Perspectief is nu het toverwoord

De Rotterdamse PvdA moet een alternatief bieden voor het zwart-wit denken van de Leefbaren, menen Jeroen Göttgens en Jantine Kriens..

Begin dit jaar liet Wouter Bos in de Volkskrant weten dat begrippen als 'solidair' en 'sociaal' de boodschap van de PvdA niet meer goed weergeven. 'Ik loop al heel lang te zoeken of ik een woord kan vinden dat die nieuwe synthese kan vatten die partijvoorzitter Ruud Koole en ik aan het neerzetten zijn', zei hij.

'Het zou zo mooi zijn als je een ander woord kon vinden, zonder de associaties en connotaties uit het verleden mee te dragen.'

Vooralsnog schort het de sociaal-democraten aan een treffend alternatief voor 'populaire' termen als fatsoen, respect en verantwoordelijkheid. Vier jaar geleden nam iedereen deze termen in de mond -veelal in combinatie met het begrip 'verloedering'. Toen de 'leefbaren' de stap zetten van lokale naar landelijke politiek kreeg het gebruik ervan echter een populistische en later -met de komst van Balkenende I -vooral een conservatief-rechtse lading. De PvdA heeft van alles gedaan om deze begrippen naar zich toe te trekken: de term 'fatsoen' heeft een prominente plaats in het nieuwe beginselprogramma en menig raadslid promoot in de wijken nu 'de eigen verantwoordelijkheid' van burgers.

Maar daarmee is de kou geenszins uit de lucht. Met het simpelweg overnemen van de termen fatsoen, respect en verantwoordelijkheid staren de sociaal-democraten zich blind op een gevecht dat al in hun nadeel is beslecht. De PvdA moet haar zoektocht voortzetten naar begrippen die het huidige politieke klimaat duiden, maar die nog niet door een politieke stroming zijn opgeëist.

De tijd dringt. Bij de gemeentelijke afdelingen is er volop discussie over de koers van de PvdA in een volgende raadsperiode. Daarbij zijn de ogen vooral gericht op Rotterdam. Vier jaar lang was de Coolsingel het bastion van een Leefbaar college van B & W. Nu staan de verkiezingen voor de gemeenteraad voor de deur. Tijd voor de PvdA Rotterdam om te laten zien wat zij geleerd heeft van vier jaar oppositie voeren. Is de partij klaar voor de strijd met de Leefbaren om de meeste kiezers?

Over deze vraag bogen zich dit voorjaar diverse prominenten in twee zogeheten expert meetings. Vertegenwoordigers uit het onderwijs, de creatieve sector, woningcorporaties en welzijnsorganisaties in de stad brainstormden er over de koers van de partij.

Allen kregen een formulier met kwalificaties waarmee ze hun ideale stad konden beschrijven: bijvoorbeeld 'een diverse stad', 'een trotse stad', 'een zorgzame stad' of 'een uitdagende stad'. Er werd geturfd welke vergezichten het meest populair waren onder de aanwezige Prominenten experts. Dat leverde een interessant beeld in Rotterdam op met aanknopingspunten voor concrete wonen het actiepunten.

De vergezichten die de boventoon voerden internationaal waren: een creatieve stad, een internationale georiënteerde stad en een veilige stad.

Hierna kregen de aanwezigen de gelegenheid stad hun beeld toe te lichten. Dat leidde tot vele voorstellen. De één kwam op het idee zogenoemde broedplaatsen voor starters en studenten op te zetten: 'We moeten starters faciliteiten bieden in de creatieve industrie. Ik denk dan aan broedplaatsen waar je een tijdje tegen lage kosten kunt zitten.' Een ander bepleitte de komst van meer ontmoetingsplekken: 'Jong, kleurrijk en dynamisch Rotterdam waardeert op dit moment het uitgaansleven, het theaterleven en ontmoetingsplekken. Daar kunnen mensen kennis uitwisselen en netwerken.'

Hoe waardevol deze inzichten ook waren, tijdens een derde bijeenkomst -bedoeld als een strategische brainstorm met kopstukken uit de partij -riep de inbreng van de experts vooral weerstand en wrevel op. De inzichten zouden totaal voorbijgaan aan de kloof die bestaat tussen burger en bestuur. Bovendien ontbrak het in deze voorstellen aan een perspectief voor de lage inkomensgroepen.

Daarmee kwam de discussie uit op het dilemma zoals benoemd door Wouter Bos. Hoe is een synthese van deze verhalen mogelijk? Hoe kan het streven naar een internationale, creatieve stad overeind blijven zonder dat de partij van sociaal-democraten als elitair wordt weggezet? Hoe kan het vergezicht van een veilige en leefbare stad standhouden, zonder dat dit door de linkervleugel in de PvdA wordt uitgelegd als een ruk naar rechts? Hoe kan de partij pleiten voor de emancipatie van een economische onderklasse, zonder te boek te staan als oubollig en paternalistisch?

In het blad Forum van VNO/NCW gaf Wouter Bos onlangs zelf een antwoord op deze vragen: 'Op de hoofdpunten faalt dit kabinet hopeloos. Het klaagt over cynisme en pessimisme in de samenleving, maar weigert zich af te vragen of het daar zelf aan bijdraagt door geen hoopvol perspectief te bieden. Er wordt te veel in negatieve beelden over de toekomst van Nederland gesproken.'

Met Bos denken we dat het bindende element, de term waaraan we deze verhalen kunnen ophangen en de sleutel tot een offensievere aanpak van de PvdA, is te vinden bij het woord 'perspectief'.

Het aantrekkelijke aan dit voorstel is dat 'perspectief bieden' niet is belast met de onlosmakelijke verbondenheid aan een onderklasse. De PvdA kan met 'het bieden van perspectief' vasthouden aan haar ideaal bij te dragen aan de emancipatie van mensen uit lage inkomensgroepen. De term is op een brede manier inzetbaar: het gaat ook om het perspectief van de samenleving als geheel. Ook het bedrijfsleven, studenten, investeerders, hoogopgeleide tweeverdieners en starters op de arbeidsmarkt behoeven een perspectief, willen zij zich thuis voelen in een stad als Rotterdam. Uiteindelijk is met 'het bieden van perspectief' de drijfveer van élke achterban te vangen. De PvdA heeft dan één volzin waarmee zij zich kan profileren als progressieve middenpartij: de partij biedt mensen een perspectief dat niet blijft steken in regels, plichten en verantwoordelijkheden. Belangrijk is te beseffen dat die volzin niet het einde, maar het begin is van een brainstorm over de koers van de PvdA. De vraag is wat de sociaal-democraten de kiezer nog meer te bieden hebben: met welke term is zo'n positief vertoog -dat uitgaat van de capaciteiten en vermogens van burgers -verder te activeren? Wij denken dat de term 'initiatief' in die behoefte kan voorzien.

Inspireren tot initiatieven, ruimte bieden en waar nodig initiatieven honoreren, dat is de cultuur die in Rotterdam ontbreekt en waar de PvdA een koerswijziging kan bepleiten. Nu is besloten dat de helft van het emancipatiebudget wordt omgebogen om taboedoorbrekende discussies te voeren. Maar met welk perspectief moeten -bijvoorbeeld -allochtone vrouwen aan deze debatten deelnemen? De Rotterdamse islamdebatten hebben laten zien dat mensen niet dichter bij elkaar komen door te debatteren: de kloof tussen moslims en nietmoslims lijkt alleen maar dieper, de verschillen nog groter. Een aanpak die wij onderschrijven moet daarom aansluiten bij de initiatieven van -in dit geval -vrouwen die zichzelf en anderen een perspectief willen bieden: initiatieven om ontmoetingsruimtes in te richten, om taallessen te organiseren, om het geweld achter de voordeur aan te pakken en om de kinderen goed op te voeden.

De Rotterdamse wijk Hillesluis kent zo'n initiatief. Daar is een aantal vrouwen op de woningbouwvereniging afgestapt en tot de afspraak gekomen dat zij een huis kunnen gebruiken dat sowieso op de nominatie staat om gesloopt te worden. Daarvoor betalen zij vijftig euro per maand. De vrouwen hebben het huis opgeknapt en zijn van daaruit meer initiatieven gaan nemen: ze organiseerden taallessen samen met het ROC, ze kwamen tot een cursus 'vrouwen in beweging' en ze gaven adviezen aan vrouwen die te maken hadden met huiselijk geweld. Als deze vrouwen de indruk hebben dat bepaalde vrouwen in de wijk achter de gordijnen moeten blijven, stappen ze gewoon op de man af en nodigen ze hem en zijn vrouw uit op bezoek te komen. De vrouwen zijn daarin zo succesvol dat binnenkort een tweede pand wordt geopend.

Hadden deze vrouwen het collegebeleid gevolgd en de beschikbare subsidie gebruikt om taboedoorbrekende debatten te organiseren, dan was er van het initiatief niets terecht gekomen. Dat gevaar ligt ook op de loer bij het beleid om radicalisering onder jongeren tegen te gaan. Het Rotterdamse college van B & W vraagt docenten, hulpverleners en ouders een oogje in het zeil te houden en bij een informatiepunt te melden wie meedoet of achterblijft. Het probleem is dat dit college het initatief naar zich toe trekt en daarmee vergeet dat bijvoorbeeld leerkrachten zelf initiatief kunnen nemen. Sterker nog: jongeren -en ook ouderen -nemen initiatieven om elkaar erbij te houden. Zo loopt in Rotterdam al een paar jaar het project 'Match' dat jongeren verbindt aan coaches. Met name vutters en gepensioneerden blijken zich als coach aan te melden. Veel ouderen blijken bereid jongeren te begeleiden: bijvoorbeeld bij het onderwijs dat ze volgen of de persoonlijke keuzes die zij moeten maken. Met dit soort initiatieven bied je niet alleen perspectief aan jongeren en ouderen; ook de stad wordt er 'leefbaar' van. De lokale overheid moet daarom in eerste instantie ruimte bieden voor het eigen initiatief en burgers ertoe motiveren zelf met oplossingen te komen. Dat is effectiever dan grote investeringen in de informatiepositie van de gemeente, bijvoorbeeld over het gedrag van jongeren. Mensen moeten die kennis niet afstaan: ze kunnen die zelf inzetten om tot zinvolle initiatieven te komen.

Het vergezicht van een internationale, creatieve en veilige stad komt binnen handbereik als we inzien dat burgers van Rotterdam zélf in staat zijn de wijken en de stad een perspectief te bieden. Dat vereist een kentering in de wijze waarop de politiek burgers benadert. Leefbaar Rotterdam zoekt de oplossing voor kwetsbare wijken vooral in een nieuwe vorm van bevolkingspolitiek. De partij legt nadruk op het onderscheid tussen 'gewenste' en 'ongewenste' bewoners waarmee steeds weer de zwart/wit tegenstelling wordt bedoeld. Zo zei wethouder Pastoors onlangs in deze krant:

'Probleem is dat er steeds vaker de verkeerde mensen in de woningen zitten. Als we dit niet doen, heeft u over een paar jaar alleen nog maar Somaliërs en Antillianen als buren.' (Volkskrant, 15 juni) De Rotterdamse PvdA moet ondubbelzinnig breken met deze zwart/wit benadering. De dynamiek onder de Rotterdamse bevolking is allang niet meer niet met dergelijke tegenstellingen te vangen. Het Erasmiaans Gymnasium bestaat voor meer dan de helft uit leerlingen van wie de ouders niet in Nederland zijn geboren. En ook op de universiteit en op de hogescholen zien we veel studenten uit de oude wijken.

De vraag is juist hoe we deze veelbelovende groep kunnen verleiden in de stad te blijven. Werk speelt daarin een sleutelrol, maar ook een diverse, stedelijke cultuur kan helpen om Rotterdam aantrekkelijk te houden. Nóg interessanter wordt het als we de perspectieven van hoog-en laagopgeleiden weten te verbinden. De laagopgeleiden bieden zichzelf, hoogopgeleiden én de stad perspectief door initatieven te nemen op het gebied van kinderopvang, zorg, welzijn en onderwijs.

Voor de PvdA is het van belang te komen tot een inventarisatie van initiatieven die een positief beeld van de burger uitdragen. Welke initiatieven zijn door het negatieve vertoog over respect, fatsoen en verantwoordelijkheid nog onvoldoende opgemerkt? Welke praktijken vormen een illustratie van onze overtuiging dat een vitale, creatieve en volwassen burger vormgeeft aan zijn eigen leefomgeving?

De Rotterdamse PvdA heeft een fenomenale bijdrage geleverd aan de wederopbouw van de stad die haar hart verloor in de Tweede Wereldoorlog. Maar toch moeten we na de Fortuynrevolutie De helft van constateren dat dat niet voldoende de leerlingen is geweest. De verkiezingsnederlaag van het van 2002 heeft geleerd dat de samenleving Erasmiaans erodeerde aan de gymnasium voet van nieuwe wolkenkrabbers. Het huidige College wilde heeft daarom terecht een allochtone inhaalslag maken op de terreinen van veiligheid ouders en leefbaarheid. Maar net als dit kabinet is het doorgeschoten in de formulering van lege voorschriften over fatsoen, respect en verantwoordelijkheid. De PvdA moet die verleiding weerstaan en daar -zowel landelijk als lokaal -niet in meegaan.

De grote uitdaging voor de Rotterdamse PvdA is de synergie te vinden tussen de perspectieven van stad en burgers. Die synergie bereik je vooral door burgers zelf in de positie te brengen om initiatief te nemen.

Perspectief en initiatief zijn daarmee de eerste woorden van een nieuwe taal die we in Rotterdam proberen te formuleren: de taal van toekomstverwachting zonder de realiteit uit het oog te verliezen, de taal van nuchterheid zonder het vermogen tot dromen kwijt te raken. Dat is een avontuur dat een nieuw proces op gang zal brengen. Een proces dat niet alleen een perspectief biedt aan de Rotterdamse PvdA .

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden