Pétanque

Op de markt van Champeix hoor ik het jeu-de-boulesgeluid waarnaar ik op zoek was. Geen ballen die zomaar tussen de kiezels pletsen, maar het doelgerichte tikken van metaal op metaal....

De eerste aankondiging van een jeu-de-bouleswedstrijd was ik honderden kilometers daarvoor tegengekomen, in het dorp Artemare, aan de rand van de Franse Jura, onder aan de Col de Richemont. Open concours. Doublette-systeem. Het papiertje hing aan de muur in restaurant Michallet, waar net een grandioze soirée-dansant, met live muziek in de tuin, aan het verregenen was. De gastvrouw werd getroost door de burgemeester, of iemand die daarop leek, en de muzikanten probeerden binnen, opgepropt in een hoekje, toch een deuntje te spelen. Ze droegen zwartwitte schoenen, zwarte broeken en kanariegele overhemden, en ieder van hen had een das met een afbeelding van het door hem bespeelde instrument.

Een min of meer chic restaurant dus, in de provincie. En daar, aan de muur, de aankondiging van een jeu-de-bouleswedstrijd.

Ik dacht dat jeu de boules een spel was voor Nederlandse kampeerders - ik had ze die middag nog gezien, op de parkeerplaats van de camping municipal, mannen in zwembroek en vrouwen in bikini, met zo'n magnetische ballenpakker om niet te hoeven bukken - die ter vermaak van de Fransen in de waan worden gelaten dat ze iets typisch Frans doen.

Niks waan. Een serieus spel. Volgens het papiertje in het restaurant waren er prijzen tot 450 euro mee te verdienen. In zo'n dorpje als dit.

Ik dacht: er zijn in Frankrijk meer dorpjes als dit. En zag al een jonge Paul Newman als jeu-de-bouleshustler door het land struinen.

Daarna kwam ik overal aankondigingen van toernooien tegen, in cafés, op bomen, in supermarkten. Prijzen van een paar honderd euro meestal, soms een fles Ricard of een worst als troostprijs. Ik zag de trainingsvelden, de boulodromes, soms overdekt. En 's avonds begon ik in cafés rond te vragen naar beroepsspelers.

Als soloreiziger kun je je van alles inbeelden, over de wereld en over jezelf. Niemand die je corrigeert. Je kunt kiezen uit verschillende rollen. Het makkelijkst is de rol van zonderling - dat is toch wat mensen van soloreizigers verwachten. Bovendien val je minder op tussen de plaatselijke zonderlingen. Op de kermis van St. Didier-en-Velay stond ik een uur lang rokend tegen een pilaar van de botsautootjestent geleund, en staarde zo'n beetje naar de verrichtingen bij de boksbal. Niemand die me vreemd aankeek. In de Auvergne staan altijd mannen rokend tegen pilaren geleund.

Dus kijk ik nu als zonderling naar de verrichtingen van de jeu-de-boulesspelers in Champeix. Ze zijn in de twintig, lopen op oranje en gele gympen. Elke bal is raak. Jeu de boules is een agressief spel, je moet je tegenstanders raken, uitstoten. Het is geen spel meer voor oude mannetjes onder platanen. Een van de spelers heeft een een zwart hemd aan, een tatoeage, een getrimd ringbaardje. De winnaar. Robert Newman. 's Avonds, in het café, stap ik op hem af. Hij drinkt Ricard, naast hem zit zijn dochtertje aan de bar, een jaar of vier, nippend aan een glas bier. Ik vraag of hij voor geld speelt. Hij wenkt de barman, want de barman, dat is pas een echte pétanqueur. Ik vraag hem voor hoeveel geld hij speelt. Vijftig euro, honderd euro? Hij knikt, en loopt naar achteren.

Als hij terugkomt heeft hij in zijn ene hand een tasje met twee ballen, in de andere zo'n touwtje met een magneet eraan. De man met het baardje wenst me succes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden