Analyse PFAS

Pfas – hoe gevaarlijk is dat spul nou echt?

Maandenlang lagen bouwwerkzaamheden stil vanwege zorgen over pfas-chemicaliën in de bodem. Vrijdag presenteert het kabinet een nieuw pfas-beleid, dat de bouw weer op gang moet helpen. Hoe bepalen wetenschappers hoeveel pfas gevaarlijk zijn? En wanneer slaat verstandige voorzorg om in peperduur paniekvoetbal? Drie dilemma’s.

Luchtfoto van het onderhoud van de kust bij Camperduin. Het strand wordt van nieuw zand voorzien. Beeld ANP

Dilemma 1: wat doen pfas met de gezondheid en het milieu?

Ze stoten water, vet en vuil af en kunnen goed hitte verdragen. Handig voor bijvoorbeeld blusschuim, voedselverpakkingen, de antiaanbaklaag in de pan en nog honderden toepassingen. Maar de krachtpatsermoleculen in pfas – een verzamelnaam voor duizenden verschillende poly- en perfluoralkylstoffen – zijn vanwege die sterke eigenschappen ook amper weg te krijgen.

‘Pfas komen inmiddels over de hele wereld voor, van pool tot pool’, zegt RIVM-onderzoeker Joke Herremans. ‘Het stapelt zich bovendien op in organismen. Het zit in wormen, in vogels, in ons bloed, overal. Terwijl het daar natuurlijk niet thuishoort.’ Ze wijst op een milieuschandaal in het Amerikaanse Parkersburg, waarbij een fabriek het drinkwater vervuilde. De concentratie van sommige pfas-stoffen in het bloed van werknemers en omwonenden lag er 500 procent hoger dan bij de gemiddelde Amerikaan. Herremans: ‘Studies onder deze Amerikanen laten zien dat een hoog pfas-gehalte in het bloed gepaard kan gaan met onder meer een hoger cholesterol, leverschade en een lager geboortegewicht.’

Uit een Harvard-studie op de Faeröer-eilanden bleek dat baby’s met een relatief hoog pfas-gehalte in hun bloed later als kleuter een minder sterke immuunreactie hebben op vaccinaties. Mensen kunnen pfas op verschillende manieren in hun lijf krijgen, onder meer via voeding, drinkwater, lucht of bodem. Bodemkwaliteitexpert Arjen Wintersen van het RIVM: ‘De twee belangrijkste routes om het vanuit de bodem binnen te krijgen is via gewassen en via zogeheten grondingestie, bijvoorbeeld doordat je wat zandkorrels binnenkrijgt tijdens het tuinieren.’

Chinees onderzoek laat zien dat de aanwezigheid van bepaalde typen pfas de celstructuur en het immuunsysteem van bodembacteriën kan beschadigen. Ook groeien wormen minder hard in een bodem waaraan onderzoekers in het laboratorium pfas toevoegden. Omdat grotere organismen kleinere organismen opeten, en van pfas bekend is dat ze zich hardnekkig blijven ophopen, zijn dit signalen dat die chemicaliën langdurig in ecosystemen aanwezig zijn en daar schade kunnen aanrichten.

Opvallend aan dit soort laboratoriumstudies zijn de vaak hoge concentraties van de vervuilende stof die wordt getest: rustig duizenden malen meer dan je in je eigen tuin mag verwachten. Het roept de vraag op hoe representatief zo’n labstudie is voor de schade die organismen in de praktijk kunnen oplopen. ‘Bij de vertaalslag van experiment naar praktijk passen risicobeoordelaars veiligheidsfactoren toe’, zegt Kees van Gestel, hoogleraar ecotoxicologie van bodemecosystemen aan de VU. ‘Stel, wormen gaan eerder dood bij concentratie x van stof y. Kun je dan zeggen: oké, zolang we de concentratie lager houden dan x, zitten we goed? Nee, want misschien laten andere diersoorten al bij lagere concentraties effecten zien, of is er bij de wormen die wél overleven schade bij hun nakomelingen die we nog niet zien, of pakt de stof in combinatie met andere stoffen buiten het laboratorium nog erger uit.’ Dan kun je volgens Van Gestel beter uit voorzorg een flinke veiligheidsmarge hanteren bij het vertalen van zo’n resultaat uit het laboratorium naar een veiligheidsnorm voor de praktijk.

Dilemma 2: Bij welke concentraties ontstaat gevaar?

Proefdierexperimenten, epidemiologisch onderzoek bij mensen, studies naar de verschillende manieren waarop je een stof binnen kunt krijgen, aannamen en veiligheidsfactoren; dat zijn de gereedschappen bij het maken van veiligheidsnormen voor ongewenste stoffen in de bodem. Daarbij maakt het nogal uit of je ‘vieze’ grond gebruikt voor een moestuin of voor een industrieterrein. Daarom hanteert de overheid voor pfas maximale concentraties voor drie verschillende toepassingen: landbouw/natuur/moestuinen, wonen en industrie. De eerste categorie mag de minste pfas-chemicaliën bevatten, van sommige soorten maar 3 microgram per kilo, qua hoeveelheid vergelijkbaar met enkele suikerkorrels van dat type vervuiling per kuub zand. De laatste categorie – industrie – mag beduidend meer pfas bevatten, voor sommige soorten chemicaliën oplopend tot 1 gram per kilo. Wintersen van het RIVM: ‘De laagste normen voor pfas in de bodem zijn beschermend voor hogere soorten in het ecosysteem. Bij deze concentraties is er geen gevaar voor de gezondheid.’

Kleine kinderen kunnen grond, bijvoorbeeld in tuin of zandbak, in hun mond krijgen. Wetenschappers houden rekening met 100 milligram per dag, die mogelijk ook pfas bevat. ‘Juist voor die jonge groep is het belangrijk om uit voorzorg strenge normen af te spreken’, zegt Martin van den Berg, emeritus hoogleraar toxicologie van de Universiteit Utrecht. ‘Natuurlijk zijn er nog allerlei onzekerheden, maar we willen niet over dertig jaar erachter komen dat de gezondheid van generaties schade heeft opgelopen door pfas. Want dan ben je te laat: dat spul breekt pas af na decennia.’

Bodemexpert Wintersen wijst erop dat de veiligheidsnormen in sommige Europese landen nog strenger zijn. Hij sluit niet uit dat ook in Nederland de maximaal toegestane waarden pfas per kilo verder omlaag gaan. ‘Er lopen nu allerlei onderzoeken naar hoe pfas zich verspreiden door de bodem, en hoe goed ze kunnen doordringen tot grondwater dat wordt gebruikt voor drinkwater. De uitkomsten daarvan leiden mogelijk tot bijstelling van de huidige normen in grondwaterbeschermingsgebieden.’

Heel Nederland ligt plat door de pfas-norm, behalve in Helmond. De stad heeft hiervoor regels opgesteld. Grond kan weer worden hergebruikt. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Dilemma 3: Welke prijs zijn we bereid te betalen voor veiligheid?

Veiligheid boven alles, luidt het gezegde. Maar een ongelimiteerd budget voor veiligheidsmaatregelen is er natuurlijk niet. ‘Zodra experts het woord ‘voorzorg’ gebruiken, moeten alle alarmbellen gaan rinkelen’, zegt Ira Helsloot, hoogleraar besturen van veiligheid aan de Radboud Universiteit. ‘Dan gaan onderzoekers en beleidsmakers belachelijk dure veiligheidsmaatregelen nemen voor een gevaar dat ze slecht snappen. Ik word er echt een beetje boos van: uit voorzorg miljarden uitgeven en alleen wijzen op een niet-gekwantificeerd risico voor onze bloedjes van kinderen. Dat is makkelijk roepen en helpt het openbaar bestuur niet om een evenwichtige afweging te maken.’

Voor de gemeente Amsterdam deed hij samen met collega’s onderzoek naar de veiligheidsnormen voor stoffen in de bodem. Hun conclusie: bodemnormen zijn veel te streng als je bedenkt hoe mensen die stoffen ook al op andere manieren binnenkrijgen. Neem paks, een groep beruchte chemicaliën die ontstaan bij onvolledige verbranding. Helsloot: ‘Koffie en thee bevatten ook paks. En als je de strenge bodemnormen voor paks doortrekt naar koffie zou je per dag maximaal eenvijfde kopje mogen drinken. Dat toont wel aan hoe absurd zo’n bodemnorm kan zijn.’

Strenge bodemnormen kunnen ertoe leiden dat gemeenten grond moeten saneren, bijvoorbeeld door vervuilde grond af te graven, af te voeren en te verwerken, om vervolgens schonere grond te storten. Een prijzige activiteit. Helsloot: ‘Datzelfde geld kun je ook uitgeven aan iets waarvan je zéker weet dat het gezondheidswinst oplevert. Ik noem maar wat: antirookbeleid. Voor pfas vrees ik nu voor vergelijkbare paniekmaatregelen, waarbij we veel te veel geld uitgeven voor een marginale hoeveelheid gezondheidswinst.’

De onderzoekers van het RIVM vinden de vergelijking van Helsloot mank gaan. ‘Antirookbeleid is gewenst, maar de directe vergelijking daarmee is hier niet op zijn plaats. Gezondheidswinst is een van de aspecten om mee te wegen bij de keuze voor bodembeleid, maar het Nederlandse bodembeleid is daarnaast ook gericht op het beschermen van het ecosysteem en de voorraden drinkwater in onze bodem.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden