Peter Middendorp las het boek over Blokker alvast en zag dat hij niet heeft overdreven

Over Blokker, hoe het imperium de familie ontglipt

Teri van der Heijden en Barbara Rijlaarsdam; Blokker. Hoe het imperium de familie ontglipt. Ambo Anthos; 264 pagina's; € 20.

Komende week verschijnt Blokker. Hoe het imperium de familie ontglipt, over de winkelketen van de broers Jaap en Ab Blokker. Peter Middendorp, die zijn jeugd in een Blokkerwinkel van zich afschreef in de roman Vertrouwd Voordelig, las alvast een drukproef en zag: ‘Het was echt zo wat ik heb geschreven. Het was zelfs nog een beetje erger.’

Winkelketen Blokker. Derde vestiging van Jacob Blokker- grondlegger van het Blokkerconcern- op Breed 52 in Hoorn. Hier opende Jacob Blokker met Saapke Kuiper in 1912 het 'Speciaalhuis', een winkel met glas, porselein, en cadeauartikelen. Hoorn [1915] Foto HH

Vier jaar geleden schreef ik een roman over mijn jeugd in een Blokkerwinkel in Emmen, Vertrouwd Voordelig geheten, naar de bekende reclameslogan. Volgens mijn vader schetste ik daarin geen vriendelijk beeld van de winkel. Het beeld hield hem uit zijn slaap, vertelde hij achteraf, totdat iemand hem het verschil tussen fictie en non-fictie had uitgelegd – de beschreven werkelijkheid was er helemaal van opgeklaard.

Mijn excuus was het vertelperspectief van een 16-jarige jongen, die op koopavonden door zijn vader ‘op de afdeling elektrisch’ wordt gezet, een lange wand vol plastic gebruiksvoorwerpen, vermoedelijk door Chinese kinderen in elkaar gezet, die na aanschaf zelden tot nooit zouden worden gebruikt, maar in de klanten evengoed een huiveringwekkende begeerte wakker maakten; een vrolijk mensbeeld kreeg je niet.

De afgelopen dagen las ik Blokker. Hoe het imperium de familie ontglipt, van Teri van der Heijden en Barbara Rijlaarsdam, een klassiek verhaal van opkomst en neergang van een plastic winkel-imperium. Het boek heeft mijn jeugdtrauma feitelijke grondslagen gegeven, het als het ware met terugwerkende kracht van een betrouwbare fundering voorzien. Maar het deed me ook en vooral beseffen, met schokjes ging het gepaard: het was echt zo wat ik heb geschreven. Het was zelfs nog een beetje erger.

In ons gezin en in ons warenhuis werd altijd al hard gewerkt. Het hoorde bij het leven van de winkelier, die altijd hard werkte, zonder uitzondering, ook als het niet per se nodig was – het lichaam stopte nu eenmaal niet meteen met stresshormonen produceren als het even mocht van de winkelsluitingstijden. Maar in de Blokkertijd kreeg al dat harde werken er nog een dimensie bij, of eerder, zit ik nu te denken, was het waarschijnlijk andersom: werd het van een dimensie ontdaan.

De Blokkermanier van hard werken bestond natuurlijk ook uit hard werken, zo hard mogelijk, elke dag opnieuw, maar je daarmee ook – en dat was het nieuwe – helemaal identificeren, van top tot teen. Alsof hard werken nastrevenswaardig was, in zichzelf een deugd vertegenwoordigde, en niet een gevolg was van iets anders, een keuze, een inhoudelijke motivatie, een plan of ook maar een idee, iets.

Want wat was het plan van Jaap en Ab Blokker toen zij van hun vader een eerste paar winkels erfden? Wat zagen zij voor zich, wat wilden zij? Ze wilden meer. Dat was het plan, de strategie was meer. Nog meer en nog goedkoper.

Hoe gingen ze hun doel bereiken? Door hard te werken, altijd de goedkoopste te zijn en door heel goed af te kijken bij de concurrentie. De reputatie van Blokker, als zouden zij het spel niet eerlijk spelen, de zweem van vals die rond de artikelen hing, was verdiend. Er was geen schijn van onecht. Namaak was zo’n beetje het businessmodel.

De werkverdeling verliep natuurlijk bij de broers, hun taken leken met hun persoonlijkheden samen te vallen. Ab was de man achter de schermen. Zodra een product goed verkocht bij een concurrent, ging hij ermee naar China om het daar zo goedkoop mogelijk na te laten maken, waarna de klanten vaak alleen nog maar belangstelling hadden voor de Blokkerversies van de Rubiks-kubus of de trilplaat van Conny Breukhoven, en de originelen links lieten liggen.

De bekendste broer was Jaap, de man van de buitenboel. Terwijl Ab in China als een van de eerste westerse inkopers de lokale fabrikanten tegen elkaar kon uitspelen, reisde Jaap het land af om overal nieuwe Blokkerwinkels te openen, steeds meer nieuwe winkels, honderden per jaar op het laatst, meerdere per week.

Halverwege de jaren tachtig viel het oog ook op ons, Hebo Warenhuis in het winkelcentrum van Emmen, dat 100 duizend Zuidoost-Drentse zielen bediende. Er was in het gebied nog geen Blokker, dus die moest er komen, dat was al besloten, maar eerst werd mijn vader nog de kans geboden om onze winkel in een Blokker te veranderen.

Jaap kwam persoonlijk langs om de zaken te bespreken. Hij bracht letterlijk zoete broodjes mee, Hoornsche Broeders, naar de plaats waar de eerste Blokker was gevestigd, zwaar krentenbrood met kaneel en suiker. Natuurlijk zou Jaap het begrijpen als mijn vader zichzelf wilde blijven – het zelfstandig ondernemen zat hem in het bloed, dat zag je zo. Maar dat hij zich dan wel genoodzaakt zag om zelf een Blokkerwinkel in Emmen te openen, bijvoorbeeld een paar straten verderop.

Mijn vader was trots dat Jaap hem had bezocht. Hij kon enthousiast vertellen over de tijd die ‘Blokker zelf’ genomen had om de winkel te bewonderen. Alle meiden hadden een handje gekregen. Ik begreep het niet. In mijn puberogen had Jaap hem zo’n beetje een maffiastreek geleverd. Kom bij ons, had de baas van de familie gezegd, of ga aan ons failliet. Blokker of de bedelstaf. Je mag zelf kiezen wat het wordt.

Niet lang hierna verhuisden we naar een groter pand aan de overkant van de straat en konden de oranje lichtbakken tegen de gevel worden opgehesen. De artikelen werden niet langer goederen genoemd, of het goed, maar de spullen. Het spul werd ook niet langer door de voordeur binnengedragen, maar achterom uit vrachtwagens en trailers geladen, waarna we ze in hoge, ijzeren karren het nieuwe magazijn inreden.

Het spul klonk liefdelozer dan het goed, maar beschreef wel preciezer wat Blokker in essentie verkocht: spullen, heel veel spullen, en als een ander ook spullen begon te verkopen, kocht Blokker de ander – Xenos, Intertoys, Bart Smit. Net zo lang tot er jaarlijks voor meer dan 2,5 miljard euro aan spullen werd verkocht. Ingrediënten voor de plasticsoep, indertijd nog in de vorm van slacentrifuges of pluizentondeuses. 

De strategie van meer werkte, en bleef werken totdat overal in het winkellandschap ineens Actions begonnen op te duiken, waar ze nog meer liefde uit hun spullen hadden weten te knijpen en ze nog goedkoper konden aanbieden. Consumenten ontdekten ongeveer gelijktijdig ook de voordelen van internetwinkelen.

Foto Deborah van der Schaaf

De broers bleven tot het laatst nieuwe winkels openen. Maar, dat was het gekke, ontwikkelden ineens ook grote belangstelling voor hun winkels zelf, het uiterlijk, de uitstraling. Ze waren groot geworden door altijd de goedkoopste te zijn, maar nu een ander het nog goedkoper kon, en de klanten wegrenden, begonnen ze te geloven dat de klanten eigenlijk altijd voor Blokker naar Blokker waren gekomen, de sfeer, de beleving en de mensen voor wie Jaap en Ab het allemaal bleken te hebben gedaan, verdomme.

Mijn vader heeft altijd met eerbied over Jaap gesproken, en doet dat nog, jaren na zijn pensionering. De laatste keer dat het gebeurde, zaten we samen op de bank van de talkshow Jinek over Blokker te praten, en verdedigde hij plotseling vol vuur de internetpalen die ze in de winkels wilden zetten om de concurrentie het hoofd te bieden.

Ik heb me weleens afgevraagd of al die eerbied wel echt kon zijn. Soms leek het alsof ik naar iemand zat te kijken die zichzelf met succes iets had wijsgemaakt. Intussen, na alle jaren, is niet meer te herleiden wat zijn werkelijke gevoelens bij de zoete overval van Blokker zijn geweest. Misschien was hij wel te druk om er lang bij stil te staan.

Maar tekenend is misschien dat hij op latere leeftijd alsnog een extra verdieping op ons pand liet bouwen, een winkel op de winkel, waarin hij alleen goederen verkocht die hem na aan het hart lagen, tafels, stoelen, schilderijen, en deze opnieuw ‘Hebo’ noemde, ‘Hebo Interieur en Cadeaux’, ditmaal – de x was expres; een eigenzinnigheid.

Foto rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.