Personages nemen het niet langer

IK FANTASEER er wel eens over, over een volgend boek waarin hij zich zou herkennen, de man die mij. ....

Dat is, geloof ik, een ouderwets uitgangspunt in een tijd dat kunstenaars zonder enige gêne en zonder er geheimzinnig over te doen hun eigen leven tot kunst verheffen. Wat ik meemaak is interessant, omdat ík het meemaak en u er kennis van neemt - zoals de belevenissen van de deelnemers aan tv-programma's als Big Brother en De Bus interessant zijn, uitsluitend en alleen omdat wij ze kunnen volgen.

Dat schrijvers over zichzelf schrijven is niet nieuw; J.J. Voskuil doet in Het bureau, waarin hij zijn arbeidzame leven op het Meertensinstituut in Amsterdam fileert zonder zijn collega's te sparen, exact hetzelfde deed hij in Bij nader inzien (1963), dat een weinig vleiend, maar ook meedogenloos eerlijk beeld geeft van hemzelf en zijn vriendenkring.

Wel nieuw is, dunkt mij, dat schrijvers steeds onverhulder over zichzelf en hun omgeving schrijven, en zeker nieuw is dat die omgeving protesteert. Voskuils ondergeschikten - al snel werd bekend wie wie was op het bureau - kregen in de media ruimschoots gelegenheid commentaar te leveren op de beweringen van hun voormalige chef. Anderen die zichzelf herkenden, stapten naar de rechter. Modeontwerpster Ann Demeulemeester klaagde met succes Herman Brusselmans aan. De burgemeester van Zandvoort wenste dat Danslessen uit de handel zou worden gehaald, omdat schrijver Pieter Waterdrinker een bijfiguur een antisemitische opmerking had laten maken over een burgemeester met dezelfde achternaam als de huidige. En de ex-vrouw van Hans Dorrestijn eiste nog voor publicatie een verbod op Finale kwijting, omdat zij, haar gezin en haar familie schade zouden ondervinden van dit boek waarin de auteur zo duidelijk zijn gram haalt.

Een heel menselijke reactie. Ze hebben weinig mogelijkheden tot verweer, die tot personage gemaakte personen. Ann Demeulemeester - die overigens van de Belgische rechter eerst een verbod en toen een schadevergoeding gedaan kreeg - blijft voor altijd een 'dwergpoliep met puitogen', de ex van Dorrestijn een vrouw met poetsdwang die haar echtgenoot stofzoog uit angst voor losse baardharen in huis, de burgemeester van Zandvoort iemand die het verschil niet kent tussen de opvattingen van een personage en die van de auteur.

Wij zijn niet in België - zowel het boek van Dorrestijn als dat van Waterdrinker mocht verschijnen. Zo hoort het natuurlijk ook. De vrijheid van de auteur is een groot goed, een schrijver moet vrijelijk kunnen putten uit alles wat hem overkomt, wie zich beledigd voelt of tekort gedaan kan er beter het zwijgen toe doen, of een elegante achteloosheid voorwenden: 'Puitogen? Nee, ik geloof niet dat ik die 's ochtends in de spiegel zie. Mijnheer Brusselmans moet een naamgenote bedoelen.'

Een schrijver mag gebruiken wat hij wil. 'De lezer zal zich realiseren', schreef de rechtbank in het vonnis over Finale kwijting. 'dat de roman de subjectieve belevenis van Dorrestijn weergeeft'.

Zo'n redenering is waar - en tegelijk waardeloos voor de mensen die het betreft.

Ik ga het niet doen.

De man die vergat te melden dat hij gebonden was, zal zich in mijn boeken niet herkennen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden