Petrucciani: Zo veel ellende en zo veel talent

'De routine van een dank-u-wel-beleefd-applaus is me niet genoeg', heeft de woensdag gestorven Michel Petrucciani ooit gezegd. De jazzpianist wilde zijn luisteraars raken....

FRANK VAN HERK

'WONDEREN zijn er om te accepteren. Mijn carrière is het bewijs.' De Franse pianist en -componist Michel Petrucciani zei het vorig jaar in een interview met Jazz Nu, en je moest het beamen. Ondanks een aangeboren botziekte waardoor hij nog geen meter lang was en nauwelijks kon lopen, heeft hij veel bereikt. Hij speelde met vele groten van de jazz, toerde onophoudelijk en speelde ruim dertig platen vol. Gisteren overleed hij in New York aan een longontsteking, ruim een week na zijn zesendertigste verjaardag.

Petrucciani werd geboren in Orange. Zijn uit Sicilië afkomstige vader was jazzgitarist en lijfde hem in bij het familie-orkest toen Michel nog een kind was. Een bijzonder kind, weliswaar, dat negen uur per dag piano studeerde, voornamelijk de klassieken maar ook transcripties van jazzsolo's: Oscar Peterson, Erroll Garner. Hij bouwde er een fabelachtige techniek mee op, zijn vingers waren niet alleen vlug maar ook bijzonder sterk, en met zijn harde aanslag kon hij de noten net zo laten doorzingen als de trompet van Louis Armstrong of Miles Davis.

Op zijn achttiende trok hij naar Amerika, waar hij ontdekt werd door tenorsaxofonist Charles Lloyd, die hem inhuurde voor zijn comeback. Al snel speelde hij met vrijwel alle idolen uit zijn jeugd, zoals saxofonist Wayne Shorter, trompettist Freddie Hubbard, en gitarist Jim Hall. Die laatste had duetten gespeeld met Petrucciani's grootste voorbeeld, Bill Evans. 'Call me Bill', was het verzoek van Michel, maar Hall zag daar toch maar vanaf.

Met Evans had Michel Petrucciani tijdens zijn hele loopbaan inderdaad veel gemeen: de romantische instelling, de lang uitgesponnen, precies gearticuleerde melodische lijnen en de subtiele, op het Franse impressionisme geïnspireerde akkoorden. Zijn temperament was evenwel totaal anders. Evans was een in zichzelf gekeerde, door verslavingen gekwelde man, zijn Franse bewonderaar iemand die enthousiast in elke nieuw avontuur dook, geestig en brutaal, en altijd verzot bleef op het toetsenbord, op de mogelijkheden die het hem bood om met mensen te communiceren.

In april 1996 was hij in Nederland om aan het Koninklijk Conservatorium een masterclass te geven. De Volkskrant tekende toen op: 'Ik wil een verhaal vertellen, het publiek een reactie ontlokken. Of de mensen dan huilen of lachen maakt me niet uit, maar ik wil graag merken wat ze voelen. De routine van dank-u-wel-beleefd-applaus is me niet genoeg.'

Petrucciani bleef rusteloos zoeken naar nieuwe situaties om in te spelen. Hij trad vaak solo op, ook met duo's, trio's, kwartetten, kwintetten en big bands. Hij speelde akoestische jazz, maar experimenteerde soms ook met synthesizers. Die veelzijdigheid is te horen op zijn zes Blue Note-cd's, onlangs in een verzamelbox heruitgebracht.

Voor zijn laatste label Dreyfus maakte hij in 1997 een cd met simpele songs, funky begeleid, die lieten horen hoe charmant de composities waren die hij anders nog wel eens onder al te bloemrijke improvisaties kon bedelven. Dreyfus bracht ook twee solo-cd's van hem uit, waarop hij misschien het meest zichzelf was: een hartstochtelijk muzikant die de luisteraar wilde meeslepen, laten voelen hoe heerlijk het is om ondanks alle ellende zo'n talent te hebben.

Frank van Herk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden