Philips en Eindhoven hebben elkaar nodig hebben elkaar nodig

Philips heeft de regio Eindhoven gemaakt tot wat zij is. De concernleiding kan daarom niet zomaar de benen nemen naar Amsterdam, vindt Frans Boekema....

FRANS BOEKEMA

HET nieuws van afgelopen week over de mogelijke verplaatsing van het hoofdkantoor van Philips van Eindhoven naar Amsterdam heeft nogal wat opwinding teweeg gebracht. In de reacties overheersen bezorgdheid en onbegrip.

Wat bezielt Philips? In het persbericht van Philips ontbraken vooralsnog duidelijke argumenten. Enkele factoren die bij een dergelijke strategie een rol kunnen spelen, laten zich raden.

Als voordelen van Amsterdam zouden de volgende argumenten kunnen worden opgesomd: de nabijheid van Schiphol, de aanwezigheid van financiële dienstverleners (banken, beleggers, commissionairs, effectenhandelaren) en een grote concentratie van andere zakelijke dienstverleners zoals advocatenkantoren, reclamebureaus, consultants, accountants.

Daarnaast kan het hoge, grootstedelijke voorzieningenniveau als een aantrekkende factor worden beschouwd. Al deze factoren bij elkaar worden ook wel aangeduid als agglomeratievoordeel.

Tegenover deze positieve vestigingsfactoren staan negatieve externe factoren, zoals hoge prijzen van grond en onroerend goed, een grote druk op de arbeids- en woningmarkt en de files.

Het vestigingsmilieu van Eindhoven en omgeving laat zich heel anders typeren. Weliswaar zijn de positieve externe effecten kleiner dan de vestigingsvoordelen van de agglomeratie Amsterdam, maar dat geldt voor de nadelen.

De bereikbaarheid per auto is hier een stuk beter. Daarnaast heeft de regio Zuid-Oost Brabant nog een groot voordeel boven Amsterdam. In Eindhoven en omgeving is sprake van een sterke concentratie van industriële bedrijvigheid. Ondernemingen zijn steeds meer afhankelijk van dergelijke clusters van bedrijvigheid.

Doordat bedrijven zich meer en meer concentreren op de kernactiviteiten (core-business) krijgen de toeleveranciers een steeds belangrijkere rol. Rond het kernbedrijf wordt als het ware een netwerk van toeleveranciers geformeerd. Océ in Venlo, met een honderdtal toeleveranciers in de regio is een voorbeeld dat veelvuldig wordt aangehaald.

Vaak hoort men dat bedrijven tegenwoordig footloose zouden zijn geworden: het doet er in principe niet meer toe waar een bedrijf is gevestigd. Zo bezien zou het niet uitmaken waar Philips haar hoofdvestiging heeft.

Dat de fysieke nabijheid van andere bedrijven wel degelijk van groot belang kunnen zijn, komt goed naar voren in de analyses van het succesverhaal van Silicon Valley in de VS. Het klinkt tegenstrijdig, maar Silicon Valley toont aan dat zelfs bij bedrijvigheid die volledig geconcentreerd is op informatie- en communicatietechnologie de fysieke nabijheid van andere bedrijven een belangrijke verklaring voor de succesvolle ontwikkeling van het gebied is.

Naast de hier opgesomde voor- en nadelen van de twee vestigingslocaties kan nog op een andere manier worden beargumenteerd waarom het hoofdkantoor van Philips eerder in Eindhoven dan in Amsterdam haar vestigingsplaats zou moeten kiezen.

Onze argumenten baseren we deels op historische en sociaal-psychologische gronden. Zuid-Oost Brabant en Eindhoven gelden als de bakermat van Philips. De wortels van het bedrijf liggen in de regio. Het is niet overdreven om te stellen, dat Philips de regio heeft gemaakt of er minstens een stempel op heeft gedrukt. Dankzij de de uitstekende productievoorwaarden in deze regio, heeft Philips zich vanuit de hoofdzetel kunnen ontwikkelen tot een bedrijf met vestigingen in vele landen over de hele wereld.

Het lijkt mij vanuit sociaal-psychologisch oogpunt zeer onwenselijk om nu de hoofdzetel te verplaatsen van Eindhoven naar Amsterdam. De fysieke nabijheid van de hoofdzetel onderstreept hoezeer deze regio en deze multinational met elkaar zijn verbonden.

Uitgerekend nu de regio na een aantal zware jaren met een sterke terugval in bedrijvigheid weer de weg naar een krachtig herstel heeft gevonden, zijn blijvende inspanningen van het bedrijfsleven noodzakelijk. Philips kan zich niet terugtrekken, maar hoort als volwaardige actor de ontwikkeling van de regio verder voort te stuwen. Een hoofdkantoor van Philips levert de uitstraling die past bij een dynamische regio, het belangrijkste industriële centrum van ons land.

Frans Boekema is hoogleraar economische geografie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en universitair hoofddocent regionale economie aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden