Phu Hin Rong Kla

Ik spring over spelonken, aai het mos op de rotsen, ruik aan orchideeën, betast voorzichtig een wolfsklauw en duizel bij een afgrond van honderden meters....

Lag Phu Hin Rong Kla in Nederland, dan rook het er naar patat en stond er een hoog hek om de bezoekers met 65+-kaarten van slechte gedachten af te houden. Ik geniet moederziel alleen en mag gewoon naar beneden tuimelen. Het landschap is huiveringwekkend mooi, maar ik moet terugdenken aan mijn studietijd: de bedompte flat, de marxistisch-leninistische types met jeugdpuistjes en vlassige baardjes, vergaderend over hun reis naar Albanië, en ikzelf; een reactionair ventje, een boterham smerend tussen beschimmelde etensresten - tijdens de revolutie is er geen tijd de keuken op te ruimen.

Na een volksopstand tegen de dictatuur raakten ook veel Thaise studenten in de ban van linkse ideeën. De democratie was als het ware losgebroken, maar de 'gevestigde orde' begon al gauw een hetze tegen activisten en hervormers. Communisten zouden een minderwaardigheidscomplex hebben. Volgens een monnik waren het zelfs geen mensen, maar duivels en daarom was het goed ze te doden.

Toen Saigon viel, nam de paranoia groteske vormen aan. Mannen meenden dat hun penis verschrompelde omdat de Vietnamezen het eten vergiftigd hadden. In 1976 barstte de bom: honderden 'linkse' studenten werden in Bangkok gelyncht. Duizenden anderen vluchtten naar de jungle om zich bij de strijdende Communistische Partij van Thailand (CPT) aan te sluiten, zoals op Phu Hin Rong Kla.

Tussen bloeiende lelies en gemberstruiken struin ik naar overhangende rotsen die als schuilkelder dienden. Bij een kale rotsvlakte staat afweergeschut. Hier hielden ze bijeenkomsten - 'manifestaties' heetten die in Amsterdam. In het aangrenzende bos staan de vermolmde hutten van het hoofdkwartier en een houten kooi waarin vrijheidsstrijders, die zich aan de discipline onttrokken, werden opgesloten. De koorzang van cicaden zwelt aan tot een oorverdovend lawaai, alsof met een kettingzaag een boom wordt geveld. Minuscule vliegjes proberen halsstarrig op mijn ogen neer te strijken.

Soortgelijke verrottende hutten staan een kilometer verderop: de politieke en militaire school waar de nieuwkomers werden getraind. Aanvankelijk waren de studenten enthousiast. Een docent uit Bangkok schreef: 'Hier denken ze meer voor de anderen en minder over zichzelf. Hun moreel is goed, ze zijn verenigd en hebben zelfkritiek. De Partij heeft aandacht besteed aan het probleem van de man-vrouwrelaties en onze jongeren gedragen zich correct. In elke eenheid proberen studenten hun slechte gewoonten te verbeteren. Kettingrokers besloten collectief met roken te stoppen. Hun revolutionaire geest maakt indruk op de Partijkaders.'

Bij de barakken hebben Hmongs nu kramen gebouwd waar bezoekers borduurwerk, sieraden en versnaperingen kunnen kopen. Omdat de overheid hard tegen hun papaverteelt optrad, sympathiseerde dit bergvolk met de communisten. Ook elders bestond de aanhang van de CPT voor een groot deel uit etnische minderheden.

De discipline was zwaar. De partijleiding, hardline-maoïsten van Chinese komaf, stond het kweken van bloemen in de jungle niet toe - dat was 'bourgeois'. De Vietnamese invasie van Cambodja sloeg een wig tussen de pro-Vietnamese en pro-Chinese facties. China stopte zijn steun. En de malaria ontzag niemand; vanaf het ziekenhuis aan het ravijn tuurden de studenten weemoedig in de richting van Bangkok, waar een milder bewind amnestie beloofde als ze de wapens neerlegden.

Binnen enkele jaren keerden de meesten naar huis terug. Sommige van deze 'renegaten' hebben nu topfuncties in het 'militair-industrieel complex'. Ook vele Hmongs legden de wapens neer. In 1981 veroverden regeringstroepen onder generaal Phichit, de 'Grote Tijger', het belangrijkste militaire bolwerk van de CPT. Duizenden sneuvelden daarbij. Toen een jaar later Phu Hin Rong Kla werd bestormd, waren de communisten al gevlucht. 'De regering heeft de volksoorlog gewonnen', zei men. De Thaise dominosteen was overeind gebleven.

In een vitrine van het kleine museum zijn kinine-ampullen tot een hamer en sikkel gerangschikt. Ze waren achtergelaten in het ziekenhuis bij het ravijn. 'De behandelingen waren niet duur', lees ik. 'Borstchirurgie of amputatie van een been kostte honderd baht (zeven gulden).' Een handboek voor Forensic Medicine is door termieten aangevreten. De wandplaten met Chinese karakters zijn vergeeld. Bij een portret van Mao hangt de tekst van een 'communistisch liedje': 'We hijsen de rode vlag op de berg. Tijdens de zwaarste gevechten zijn we niet bang voor de vijand. We doden. . .'

Langs het pad naar het dorp van de achtergebleven Hmongs liggen lege flessen van pesticiden waarmee de velden zijn bespoten. Papavers worden hier niet meer geteeld. Oude vrouwen in klederdracht sjouwen met takkenbossen op hun rug. Meisjes borduren voor een hut. De chauffeur van een pick up-truck, het openbaar vervoer naar een provincieplaats, snijdt verveeld met een kapmes eelt van zijn voeten. Als hij lacht, verschijnt een rij gouden tanden.

In dicht bos stuit ik op een tempeltje. Hier en daar staan bommen geëtaleerd. Op een brokstuk van een neergehaalde helikopter zijn 'USA' en een doodshoofd geschilderd. Een monnik, de enige bewoner van de tempel, vraagt of ik binnenkom. 'Toen ik hier mijn intrek nam, was het al vrede en Phu Hin Rong Kla een nationaal park', zegt hij. Aan de muur hangt een portret van Achan Man, een beroemd meditatiemeester en bron van inspiratie voor de monnik. Over de leer van Boeddha blijkt hij meer te weten dan de strijd van de communisten.

Mijn gedachten dwalen weer naar Amsterdam, naar het bovenhuis in een volksbuurt. De bewoner, een activist van het eerste uur, had ooit een CPT-kamp bezocht en was vol lof over het 'bevrijde Thailand'.

Veel meer dan zijn strenge blik en het portret van Lenin op het bureau kan ik me niet herinneren. Dat was in 1982. Phu Hin Rong Kla was toen net door de communisten verlaten.

De reiscolumns van Sjon Hauser verschijnen elke veertien dagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden