Pillen hoeven niet absurd duur te zijn

Voet bij stuk houden helpt kennelijk toch om de muren van Big Pharma te slechten.

Ruim twintig keer al zaten de prijsonderhandelaars van het ministerie van Volksgezondheid de afgelopen jaren om de tafel met fabrikanten van dure medicijnen en altijd lukte het ze om de prijs naar beneden te krijgen. De gesprekken duurden soms langer dan een jaar, maar of het nu om de beruchte duizend-dollarpil ging tegen hepatitis of om een veel te prijzig middel tegen borstkanker, het kwam altijd goed.

Maar toen, op een maandagmiddag in oktober, maakte het ministerie bekend dat er voor het eerst geen akkoord kon worden gesloten. Vertex, de fabrikant van een duur medicijn tegen taaislijmziekte, wilde niet genoeg in prijs zakken. Na anderhalf jaar van stugge onderhandelingen, die tussentijds ook nog eens waren afgebroken, besloot minister Schippers om het medicijn orkambi niet vanuit het basispakket te vergoeden. Er stak een storm op: woedende patiënten in krant en op tv, de patiëntenvereniging dreigde met een rechtszaak, artsen roerden zich en Schippers moest in de Kamer uitleg komen geven. Waar ze zich fel verweerde en de machtspositie van de fabrikant hekelde: 'Laten we ons chanteren?' Ze was bovendien voor het eerst open over de prijs die ze wilde betalen, een onderwerp dat normaal gesproken geheim blijft: 46 miljoen was haar eindbod, voor 750 patiënten. Het bedrag dat Vertex verlangde, 170 duizend euro per patiënt per jaar, moest zakken naar 60 duizend euro per patiënt. De fabrikant weigerde.

Twee weken later, op de laatste dag van haar ministerschap, kwam de deal alsnog rond. Voet bij stuk houden helpt kennelijk toch om de muren van Big Pharma te slechten. En dat is misschien goed nieuws voor alle onderhandelingen die nog komen. 'Dit gaat niet het laatste debat worden', voorspelde Schippers de Kamerleden. 'Er komt een reeks aan medicijnen achteraan waarbij we voor hetzelfde dilemma zullen staan.'