Picasso's huilende vrouw gaat onder de hamer

Drommen Parijzenaars dwaalden het afgelopen weekeinde door de zalen van het Institut de la Chimie. In hun ogen glinsterde de droom dat ook zij eigenaar zouden kunnen zijn van een echte Picasso....

Van onze correspondent

Martin Sommer

PARIJS

Na de kijkdagen begint vandaag wat volgens Le Figaro 'hét evenement van de herfst' en 'de bekroning van Parijs' moet worden genoemd: de verkoop van de spectaculaire collectie van 'Dora Maar'. Dora Maar - eigenlijk Markovitch - was Picasso's minnares van 1936 tot 1943. Nadien bewaarde ze alles waarnaar gewezen was door 'het genie waaraan ze zich had gebrand', zoals wel werd gezegd.

Dora Maar (1907-1997) woonde tot haar negentigste jaar in een appartement in de Rue de Savoie, om de hoek bij de Rue des Augustins waar Picasso z'n atelier had. Na haar dood, in juli 1997, werd de woning uitgeruimd en kwam een zeer uitzonderlijke Picasso-collectie tevoorschijn.

Eerst gaan de tien schilderijen onder de hamer. Zeven ervan zijn portretten van Dora Maar, waaronder La femme qui pleure, mogelijk een studie voor de Guernica. Geschatte opbrengst tussen de vijfenhalf miljoen en zeven miljoen gulden. De veilingmeesters hebben de opbrengst van de, drie dagen durende, veiling voorzichtig geschat op ongeveer vijftig miljoen gulden, maar het zal vermoedelijk zeer veel meer opleveren.

Dora Maar zei zelf ooit over Picasso: wanneer hij van vrouw veranderde, veranderde hij alles. Hij verhuisde, koos een andere hond, een andere favoriete dichter, en zelfs een andere schilderstijl.

Dora Maar was er van nabij getuige van, als hartstochtelijk minnares, favoriet model, en later, toen ze hij haar in de steek had gelaten, als emotioneel slachtoffer van de man van wie ze zelf zou hebben gezegd: 'Na Picasso kan er alleen nog maar God zijn.' De rest van haar leven waren er geen minaars meer, alleen nog mystiek en de zondagse mis.

De foto's in het Maison de la Chimie liegen niet. Dora Maar was een strenge schoonheid, met een klassieke neus, grote gitzwarte ogen en donker, strak naar achteren gebonden haar. Anders dan Picasso's andere minnaressen was Dora Maar geen volgzaam blondje. Ze had een opleiding als schilderes en fotografe achter de rug, en had ook zonder Picasso recht op haar plaats bij de linkse kunstenaarselite: Bataille, Man Ray, de dichter Paul Eluard. Ze maakte een bekende fotoserie van de verschillende stadia van de totstandkoming van de Guernica, Picasso's woedende neerslag van het Duitse bombardement op deze Baskische stad in 1937.

'Ik heb Dora alleen maar huilend kunnen schilderen', zei Picasso later, verwijzend naar 'la femme qui pleure'. Een blik op de collectie leert dat dat beslist niet waar is. Het eerste portret dat Picasso van haar schilderde was Dora Maar op het strand. Ze kijkt er dromerig-verliefd, het korte haar wapperend in de wind. Het portret Dora Maar met groene nagels toont een strenge meesteres in een zwart mantelpakje - de meeste portretten bewijzen Picasso's fascinatie voor haar lange vingers en scherpe, felgekleurde nagels.

Ze kon zich nooit bij Picasso's gecompliceerde liefdesleven neerleggen. Hij bevond zich in 1937 nog midden in de echtscheidingsperiklen van zijn Olga. Tegelijk was hij tot over z'n oren verliefd op Dora, wat hem niet weerhield om de vorige vriendin te blijven bezoeken. Beide liefdes zijn in verschillende vrouwenportretten terug te vinden, waar de twee minnaressen allebei een gezichtshelft hebben gekregen. Picasso loog dermate getalenteerd dat hij er in de zomer van 1939 in slaagde z'n twee vriendinnen allebei in een ander hotel in het stadje Royan onder te brengen, zonder dat ze het van elkaar wisten.

In 1943 liet Picasso Dora Maar zitten, voor een twintigjarige 'bourgeoise'. Dora Maar viel in een diepe depressie en kwam in inrichting terecht. Ze werd er door Jacques Lacan weer uitgehaald. Gelukkig werd ze nooit meer. Als ze het niet meer kon uithouden, nam ze 's nachts een taxi naar Tremblay, waar Picasso een huis voor zijn vorige minnares en dochtertje had gekocht, en waar hij nog geregeld kwam. Dan keek ze naar de muur om het huis en huilde.

Na haar dood moest er een genealogisch onderzoek aan te pas komen om erfgenamen te vinden. In Kroatië moet een oude vrouw leven die tot dusverre kippen houdt, en die nu eigenaresse wordt van een fortuin. Een andere verre nicht woont in Frankrijk. Geen van de twee had ooit van Dora Maar gehoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden