PICTOGRAM

Op bibliotheekboeken, op de afstandsbediening, verkeersborden en op de filmladder: het wemelt in ons dagelijks leven van de pictogrammen. Deze week werd een reeks nieuwe plaatjes geïntroduceerd....

Tien pictogrammen telt de Kijkwijzer, het nieuwe classificatiesysteem voor films, televisiefilms en video's dat grafisch ontwerper Jeroen Klaver ontwikkelde in opdracht van het Nicam, het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media. Tien ronde plaatjes zijn er overgebleven van de vellen met schetsen en probeersels die voor Klaver op tafel liggen, in het rommelige atelier van ontwerpbureau Shamrock in Amsterdam.

Geweld, laat hij zien, zag er in een eerste schetsje uit als een gestileerd figuurtje dat een ander figuurtje een kaakslag verkoopt. Boven de uithalende vuist staan een sterretje en iets dat op een uitroepteken lijkt - een striptekeningetje dat meteen duidelijk maakt hoe Klaver op het idee kwam van een tweede ontwerp: een sterretje. Maar een sterretje, alleen een sterretje, wie zou dat begrijpen als de verbeelding van geweld? Het uiteindelijke pictogram is een rudimentaire vuist geworden, met een duim over drie gevouwen vingers, en een ster eromheen getekend die beweging en een klap suggereert.

Een 'pikkie' had Klaver getekend om seks voor stellen, lekker grafisch, eenvoudig en duidelijk. Maar de fallus vond geen genade in de ogen van het Nicam en zo werd het symbool voor seks toch weer vier verstrengelde voetjes. 'Seks', zegt Klaver (31) langzaam, zodat het lijkt of hij het woord letter voor letter uitspreekt. 'Uiteindelijk kun je het beter opschrijven.' Hij wijst naar het pictogram. 'Vier letters of vier voetjes. En die letters begrijp je meteen, maar bij die voetjes moet je eerst nog kijken wat ze betekenen. Ik weet niet of pictogrammen altijd duidelijker zijn.'

Dat zijn ze niet, zegt Paul Mijksenaar, directeur van het gelijknamige ontwerpbureau in Amsterdam en hoogleraar Visuele Informatie Ontwerpen aan de Technische Universiteit Delft. 'Ik heb bijvoorbeeld net een blender gekocht. En om een milkshake te maken, bleek ik uiteindelijk het knopje te moeten gebruiken met een pannekoek erop. Dat slaat op beslag natuurlijk, maar het duurde wel even voor wij thuis dat doorhadden.'

Het wemelt in ons dagelijks leven van de pictogrammen. Ze staan op de afstandsbediening van de televisie, op de knoppen van de magnetron, op stickers op de schoenen die je koopt, in kleding, op bibliotheekboeken en verkeersborden, gebruiksaanwijzingen, zelfs op de kassa's bij McDonald's. Die van de Kijk wijzer zijn bedoeld voor in de bioscoopladder en in de televisiegids. Deze maand werden de kastelen en kroontjes gepresenteerd waarmee kinderen voortaan historisch besef moet worden bijgebracht (het kroontje bijvoorbeeld gaat staan voor '1600-1700: Tijd van regenten en vorsten').

Pictogrammen zijn handig omdat ze zo compact zijn: er is maar weinig ruimte nodig om een boodschap ('deze film bevat seksscènes') of een instructie ('druk op deze knop om te shaken') over te brengen, en die boodschap of instructie hoeft niet in alle mogelijke talen te worden vertaald. 'Met één pictogram kun je de hele wereld aan', zegt Mijksenaar. 'Ze zijn een visueel esperanto.'

Maar, voegt hij daar onmiddellijk aan toe: pictogrammen moeten wél eerst worden geleerd. En die op gebruiksaanwijzingen en op apparaten zoals zijn blender - niet gestandariseerd, vaak bedacht door ingenieurs, nooit getest, niet optimaal herkenbaar - 'die zijn eigenlijk alleen voordelig voor de fabrikant'. Want de fabrikant lost zijn ruimteprobleem op met plaatjes waarvoor de klant altijd weer zijn gebruiksaanwijzing zal moeten raadplegen om in een van de tien, twintig gebruikte talen op te zoeken wat dat symbool betekent. Mijksenaar wijdde, met Piet Westendorp een boek (Hier Openen. De kunst van de visuele instructies, uitgeverij Könemann) aan het gebruik van plaatjes om mensen iets duidelijk te maken.

Voor de hand liggend zijn plaatjes nooit. Mijksenaar en Westendorp drukten een stripje af dat ongeletterde mijnwerkers in Zuid-Afrika laat zien hoe ze de rails in de mijn vrij van stenen moesten houden. Op het eerste plaatje, links, staat een mannetje met een spoorkarretje waarvoor een bergje stenen ligt. Op het tweede plaatje tilt het mannetje de stenen op. Op het derde rijdt hij weg met de stenen in zijn kar. Sommige mijnwerkers echter, wil het verhaal, 'lazen' de plaatjes van rechts naar links en dumpten braaf hun stenen op de rails. (Nog apocriefer is het verhaal van de zendelingen die de kannibalen verboden mensenvlees te eten en hen varkensvlees uit blik gaven. De kannibalen, de vrolijke varkens op het etiket nog vers in het geheugen, werden woedend op die zendelingen die zichzelf toestonden wat ze anderen ontzegden toen ze voor het eerst potjes babyvoedsel zagen, met foto's van mollige baby's).

Cultureel bepaald zijn pictogrammen niet, vindt Mijksenaar. Dat is ook de ervaring van illustrator Dick Bruna, de man wiens werk in een boek omschreven is als een 'paradijs in pictogrammen'. In zijn tekeningen laat Bruna alles wat overbodig is weg, net zolang tot hij de oervorm over heeft. Hij gaat naar de dierentuin, zegt hij, tekent een olifant, en versimpelt die tekening in zijn atelier 'tot van de olifant over is wat hem olifant maakt'.

En dat begrijpt iedereen. 'Het leuke is dat ik nog nooit iets heb hoeven veranderen. Niet in Japan, in China of waar dan ook. Overal herkennen ze mijn tekeningen, het lijkt wel, nou ja, dat klinkt een beetje ijdel, maar een wereldtaal.

'Ik heb een boekje gemaakt over een boerderij, een echte Hollandse boerderij, met een plaatje van een hooiberg. Dat is geen enkel probleem, dat wordt gewoon herkend. Of mijn vlieger. In Japan maken ze vliegers in de vorm van een vis of zo. Mijn vlieger is een Hollandse, een ruit. Omdat je zo ver teruggaat, blijft het herkenbaar.'

Iedereen, waar ook ter wereld, kan pictogrammen begrijpen, vindt Mijksenaar, want je moet ze altijd leren. Juist daarom lijken de herkenbaarste pictogrammen vaak op verkeersborden - de elementen daarvan (driehoek staat voor verbod), zijn onmiddellijk te begrijpen voor iedereen die rijexamen heeft gedaan.

Wel kunnen pictogrammen per cultuur variëren, en is het soms nodig de 'spelling' van oude symbolen te herzien. Zo zijn pictogrammen in de reiswereld redelijk uniform - overal helpen treinen op borden reizigers het station te vinden. Maar de treinen op de borden op Schiphol verschillen sterk van die op Amerikaanse borden, omdat treinen in de VS er heel anders uitzien dan in Nederland.

Symbolen kunnen verouderen, al doen ze daar soms lang over. Zoals een mimespeler een wc nog steeds kan doortrekken, in plaats van een denkbeeldige spoelknop in te drukken, zo kan een telefoonhoorntje nog steeds voor telefoon staan - zelfs op de knoppen van mobieltjes waar een rode, liggende hoorn betekent 'neerleggen' en een groene betekent 'opnemen'. Maar een bord met een ouderwets telefoontoestel en een kruis erdoor betekent waarschijnlijk 'hier is geen publieke telefoon aanwezig', en nooit 'verboden mobiel te bellen' - daarvoor is echt een mobieltje nodig met een groot kruis erdoor.

Bij onbewaakte spoorwegovergangen kon je, lang na de introductie van de sneltrein, nog borden met stoomtreintjes aantreffen. Volwassenen herkennen er de archetypische trein in, maar kinderen niet. In Duitsland, zegt Mijksenaar, zijn de borden met spoed vervangen na twee ongelukken waarbij kinderen dachten dat de stoomtrein voor een museum stond, en enthousiast het spoor oprenden, waar ze gegrepen werden door de langsflitsende intercity.

René Hofman van ontwerpbureau Firma Bikker in Rotterdam, was betrokken bij het ontwerpen van nieuwe pictogrammen voor bibliotheekboeken. Hij verving het tankje dat voor oorlog stond op de plaatjes uit de jaren zeventig door een vlag met prikkeldraad, omdat 'oorlogsboeken' tegenwoordig weinig meer gaan over gevechtshandelingen (waar de tank mee wordt geassocieerd), maar veel meer over verzet en onderdrukking. De vlag dekt nu de lading beter.

Jeroen Klaver tekende zijn kijkwijzerpictogrammen min of meer intuïtief. René Hofman testte alles uitvoerig, al in de ontwikkelingsfase, onder meer door in brainstormsessies begrippen op een bord te schrijven en de aanwezigen kort de tijd te geven daarbij een schets te maken.

Vaak, zegt hij, kwamen daarbij dezelfde ideeën op - bij 'psychologische romans' koos een meerderheid van de brainstormleden voor een hoofd met hersens, al was er ook een bejaarde man die een familie rond een grafsteen tekende. Hofmans ontwerp van een hoofd met een sleutelgat ('Wij ontwerpers vonden dat wel symbolisch, zo'n sleutelgat waardoor je in een hoofd kon kijken') moest vervangen worden, omdat het op te veel onbegrip stuitte. Het is een hoofd geworden met een doolhof op de plaats van de hersenen.

Pictogrammen werken associatief, en onze associaties lijken op elkaar, ook doordat we gewend zijn met beelden om te gaan. Klavers en Hofmans oplossingen zijn af en toe eenvormig. Seks wordt zowel in de Kijkwijzer als op de bibliotheekboeken verbeeld door twee paar voetjes. Voor angst had Klaver een spookje bedacht, maar dat spookje staat al voor horror in de bibliotheek, en de bibliotheken lenen behalve boeken ook videofilms uit. Hun spook zou bijten met dat van het Nicam. Dus werd angst bij Klaver een spin - de eerste ingezonden brief waarin de stigmatisering van de spin werd gelaakt, is al verschenen.

Het is opvallend, zegt Hofman, dat er nauwelijks verschil bestaat tussen volwassenen en jongeren als het om het gebruik van pictogrammen gaat. 'Je denkt dat de jeugd ze beter herkent dan volwassenen, omdat jongeren in een beeldcultuur zijn opgegroeid. Maar dat valt reuze mee.'

Hoe ingewikkelder een begrip, hoe moeilijker het wordt om het in een pictogram te vangen. Alles draait, zoals bij Dick Bruna, om de eenvoud, de essentie. Hofman haalde sommige bibliotheekcategoriën uit elkaar, splitste bijvoorbeeld school & opvoeding. Klaver zag af van de schalen die het Nicam had gewild om de mate van angst, geweld of seks aan te geven. 'Ik vind het eigenlijk nog niet simpel genoeg.' Maar zijn allerverste versimpelingen - het sterretje voor geweld, een sterk gestileerde huig voor grof taalgebruik - zijn te onherkenbaar. 'Dan heb je een legenda nodig'; en dat betekent het einde van de ruimtewinst.

Voor alles waar ruimte schaars is, blijven pictogrammen nodig. Maar Mijksenaar ziet alweer een nieuwe ontwikkeling. 'Er komen steeds meer displays op apparaten, waarop je je eigen taal kunt kiezen. Op kopieerapparaten bijvoorbeeld, en op mobiele telefoons. En nu zie je: op het moment dat dat kan, verdwijnen symbolen als sneeuw voor de zon.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden