Peter Middendorp maakte zijn eerste zonnige fietstocht van het jaar

Foto de Volkskrant

Op de eerste mooie dag van het jaar maakte ik een eerste fietstocht. Er keerde al wat kleur in het landschap terug, maar leven was er nauwelijks, niet in de lucht en ook niet in de grond. Darwin Comes to Town, zo heet het nieuwe boek van Menno Schilthuizen - overal ontvluchten de dieren het platteland. Het wachten was op het eerste voorjaar waarin de aarde onvoldoende insecten zou uitwasemen om de gewassen te bestuiven.

Door een buitenwijk, waar één op de vijf kinderen zonder ontbijt naar school wordt gestuurd, fietste ik naar de stad. Een kind dat geen ontbijt krijgt, zal naar meer basisbehoeften kunnen fluiten, de duivel schijt nu eenmaal altijd op dezelfde hoop, zodat een enigszins gezonde en gelukkige ontwikkeling voor 20 procent van de jonge wijkbewonertjes - vandaag lachten ze nog vrolijk - nu al vrijwel uitgesloten was.

In de verte zag ik de hoogste verdiepingen van het grote, nieuwe gebouw, waarin de werknemers voortaan geen vaste werkplekken meer kregen, maar te weinig plekken, ook wel 'flex-plekken' genoemd. Van dat vooruitzicht raakte het personeel in de greep van stress en onzekerheid. Tien minuten na de feestelijke ingebruikname van het gebouw, een maandagochtend even na achten, stonden er twee ambulances en een politiewagen voor de versierde entree.

Het kruispunt dat de wijk met het centrum verbond, was geen kruispunt meer in de klassieke betekenis van het woord, maar een soort 'shared space' geworden, een vrije markt voor zelfredzame verkeersdeelnemers. Er was daar nergens meer houvast, nergens meer iets van een neutrale instantie buiten jezelf, zoals een stoplicht of een zebrapad. Oud en jong, fiets, stadsbus en rollator - alles ging er tegelijkertijd op eigen risico overheen.

In de straten stonden rijen vreugdeloze Blokkers en Kijkshops hun eigen winkelconcepten uit te wringen. In de techniekwinkel werkten laaggeletterde jongemannen als zzp'ers achter de toonbank, die een paar jaar geleden vanwege hun grote 'afstand tot de arbeidsmarkt' nog met subsidie in vaste dienst waren genomen.

Ik haalde boodschappen bij de buurtsupermarkt waarin, sinds ik er kom, een jaar of vier, een tweede ondernemersgezin langzaam ten onder gaat. Een buurtsuper is duur, de buurtbewoners zijn niet draagkrachtig. Er is veel verloop in het huurdersbestand. Op een avond stonden er drie auto's in brand en wisten we dat er in de wijk weer een betaalbare huurwoning voor een maatschappelijke herintreder vrijgekomen was.

De buurman, een voormalig financieel adviseur, die na de crisis op zijn 46ste zijn baan was kwijtgeraakt, zwaaide vanaf de hondenuitlaatstrook. Laatst hadden we het erover hoe raar lang je jong bleef in de wereld en hoe snel je daarna voor de arbeidsmarkt ineens een oude lul geworden was, de bruikbaarheid nagenoeg voorbij. Het leven had geen midden meer, leek het wel, wat gek was, jammer en ergens ook wat oneerlijk. Het middenstuk kromp, terwijl het leven zelf steeds langer werd.

Ik ging naar binnen, nam de krant van de mat en las, niet voor het eerst, hoe goed het ging met de economie, de cijfers gingen door het dak en daarna vlogen ze door de lucht. Nou ja, dacht ik, er groeit tenminste iets, en zette opgelucht mijn fietshelm af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.