Peter R. de Vries

Toen hij begon in de misdaadverslaggeverij, stond die ongeveer gelijk aan roddeljournalistiek. Nu geeft hij lezingen aan de universiteit. 'Ik denk dat er in Nederland geen vijf mensen zijn die zo veel van de misdaadpraktijk weten als ik.'..

In de schminkruimte bij een van de John de Mol-studio's in Hilversum hangt bijna een familiesfeer. Terwijl Peter R. de Vries onder handen wordt genomen door de visagiste, komen zijn vrouw Jacqueline en zijn zoontje Royce gezellig even kijken - Jacqueline komt altijd, ze doet ook de kledingadviezen voor haar man - en vertelt de Rotterdamse oud-hoofdcommissaris Jan Blaauw, geregeld gast in het programma, honderduit over het boek over de Amerikaanse seriemoordenaar Henry Lee Lucas dat hij vandaag komt presenteren. Hij deelt alvast wat gesigneerde exemplaren uit aan familie De Vries en een aantal redactieleden.

Ook de onlangs opgeloste moord op Sybine Jansons komt ter sprake. Die zaak raakt aan het thema waarop de oud-hoofdcommissaris, die voor de gelegenheid een speldje in de vorm van handboeien op zijn stropdas heeft geprikt, en Peter R. de Vries elkaar gevonden hebben: het gebruik van dna-materiaal bij het oplossen van misdrijven. De zaak Sybine Jansons illustreert nog eens hun gelijk, vinden ze. Hoeveel miljoenen guldens, hoeveel tijd en frustraties hadden bespaard kunnen worden als het dna-profiel van de dader geregistreerd zou zijn geweest bij een dna-databank?

Blaauw en De Vries trekken ook al jaren samen op in de 'Puttense moordzaak', waarbij ze, tot ergenis van de politie, blijven ageren tegen de ongerijmdheid dat twee veroordeelden al vijf jaar vastzitten, terwijl de spermavlek die op het slachtoffer is gevonden niet van hen afkomstig is. Dat wees dna-onderzoek uit, maar dat onderzoek is in deze zaak vreemd genoeg terzijde gelegd. Over dit soort zaken windt Peter R. de Vries zich op. Dus als er ook maar even een nieuw feitje te melden valt, besteedt hij er ruimschoots aandacht aan in zijn programma. 'En hoe meer weerstand ik dan krijg', legt hij na de uitzending uit, 'hoe fanatieker ik word. Hier op de vloer zeggen ze tegenwoordig al: "Oh nee hè, niet weer." Of: "Ja maar de kijker wordt er moe van." Dan zeg ik: "Dat kan me niet schelen. Al valt de helft weg, dan nog blijf ik het doen." Want ik doe dat niet voor de kijkcijfers, ik doe het uit overtuiging.'

Die vasthoudendheid lijkt nu overigens te lonen. D66-Kamerlid Boris Dittrich stelde twee weken geleden Kamer vragen aan de minister, nadat hij toegestuurde banden van het programma had gezien - zelf keek hij niet altijd, meldde hij verontschuldigend - en de minister liet daarop voor het eerst de mogelijkheid open voor aanvullend dna-onderzoek, 'gezien de bijzondere omstandigheden van het geval'. Peter R. de Vries, in zijn programma: 'De deur staat op een kier.' En: 'Schrijf het op je buik, knoop het in je oren: wij blijven hier op terugkomen. Als het moet nog tachtig keer.'

Observeer Peter R. de Vries een dag en je komt tot dezelfde conclusie als die van mensen die al langer beroepsmatig met hem te maken hebben: what you see is what you get. Tussen de Peter R. de Vries in de kantine, Peter R. de Vries in zijn werkkamer, De Vries bij de grimeur, of De Vries in de studio zit hoegenaamd geen verschil. Hoogstens kijkt hij met de camera op zich gericht wat ongemakkelijker dan normaal. Voor Peter R. de Vries is misdaadverslaggeving een serieuze zaak. En of het nu de moord op Marianne Vaatstra betreft of de ontmaskering van een malafide tuinman, in de aanpak en toonzetting lijkt iedere zaak die hij behandelt van levensbelang. Dat leidt tot veel jongensboekzinnetjes als: 'We gaan er op af', 'We gaan op onderzoek uit met de verborgen camera', 'We komen terecht in de schemerige wereld van...' en 'Zorg dat u klaar zit, dan heeft u altijd een alibi'. Voor De Vries heeft dat niets te maken met sensatiezucht of kijkcijfers, maar alles met zijn eigen belevingswereld. Niet voor niets wist hij op de lagere school zijn klasgenoten al af te troeven met zijn gedetailleerde kennis van de moorden op de Amerikaanse president Kennedy, op Martin Luther King en de Delftse wurgmoord. 'Misdaad en journalistiek hebben me van jongsaf aan geïnteresseerd', zegt hij 'Toen ik op mijn twintigste begon op de Haagse redactie van De Telegraaf heb ik meteen gezegd: "Laat mij de dagelijkse politiepersconferenties maar doen". En dan ben je voor je het weet de misdaadman van de krant.'

In die tijd stond misdaadjournalistiek in status nog zo ongeveer gelijk aan de roddeljournalistiek, maar nu, 22 jaar later, heeft Peter R. de Vries - na tien jaar televisie - veel res pect verworven onder (ex)-collega's, advocaten, politie en, in mindere mate, bij justitie. Zijn programma wordt bovendien zeer goed bekeken in de gevangenis en ook door het grote publiek daarbuiten. 'Ik hoor vaak "ik ga naar Peter R. de Vries" als mensen ten einde raad zijn', zegt advocaat mr. Jan Boone uit Wijk bij Duurstede. 'Zijn programma heeft een geweldige impact.'

Zelfs advocaten, zegt Boone, hechten tegenwoordig veel belang aan het programma: 'Dat komt door de advocaten toptien die De Vries jaarlijks door onszelf laat samenstellen. Een hele handige zet van hem. Zo speelt hij advocaten tegen elkaar uit. Er zijn eollega-confrères die het heel vervelend vinden als ze niet in die toptien staan; hun cliënten kijken immers ook.' Overigens is Boone blij dat het programma er is. 'Op zijn manier bedrijft Peter R. de Vries toch dieptejournalistiek. Dat zie je verder bijna niet meer. Ik vind de aanpak soms wat overdreven, om niet te zeggen sensationeel, maar hij houdt zich altijd aan de feiten en zoekt dingen goed uit. Bovendien stelt hij zich altijd onafhankelijk op en hij is niet bang om harde uitspraken te doen.'

Het geheim van Peter R. de Vries ligt volgens ex-collega's en anderen in zijn 'strikte onafhankelijkheid', zijn vasthoudendheid, zijn dossierkennis en het bijhouden van zijn zorgvuldig opgebouwde netwerk aan contacten. Bovendien, zegt de Amsterdamse politiewoordvoerder Klaas Wilting: 'Hij komt altijd zijn afspraken na en pleegt altijd wederhoor. Ik heb hem ook nog nooit kunnen betrappen op een dubbele agenda.' 'Hij heeft nog nooit een afspraak geschonden', bevestigt de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Vrakking.

Slechts eenmaal in zijn 22-jarige carrière kwam hij min of meer in opspraak; Parool-journalist Bart Middelburg beschuldigde hem begin jaren negentig van het verlenen van 'hand en spandiensten' voor de in 1991 vermoorde topcrimineel Klaas Bruinsma. 'Hij ontmoette hem regelmatig, maar schreef er geen stuk over', luidde zijn kritiek. Eerder was De Vries verweten dat hij wel erg close was met Heineken-ontvoerder Cor van Hout. De Vries wordt stelselmatig boos om dit soort kritieken. Tegen Het Parool spande hij zelfs een (verloren) procedure aan. Zijn verweer klinkt overigens niet onlogisch: 'Als parlementair journalist drink je toch ook weleens een kop koffie met een Kamerlid, zonder er meteen over te schrijven. Zolang je er maar niet geheimzinnig over doet.'

Simon Vuyk, die al tien jaar als eindredacteur nauw samenwerkt met De Vries, kan zich wel voorstellen dat zijn baas in woede ontsteekt als hij weer eens in de 'pulphoek' wordt gedrongen. 'Als íemand onafhankelijk is, is hij het wel. En op fouten wordt hij zelden of nooit betrapt. Niemand die consciëntieuzer werkt dan hij. Die kritiek komt vaak voort uit het feit dat wij voor de commerciële omroep werken. Terwijl wij dit programma net zo goed elders zouden kunnen maken. Peter kan daar niet tegen en hij reageert er consequent op.'

Dat is waar, beaamt De Vries grif. 'De zogenaamde kwaliteitskranten kijken vaak met enig dédain op ons neer en ze laten ook niet na te vermelden dat wij voor de commerciële omroep werken. Terwijl zij juist de grootste fouten maken op misdaadgebied. Dat stoort mij en daar reageer ik dus op.' Hij schampert: 'Net nog heeft het dagblad Trouw weer moeten rectificeren.'

Overigens hoeft hij zich tegenwoordig veel minder vaak te verdedigen dan pakweg tien jaar geleden. Dat heeft voor een deel te maken met de tijdsgeest, meent hij. 'Er worden in ons land nu verkiezingen gewonnen op de thema's misdaadbestrijding en veiligheid op straat. De partijprogramma's staan er bol van. Dan is het niet zo gek dat ook de media er veel aandacht aan besteden. Al moet ik toegeven dat het ook andersom werkt; er is in de loop der jaren een nogal vertekend beeld ontstaan over de misdaad in Nederland. Wellicht deels door de media ontstaan, maar vervolgens opgeklopt door een aantal betrokken partijen en bevestigd door de politiek. De politie is er op uit om de werkdruk zo zwaar mogelijk voor te stellen, in de strijd om geld, middelen en manschappen. Die komt ook altijd met beelden van wijdvertakte, grensoverschrijdende bendes waar ze achteraan zitten en waar geld voor nodig is. In werkelijkheid zitten ze dan bij wijze van spreken achter een bende zakkenrollers aan. Politici durven vervolgens niet te nuanceren als ze om commentaar worden gevraagd. Want voor je het weet word je beschuldigd van geitenwollensokkengedrag. En daarmee is de cirkel weer rond.'

'We zijn een instituut geworden,' beaamt hij. 'Ik heb weleens het idee dat we inmiddels een soort alternatieve ombudsman zijn. We krijgen veel verzoeken om hulp van mensen die zijn fijngemalen door instanties, die niet worden gehoord, die niet eens antwoord krijgen. Heel veel brieven met standaardformuleringen als: "ten einde raad" en "laatste strohalm". Vaak kan ik natuurlijk helemaal niet helpen, maar ik wind me inderdaad enorm op als mensen naar overheden schrijven en gewoon geen antwoord krijgen. Of van die standaardbrieven waar niet eens een aanhef boven staat. Daar word ik giftig om. Iedereen die ons schrijft, krijgt gewoon een echt antwoord, en snel.'

Die aanpak werpt uiteindelijk altijd vruchten af, weet De Vries uit ervaring. 'Dan komt er ineens iets op je af, een fantastisch verhaal, en dan vraag je: joh, hoe ben je nou bij mij terecht gekomen. Dan zegt zo iemand: "Nou, ik ben de buurman van Piet, die heeft jou een half jaar geleden geschreven, toen kon je weliswaar niks doen, maar hij kreeg zo'n keurige, correcte brief terug, dus ik dacht: hem moet ik hebben". Zo werkt dat dus. Ik heb weleens gedacht: het is geluk. Maar na verloop van tijd weet je: het is meer dan dat.' Een voorbeeld? 'Het Auschwitz-monument in Amsterdam was vernield. Dat was een week lang wereldnieuws in Nederland. Enorme verhalen op tv, van: de dader is een neo-nazi. Ik volgde dat een beetje, niet speciaal geïnteresseerd, totdat ik op een ochtend een telefoontje kreeg van iemand die zegt: ik wil je per se spreken. Ik was iets anders aan het doen, het kwam me niet uit, maar ik hoorde iets in die stem waardoor ik zei: "Kom maar over een half uur naar dat en dat hotel in Naarden. Toen ik daar binnenkwam, zat daar een haveloze jongen, een junk. Ik schuif aan en hij zegt: ik zit met een enorm probleem. Ik heb als glazenier aan dat monument gewerkt, maar om te voorkomen dat een fout van het bedrijf werd ontdekt, heb ik het vernield. Dan zit je opeens met een enorme scoop in handen en je denkt: waarom overkomt mij dat nu? Maar ja, hij belt mij op en dat is iets wat ik in de loop der jaren heb gewonnen.'

De Vries hield nadien nog jaren contact met de dader, Ruud Smit, en droeg een van zijn boeken aan de jongen op. 'Hij was ernstig verslaafd en is later half verlamd geraakt. Een paar jaar geleden heeft hij zelfmoord gepleegd door van een flat te springen. Ik heb hem daarvoor nog vaak opgezocht bij het Leger des Heils, of in het ziekenhuis, met een zak met kleren, of om te kijken van: jongen, blijf op het goede pad. Een typisch geval van iemand die heel veel pech heeft gehad.'

Zo zijn er nog een aantal zaken waar De Vries zich persoonlijk erg bij betrokken voelt. Eindredacteur Simon Vuyk: 'Peter is ontzettend bevlogen. Maar op tv zie je dat niet zo. Hij komt vaak wat hard en emotieloos over. Vandaar dat we ieder jaar in december een speciale uitzending maken, waarin Peter terugblikt met de mensen bij wie hij zich het meest betrokken heeft gevoeld. Dan zie je hem soms echt slikken.' De Vries: 'Soms kom je zo dichtbij dat het leed van mensen tastbaar wordt.' Dat had hij bijvoorbeeld met de ouders van het Limburgse jongetje Nicky Verstappen, die augustus vorig jaar tijdens een zomerkamp verdween en later werd gevonden: seksueel misbruikt en vermoord. Ondanks sterke aanwijzingen in de richting van de mogelijke dader(s) werd het politieonderzoek snel stopgezet. 'En dan zit je bij die ouders thuis op de bank. Er staat een fotootje op het dressoir met een brandend kaarsje ernaast en je ziet hoe verdrietig die mensen zijn. Dat grijpt me aan. En ik denk dan: godverdomme, die mensen worden ook nog eens in de steek gelaten. En: dit kan niet, dit mag niet en hier ga ik wat aan doen. Nou, met die zaak ben ik nu gewoon nog dagelijks bezig. Er gaat geen dag voorbij of we zoeken dingen uit, of ik heb die mensen aan de lijn.'

Ondertussen blijft hij natuurlijk wel gewoon journalist. Hij is trots op het succes van zijn boek: De ontvoering van Alfred Heineken, uit 1987. Daarin tekent De Vries het verhaal op van hoofddader Cor van Hout, nog voordat Van Hout en zijn mededaders formeel bekenden. Toch, zegt hij nu, was dat vooral een mooi verhaal dat veel aandacht kreeg omdat het Heineken betrof, maar 'criminologisch was het niet zo interessant'. Trotser was hij toen hij 'na tien jaar speculaties en mysteries' een van de ontvoerders, Frans Meyer, opspoorde in Paraguay. 'Dat is misschien wel de enige primeur in mijn leven geweest waarvan ik gezegd heb: die gun ik niet aan een ander. Als iemand anders Frans Meyer had gevonden, was ik daar wekenlang ziek van geweest.'

Het meeste voldoening heeft hij echter van zijn boek Een moord kost meer levens, het inderdaad verbijsterende en veelzeggende verhaal van Paul Spruit, de zoon van de Amsterdamse 'Donald Duck-colporteur' die werd veroordeeld voor de moord op twee kinderen. 'Dat boek moest geschreven worden. Anders had ik mezelf geen misdaadverslaggever mogen noemen. Het is voor mij een belangrijk boek, omdat het laat zien hoe bizar een mensenleven kan verlopen en ook hoe misdaad ontstaat.' Hoe ontstaat misdaad dan? 'Nou, je kunt niet alleen zeggen dat het genetisch bepaald is, noch het tegenovergestelde. Ik denk wel dat omgevingsfactoren belangrijk zijn. Ik ben opgevoed in Amstelveen en als de politie bij ons aan de deur kwam, schaamden mijn ouders zich de ogen uit het hoofd voor de buren. Maar Cor van Hout, een behoorlijk intelligente man, groeide op in de oude Staatsliedenbuurt in Amsterdam. Daar kwam de politie ook aan huis en als ze weg waren kwamen de buren langs en zeiden: "Wat moesten die klerelijers hier". Het zou mij niet verbazen dat Van Hout, als hij was opgegroeid in Amstelveen, een captain of industry was geworden. En Paul Spruit, een volstrekt normale, intelligente jongen die tot zijn zestiende ook een normale jeugd had, wordt uiteindelijk het slachtoffer van gebeurtenissen die in zijn directe omgeving plaatsvinden.'

Wie een ander boek van Peter R. de Vries leest, Cipier, mag ik een pistool van u?, een bundeling columns uit Panorama, merkt dat de opvattingen van De Vries sowieso een stuk gematigder zijn dan menigeen aan zijn programma meent af te zien. De Vries: 'Ik ben tegen lange gevangenisstraffen, ik ben uberhaupt mordicus tegen de doodstraf en ik ben voor legalisering van softdrugs. Mensen zeggen altijd dat ik mijn tv-programma alleen maar roep om hogere straffen en een hardere aanpak. Maar dat doe ik juist nooit. Integendeel, ik zie daar helemaal geen heil in, daarvoor kom ik te veel in gevangenissen.'

Pas nog gaf hij een lezing op de Erasmus-universiteit. De zaal had lang niet meer zo vol gezeten, zeiden de organisatoren. Terwijl er toch vaak interessante professoren te gast waren. 'Blijkbaar weet ik het toegankelijk te brengen.' Hij wordt met meer respect bejegend dan vroeger, merkt hij. Trots: 'Tijdens zo'n discussie op de universiteit proef ik niets van vijandigheid en afweermechanismen bij de criminologen die er ook waren. Integendeel, wat ik zeg wordt voortdurend met instemming begroet. Maar goed, als mensen met mij praten over misdaad, dan komen ze er natuurlijk pijlsnel achter dat ik daar ongelooflijk veel van afweet. Als ik een keer onbescheiden mag zijn: ik denk dat er in Nederland geen vijf mensen zijn die zoveel van de misdaadpraktijk weten als ik.'

Daarom kan hij zich niet helemaal vinden in de typering 'Kuifje in misdaadland'. 'Het mag allemaal wel jongensboekachtig lijken en toevallig, maar met het fundament ben ik jaren bezig geweest. Ik ben twintig jaar geleden begonnen met het aanleggen van een archief en dat hou ik tot op de dag van vandaag bij. Op dat gebied heb ik heel veel onzichtbaar werk verricht. Dat betaalt zich nu uit. Ik kan alle informatie die ik nodig heb zo uit de kast pakken.'

Voordat hij 's ochtends om acht uur naar de sportschool in zijn woonplaats Naarden gaat, heeft hij al drie kranten gelezen. 'Ik ben een leesfreak. Kranten, tijdschriften, vakliteratuur en dan nog alles wat hier binnenkomt aan post en dossiers. 'Ook 's avonds zit ik meestal dossiers te lezen of mijn archief bij te houden. En ja, inderdaad, op vakantie neem ik ook altijd een stapel dossiers mee. Dan heb ik eindelijk de tijd om ze rustig te lezen. Dat is voor mij ontspanning.'

Hij haalt een brief uit zijn tas. Het is een dreigbrief naar aanleiding van een uitzending over de overleden beroepsmisdadiger Okan O., verdacht van moord op zijn verdwenen vriendin Marion en hun dochtertje Romy. Een ranzige brief waarin vooral Jacqueline, de vrouw van De Vries, de vreselijkste dingen in het vooruitzicht worden gesteld. 'Die laat ik haar wel lezen, ja, maar daar moet je een rustig moment voor vinden.' Hij wordt wel eens bedreigd. Onlangs nog is hij gebeld door de Criminele Inlichtingendienst (CID), met de mededeling dat nog voor het einde van het jaar een aanslag op hem gepleegd zal worden. Hij is niet bang, zegt hij, 'wel gespannen soms.' 'Maar ik ben nog nooit een dag ondergedoken of zo. Dat heeft geen zin. Als ze naar je op zoek zijn, dan ontloop je dat toch niet. Wat niet wil zeggen dat ik niet alert ben. Het is mijn tweede natuur geworden om dingen op te merken en te zien. Mijn vrouw is daar nog steeds verbaasd over. Dan zeg ik: "Hé, die zag ik eergisteren ook al". Of andere kleine dingen. Het is een soort intuïtie waardoor ik ook goed ben in dit vak. Het is een van de eigenschappen die je nodig hebt.

'Maar goed', zucht hij. 'Vermoeiend is het af en toe wel. Je komt nooit helemaal los van je werk. En je wordt geleefd. Ook als ik met mijn zoontje naar Ajax ga, word ik ermee geconfronteerd. Mensen roepen dan: "Hé, ik heb een alibi, hoor". Dat is behoorlijk inspannend, ja.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.