Peuters en volwassenen kunnen van elkaar leren

'Dit is gewoon m'n tweede huis geworden', zegt Juanita Sahebdim voldaan in een zithoek van De Bron, een ontmoetingsplaats onder in een flat in Ganzenhoef, Amsterdam-Zuidoost....

MIRJAM SCHOTTELNDREIER

Van onze verslaggeefster

Mirjam Schöttelndreier

AMSTERDAM

Haar 3-jarige dochter Sharuna loopt geroutineerd door de ruimte waar speeltoestellen en -materiaal ruim voorhanden zijn. Even later druppelen nog meer moeders en een enkele vader binnen. De kinderen spelen, of maken ruzie, terwijl de ouders medische tips uitwisselen. Juanita geeft een half pond kaas aan Ciska, die met dochter Maria van twee is binnengekomen. Door de wekelijkse bijeenkomsten in De Bron zijn ze vriendinnen geworden. Lachend: 'Ik zou mijn familie gaan bezoeken en die zijn dol op Hollandse kaas, maar de reis gaat niet door. Nu moet ik alles kwijt.'

Initiatiefneemster van De Bron is Liesbeth Vegter, een Amsterdamse orthopedagoge die in dezelfde wijk woont. Ze heeft de ontmoetingsplaats opgericht naar het voorbeeld van de 'Maisons Vertes', die twintig jaar geleden in Frankrijk in het leven zijn geroepen door de psychoanalytica Françoise Dolto. De gedachte achter deze huizen is dat kinderen profijt hebben van het contact met volwassen die hen willen begrijpen bij het leren op eigen benen te staan.

Vegter geeft de voorkeur aan de ongedwongen ontmoeting van kinderen en volwassenen, bekenden en onbekenden, boven de speciaal op ouders gerichte opvoedcursus die in zwang is. Het uitgangspunt van zulke cursussen vindt ze nogal eenzijdig. 'Ik heb het zelf in mijn werk gemerkt hoe gemakkelijk je elkaar beïnvloedt om sommige ouders te wantrouwen.' Dat is geen vruchtbare basis, is haar ervaring. Gelijkwaardigheid van en wederkerigheid tussen ouders, kinderen en deskundigen staan daarom bij haar voorop.

Het bevalt Vegter niet dat de taak van de ouder in de reguliere jeugdzorg wordt onderstreept. 'Voor ouders vind ik dat vaak zeer belastend. Kinderen kunnen van zoveel dingen van streek raken. Ouders zijn er niet altijd bij. Belangrijker is wat een ouder in de gaten heeft', vindt zij.

'Een ouder hoeft niet het enige houvast te zijn in een kinderleven. Hoeveel kinderen, opgegroeid in minder florissante gezinnen, hebben zich niet positief kunnen ontwikkelen door de invloed van een buurvrouw of een familielid elders?' Iedere volwassene kan kinderen net dat zetje geven waardoor ze verder komen dan op eigen kracht. Het is precies deze betrokkenheid die Vegter vaak node mist in de jeugdzorg.

'Toen ik in de jeugdhulpverlening werkte, sneed het me door de ziel als ik hoorde hoe vaak een jongere z'n verhaal moest doen. Eerst bij deze maatschappelijk werker, dan weer bij die instantie. Dat is pijnlijk. En het werkt niet. Het versterkt bij de jongere eerder de indruk dat je toch alleen staat en niet de moeite waard bent. Volgens mij kun je alleen iets voor elkaar betekenen als je iets met elkaar hebt. Naar elkaar willen luisteren is wel een voorwaarde.'

Vegter is bewust begonnen in de wijk waar ze zelf al twintig jaar woont. 'Ik voel me verbonden met de Bijlmer, het gaat me aan het hart wat hier gebeurt.' Het steekt haar dat in de jeugdzorg het multiculturele aspect vaak wordt vereenzelvigd met 'problemen'. Dat benadrukt de randpositie van een bepaalde groep ouders en stimuleert hen onvoldoende om te zien of hun kind in een andere positie verkeert, vindt ze.

'Om te ontdekken wie of wat ze zijn, heeft een kind in een homogene wijk het natuurlijk makkelijker dan in een multiculturele wijk. Toch moeten kinderen zodanig benaderd worden, dat ze het idee hebben dat er kansen liggen. Juist kinderen zijn in staat de beperkingen van tradities en oordelen van hun ouders te overstijgen.'

Al worden kinderen in De Bron niet getest op hun taalvaardigheid en de ouders niet op hun pedagogische kwaliteiten, ook deze ontmoetingsplek heeft een bijbedoeling. De hoop is dat al die kinderen en ouders, met hun uiteenlopende huidskleuren en achtergronden, iets van elkaar opsteken. Maar erg nadrukkelijk gebeurt dat niet.

'Narda kan hier lekker haar gang gaan, terwijl ik bij haar in de buurt ben', zegt Sonja, die in haar eentje haar driejarige dochter Narda opvoedt. Ze vindt haar dochter geen kind voor een kinderdagverblijf, maar verwacht evenmin iets van de peuterspeelzaal: 'Wáchtlijst' Sonja kwam de eerste keer bij De Bron binnen toen ze griep had. 'Ik ben gewoon op de bank gaan liggen. Het is hier gezellig, je laat je zorgen even thuis. Dat wil iedereen af en toe.'

Juanita: 'Als ik in een dip zit, bel ik Ciska op. Maar we gaan ook met elkaar naar de markt of samen met de kinderen zwemmen.' Ze vindt De Bron een prima plaats voor haar dochter, en heeft moeite met de 'bemoeizucht' om haar heen. 'Iedereen vindt dat Sharuna naar het kinderdagverblijf moet, maar ik bepaal zelf wat ik goed vind. Ik vind De Bron genoeg. Ik werk niet, ik heb gekozen voor mijn kind. Ik wil haar niet wegbrengen naar de crèche, zodat ik kan rondhangen in de stad. Ik kom later wel aan de beurt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden