Pieken doe je op een concours

Dit jaar vallen vier belangrijke concoursen voor klassieke muziek in één week. Violiste Rosanne Philippens doorliep alle belangrijke wedstrijden en vertelt wat je eraan hebt.

Ze begint gegeneerd te giechelen, als ze gevraagd wordt naar haar deelname aan het Davina van Wely Vioolconcours, een prijs voor jonge violisten van 15 tot 18 jaar. 'Ik was vijftien toen ik er aan meedeed, en ik speelde wel goed, maar mijn hart zat er nog niet in. Pas een jaar later zou ik muzikaal openbreken.'


Ze won uiteindelijk 'wel een prijs', maar niet de eerste. 'Ik ben een laatbloeier.'


Rosanne Philippens (26) heeft zeker niet te vroeg gepiekt: de violiste geldt op dit moment als jong toptalent. In 2009 won ze de eerste prijs in het prestigieuze Oskar Back Vioolconcours, in navolging van grote Nederlandse violisten als Simone Lamsma, Liza Ferschtman en, lang geleden, Jaap van Zweden. Pas verscheen haar debuut-cd Rhapsody bij Channel Classics, als duo met pianist Yuri van Nieuwkerk, door de Volkskrant met vier sterren beloond. Aanstaande zondag staat ze met van Nieuwkerk samen in de finale van Dutch Classical Talent (DCT), een belangrijke vakprijs voor jonge professionele musici.


Het muzikale kwartje viel onaangekondigd. Ze was 16 en speelde een romantische sonate van Brahms, tijdens een muziekcursus in de Zwitserse Alpen. 'Ik stond te studeren en opeens barstte ik open. Mijn lichaam en mijn spel kwamen voor het eerst echt samen. Ik móét deze noot spelen, voelde ik, mensen moeten het horen!'


Jaren later won ze bij het Oskar Back niet alleen de eerste prijs, maar ook de prijs voor het beste duo (met Van Nieuwkerk), en voor de beste vertolking van een opdrachtcompositie; alles wat je kon winnen. 'De jury was geraakt door mijn spel, zeiden ze. Uiteindelijk is het belangrijkste dat je in de muziek iets communiceert, dat je over jezelf vertelt. Dat is ook op een concours belangrijker dan technische perfectie.'


Philippens heeft in haar jeugd netjes het rijtje concoursen afgewerkt dat Nederland biedt. Ze begon heel jong met spelen, ze was drie. Op haar 8ste deed en won ze haar eerste wedstrijd, het Interprovinciaal Muziekconcours (IPMC), een jeugdconcours. In 1998 won ze bij de Iordens Viooldagen een masterclass. 'Herman Krebbers (beroemde Nederlandse violist, red.) zat in de jury, en zei streng: 'Het komt helemaal goed met jou, maar je moet harder studeren.' Ik was nog niet ambitieus genoeg.' In 2001 volgde een derde prijs op het Prinses Christina Concours (zie inzet), twee jaar later deed ze het Van Wely.


Bij de meeste jonge violisten is het de docent die voorstelt om aan een concours mee te doen, enkele ambitieuze ouders daargelaten. Philippens had van haar 11de tot haar 18de les van Coosje Wijzenbeek, de pedagoge die vrijwel alle bekende violisten van dit moment heeft lesgegeven. 'We gaan het Van Wely doen', zei Coosje op een gegeven moment. Ze zei echt 'we', je doet het samen. Je studeert met je docent een van te voren vastgesteld repertoire in, je doet try-outs. Het is leerzaam om daar naartoe te werken. Belangrijker dan het concours zelf - dat is vooral handige podiumervaring.'


Wijzenbeek, aan de telefoon,zegt precies hetzelfde als haar oud-leerling. 'Je studeert stukken in op bestelling die je anders niet zou doen, omdat ze te moeilijk of te makkelijk zijn. Je leert om dat op tijd af te hebben. En een kind belandt zo ook eens in een ander kader dan de eigen leraar en diens leerlingen, dat verbreedt de blik.'


Is daar dan per se een competitie voor nodig? Nee, zegt Wijzenbeek beslist. 'Dit klinkt Hollands, hè?' Ze bedoelt: Nederland was lange tijd geen land van concoursen waarin musici met elkaar de strijd aangingen, in plaats van in harmonie samen te spelen. Het Oskar Back werd voor het eerst in 1967 gehouden. Toen was er één deelnemer. 'Ik relativeer het competitie-element altijd voor mijn leerlingen. 'Je hebt goed en je hebt ook goed', zeg ik dan. En op de dag van het concours zeg ik: 'Je speelt niet beter als je de eerste prijs krijgt dan als je de derde prijs krijgt.'


Wijzenbeek maakt geen bewuste planning voor haar leerlingen. 'Pas als een leerling goed genoeg is voor een concours, dan stel ik het voor. De Iordensdagen en het Van Wely zijn meestal mijn initiatief. Tegen de tijd dat een violist meedoet aan het Oskar Back zijn ze ouder, dan bepalen ze het zelf.'


Nog onder Wijzenbeeks hoede deed Philippens in 2005 voor het eerst mee aan het Oskar Back, waar ze tot de halve finale kwam. Wacht vier jaar voor een nieuwe poging, zei Wijzenbeek toen, niet twee (het concours is om het jaar). 'Rosanne deed in dat jaar eindexamen van de middelbare school, kon dus niet alles geven. Ik raadde aan om lang te wachten voor de volgende deelname, zodat de herinnering niet meer vers is. Anders ligt er te veel druk op winnen, dat is niet goed.' Haar docent aan het conservatorium, Vera Beths, dacht er hetzelfde over. Waarvan akte.


Sinds het winnen van het Oskar Back is Philippens veel goeds overkomen: een tournee met het Nederlands Studenten Orkest, een eigen cd. Maar zowel Philippens als haar vroegere docent relativeert het belang van al die concoursen. 'Het is wel handig', zegt Philippens. 'Mensen willen toch een bevestiging dat andere mensen je ook goed vinden. Maar ik heb nu wel gemerkt dat je in deze tijd niet alleen maar violist kunt zijn. Je moet je eigen manager zijn, je moet kunnen organiseren, een netwerk opbouwen.'


Het winnen van het Oskar Back was een big deal, zegt ze, want het is het belangrijkste vioolconcours van Nederland. 'Maar je moet je vooral onderscheiden. Na het winnen bleef ik min of meer afwachten tot de telefoon ging. Maar de orkesten kwamen me niet smeken of ik wilde soleren. Het idee dat musici producten zijn die zichzelf moeten verkopen, daar wilde ik niets van weten.' Ze lacht even als ze haar paniek van toen imiteert. 'Maar nu vind ik het juist heel leuk! Ik heb geen manager meer, ik doe alles zelf.'


'Alle concoursen zijn gedevalueerd', stelt Wijzenbeek. 'Vroeger stond het winnen van de Koningin Elisabethwedstrijd (een internationaal concours in België, red.) voor een wereldcarrière. Nu zitten veel laureaten thuis. Je moet je carrière zelf veroorzaken.' Philippens vult aan: 'Er zijn tegenwoordig honderden concoursen in de wereld. Ik zou niet weten wie wat heeft gewonnen, er zijn zoveel goede violisten. Het is eigenlijk een heel traditioneel concept: je speelt voor een jury van oude mannen Tsjaikovsky, Bach en Mozart, het repertoire is ook altijd hetzelfde. Daarom is de Dutch Classical Talent ook zo leuk. Ze bieden je een heel voortraject met optredens, masterclasses en radio-optredens. Dat concours snapt dat de tijden zijn veranderd.'


Violisten van nu gaan de wedstrijden nog steeds af, maar met meer onverschilligheid. 'Musici doen denk ik vooral mee omdat ze toch wel die repertoirestukken moeten instuderen', zegt Philippens. 'Mijn duopartner en ik bedachten twee weken voor de auditie dat we mee wilden doen aan het DCT. Het is niet meer een einddoel. Misschien win je dan eens 10duizend euro ofzo, nou, op naar het volgende project.'


Prijzenweek


Dit jaar vallen er vier belangrijke muziekprijzen vrijwel in één week. De finales zijn open voor publiek, zie voor tickets de websites van de concoursen of concertzalen.


Vanavond in het Concertgebouw: finale van het tweejaarlijkse Davina van Welyconcours, voor violisten die naar het conservatorium willen, van 15 tot en met 17 jaar (vioolconcoursen.nl)


Zondag in het Concertgebouw: finale van de jaarlijkse prijs Dutch Classical Talent, voor jonge musici (solo of in ensemble) tot en met 27 jaar en zangers tot en met 30 jaar. De vier genomineerden doorlopen eerst een coachingstraject van achttien maanden. Dit concours is een fusie tussen het Vriendenkransconcours en Het Debuut (Dutchclassicaltalent.nl).


Eveneens zondag, in het Lucent Danstheater in Den Haag: landelijke finale van het jaarlijkse Prinses Christina Concours, voor jonge musici van 12 tot en met 19 jaar. christinaconcours.nl


Zondag 28 april, Concertgebouw: finale van het tweejaarlijkse Oskar Back Vioolconcours, voor topviolisten van 17 tot en met 26 jaar (vioolconcoursen.nl).


Extra:Uitputtend

Rosanne Philippens (1986) begon op 3-jarige leeftijd met viool spelen. Ze studeerde bij Coosje Wijzenbeek en Vera Beths. In 2009 haalde ze aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag haar diploma summa cum laude. Philippens staat centraal in de documentaire Soloist van Carine Bijlsma. De film portretteert de violiste tijdens haar tournee met het Nederlands Studenten Orkest in 2010. Behalve de uitputtende solo-optredens wordt ook haar liefdesrelatie met een Italiaanse fluitist gevolgd die langzaam stukloopt. Soloist was te zien op het Nederlands Film Festival van 2010 en tourt sindsdien langs diverse filmfestivals. Rosanne bespeelt een viool van Michel Angelo Bergonzi (Cremona ca. 1750), die ter beschikking is gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds. De viool is jarenlang bespeeld door Herman Krebbers.


De jaarlijkse Iordens Viooldagen, voor kinderen tot en met 15 jaar, zijn in januari.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden