Pettibons werk zindert van de lust tot tekenen

De relativerende opmerking is er één om ter harte te nemen. 'Please spend as much time with me (and my work) as you would if you were taking my photograph or shaking my hand', krabbelde Raymond Pettibon in kleine lettertjes naast een enorme muurschildering die hij in het GEM in...

Er zit ook niet veel anders op bij Plots Laid Thick, de eerste overzichtstentoonstelling van Pettibon (1957) in Nederland. Meer dan zeshonderd tekeningen heeft het onlangs geopende GEM, museum voor actuele kunst, van de Amerikaanse kunstenaar bijeengebracht. Zeshonderd stripachtige tekeningen, die voor een groot deel uit tekst bestaan: ondoenlijk om die elk aandachtig te bekijken.

Maar dat blijkt ook niet nodig. Bij Pettibon is het geheel meer dan de som der delen. In de individuele tekeningen schuilt niet zijn grootste kracht.

Een venijnig, zwartgallig universum vormen die tekeningen, die deels zijn ingelijst, deels direct op de muur geprikt. Ze worden bevolkt door de meest uiteenlopende personages. Van Batman en zijn trouwe hulpje Robin (die hier samen het bed delen) tot Ronald en (een tot seksbom omgedoopte) Nancy Reagan. Van honkbal- en surfhelden tot de gestoorde sekteleider Charlie Manson (hier als onschadelijke huisvader geportretteerd).

Met grote virtuositeit zijn ze op papier gezet. In grimmige harde lijnen; in een bijna academisch realisme of als een strip uit de jaren veertig - Pettibons ongecontroleerde woede en cynisme laten zich niet in één stijl vangen. Net zo min als de teksten die hij bij zijn tekeningen plaatst, zijn terug te voeren op één bron. Pettibon 'jat' zowel uit pulplectuur als uit Proust of de Bijbel; uit comics net zo goed als uit Goya's gravures of de film noir.

Die populaire mix van high en low maakte van Pettibon begin jaren negentig een heus cultfenomeen. De streetwise kunstenaar, die decennialang slechts in kleine kring bekend was, in de jaren zeventig rauwe illustraties maakte voor de LP-hoezen van underground bandjes (Black Flag, en later Sonic Youth), en in de jaren tachtig zelfgekopieerde tijdschriftjes verkocht voor een paar dollar, tijdschriften met tekeningen van neutronenbommen en opgehangen meisjes (No Future!) op de cover - die kunstenaar werd in de jaren negentig een hype.

Sinds vriend en collega-kunstenaar Mike Kelley hem in de kunstwereld introduceerde, wordt Pettibons werk getoond in de meest kekke galeries van New York en (vorig jaar) zelfs op de Documenta in Kassel. En, meent zijn grote schare fans, Pettibon is nog steeds een guerilla artist. Met onverminderd engagement.

Inderdaad: sommige van Pettibons tekeningen ademen nog steeds iets van dat anarchisme, van de cynische rebellie tegen het Reagantijdperk, tegen het oerconservatisme en tegen de rassenhaat en de homofobie. Je vindt het terug in de wrange schets van een homo-paar (tekst: 'We destroy family') of in een afbeelding van Elvis ('Turn it off man [. . .] It sounds like some niggers') - tekeningen waarvan je vermoedt dat ze in de jaren tachtig zijn ontstaan.

Vermóedt, want de tekeningen zijn niet gedateerd, en ook niet chronologisch opgehangen. En dus wordt het gissen. Is zijn tekening van de sky line van Manhattan volgekrabbeld met teksten (als: 'It's a bird. It's a plane. Where is Superman?') een cynisch commentaar op de twee vliegtuigen die op 11 september in de Twin Towers vlogen? Hebben zijn portretten ('You can call us terrorists, we don't mind. We even understand English') iets van doen met de actualiteit?

Nee, blijkt in de bij de expositie verschenen publicatie: de tekeningen zijn van minstens drie jaar geleden. Maar Pettibons tekeningen zijn zo richtingloos dat je er álles in kunt zien. Of helemaal niets. Want zelden is zijn zwartgallige commentaar to the point. En dat maakt het vaak een beetje gratuit.

Dat zit hem niet alleen in de teksten, die vaak (bewust) nauwelijks iets met het beeld van doen hebben. Dat zit hem ook in de door Pettibon gebruikte stijl. Die is - zeker in vergelijking met collega's als Peter Saul of Robert Crump, die in hun stripachtige schotschriften alle esthetische normen over boord kieperen - te braaf, te glad, te smooth om te kunnen verontrusten.

Gevaarloos zijn de tekeningen daardoor. Maar wél vol punkenergie. Want dat moet je Pettibon nageven: zijn werk zindert van de neurotische lust tot tekenen. Dat komt het best tot uiting, niet wanneer je zijn tekeningen stuk voor stuk bestudeert, maar de hele handel onbezonnen over je heen laat komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden