Philips zegt videorecorder vaarwel

Anderhalve maand nadat Philips liet weten dat zijn gsm-telefoon voortaan in China wordt gefabriceerd, geeft het concern ook de productie van zijn videorecorder in handen van de Chinezen....

Over een week zet Philips zijn eerste dvd-recorder in de betere hifi-winkel. De keuze voor het opneembare digitale beeldplaatje kost 850 Oostenrijkers hun baan. Zij zijn werknemers van de enige Philipsfabriek waar nog videorecorders werden gebouwd.

Die productie besteedt Philips voortaan uit aan Funai Electric. Het Japanse bedrijf maakt al een op de drie videorecorders. De vier Funai-fabrieken in China gaan nu ook voor Philips aan de slag. Philips is lang niet het enige bedrijf dat alleen het logootje levert voor apparaten met zijn naam erop.

Met de sluiting van zijn Weense filiaal beëindigt Philips een pijnlijk hoofdstuk in zijn historie. De videorecorder was begin jaren zeventig een technische primeur én het paradepaardje van het concern - dat echter over zijn eigen benen struikelde.

In 1972 versloegen de 'boeren' uit Eindhoven de Amerikanen en de Japanners in de race om de eerste videorecorder voor de consumentenmarkt. De N1500 was prijzig (2600 gulden), de banden waren duur (100 gulden per stuk) en het apparaat bleek kwetsbaar voor vuil en slijtage.

In hun queeste naar de betere recorder maakten Philips en zijn partners een fatale vergissing. Ze vergaten voldoende apparaten te produceren voor consumenten die ondanks álles toch een recorder wilden hebben.

Die categorie consumenten kreeg in 1976 een alternatief: de VHS-recorders van het Japanse JVC.

De Japanners veroverden de markt met een slimme strategie. Natuurlijk konden ze tachtig - goedkopere - videorecorders leveren - als de winkelier dan ook maar tegelijk honderd televisies wilde inslaan. Een steuntje in de rug kreeg JVC van de filmindustrie. Die zette zijn kaarten op de goedkopere VHS-techniek voor de videotheek.

Philips dacht nog steeds te kunnen winnen met superieure technologie. Terwijl de Japanse fabrikanten met VHS van JVC, en Betamax van Sony, in een prijzenslag verwikkeld raakten, knutselde Philips-Eindhoven rustig door aan de betere videorecorder.

Dat werd in 1979 de Video 2000. Vooral de professionals waren lyrisch over alle slimme snufjes. De gewone consument maalde echter niet om een scherp stilstaand beeld. Die keek naar het aanbod in de videotheek. Daar regeerde VHS. JVC had gewonnen.

Video 2000 bleef bij Philips met pijn en moeite tot 1988 overeind. Naar schatting 1,2 tot 2 miljard gulden werd aan de ontwikkeling uitgegeven. Weer twee jaar later, twee decennia na de eerste N1500, maakte Philips bekend dat het voor het eerst winst op de videorecorder maakte. Dat gebeurde wel met een machine die zijn eigen product de kop had gekost: het bedrijf had inmiddels een licentie genomen op het 'inferieure' VHS. Met hulp van JVC en Funai werd Philips alsnog de grootste fabrikant van Europa.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.