Personeel weg? Gehrels weg!

Het is een gotspe, een aanfluiting. Een lachertje - als het niet zo erg was. Twee maanden geleden ging het Stedelijk Museum feestelijk open. Na jaren van verbouwing, financiële wantoestanden, een stoet van architecten, een failliete aannemer, opborrelend grondwater, verkeerd afgezaagd ijzerwerk, wat niet al. Maar op 22 september was dat allemaal even vergeten. De koningin onthulde een kunstwerk. Er zong een koortje. In de zalen waren optredens te zien. Er was muziek en drankgelach, tot laat in de avond.


Twee maanden later is van al dat lachen weinig over. Gisteren werd bekend welke 31 medewerkers van het museum worden ontslagen. Ze kunnen hun biezen pakken. Met dank voor al hun verdiensten. En met dank aan de Amsterdamse gemeente die trots is op het nieuwe gebouw, dat de hoofdstad weer meetelt, zijn oude artistieke centrum weer inneemt, kan laten zien waartoe de stad van Rembrandt in staat is, en meer van dat soort retoriek; maar die ook is vergeten dat een goed geoutilleerd en functionerend Stedelijk geld kost. Niet alleen voor een spectaculair gebouw waarmee iedereen graag op de foto wil, maar ook voor lopende onkosten als energie, onderhoud, beveiliging en, ja, personeel en expertise.


Zeker, er was de afgelopen jaren een hoop kritiek op wat het Stedelijk in al die tijd dat het gesloten of half open was nu eigenlijk had gedaan. Waar bleef het experiment toen het museum tijdelijk onderdak vond in een verlaten postkantoor? Wat hadden ze gepresteerd toen ze helemaal dicht waren en ze zich door de stad veel nadrukkelijker hadden kunnen manifesteren dan ze in werkelijkheid deden? Wat waren de plannen voor de toekomst waarop ze jaren en jaren hadden kunnen broeden? Voor een instituut als het Stedelijk was het te weinig. Het elan stond in de slaapstand.


Tegelijkertijd: je zal maar ergens in de jaren negentig, of misschien eerder, in dienst zijn getreden van hetzelfde Stedelijk. In het vooruitzicht in een instituut werkzaam te zijn dat beloofde in de kunstwereld een rol van betekenis te gaan spelen. Want dat was jarenlang de verwachting. Het gedroomde scenario. De worst die hun werd voorgehouden. Het was alleen nog even wachten op de juiste architect. Op de juiste directeur. Op voldoende geld. Op het beste gebouw. Op de mogelijkheid die ene tentoonstelling te maken. Iets buiten de deur te doen. Terwijl alles om je heen steeds weer veranderde, werd uitgesteld, teruggedraaid, afgeblazen. Om gek van te worden.


Wie kritiek had en heeft op de tamme instelling van het personeel, moet in eerste instantie ook en vooral kritiek hebben op de ontmoedigende omstandigheden waarin datzelfde personeel werkzaam was. Een optimaal functionerende staf onwaardig.


Maar de Amsterdamse cultuurwethouder Carolien Gehrels hield de hand op de knip. Twee miljoen erbij, voor een groter gebouw dat zijn verwachtingen wil inlossen? Een kleine twee miljoen eraf, zal je bedoelen. Overal waar ze kwam ,liet Gehrels weten dat Amsterdam onder haar leiding in een cultuurstad van mondiale allure was veranderd. Met meer musea, theaters en concertzalen. Blijkt nu wat dat betekent: meer stenen en minder personeel. Weet je zeker dat van alle vooruitzichten weinig terechtkomt.


Nee, als iemand zijn biezen moet pakken, dan wethouder Gehrels.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden