Peter Heerschop: 'Het is onze taak mensen te verbinden'

Peter Heerschop over de vriendschap met de NUHR-mannen, humor en zijn zwakke plek

Dertig jaar staat Peter Heerschop al met cabaretgroep NUHR op de planken. Dat hij wil pleasen, staat zijn kunstenaarschap in de weg. 'Dat is mijn onzekere kant: vind mij lief!'

Beeld No Candy

Peter Heerschopp robeert zijn lange bleke benen in een rood zwembroekje te wurmen, om zijn middel een handdoek die dreigt te vallen. Intussen jaagt Viggo Waas hem de stuipen op het lijf door als voorbijganger onheilspellende seksuele toespelingen te maken.

Het publiek in de Amsterdamse Meervaart verkneukelt zich om het ongemak op Heerschops gezicht dat allengs omslaat in paniek in deze strandscène. Daarna volgt een reeks razendsnelle sketches: het homohuwelijk, een dronken ballerige chirurg aan de operatietafel en een parodie op de stille tocht komen voorbij. Even liefdevol als nietsontziend nemen de cabaretmannen elkaar de maat.

'Ik ben er heel trots op dat we al dertig jaar samen optreden,' zegt Peter Heerschop (57) een paar dagen na de try-out van de voorstelling Alle 30 NUHR. 'Dat is niet zonder slag of stoot gegaan.' In zijn nieuwbouwappartement in Amsterdam, met weids uitzicht over sportvelden, staat hij in alle rust melk te schuimen voor in de koffie, gekleed in spijkerbroek met trainingsjasje en suède sloffen aan zijn voeten.

Heerschop is vooral bekend van tv-programma's als Kopspijkers en Jeuk en als teamcaptain van Ik hou van Holland. Maar zijn grote liefde blijft NUHR, de cabaretformatie die hij vormt met Joep van Deudekom en Viggo Waas, beiden net als hij ooit gymleraar, en gitarist Eddie B. Wahr. In hun voorstelling Alle 30 NUHR laten de mannen hun dertig favoriete scènes van de afgelopen dertig jaar samen zien. In die periode zaten ze de tijdgeest op de hielen, bestudeerden ze menselijke relaties en fileerden ze hun vriendschap tot op het bot. Ze vochten elkaar soms bijna de tent uit; ook in het echte leven lopen de gemoederen soms hoog op.

Waarom stopten jullie vorig jaar niet na jullie succesvolle voorstelling Draai het eens om? Het leek jullie afscheid. Viggo wilde het anders, zei hij, en Joep was druk met televisie en vond het touren zwaar door zijn jicht.

'Het voelde inderdaad als een slotvoorstelling. We dachten ook alle onderwerpen onderhand wel behandeld te hebben. We hebben elkaar aangepakt en binnenstebuiten gekeerd, verschrikkelijk gelachen en de prachtigste dingen meegemaakt, maar elkaar ook verdriet gedaan en littekens bezorgd. Bij de laatste zes programma's dachten we tijdens het maken steeds: dit is zó veel gedoe, dit gaan we nooit meer doen. We vroegen veel van elkaars incasseringsvermogen. Maar stonden we weer op het podium, dan was alles vergeven en vergeten en wilden we meteen weer een nieuwe voorstelling maken. Op het podium voelen we onvoorwaardelijke vriendschap. Joep vergeleek het laatst met een huwelijk, alleen zijn wij niet voor de kinderen, maar voor onze programma's bij elkaar gebleven.'

Beeld No Candy

Wat maakt jullie samenwerking moeilijk?

'Wat onze samenwerking ook zo makkelijk maakt: we kennen elkaar enorm goed, dus ook elkaars zwaktes. Dan zegt een van ons nét op de verkeerde toon wat je verkeerd doet. Joep en ik kunnen elkaar hard raken als we ons proberen te verdedigen. Viggo wil verbinden, maar hij wil absoluut ook winnen, hij kan naar worden als hij voelt dat hij ergens tekort komt. Dan worden de wapens ingezet. Ja, we kennen elkaars zwakke plek als geen ander.'

Wat is jouw zwakke plek?

'Die heb ik niet.' Hij lacht. 'O ja, toch wel. Ik kan overheersend zijn, en betweterig. Dat is althans wat ik te horen krijg. Dan zijn we na uren discussiëren ergens uitgekomen en zegt Joep, of Viggo, doodleuk tegen mij: 'Oké, dus we gaan het tóch weer precíés doen zoals jij dat wil, want jij schijnt het altijd beter te weten dan wij.' Die opmerking heeft dertig jaar geschiedenis en betekent eigenlijk: jij drijft altijd je zin door, je luistert niet goed, je walst over ons heen. Nou, dan heb je me. Ik vind juist dat ik altijd rekening houd met anderen.'

Beeld No Candy

Maar zit er dan geen kern van waarheid in?

'Natuurlijk wel, Joep en Viggo ontmoette ik zo'n veertig jaar geleden op de Amsterdamse Sportacademie. Ze kennen mij langer dan mijn vrouw!'

'Het ís ook een huwelijk. Vriendschap vind ik de hoogste vorm van liefde, want die is onvoorwaardelijk. Degene met wie je woont of met wie je getrouwd bent, stelt juist heel veel voorwaarden: je wordt geacht thuis te komen, boodschappen te doen, kinderen te verzorgen, je kunt niet zomaar bij iemand anders blijven slapen. Sinds ik met de mannen optreed is onze vriendschap ook ons werk geworden en dan ga je voorwaarden aan elkaar stellen: 'Ben je niet te druk met dit of dat, moet je niet meer tijd voor NUHR maken?' Dat kon tot ruzie leiden. Toen ik meer met Viggo samenwerkte in de periode van Kopspijkers en Vrienden van Van Swieten was dat pijnlijk voor Joep. Omgekeerd is Joep de laatste tijd veel meer bezig met anderen. Onze vriendschap heeft meermaals op het spel gestaan.'

Wat heeft jullie vriendschap uiteindelijk gered?

'Uiteindelijk binden we in. Dan realiseren we ons: we willen elkaar niet kwijt en dat is belangrijker dan het programma. We zijn elkaar ook meer ruimte gaan geven om voor radio en tv dingen te doen. Het is nooit gezond in een relatie om op elkaars lip te zitten. Maar al hakken we nog zo hard op elkaar in, het moge duidelijk zijn: we hebben honderd keer meer lol dan ruzie. We lachen ons kapot als we alleen al bedenken hoe de ander een typetje zal spelen. En als Joep een mooie melodie bij een lied componeert, springen de tranen ons in de ogen. Dat overstijgt alles.'

Is jullie humor gedurende dertig jaar veranderd?

'Nee, maar we spelen onze stukken wel anders, rustiger. In voorstellingen als Over de top en Natuurlijke selectie bliezen we de zaal weg met onze energie. Die timing en choreografie, op die manier kunnen we het nu niet meer. Er is berusting gekomen in de scènes die we spelen en dat vind ik mooi; je neemt je ervaring mee. En waar we onszelf vroeger nog moesten waarmaken - snappen jullie wel hoe goed we zijn? - denken we nu: wat fijn dat we dit mogen doen. En we bedenken nog steeds nieuwe sketches waarvan we denken: wat is dit goed.'

Beeld No Candy

Hoe kun je als cabaretier nog verrassen, nu alles al gezegd wordt op sociale media?

'Dat maakt het inderdaad moeilijker. Maar sociale media zijn vaak wel erg voorspelbaar. Je weet bij elke discussie, van #MeToo tot Zwarte Piet, wie de voor- en tegenstanders zijn. En de grote middengroep is dan een beetje voor en tegen. En hoe kun je in deze snoeiharde tijd nog een grap maken die harder is dan wat er op Twitter wordt gezegd? Ik doe dat dus niet meer. In goede tijden moet je er als nar met het gestrekte been ingaan en de boel op scherp stellen. Dat deden we in ons programma Over de top. Maar nu de maatschappij zo verhard is, vind ik het ook onze taak om mensen te verbinden. In een volgend programma zou ik dat zwart-witdenken als thema willen nemen en de minister van Zeikzaken tegenover de minister van Enthousiasme willen zetten, de grootste hufter tegenover de meest softe wegglipper. En dan kijken wat ze gemeen hebben.'

Dertig jaar geleden stond Peter Heerschop vooral als een uitvergroting van zichzelf op het podium, 'een innemende, romantische sukkel'. Joep was de strenge directeur en Viggo de macho die met alles wegkwam. 'Dat paste fantastisch', zegt de cabaretier. 'We waren gymleraren zonder acteerervaring en bleven dus dicht bij onszelf. We moesten het puur op ons enthousiasme doen.'

Het drietal leerde elkaar kennen op de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) in Amsterdam. Eind jaren tachtig richtten ze hun cabaretgroep NUHR (Niet Uit Het Raam, zoals op treinramen stond) op. Ze traden op in jeugdhonken, soms tot diep in de nacht. En dan gewoon het eerste uur weer gymles geven. 'We hadden geen carrière, geen geld en eigenlijk geen publiek, maar we waren supergelukkig. Het optreden gaf zo'n kick. En opeens merkte ik dat ik toch erg ambitieus was geworden. Ik wilde écht goed worden.'

De ambitie is gebleven. Ook voor Alle 30 NUHR heeft Heerschop eindeloos zitten herschrijven en herschikken, tot zijn makkers het welletjes vonden. Vroeger was het nog erger. Dan was hij met zijn gezin vijf weken op vakantie en móést hij elke dag schrijven aan een nieuw programma. 'Anders was het een verloren dag, dan voelde ik me ongelukkig. Ik kwam terug met veertig stukken. Die schrijfdrang heb ik nog. Ik zoek elke dag de bevestiging bij mezelf dat ik het nog kan.'

CV Peter Heerschop

1960: Op 7 september geboren in Bussum. Leerde op de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) Joep van Deudekom en Viggo Waas kennen, met wie hij eind jaren tachtig de cabaretgroep NUHR (Niet Uit Het Raam) oprichtte.

Was op tv onder meer te zien in Kopspijkers, Ik hou van Holland (teamcaptain), Jeuk en het interviewprogramma 24 uur

met ..., waarin hij topsporters interviewde. Verzorgt sinds 2002 het weekoverzicht 'Lieve Marianne' in Evers staat op bij Radio 538 en reist door het land met de voorstelling Alle 30 NUHR

Woont samen met Linda Rabelink, ze hebben een dochter: Luca (22)

Het klinkt alsof je elke dag je bestaansrecht moet bevechten.

'Dat klinkt me te zwaar, maar het klopt wel. Elke cabaretier kent die doodsangst. Je vreest het moment dat mensen erachter komen dat je helemaal niet zo slim of grappig bent. Topsporters hebben dat ook. Ik heb er veel gesproken toen ik 24 uur met... topsporters presenteerde. Faalangst is vaak hun grootste drijfveer. Dat ken ik; ik vind optreden diep van binnen doodeng, maar als het lukt, is het geweldig. Die kick blijft verslavend, daar ontleen ik, denk ik, mijn bestaansrecht een beetje aan.'

Was het voor je gemoedsrust niet beter geweest gymleraar te blijven?

'Als leraar kende ik die angst om af te gaan ook. Het lijkt op optreden, een goede les geeft ook een kick. Maar leerlingen kunnen ook bloedhonden zijn, die ruiken je onzekerheid en op een zwakke dag verscheuren ze je. Ze zien meteen: die zit vandaag niet lekker in zijn vel, en kijk, zijn broek zit ook niet goed. Dan beginnen ze te lachen. Je weet dat ze jou uitlachen, dat ze zich tegen je keren.'

En dan?

'Tja. Als ik boos werd, lachten de leerlingen me uit, dat vonden ze niet geloofwaardig. Dat had weinig zin. Hoe vaker je voor de klas staat, hoe meer zelfvertrouwen je krijgt.'

Beeld No Candy

Waar komt die faalangst vandaan?

'Uit vroegere onzekerheid, denk ik. Op school ging ik alleen naar een proefwerk als ik wist dat ik alles top had geleerd. Ik vond leren echt leuk, maar de negens die ik haalde, daar zat een soort paniek achter.

'Ik wilde ergens bijhoren, maar de mensen kwamen niet zomaar naar me toe, behalve met voetbal en gym dan. Ik was verlegen en ging in de derde klas stotteren, uit sociale angst. Dan houd je wel je mond. Ik dacht overal het mijne van, maar zei weinig. Daarnaast ben ik ook een pleaser. Het is mijn aard, maar zit ook in mijn opvoeding. Ik kreeg van mijn ouders mee: je bent nooit meer dan een ander. Sterker nog: anderen zijn soms misschien wel meer waard. Mijn ouders keken enorm op tegen gezag. Mooi, maar er zit ook iets remmends in, het houdt je klein.'

Heerschop groeide op in een rijtjeshuis in Bussum. Zijn vader was verwarmingsinstallateur, zijn moeder huisvrouw. Het gezinsleven speelde zich af op de lokale voetbalclub. Zijn vader was er jeugdvoorzitter, zijn moeder werkte er in de kantine. Peter en zijn broer voetbalden er, zijn zusje kwam naar hun wedstrijden kijken. Het was een gezin van gewoonten: bidden voor het eten, op zondag naar de kerk, elk jaar naar camping De Paal in Bergeijk en later aan het Lago Maggiore. Daar stond hij als tiener in een badjas met een konijnenmutsje op en zwemvliezen aan op een bamboefluitje het Wilhelmus te spelen, een glimp van wie hij later zou worden.

'Vrolijk doen was mijn manier om me te laten zien', zegt Heerschop. 'In de klas kreeg ik weleens te horen: jij kunt nooit eens serieus doen. Jullie weten helemaal niets van me, dacht ik dan, ik kan ook heel somber zijn. Als jongetje lag ik soms in mijn bed te huilen zonder te weten waarom.'

Waar kwam die somberheid vandaan?

'Het zit in mij. Ik kan nog somber zijn als ik het gevoel heb dat ik iemand die ik belangrijk vind niet kan bereiken. Of als ik me niet begrepen voel. Ook als volwassene kon ik ervan wakker liggen als iemand iets onaardigs had gezegd. Dan dacht ik: hij vindt mij dus helemaal niks! Nu zet ik me daar sneller overheen. Ik ben een beetje de klassieke romanticus, kon behoorlijk zwelgen en mijn omgeving daarin mee trekken. Tot die zei: en nu ophouden met je gezwelg! Dat heb ik ter harte genomen.'

Je hebt eens gezegd dat je het allemaal doet om erkenning te krijgen van je vader, die zijn liefde nooit uitsprak en kleinerende grapjes maakte.

'Het klopt dat hij lange tijd nooit rechtstreeks iets liefs zei, maar ik kijk daar inmiddels anders naar. Ik zou hem ongelofelijk tekortdoen als ik nog steeds beweerde dat hij zijn liefde niet toonde. Dat deed hij elke dag op zijn manier. Ik was een gevoelig jongetje en daar had hij soms geen trek in. Als ik ging huilen, riep hij: 'Stop daarmee, je hebt niks om te huilen!'

'Mijn vader was onderdeel van een katholiek gezin van vijftien en groeide in grote armoede in de oorlog op. Net zoals veel mannen van zijn generatie was hij geen prater. Werd het moeilijk, dan maakte hij een grap. Dat doe ik trouwens ook. En kwam hij klussen in mijn studentenkamer, dan zei hij waar mijn vrienden bij waren: 'Niets aanraken jij, want dan gaat het helemaal mis!' Lang vond ik dat pijnlijk, nu kan ik erom lachen. Nu begrijp ik dat hij met zijn klusjes wilde laten zien: ik hou van jou. Die mogelijkheid wilde hij zich niet laten ontnemen en dus moest ik overal afblijven. Mijn vader kwam naar elke voetbalwedstrijd van mij kijken en reed me overal naartoe. Ik wachtte op die ene liefdevolle zin - ik hou van je, ik ben trots op je - maar eigenlijk had hij dat al honderd keer gezegd. Dat is een belangrijk inzicht geweest.'

Wanneer veranderde je in het podiumbeest dat je nu bent?

'Op de ALO begon het leven pas echt. Het was een nieuwe start, een totale bevrijding van mezelf. Ik vond het een grote eer dat ik erheen mocht, want je moest een toelatingsexamen doen en het had status. Trots liep ik de eerste dag het schoolgebouw in. Tijdens de introductiedagen nam ik het woord namens de groep en ineens was ik de leider. Daar ben ik met cabaret begonnen.'

Bescheiden is Peter Heerschop nog steeds. Als jongetje ging hij nooit uit eten met het gezin. Dus zei hij jarenlang, als hij met Viggo en Joep in een restaurant at voorafgaand aan een optreden, wel honderdvijftig keer per jaar: 'Wat hebben we het toch goed!'

Met zijn televisieoptreden in Kopspijkers bereikte hij een miljoenenpubliek en dat leidde weer tot uitverkochte zalen als hij met NUHR tourde. Ineens was hij een BN'er, die allang niet meer alleen de innemende sukkel speelt, maar net zo makkelijk een onbehouwen ordebewaker als een hysterische vrouw neerzet. In de comedyserie Jeuk speelt hij een opportunistische snoodaard die zijn sullige vriend Thomas Acda voortdurend bedondert.

Het moet voor jou heerlijk zijn om in Jeuk ook eens de naarling uit te hangen.

Genietend: 'Ja, ik ben daar zo'n gluiperd! De opdracht van de regisseur aan mij: de NSB denkt met u mee. Elke keer weer lap ik Thomas erbij. Ik vind het heerlijk om eens totaal schaamteloos de smeerlap te spelen. Dat ik daardoor op straat word uitgescholden, vind ik leuk. Blijkbaar ben ik een geloofwaardige hufter.'

Beeld No Candy

Herken je er helemaal niets van jezelf in?

'Weinig, maar ik kom deze types wel veel tegen. Op school bijvoorbeeld. Dan hadden we met een paar leraren besproken dat we een vervelende collega in de eerstvolgende vergadering keihard de waarheid zouden zeggen, de lul. En dan nam ik tijdens die vergadering als enige het woord en zweeg de rest. Iemand zei zelfs: je gaat nu wel heel ver, Peter, wij vinden hem wél aardig. In de televisiewereld kom je trouwens de allergrootste opportunisten tegen. Ze beloven je gouden bergen, maar je wordt makkelijk vervangen door de volgende als er een nieuw plannetje is. Zo stopte mijn programma 24 uur met... zomaar. Ik krijg een steeds grotere hekel aan dat soort mensen, maar als ik er weer eentje tegenkom, denk ik ook: wat een goed typetje. Ik vond als kind die geniepige Woefdram uit de Fabeltjeskrant hartstikke grappig. Een sublieme kruiper. Hij hemelt Juffrouw Ooievaar op - o, hoogbenige genade, o, hoogsnavelige dame - om haar daarna keihard te laten vallen.''

Jullie regisseur Genio de Groot zei eens dat de kunstenaar in jou strijdt met de entertainer in jou: 'Je moet kiezen voor kunst, maar je bent te gevoelig voor wat anderen van je vinden.' Delft de kunstenaar het onderspit?

'Ja, ik doe dingen die mijn kunst in de weg staan. Dat heb ik van meer regisseurs gehoord. Ik ben een pleaser, dat is mijn onzekere kant: vind mij lief! Wat ik écht wil, is kunst maken: mensen een nieuwe blik geven op zichzelf of de wereld, ze verheffen. Maar ik kies altijd eerst voor de relatie en lukt er iets even niet, dan maak ik een oud grapje of kijk ik vrolijk de zaal in; dat is een reflex. Het is veilig, maar veel verder kom ik er niet mee.'

Blijf je steken?

'Dat niet, maar ik kom maar langzaam verder. Daarom vind ik het belangrijk ook af en toe een solovoorstelling te maken waarin ik mezelf meer laat zien. Het is fijn een verhaal te vertellen zoals ik dat wil, zonder compromissen. Het kost veel concentratie en energie, en op het podium kun je niet steunen op de anderen. Heftig, maar ik word er ook gelukkig van.'

Je solovoorstelling Gelukszoekers uit 2013 kwam er in de recensies bekaaid af. Enkele koppen: 'Brave huiselijkheid', 'Mooi maar gewoontjes'. Dat lijkt me heftig bij zo'n persoonlijk stuk.

'Onbegrijpelijk! Het publiek was enthousiast en het klopte wat ik deed. Gelukszoekers kwam voort uit de lessen pedagogiek die ik kort ervoor op de sportacademie had gegeven. Ik liet mijn leerlingen nadenken over de vraag: wat maakt mij gelukkig? En zo wilde ik ook mijn theaterpubliek inzicht geven in hoe bijzonder ze zijn. Dat heeft iets prekerigs, maar dat vind ik mooi. Misschien was het wel meer een hilarisch college dan cabaret.'

Beeld No Candy

Wat raakt je in zo'n recensie?

'Gelukszoekers gaat voor mij over de essentie. Zo vertel ik dat ik door een hartkwaal in mijn eentje in een ziekenhuisbed belandde aan een piepende monitor met slangen aan mijn lijf en dacht: 'Dit is het einde. Ik heb best een leuk leven gehad, het is goed zo.' Totdat mijn dochter Luca binnenkwam en in tranen uitbarstte, zo van: jij mag niet dood!' Na een stilte: 'Op dat moment besefte ik dat ik verantwoordelijk ben voor mensen, niet alleen voor mijn dochter, ook voor mijn vrouw en vrienden.'

Beklijft dat inzicht?

Lachje: 'Net als elk groot inzicht ging ook dit maar een week mee. Een week later maakte ik me weer druk om een tram die niet komt. Mijn leven is er niet door veranderd, maar ik stap sneller over tegenslagen heen omdat ik weet: uiteindelijk is dat niet belangrijk. Ik heb vrienden van mijn leeftijd zien doodgaan. Wat maal ik dan nog om een uitverkocht Carré? Een prachtige avond in een intiem zaaltje kan een minstens zo grote kick geven.'

Maar je zult toch nog een droom hebben als cabaretier?

'Ja. Als Toon Hermans het podium in Carré opging, kreeg hij een tien minuten durende staande ovatie vóór het begin van zijn voorstelling, uit dankbaarheid. Als eerbetoon aan zijn carrière, aan wie hij was. Dat vind ik ultiem, dan heb je echt iets verdiend. Ook je persoonlijke verhaal speelt mee. Zo kreeg Youp van 't Hek een staande ovatie na zijn hartaanval, zo van: hij heeft het overleefd! Nou, dan ben je een fenomeen.'

Hielp bij jou de hartkwaal niet die je had? Grinnikt: 'Nee, daar kon ik helaas niets mee. Het bleek een griepvirus dat op mijn hart sloeg. Dat was al snel geen verhaal meer. Er is geen enkele ziektewinst uit voortgekomen.'

'Ik voelde een paar jaar geleden dat ik een beetje haast moest maken, maar toen zei Paul van Vliet tegen me: 'Geen haast, je bent pas op de helft!' En die staande ovatie is natuurlijk niet zaligmakend. Uiteindelijk komt elke cabaretier na een optreden thuis en dat bepaalt wie hij is, niet zijn succes.'

En wat tref jij aan bij thuiskomst na een optreden?

'Mijn vrouw. En die zegt: reken er maar niet op dat je van mij applaus krijgt, want het is hier een bende en dat heeft voornamelijk met jou te maken.' Lachje: 'Dat lijkt me heel gezond.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.