‘Omdat ik mensen wilde blijven zien, maar ik realiseerde mij ook dat ik me beter voelde door de inspanning.’

Sinds enige tijd is hij op aanraden van Bram Bakker gaan fietsen, want ‘hardlopen is niet echt mijn ding’. Sport als remedie is een fundamenteel andere benadering van de ziekte, zegt hij. ‘Bij een pil zit je thuis weken te wachten, in de hoop dat het beter gaat. Als je sport, ben je actief met je kwaal bezig. Je voelt je bovendien minder afhankelijk.’

Het gaat beter met Bottelier, die de Stichting Dalen en Pieken heeft opgericht om beweging als remedie tegen depressie onder de aandacht te brengen. Het doel is om dit jaar op zijn fiets honderd pieken beklimmen. ‘Ik begin rustig met de Cauberg in Limburg en eindig met cols als de Mont Ventoux in de Alpen.’ Hij wil op zijn site verslag doen van de beproevingen. Dus ook als het tegenzit en hij er totaal geen zin meer in heeft, zegt hij nadrukkelijk.

Ik begrijp wat hij bedoelt. Want is het niet heel vreemd, vraag ik de vier mannen, dat je weet dat sporten goed is en dat je na afloop jezelf goed zult voelen, maar dat je er tevoren enorm tegenop kunt zien. Ikzelf heb al vele zaterdagochtenden mijn sportkleren aangetrokken om ze ’s avonds weer onbezweet en schuldbewust uit te trekken. Hoe moet dat dan zijn voor iemand met een depressie?

Dat kan inderdaad heel zwaar zijn, zegt Janssen. Hij is manisch-depressief en rent wekelijks een aantal keer door de bossen bij Nijmegen. ‘In de winter is het natuurlijk moeilijker je ertoe te zetten dan in de zomer, maar ik heb geleerd dat het oké is als je een dagje spijbelt, mits je dan maar wel de volgende dag gaat. En als het een tijd niet lukt, ga ik langs bij de praktijk van Simon om daar op de hometrainer te lopen.’

Het is één van de belangrijkste onderdelen van de runningtherapie, vertelt Bakker, om mensen ook daadwerkelijk aan het rennen te krijgen. ‘Veel beginnende hardlopers stoppen weer vrij snel, omdat ze zich ervoor schamen in zo’n pakje door de wijk te rennen, of ze krijgen spierpijn, of het regent, en al snel liggen de hardloopschoenen weer ongebruikt in de kast. Tijdens de runningtherapie leren we hoe je een training opbouwt, hoe je blessures voorkomt, maar bovenal is het een manier om patiënten ook daadwerkelijk te laten sporten. We verlagen de drempel. Vaak gaan we in groepen, dat is een stok achter de deur en iedereen motiveert elkaar weer.’

Maar er zijn ook mensen, zoals Janssen, die liever alleen lopen. Bakker: ‘Dat kan ook, zolang mensen zich uiteindelijk aanleren om te gaan rennen. Ook al blijft het voor sommigen altijd corvee.’

Een ander belangrijk onderdeel van de runningtherapie is naar je lichaam te leren luisteren , zegt Van Woerkom. ‘Ik laat iedereen geregeld met een hartslagmeter lopen. Die moet niet lager zijn dan 135 en niet hoger dan 165. Vooral bij patiënten die een burn-out hebben, zie je nog wel dat ze veel te hard willen gaan. Hun probleem is natuurlijk ook dat ze geen maat kunnen houden. Maar bij therapeutisch rennen staat de prestatie niet voorop.’

Dat is ook één van de verschillen tussen runningtherapiegroepen (te vinden via runningtherapie.nl) en hardloopclubs. Het draait niet om competitie. Van Woerkom: ‘Als je ineens zeven keer per week gaat rennen en ook nog elke keer harder wil, is dat geen remedie tegen burn-out. Integendeel.’

Runningtherapie is dus vooral een stok achter de deur, een afspraak om te gaan sporten. Dat klinkt al een stuk aantrekkelijker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.