Column

'Peuterleidsters moeten minstens hbo hebben'

Tussen het opleidingsniveau van leerkrachten en onderwijssucces bestaat een spijkerhard verband, schrijft columnist voor de Volkskrant Aleid Truijens.

Twee- en driejarigen kinderen beginnen maandag op de Dr. J. Woltjerschool in Rotterdam aan hun schooljaar in de nulgroep. Beeld ANP

Het klinkt als een sprookje. Maak kinderen vanaf 4 jaar leerplichtig - nu is dat 5 - en zorg dat alle 'achterstandskinderen' vier ochtenden per week naar een voorschool gaan, en de gevolgen zijn spectaculair: een hoger opleidingsniveau, minder school-drop-outs, meer arbeidsproductiviteit, minder criminaliteit en een gezondere levensstijl. Dit zegt de Maastrichtse hoogleraar Bas ter Weel in zijn oratie Kind van de rekening.

Investeren in jonge kinderen loont, rekent hij voor. Goed, die voorschool kost 10.000 euro per peuter voor de 50.000 kinderen in achterstandswijken, maar dat verdien je snel terug: het is niks vergeleken met de enorme bedragen die uitvallers en criminelen kosten. Bovendien werkt vroeg ingrijpen beter dan achteraf repareren; reïntegratieprojecten en bijscholing zijn duur en hebben weinig effect.

Het is een sympathiek en zinnig pleidooi. Toch toont Ter Weel geen overtuigend verband aan tussen de voorschool en die rooskleurige toekomsteffecten. Hij verwijst vaag naar Amerikaans en Duits onderzoek. Ik zou wel eens bewezen willen zien of Nederlandse kinderen die als peuter naar de voorschool gingen werkelijk op een hoger schooltype terechtkomen.

Alle kinderen op hun 4de naar de basisschool, dat is uitstekend. Veel mensen denken dat dat allang moet, en 98 procent stuurt zijn kind ook naar school als het vier is. Maar het handjevol kinderen dat niet gaat, heeft vaak een (taal)achterstand.

Gratis
De voorschool is een ander verhaal. Je kunt ouders niet dwingen hun peuter ernaar toe te brengen, je kunt het hooguit stimuleren door het aantrekkelijk en gratis te maken. Veel gemeenten doen dat al. Een ander probleem is hoe je uitmaakt wie een 'achterstandskind' is. Potentiële probleemgevallen zijn in Nederland goddank niet precies te traceren op grond van hun postcode. Moet je dan kijken naar de herkomst van de ouders, hun opleidingsniveau, inkomen? Dat is dubieus, en stigmatiserend. En waarom zouden andere kinderen géén recht hebben op een gratis voorschool? Je zou alle peuters een taaltoets kunnen afnemen, maar dat is logistiek ingewikkeld, en duur.

Het belangrijkste probleem met de voorschool - Ter Weel noemt het niet - is de kwaliteit ervan. Als je het taalniveau van peuters wilt verbeteren heb je feilloos Nederlands sprekende peuterleidsters nodig, die doorkneed zijn in taalverwerving. Onze mbo-opleidingen leveren zulke mensen doorgaans niet af. Uit een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam uit 2009 bleek dat meer dan de helft van de medewerkers in de voorschoolse- en kinderopvang de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, en bijna een kwart 'laaggeletterd' is. Een groot deel van hen is allochtoon.

Zolang dat niet verandert, heeft die dure investering in de voorschool geen enkele zin. Want hoe lief en toegewijd een leidster ook is, als ze het tijdens de kringgesprekken, het voorlezen en het fruithapje heeft over 'die meisje', 'een spannende verhaal' en 'de lekkere appeltje' , wordt het nooit wat. De kans bestaat zelfs dat kinderen die het thuis goed geleerd hebben, de taalfouten overnemen.

Werkloos
In de kinderopvang, bij de peuterspeelzalen en voorscholen én bij de mbo-opleidingen is het probleem bekend, en wordt er hard aan gewerkt; bijvoorbeeld door het instellen van taaltoetsen, die voor veel leidsters bijna onhaalbaar zijn. Het zou effectiever zijn alleen nog leidsters met een hbo-opleiding aan te nemen. Maar dan maak je wel een hele groep schoolverlaters werkloos.

Toch moet het die kant uit. Want tussen het opleidingsniveau van leerkrachten en onderwijssucces bestaat wel een spijkerhard verband. De landen die het hoogst scoren in internationale onderwijsonderzoeken - Finland en de Scandinavische landen - hebben steevast universitair opgeleide leerkrachten, die zware, selectieve lerarenopleidingen hebben doorlopen. Vrijwel alle kinderen bezoeken er de kinderopvang, waar eveneens hoogopgeleide mensen werken met veel pedagogische kennis. Bijna gratis kinderopvang wordt beschouwd als een recht, niet als een noodoplossing. Crèches zijn geen opbergplaatsen, maar 'schooltjes' waar kinderen al spelend veel leren en hun taalvermogen ontwikkelen.

Dat betaalt zich dus uit in een hoog onderwijsniveau en een florerende economie. En: de arbeidsparticipatie van vrouwen is veel hoger dan bij ons.

Wie z'n kind om 12 uur moet ophalen van de voorschool, kan zelf onmogelijk werken. Zo houd je vrouwen thuis. Door alle investeringen, met onzeker effect, in de voorschool te verplaatsen naar de kinderopvang, sla je twee vliegen in één klap.

Aleid Truijens is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

 
Met leidsters die het over 'die meisje' hebben, wordt het nooit wat
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden