Perversie en fin de siècle flirten in Grasers Rabenthal

Rabenthal van Jörg Graser door ZEP i.s.m. NEStheaters. Regie: Peter Pluymaekers. Vertaling: Tom Kleijn. De Brakke Grond Amsterdam t/m 3 februari....

Zijn ze nou echt, of zijn ze niet echt? Deze vraag gaat op fluistertoon door de zaal op het moment dat de ober twee spartelende vissen serveert. Elke avond sterven er talloze personages op het toneel zonder dat iemand zich afvraagt of er echt op de planken dood wordt gegaan. Maar zodra twee vissen glazig de zaal in kijken en al klapwiekend met de staart een doodstrijd suggereren, is er een probleem geboren.

Echt of onecht - de vissen concretiseren een oeroude theaterwet. Zolang de afspraak wordt nagekomen dat er op het toneel wordt gedaan alsof, kan de toeschouwer onbekommerd tranen wegpinken. Maar zodra het voorgestelde samen lijkt te vallen met de realiteit, voelt het publiek niet langer wat op het toneel wordt getoond, maar rijst er onbehagen.

Dat laatste lijkt het doel van Jörg Graser, de schrijver van Rabenthal. In dit stuk uit 1990 schetst Graser een wereld waarin het gevoel zoek is. Neem Rabenthal en zijn bruid Helena. Het ja-woord is amper uitgesproken of de bruidegom torst zijn bruid naar een kelder waar als enig gerecht een levend te verorberen vis wordt geserveerd. Rabenthal geniet ervan zijn vrouw te zien walgen van wat hij als toppunt van leven ervaart: het moment vlak voor de dood, als de instincten zich in volle glorie roeren om het definitieve afscheid te kunnen afwenden.

Graser schotelt de theaterbezoekers een amoreel universum voor. Want Rabenthal mag het plezierig vinden zijn geliefde te choqueren, Helena blijkt evenmin een romantica. Tijdens de huwelijksnacht duikt zij in bed met Boscik, een uit alle gaten stinkende kok. De manier waarop hij praat en neukt, 'met de stompzinnige hartstocht van een seksuele misdadiger', bewijst naar haar idee dat intellect niets meer is dan het camoufleren van de oerdriften.

Echt of onecht. Regisseur Peter Pluymaekers laat er, op die (namaak)vissen na, geen twijfel over bestaan. Ter onderstreping van het kunstmatige karakter van het toneel laat hij de rekwisieten uit de toneelhemel donderen. Baf! Daar staan twee stoelen en een tafel. Ober erbij en we zitten in een restaurant.

In zijn spelregie streeft Pluymaekers er evenmin naar om de scheiding tussen de acteurs en de personages, tussen werkelijkheid en fictie, op te heffen. Zo klinkt tijdens de changementen het geluid van borrelend water, waarmee vermoedelijk wordt onderstreept dat de mensen in hetzelfde schuitje zitten als de vissen. En de acteurs krijgen van de regisseur ruim baan om zich in hun rol te wentelen. Peer Mascini leeft zich als gladde ober en kruiperige bediende met verve uit. Ben Ramakers speelt de primitieve, maar eerlijke kok zo hoekig en bonkig als de kok moet zijn bedoeld, terwijl Margo Dames, Jack Vecht en Ineke Veenhoven personages met diepe gronden verbeelden. Gedesillusioneerd, mentaal murw door een chronisch gebrek aan idealen, tasten zij naar prikkelende zaken.

Dat het resultaat toch niet verder reikt dan een onderhoudende, soms hilarische toneelavond, is in het stuk meegebakken. Grasers boodschap dat de mens het allemaal niet meer weet en dientengevolge is veroordeeld tot cynisch schouder ophalen, doet zes jaar na verschijning gedateerd aan. De inhoud van Rabenthal is te evident, te nadrukkelijk flirtend met het koppel perversie en fin de siècle. De voorstelling moet het daarom van de spelers en de vondsten hebben.

Ronald Ockhuysen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden