interview

Peter Giesen wil weten hoe we broederschap kunnen terugvinden in onze samenleving

Ons politiek en sociaal gespleten Nederland mist broederschap, stelt verslaggever Peter Giesen. Daarom begon hij een zoektocht naar plekken waar juist wordt geprobeerd om kloven te overbruggen. ‘Ik denk dat er in een krant ook ruimte moet zijn voor positiviteit en betrokkenheid bij de wereld.’

Peter Giesen. Beeld Katja Poelwijk

Misschien zat het er altijd al in: zijn belangstelling voor verdeeldheid in de samenleving. Eind jaren tachtig werkte verslaggever Peter Giesen bij een universiteitsblad. ‘In die tijd had je minister Ritzen die het stapelen van opleidingen moeilijker maakte.’ Hij schreef toen een aantal stukken over het nadeel dat studenten uit lage inkomensgroepen daarvan zouden ondervinden. ‘Het leek ons destijds zo evident dat het een onrechtvaardige maatregel was.’

Giesen haalt zijn schouders op. ‘Dat haalde natuurlijk helemaal niets uit.’ Dertig jaar later staat het hem duidelijk nog helder bij. ‘Ik denk dat je bescheiden moet zijn in je verwachtingen over het effect van wat je schrijft.’

Ondanks of juist dankzij die ervaring liet de kloof tussen laag- en hoogopgeleiden Giesen niet meer los. Afgelopen maart verscheen een verhaal van zijn hand over middelbare school Vox waar vmbo, havo en vwo-leerlingen samen les krijgen. Dat begint ongewoon te worden in het Nederlandse onderwijslandschap, waar steeds meer scholen juist één niveau aanhouden, wat de afstand tussen laag- en hooggeschoolden alleen maar in de hand werkt. Giesen laat zien hoe goede vrienden Mingus, Yassin en Jur, twee vmbo’ers en een vwo’er, elkaar helpen, ieder met hun eigen talenten. 

Het was het eerste deel in een serie over het thema broederschap. Toen Giesen na vijf jaar correspondentschap in Parijs terugkeerde, zag hij een gespleten Nederland. Tussen opleidingsniveaus, maar ook tussen arm en rijk, etnische groepen en politieke overtuigingen. ‘Allerlei groepen trekken zich steeds meer terug. Begrip voor andere groepen dreigt verloren te gaan.’ Giesen denkt dat dat gevaarlijk is. ‘Ik wilde weten wat je zou kunnen doen om die kloof te overbruggen.’ Met andere woorden: hoe vinden we een vorm van broederschap terug in onze samenleving? ‘Niet met de pretentie dat je een definitief antwoord kan geven, maar meer een vorm van constructieve journalistiek.’

Heb je dan ook een missie met deze serie?

Lachend: ‘Dat klinkt weer heel pretentieus. Ik denk wel dat het onderwerp belangrijk is. Dat ik op zoek ging naar een positief voorbeeld was heel bewust. Laten zien hoe het ook kan, zonder de toon van: dit model van de Vox-school moet meteen in heel Nederland worden ingevoerd. Ik wilde laten zien dat het goed lijkt te werken. Daar kunnen mensen dan over nadenken.’

Aan een kant kan je zeggen dat een journalist de werkelijkheid moet weergeven, met positieve en negatieve kanten. Maar jij gaat voor deze serie actief op zoek naar positieve verhalen. Is dat een afwijkende keuze, of hoort dat ook gewoon bij journalistiek?

‘Ik vind zeker niet dat je elk verhaal volgens het idee van constructieve journalistiek moet aanpakken. Als je bij elk verhaal een oplossing gaat bieden, krijg je heel vervelende kranten. Het is ook gevaarlijk: als je oplossingen aandraagt, word je een aandeelhouder in de discussie. Als dan blijkt dat je het bij het verkeerde eind had, is het moeilijk om terug te nemen. Bovendien staat het een open blik in de weg. Daar moet je voor oppassen.

‘Aan de andere kant denk ik dat er in een krant ook ruimte moet zijn voor positiviteit en betrokkenheid bij de wereld. Kijken hoe je dingen kunt oplossen, of beter maken als onderdeel van een breed scala aan stukken. Het meeste moet verslaggeving zijn, want dat is gewoon de basis van de krant.’

Mensen die zich nu gehoord voelen door Forum voor Democratie, zijn van mening dat mainstream media als de Volkskrant aan subjectieve berichtgeving doen.

‘Ik vind dat niet. Er wordt altijd gedaan alsof kranten en andere mainstream media allemaal zo politiek correct zijn. Maar volgens mij wordt er ontzettend veel geschreven over fundamentalisme, criminaliteit onder allochtonen en andere problemen rond integratie. Toen ik in Frankrijk zat, heb ik bijvoorbeeld over Calais geschreven en niet met de invalshoek: oh wat een zielige mensen. Ik schreef over wat die mensen daar doen, of Frankrijk wel zoveel migranten aankan. We kunnen niet alle mensen zomaar toelaten.

‘Maar politici die bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten, dat gaat te ver. Ik denk dat hun standpunten over immigratie en Europa heel slecht zijn voor de samenleving. Ik vind dat je iedereen het woord moet geven, maar dat wil niet zeggen dat ze gelijk hebben. Ik zou het raar vinden als je ineen krant als de Volkskrant nooit een bericht zou lezen waarin stelling wordt genomen tegen partijen als Forum voor Democratie.’

Identiteit

Het verhaal van zaterdag gaat over het gebied rond het drielandenpunt, de euregio Maas-Rijn. Daar leven mensen uit vijf verschillende gebieden met een andere taal, cultuur en regering vlak naast elkaar. Giesen ging op bezoek bij een bedrijf dat kantoor houdt op de grens van Nederland en Duitsland, met werknemers uit alle windrichtingen. Ook ging hij langs bij een internationaal orkest.

‘Op een bedrijventerrein in Heerlen zie je dat Europa een hele levende realiteit is bij een heel normaal bedrijf en tegelijkertijd dat de integratie daar ook weer niet zo heel veel voorstelt, terwijl ze zo dicht bij elkaar zitten. Door de taal- en cultuurbarrière is de kloof toch wel heel groot.’

Dat merkte hij zelf ook toen hij in Frankrijk woonde. ‘Ik heb me daar altijd echt Nederlander gevoeld. Die cultuur van je eigen land zit heel diep.’ En na even denken: ‘Identiteit bestaat nu eenmaal. Wat niet werkt, is dat ontkennen. Het gaat erom dat er tegenwicht wordt geboden op het moment dat die identiteit mensen uit elkaar drijft. Broederschap is dat je over die verschillen heen stapt, je inleeft in die ander.’

Praten

In Frankrijk was hij als correspondent veel met verslaggeving bezig. Voor die tijd schreef hij vooral beschouwende stukken vanachter zijn bureau op de redactie. ‘Dat was ook een motivatie achter deze serie. Ik wilde dat verslaggeven graag vasthouden, maar merkte dat ik al snel weer in mijn oude rol als schrijver van beschouwende stukken en commentaar verviel. Toen dacht ik: als ik nou een project bedenk waarbij ik gewoon de straat op moet, houd ik dat meer vast.’

Waarom wilde je dat verslaggeven vasthouden?

‘Ten eerste omdat het leuk is. Ten tweede omdat het gezond is om het kantoor uit te gaan en met mensen te praten. Om te voorkomen dat je achter je bureau allemaal dingen gaat zitten bedenken die helemaal geen verband meer hebben met de buitenwereld. Echt verslag doen is sowieso natuurlijk ontzettend belangrijk voor een krant. Dat je op pad gaat, met mensen praat, probeert te achterhalen hoe iets zit. Daarna komt de beschouwing pas.’

Ik zie wel een verband met wat je zei over het effect van die verdeeldheid. Dat heeft er ook mee te maken dat je niet genoeg ziet van de andere groep.

‘Dat is waar. Interessant. Dat is waarschijnlijk de ervaring van elke verslaggever. Je gaat op pad met een idee van hoe het zit. Je denkt x heeft gelijk en y is gek, en dan ga je met y praten en denk je: ja daar zit ook wel iets in. Ik begrijp waarom diegene dat zegt. Als je met mensen gaat praten blijkt het vaak toch anders.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.