Piepend en knarsend liep Balkenende vast Uitgelicht Uitgelicht

De acht jaren van Balkenende waren zeer rumoerige jaren. Vaak werd hem gebrek aan leiderschap verweten. Drie keer viel zijn kabinet. Maar wat wist hij, ondanks alles, te bereiken? Een evaluatie van het tijdperk-Balkenende.

Het was de laatste troefkaart die Jan Peter Balkenende speelde in de verkiezingscampagne: 'Nederland staat er veel beter voor dan toen ik in 2002 aantrad.' Nadat de CDA-premier de hypotheekrenteaftrek tot breekpunt had verklaard, Mark Rutte asociaal beleid had verweten en had gewaarschuwd voor de spendeerdrift van Job Cohen, probeerde hij de kiezers met de moed der wanhoop van zijn verdiensten te doordringen.


Want had hij niet gedaan wat hij zei in 2002, bij zijn aantreden, toen hij het volk beloofde dat hij het land zou gaan besturen volgens de 'Rotterdamse aanpak': handen uit de mouwen, geen woorden maar daden? Jazeker, vindt hij zelf, nu zijn allerlaatste uren in het Torentje zijn aangebroken. Hij mag graag wijzen op de relatief lage werkloosheid in Nederland, de overheidsfinanciën die vooralsnog de storm van de kredietcrisis goed hebben doorstaan, het feit dat Nederland een paar keer mocht aanschuiven bij een G20-top en de complimenten die hij in het buitenland in ontvangst mocht nemen.


Maar is dat voldoende om Jan Peter Balkenende een mooi hoofdstuk in de geschiedenisboeken te bezorgen? Zal hij worden herinnerd als de minister-president die grote hervormingen tot stand bracht op de arbeidsmarkt, in de zorg, op de woningmarkt? En zullen die resultaten voldoende zijn om in de beeldvorming uit te stijgen boven dat andere, dominante beeld: dat van de premier die op cruciale momenten een gebrek aan leiderschap en regie toonde en zichzelf en zijn kabinetten daardoor keer op keer in de problemen bracht?


De voortekenen zijn niet eenduidig. Dat er sinds 2002 flink wat op de schop ging, is onmiskenbaar. 'De sociale zekerheid is helemaal hervormd. Daar heeft hij zijn belangrijkste bijdrage geleverd: de arbeidsmarkt en de pensioenen', vindt econoom Lans Bovenberg, een partijgenoot van Balkenende. 'De hervorming van de arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO is afgerond, dat is de WIA geworden. De bijstand is overgebracht naar de gemeenten, met een sterke daling van het aantal uitkeringen tot gevolg. De duur van de WW-uitkeringen is verkort, de vut en het prepensioen zijn versoberd, de verhoging van de AOW-leeftijd zit in de pijplijn.'


Allemaal waar, zegt de partijloze Barbara Baarsma van economisch onderzoeksbureau SEO. Maar Balkenende stapte in 2002 dan ook in een bedje dat comfortabel was gespreid door eerdere kabinetten, werkgevers en vakbonden. 'Met name de nieuwe zorgverzekeringswet en de WAO waren voorbereid in commissies en adviezen van de Sociaal-Economische Raad', zegt Baarsma. 'Die maatregelen werden vervolgens genomen in Balkenendes kabinetten II en III, toen de VVD mee regeerde. De zorgverzekeringswet komt toch vooral op het conto van VVD-minister Hans Hoogervorst. In die jaren zijn een paar voorzetten heel goed ingekopt.'


Om te beginnen, de nieuwe Bijstandswet. Die werd voorbereid door Paars II, maar het was VVD-staatssecretaris Mark Rutte die de wet door het parlement loodste. De gemeenten kregen alle verantwoordelijkheid voor de uitvoering en werden verantwoordelijk voor het budget. Het effect was in eerste instantie zeer positief: veel minder bijstandsuitkeringen. Helaas gooide de kredietcrisis in 2008 roet in het eten en nam de toestroom weer toe. Maar dat is niet Balkenendes schuld.


De tweede grote decentralisatie werd losgelaten op de 'maatschappelijke ondersteuning' aan hulpbehoevenden. Ook dat werd een gemeentelijke taak. Zo moesten ze de thuiszorg gaan regelen. 'Dat is een mislukking geworden', vindt Baarsma. 'Het werd goedkoper en efficiënter, maar de gemeenten besteedden het geld dat ze bespaarden aan andere dingen, in plaats van aan betere zorg. Zo werd het een ordinaire bezuiniging.'


Ingrijpende hervormingen lopen in Nederland altijd een stuk soepeler als de sociale partners het eens zijn over de hoofdlijnen. Bij de WAO en de nieuwe zorgwet was dat zo: die ingrepen waren uitgebreid voorgekookt in het middenveld. Veel makkelijker dan menigeen had voorzien, loodste Balkenende II ze door het parlement.


Bij de versobering van de vut en het prepensioen, fiscale regelingen waarmee werknemers vroeg met werken konden stoppen, lag dat heel anders. 'Die kwamen echt uit de koker van het kabinet zelf', zegt Bovenberg. 'Dat plan leidde dan ook meteen tot een aanvaring met de sociale partners.'


In de herfst van 2004 trok de vakbeweging naar het Museumplein in Amsterdam om de verworven rechten te verdedigen: de eerste massademonstratie in jaren. Vooral de arrogante houding van het kabinet-Balkenende II stuitte de bonden tegen de borst. De stemming was uiteindelijk zo slecht dat FNV-voorzitter Lodewijk de Waal weigerde om minister Aart Jan de Geus van Sociale Zaken de hand te schudden.


Maar uiteindelijk ging het prepensioen wél op de helling. 'Balkenende had in die jaren zeker de wind mee', zegt Bovenberg. 'Ook met de personen die hem in het kabinet steunden: minister De Geus van Sociale Zaken en minister Zalm van Financiën. Die steun is heel belangrijk geweest. Maar de premier heeft de kansen die er lagen zonder meer benut. Hij verdient daarvoor zeker de credits.'


Zijn de rapportcijfers over de CDA-VVD-kabinetten Balkenende II en III ook volgens Baarsma nog voldoende, na 2006 was het afgelopen met de hervormingen. De draai naar meer marktwerking in de zorg die onder Hoogervorst was ingezet, kreeg geen vervolg. De nieuwe coalitiepartner PvdA - met de SP hijgend in de nek - wilde geen verdere stappen zetten, en Balkenende kon de zaak niet in beweging krijgen. Het is een van de vele dossiers die piepend en krakend tot stilstand kwamen.


'Toen stopte het, omdat CDA en PvdA elkaar in gijzeling hielden', zegt Baarsma. Vooral het feit dat het Balkenende niet is gelukt om iets aan het ontslagrecht te doen, zit hem hoog, weet Bovenberg. 'De agenda is voor hem niet afgerond. Het ontslagrecht is het ontbrekende deel. De arbeidsmarkt voor ouderen moet beter, en daarbij zijn andere ontslagregels onontbeerlijk. Dat had hij graag afgemaakt, merkte je in de verkiezingscampagne.'


Die mislukking valt de demissionaire premier mede aan te rekenen, vindt Bovenberg. 'Je kunt hem verwijten dat hij geen compromis met de PvdA heeft weten te maken. Daar was echt wel iets te bereiken. De regels hadden best soepeler gekund, in ruil voor meer nazorg door werkgevers voor ontslagen werknemers.'


Zo zijn er meer grote dossiers die Balkenende heeft laten liggen. De woningmarkt springt het meest in het oog. Vanwege de politieke gevoeligheid van de hypotheekrenteaftrek is dat al acht jaar stilstaand water. 'De woningmarkt heeft nooit een hoge prioriteit van Balkenende gehad', zegt Bovenberg. 'Dat had het wel moeten hebben. Mensen verhuizen niet, dat is niet goed voor de doorstroming op de arbeidsmarkt. En het eigen huis zou heel goed als oudedagsvoorziening kunnen fungeren. Een politicus moet uitruil organiseren, in dit geval tussen de huurmarkt en de eigen woning.'


Iedere mogelijke opening op het woningdossier werd door Balkenende en het CDA in de kiem gesmoord. Tijdens de laatste verkiezingscampagne maakte Balkenende er zelfs een breekpunt van - zodat het onderwerp ook in het nieuwe regeerakkoord geen schijn van kans had. Geen beste beurt, zegt Bovenberg. 'Een staatsman zorgt dat hij zekerheid creëert met het doorvoeren van breed gedragen hervormingen. Dat doe je niet met het formuleren van breekpunten.'


Balkenende zal zijn plaats in de geschiedenis vooral danken aan zijn tweede en zijn derde kabinet, waarin hij samenwerkte met de VVD. Eén belangrijke uitzondering is de kredietcrisis, waarin de CDA-premier met PvdA-minister van Financiën Wouter Bos Nederlands grootste banken op de been hield. 'De kredietcrisis was een geschenk voor dat kabinet, omdat het plots daadkracht kon tonen', zegt Baarsma. Even was er een opleving in de moeizame relatie tussen Balkenende en Bos, maar die was van korte duur.


Pas over enkele jaren kan de eindafrekening van acht jaar Balkenende definitief worden opgemaakt. Want de politieke taboes die de premier in zijn laatste jaren opwierp, hebben nu ook het CDA-VVD-kabinet van Mark Rutte in de greep. En zo dreigen de hervormingen die Balkenende niet kon of wilde realiseren ook onder Rutte grotendeels op de plank te blijven liggen - er staat althans niets over in het regeerakkoord: de versoepeling van het ontslagrecht en het in beweging krijgen van de woningmarkt - het nieuwe kabinet gaat er niet mee aan de slag, tot verontwaardiging van zo'n beetje alle economen, van links tot rechts.


Zo werpt Balkenendes defensieve optreden in de laatste jaren al bij voorbaat een schaduw vooruit over het nieuwe kabinet. Het zal in hoge mate aan de daadkracht en het improvisatietalent van Mark Rutte liggen of die laatste jaren de geschiedenis ingaan als het startpunt van de stagnatie.


commentaar Pagina 20


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden