Persoonlijke kroniek van het zwartste fascisme

MIHAIL SEBASTIAN was een Roemeense schrijver en criticus, die in werkelijkheid Iosif Hechter heette en die leefde van 1907 tot 1945....

Michaël Zeeman

En kunstkritieken in dag- en weekbladen - ach, die worden bij verschijnen al hooguit slechts vluchtig en slordig gelezen. Soms leven ze enige tijd voort in een enkel geheugen, maar dat is steevast het geheugen van de getroffen kunstenaar - en die kijkt wel uit ze opnieuw onder de aandacht te brengen. Op zijn allerbest zijn ze, na verschijnen, eens in de zoveel tijd het ruwe materiaal waarop receptie-esthetici hun geleerde bevindingen baseren.

Het verging Mihail Sebastian, alias Iosif Hechter, zoals het verreweg de meeste van zijn collega's verging, vergaat en zal vergaan. Een schrijver en een criticus, zij leven in hun tijd en helpen die tijd gestalte te geven; zodra hun tijd verstreken is en de echo van hun commentaar daarop verklonken, zakken ook hun werken weg in de zee van slaap waaruit nog slechts sporadisch iets omhoog wordt gewoeld.

Maar Mihail Sebastian liet nog net iets meer na dan enkele boeken, scripts en wat mappen krantenknipsels. Van 1935 tot 1944 heeft hij, zo slordig en onregelmatig als dat een druk bezet en gretig levend man past, een dagboek bijgehouden. Dat dagboek werd in 1996 voor het eerst integraal in het Roemeens uitgegeven, het verscheen in 1998 in het Frans en nu is er een Amerikaanse editie van uitgekomen. Het had tot die tijd berust bij een van zijn broers, die het in 1961 Roemenië uit smokkelde en het nadien in Israël, zijn nieuwe vaderland, in portefeuille had gehouden. Toen het in Roemenië verscheen sloeg het, naar verluidt, in als een bom en het kan niet anders of ook een hele generatie Fransen moet zich ruim twee jaar geleden lam geschrokken zijn toen ze ervan kennisnam. In de Verenigde Staten is de verschijning ervan vergezeld gegaan van schetterende uitspraken van enkele voorname auteurs, Philip Roth en zijn van oorsprong Roemeense vriend de schrijver en balling Norman Manea voorop.

Wie het leest, begrijpt al na een paar bladzijden waar de ophef en de schrik vandaan komen, wie het uitleest kan niet anders dan zich voegen in het koor van onthutsing en bewondering waarin Roth en Manea hem voorgingen. Want Mihail Sebastians Journal 1935 - 1944 is de persoonlijke kroniek van het zwartste fascisme en het ontmoedigendste antisemitisme dat je je, zestig, vijfenzestig jaar na de opkomst van het nazisme, voor kunt stellen. En het is, afgezien van de smakeloze en ellendige praatjes waardoor het culturele, openbare en politieke leven daar en toen kennelijk gekruid werden en die als een vuile, vette mist in Sebastians pagina's hangen, het soms dagelijks, soms wekelijks bijgehouden verslag van een schrijversleven in opkomst.

Was Mihail Sebastian een Franse schrijver geweest, of was hij, als veel van zijn landgenoten, uitgeweken naar Frankrijk, we hadden zijn schrijversdagboek gelezen zoals we de dagboeken van Julien Green en André Gide lezen. We hadden er vermoedelijk het logboek in gezien van iemand die voor de literatuur, het theater en de muziek leeft en die bezigheden als onlosmakelijk verbonden ziet met het politieke en publieke leven. Zijn leven was er een van lezen, kijken en luisteren en het met de pen op papier daarover nadenken. Het werd gedragen door de twee vleugels die ieder interessant schrijversleven dragen, die van het verlangen naar een rustig hoekje om te schrijven en die van de behoefte deel te nemen aan wat daarbuiten gebeurt en zo materiaal op te doen om in dat hoekje mee voort te kunnen. Het schrijversleven is een zeemansleven: aan de wal klinkt de lokkende stem van de zee, buitengaats schrijnt het verlangen naar de haven.

Hij moet zo'n schrijver in hart en nieren zijn geweest, Mihail Sebastian. Zijn dagboek is een aaneenschakeling van plannen om een roman, een verhaal of een toneelstuk te gaan schrijven, een opsomming van ideeën voor een boek of een stuk en notities over de willigheid of juist de weerbarstigheid van zijn materiaal. We zien hem een ingeving krijgen, daar bezeten van worden en we zien hem mopperen over het tijdgebrek dat hem ervan weerhoudt zijn idee meteen uit te werken - en we volgen hem naar lome en luie vakantiedorpjes in de Karpaten of aan de Zwarte Zee, waar het idee stukken stugger blijkt dan het thuis in het drukke Boekarest leek en waar de ski's, het strand, de gezellige avondjes en de meisjes heel wat aantrekkelijker zijn dan het lege papier en de meedogenloze schrijftafel.

We zien hem ook aan het werk gaan en van dag tot dag verslag doen van de vorderingen. Hij schrijft en hij schrapt, hij maakt plannen en laat ze varen, hij leest vrienden en vooral vriendinnen work in progress voor en krijgt kritiek of bijval, die weer aanleiding geven tot herschrijven of verder werken. Soms voltooit hij een boek, net iets vaker een toneelstuk en doorlopend verschijnen er stukken van hem in kranten en tijdschriften. Hij is een nieuwsgierig lezer en een gulzig luisteraar naar klassieke muziek en wat hij las of beluisterde moet verwerkt in stukken of vindt zijn weerslag in zijn eigen scheppende werk. Thuis, in Boekarest, zijn er de onvermijdelijke financiële zorgen, een stoet leuke meisjes, vervelende verplichtingen voor zijn werk op een advocatenkantoor en het tijdrovende literair-journalistieke leven dat van alle tijden en plaatsen is.

Die ingrediënten van zijn dagboek maken Mihail Sebastians Journal tot een betrekkelijk normaal schrijversdagboek. Het is onmiskenbaar louter voor persoonlijke doelen geschreven, als een aide de mémoire voor leven en werken. Doordat Sebastian zo'n Lebemann is, behoort het tot de onderhoudender, innemender dagboeken. Hij gaat uit, vooral naar concert en theater, hij is gesteld op het gezelschap en de conversatie van zijn vrienden en hij wordt gemakkelijk verliefd. Die verliefdheden gelden altijd vrouwen met wie hij zich beter niet had kunnen inlaten - actrices die er een hele ménagerie aan minnaars op nahouden -, zoals er, omgekeerd, voortdurend vrouwen op hem vallen die hem niet erg interesseren. Het theater windt hem op, voor klassieke muziek blijft hij op; hij moet zijn repertoirekennis nog voornamelijk ontwikkelen met behulp van radiouitzendingen van vooral buitenlandse zenders. Als hij thuiskomt uit de schouwburg ligt er meestal een heel lijstje klaar van concerten van hetzij radio Praag, hetzij radio Stuttgart die hij nog beluisteren moet.

Maar al dat charmante gebabbel verbleekt bij wat er vrijwel van dag tot dag nog meer door Sebastian wordt geboekstaafd: de ontwikkeling van de Roemeense binnenlandse politiek. In 1931 werd door de politicus Codreanu de IJzeren Garde opgericht, een fascistische organisatie die in 1933 een politieke partij werd. De activiteiten en praatjes van de IJzeren Gardisten beheersen het publieke leven in Roemenië vanaf dat moment en ze komen op letterlijk iedere bladzijde van Sebastians dagboek aan de orde. Het is daardoor te lezen als een routebeschrijving van het opkomende fascisme en antisemitisme.

En ook dat is iets dat in veel dagboeken van politiek bewuste Europese schrijvers uit de jaren dertig terug te vinden is. Waar Sebastians dagboek zich echter onderscheidt van enig ander mij bekend schrijversdagboek uit die periode, is in de stuitende normaliteit, de kennelijk breed geaccepteerde alledaagsheid van dat antisemitisme. Er is, in zijn hele kennissenkring, vrijwel niemand die er vrij van is; het lijkt erop dat de hele Roemeense intellectuele, politieke en culturele elite in de weer is geweest uitdrukking te geven aan de lamlendigste en schofterigste antisemitische opvattingen en beschuldigingen. Daarbij gaat het soms om figuren die na de Tweede Wereldoorlog buiten Roemenië toch nog indrukwekkende carrières hebben gemaakt of reputatie verworven, de schrijver Cioran en de godsdienstwetenschapper Mircea Eliade voorop. Cioran heeft zich, toen hij eenmaal als schrijver in Parijs woonde, verontschuldigd voor zijn gevaarlijke kletspraatjes en sympathieën uit de jaren dertig, Eliade is zonder met de ogen te knipperen een gevierd schrijver en hoogleraar aan de universiteit van Chicago geworden.

Het deprimerende en ook wel raadselachtige aan al die gesprekken, publicaties en schimpscheuten die Sebastian in zijn dagboek heeft vastgelegd, is de gewoonheid ervan en de uitgebreide intellectuele onderbouwing. Er loopt een partij Roemeense opinieleiders en wetenschappers van hoge rang door zijn boek, die werkelijk geen zee te hoog ging. Die zijn zo knettergek en ongeremd dat de adem je geregeld wordt afgesneden: was er dan niemand die daar tegenin ging?

Vrijwel niemand. Het maakt de volslagen geassimileerde en a-religieuze jood Sebastian van jaar tot jaar joodser, het beknot zijn artistieke en journalistieke mogelijkheden, het vergalt zijn dagelijks leven. Er is in dat Boekarest van de jaren dertig een hele generatie in de weer geweest een beschaving en een samenleving met open ogen de afgrond in te sturen.

Sebastians dagboek laat zich gemakkelijk vergelijken met dat van Victor Klemperer, dat een jaar of wat geleden aan het licht kwam en wereldwijd lezers verbijsterde door de erin vastgelegde alledaagsheid van het Duitse antisemitisme. Maar Roemenië was Duitsland niet: het was nog enkele graden erger. Bovendien was Sebastian geen Klemperer; hij maakte actief deel uit van het culturele leven, hij genoot gretig van zijn leven, hij was veeleer een doener dan een denker. Hij is niet het gelaten slachtoffer van steeds verder gaande antisemitische maatregelen, hij is oog- en oorgetuige van een aanzwellende storm van waanzin, geweld en slechte smaak. Hij praat dagelijks met die lui.

Hij heeft het overleefd, maar vraag niet hoe - en niet lang. Op 29 mei 1945 werd hij op straat in Boekarest door een vrachtwagen overreden. Het is vermoedelijk karakteristiek voor de Roemeense cultuur dat zijn dagboek per diplomatieke post het land uit gesmokkeld moest worden en pas een halve eeuw later kon worden uitgegeven - en toen leidde tot grote consternatie. De Vergangenheitsbewaltigung staat er nog in de kinderschoenen, wat bij zo'n Vergangenheit niet verwonderlijk is. Je kunt, na lezing van Sebastians dagboek, niet anders dan de naoorlogse geschiedenis van Roemenië, die halve eeuw van bloeddorstige communistische dictatuur, als de vrucht van die geschiedenis zien. Het kwaad was er een alom gerespecteerde banaliteit.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden