Pijn is fijn

Loop een willekeurig park in en je ziet overal mensen puffen en bewegingen maken met militaire allure. Bootcamp, oftewel iets te zwaar sporten onder leiding van een trainer/drilsergeant, is populair. Wij probeerden het uit.

'Het is niet de bedoeling dat jullie zometeen de hele week niet kunnen lopen van de spierpijn', zegt trainer Michiel tijdens de warming-up. Vreemde opmerking, denk ik, terwijl ik met de andere deelnemers aan deze bootcamp, staand in een grote cirkel, een warming-up doe. Van boodschappen doen is het ook niet de bedoeling dat je een week niet kunt lopen van de spierpijn, maar in de supermarkt krijg je die waarschuwing dan ook nooit. De woorden van Michiel kunnen maar één ding betekenen, vermoed ik: de spierpijn zal hels zijn.

Deze maandagavond hebben zich ruim twintig deelnemers verzameld op de parkeerplaats aan de rand van de Leidse professorenwijk. Driekwart van hen bestaat uit 35-plus mannen met mild tot wat minder mild overgewicht, de rest uit vrouwen van dezelfde leeftijd. Zij zien er zonder uitzondering behoorlijk afgetraind uit. Organisator van de avond is Caspar Halfmouw, een vriend uit Leiden die het fenomeen bootcamp ruim twee jaar geleden bij mij introduceerde. Het kleine clubje vrienden waarmee hij toen begon, is flink uitgedijd. Zelf heb ik uitnodigingen om ook een keer mee te doen, tot nu toe altijd afgewimpeld. Ik sport veel en graag, maar het woord bootcamp heeft op mij niet de juiste uitwerking. Onwillekeurig denk ik aan legerofficieren die hun ondergeschikten toeschreeuwen dat ze nog 267 push-ups moeten doen. Bij 'bootcamp' denk ik aan Shaun T, de gebeeldhouwde fitnessinstructeur die ik regelmatig op tv zijn insanity-fitnessprogramma zie aanprijzen. Terwijl zijn leerlingen met van pijn vertrokken gezichten zijn adembenemende tempo van oefeningen proberen bij te houden, schreeuwt hij dingen in hun oren als: 'Ik ben hier niet om je pijn te doen, ik wil je beter maken, nóg beter.' En: 'Go go go, nog even, volhouden, volhouden, je bent er bijna.' Een gemiddelde bevalling is er niets bij.

Nu ik van steeds meer mensen om mij heen - van huisvrouwen tot jonge moeders, van sportdwazen tot notoire drankorgels - hoor dat ze wekelijks bootcampen en dat dat zo ontzettend fijn en lekker is, heb ik me toch maar bij Caspar gemeld. Zijn bootcampclub is in korte tijd zo hard gegroeid dat hij de trainingen tegenwoordig overlaat aan professionele instructeurs van Train4Life. Michiel is één van hen.

'Kennen jullie Tabata?', vraagt hij. 'Hij was een Japanner die een specifieke trainingsmethode heeft ontwikkeld, die wij ook gaan gebruiken: high intensity intervaltraining.' Na een korte stilte, zegt Michiel met een grote grijns: 'Tabata is overigens inmiddels dood'. In de vijftien minuten die volgen, blijkt Michiel zo'n kwaaie nog niet. De oefeningen van Tabata (snelle series sit-ups, push-ups, diepe kniebuigingen, sprongen op de plaats en combinaties van die vier met steeds slechts tien seconden rust tussendoor), hebben het Nederland in beweging-sfeertje van het eerste kwartier warming-up weliswaar abrupt beëindigd, maar de keiharde drilsergeant voor wie ik hem even hield, is Michiel niet. Hij geeft tips over de juiste houding en manier van bewegen. Meer dan eens benadrukt hij dat iedereen vooral zijn eigen tempo moet volhouden. Naarmate het kwartier 'Tabata' vordert, wordt het allengs stiller in de groep. De invallende schemer wordt omlijst door ons gehijg, gepuf en gekreun.

Op het moment dat het eind van mijn Latijn behoorlijk in zicht komt, zegt Michiel dat we het gas erop gaan gooien. Hij doet uitgebreid de oefeningen voor die we gaan doen: burpees en gecko-pushups. Bij de eerste laat je jezelf uit stand, via een hurkzit naar push-up-houding 'vallen', om na een push-up via de hurkzit en een sprong omhoog weer op beide voeten terecht te komen. Bij de tweede beweeg je tussen elke push-up door afwisselend je linker knie naar je linker en je rechter knie naar je rechter oor. Als Michiel het voordoet, ziet het er simpel en soepel uit, op het moment dat ik het zelf probeer, voel ik mijn lichaam aan alle kanten piepen en kraken. Tijd om uit te rusten is er niet, want tussen elke serie burpees en gecko's door sprinten we 100 meter naar de trap van een aan het plein gelegen schoolgebouw om de 50 treden daarvan op en weer af te rennen. Na een minuut of tien wil ik niets anders meer dan op de grond liggen, water drinken en uithuilen bij mijn moeder.

Een half uur later, na ruim een uur bootcampen in de frisse buitenlucht en een aansluitend loopje ter afkoeling, voel ik mij echter voldaan. De tip van Michiel om vooral mijn eigen tempo aan te houden, heeft me gered. 36 uur later heb ik een geheel andere kijk op die kwestie. Op dinsdag is de spierpijn nog dragelijk, maar het eerste wat ik woensdag hoor, als ik probeer mijn bed uit te komen, is de stem van Michiel: 'Het is niet de bedoeling dat jullie straks... et cetera.' Ik heb het gevoel dat alle spieren en pezen in mijn buik zijn losgescheurd van de plekken waar ze normaal aan vastzitten. Mijn bovenbenen voelen zwaar gekneusd en het lijkt alsof iemand langdurig en hard met zijn vuisten op mijn bovenarmen, ribben en rug heeft geslagen. Pas op de zaterdag daarna is alle pijn weer uit mijn lijf.

In de weken die volgen, besluit ik nog een paar keer mee te doen. Mijn aanvankelijke terughoudendheid heeft plaatsgemaakt voor licht enthousiasme: de spierpijn was dan wel hels, het gevoel goed diep te gaan en in de buurt te komen van je eigen grenzen, heeft toch ook iets verslavends. Bootcampen is bepaald iets anders dan voor de 134ste keer hetzelfde rondje hardlopen op de inmiddels ingesleten snelheid of week na week hetzelfde rondje maken door de sportschool. Juist de afwisseling maakt het zo zwaar.

Dat blijkt ook op de maandagen daarna. De trainingen worden inmiddels verzorgd door Mark. Was Michiel al niet de kleinste, Mark is het type man dat vermoedelijk dagelijks 24 boterhammen eet bij zijn lunch. Met ei en spek. En hij is eng fit, zo zal snel blijken. Ook Mark begint zijn training met het vaderlijke advies vooral niet te hard van stapel te lopen. 'Je moet jezelf niet naar de klote helpen', roept hij met onvervalst Leidse tongval, terwijl hij stootkussens uit de achterklep van zijn auto uitdeelt. In een lang lint rennen we daarna achter hem aan het park in, met een stootkussen in de hand. Mark blijkt eindeloos creatief te zijn met het bedenken van oefeningen. Een grote berg klinkers langs de kant van de weg, is in zijn hoofd een stapel dumbbells. En met dumbbells kun je oefeningen doen. Voor we er erg in hebben, zijn we een half uur in de weer met klinkers in onze handen. Eigenlijk ziet Mark in alles gewichten waarmee je oefeningen kunt doen. Na de niet veel goeds belovende woorden: 'En nu gaan we een échte killer doen', legt hij zijn volgende plan uit. Iedereen in de groep moet 'een maatje' zoeken en hem of haar op vijf verschillende manieren optillen om vervolgens - met je maatje op je rug, in je armen, om je nek, over je schouder et cetera - steeds tien stappen te doen. Een stel dat een hond uitlaat in het park aanschouwt het tafereel met een mix van verbazing en plezier.

Hoewel ik mij niet kan herinneren dat ik in mijn jeugd met buurjongens over mijn rug door de buurt rende, krijg ik tijdens het bootcampen regelmatig allerlei gelukzalige herinneringen aan de eindeloze zomeravonden van mijn jeugd. Spelend, hutten bouwend, rennend, klotend, op 'het landje' naast ons huis waren we avond na avond weg van de wereld. Gelukkig is daar altijd Mark om aan die mijmeringen een resoluut eind te maken. Een schijnbaar eindeloze reeks oefeningen in hoog tempo volgt: push-ups, burpees, push-ups, squats, series stoten op het bokskussen uiteraard afgewisseld met push-ups, een berenloop op handen en voeten, burpees, sit-ups, een serie sprints, sit-ups, stoten. In de pauzes van pak 'm beet tien seconden die steeds tussen de oefeningen zitten, heb je net tijd om je handen een keer op je knieën te zetten en je lichaam een paar tellen rust te gunnen. Ik probeer me te verplaatsen in de jongens die langslopen met hun vishengels en -koffers. Die moeten denken dat we drugsverslaafden zijn, delinquenten, of anderszins onhandelbaar en daarom nu deelnemers aan een programma dat ons van ons probleem moet afhelpen. Na de zoveelste 'killer' sta ik te trillen op m'n poten, maar ergens voelt het ook heerlijk: buiten spelen voor gevorderden.

Mark roept ons nog een keer bij de les, voor een laatste oefening. 'Ga allemaal op het stootkussen zitten dat je in je hand hebt', roept Mark. Zijn stem is van betonstaal. 'Dat kussen is een vent. En die vent heeft je dochter wat aangedaan. De laatste anderhalve minuut van vandaag mag je helemaal los. Alles mag: slaan, kopstoten, elleboogstoten. Drie, twee, een: go'. Om mij heen beginnen 25 mannen en vrouwen als dwazen op de kussens te rammen waarop ze zitten, de vrouwen zo te zien met iets meer gêne dan de mannen.

Met het verstrijken van de weken, stel ik vast dat de spierpijn er niet veel minder op wordt. En toch zou dat bootcampen best eens een blijvertje kunnen zijn. Op zomaar een dinsdagavond, wanneer ik normaal vaak ga hardlopen,vind ik mezelf terug in het park om de hoek van mijn huis, terwijl ik oefeningen sta te doen waarvan ik een maand geleden het bestaan nog niet kende. Dat twee rokende pubers op een bankje in de verte waarschijnlijk denken dat ik ben ontsnapt uit een inrichting, neem ik op de koop toe.

Doe de Burpee

De burpee is de moeder aller bootcampbewegingen. Bij een burpee laat je jezelf uit stand, via een hurkzit naar push-up-houding 'vallen', om na een push-up via de hurkzit en een sprong omhoog weer op beide voeten terecht te komen.

Bootcamptrend overgewaaid uit VS

Oefeningen die van oorsprong werden ontwikkeld om militairen fit en gezond te houden, werden in de VS al rond 2000 door de fitnessbranche opgepakt; eerst in Los Angeles, later in de gehele VS. Nadat het bootcampen eerst was overgewaaid naar Engeland was vervolgens ook Nederland aan de beurt. Nadat ze er iets over had gelezen in een Amerikaans fitnesstijdschrift begon Barbara den Bak al in 2009 met de eerste bootcamplessen in het Gooi. Samen met Ramses Jedeloo is ze nu eigenaar van The Bootcamp Club, een franchiseorganisatie die inmiddels wekelijks bootcamps organiseert op 150 locaties in Nederland. Naast deze franchiseformule stikt het in Nederland van de kleinere en minder kleine bootcamporganisaties. Bij de Kamer van Koophandel alleen al zijn ruim 150 organisaties ingeschreven die bootcamps organiseren. Namen variëren van Ada's BootCamp (ABC) en Bridal Bootcamp tot Bootcamp Almere en Bootcamp Maffia.

Een exacte definitie van wat een bootcamp is, is er niet, maar er zijn overeenkomsten tussen de vele verschillende verschijningsvormen. Bootcamps vinden vrijwel altijd buiten plaats, in groepsverband en onder leiding van een instructeur. Meestal worden cardio-oefeningen afgewisseld met krachttraining, waarbij het eigen lichaam vaak als enige 'gewicht' wordt gebruikt.

Ook precieze cijfers over het aantal mensen dat in Nederland actief en regelmatig deelneemt, zijn niet voorhanden, maar de groeicijfers die Ramses Jedeloo van The Bootcamp Club oplepelt, geven een aardige indicatie. Bij de start in 2009 op vier locaties had zijn organisatie wekelijks 300 vaste deelnemers. In ruim drie jaar tijd is dat aantal gegroeid tot 26 duizend op 150 locaties in het land.

Het succes van bootcamps kent volgens Jedeloo meerdere oorzaken. 'Mensen zitten al de hele dag binnen dus willen ze, wanneer ze gaan sporten, naar buiten.' Dat iedereen op zijn eigen niveau kan meedoen, helpt ook. 'Het is een geen teamsport, maar wel een groepssport. Dat motiveert. Instructeur Michael Kortekaas van Train4Life, dat bootcamps aanvult met persoonlijke online coaching en training, denkt dat ook de

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden