Pers en politiek bespelen elkaar

Journalisten moeten zich niet het air aanmeten dat ze het geweten zijn van de natie, vindt Greg Dyke. Maar ze vervullen wel degelijk een essentiële rol bij het doorprikkenvan te rooskleurige of zelfs leugenachtige praatjes van politici....

Greg Dyke

Vaststaat dat in de jaren dat ik bij de omroep heb gewerkt, de vijandigheid tussen journalisten en politici is toegenomen. Steve Barnett, hoogleraar aan de Westminster Universiteit, omschreef het probleem in 2002 als volgt. 'Er is iets dat de gewetensvolle leden van zowel de pers als het parlement verontrust. Het is niet zozeer de marginalisering van de politiek in de media, als wel de toon, de inhoud, de hang naar sensatie en personalisering van de hedendaagse politieke journalistiek. Ik durf de stelling te verdedigen dat sprake is van een groeiende geringschatting van de politiek en politici in de massamedia. Ook denk ik dat er een verband is tussen dit sluipende proces en de huidige discussie over het teruglopende vertrouwen in de politiek en de dreigende aantasting van de legitimiteit van het parlement.'

Ik kan deze analyse in grote lijnen onderschrijven.

Jeremy Paxman, promiment anchorman in Groot-Brittannië, zei onlangs dat hij bij een interview met een politicus zichzelf altijd de vraag voorhoudt: 'Waarom liegt deze schoft.' Paxman staat hiermee duidelijk aan de kant van degenen die geloven dat politici tegenwoordig zo getraind zijn in het omgaan met de media dat je ze alleen nog de waarheid kunt ontfutselen door hen verbaal te mishandelen. Hij gaat ervan uit, zo veronderstel ik, dat in de hedendaagse politiek een vriendelijke en intelligente discussie bijna onmogelijk is geworden, omdat er geen eerlijke communicatie mogelijk is wanneer deze wordt gecontroleerd door figuren als Alastair Campbell en andere spindoctors.

Curieus genoeg krijgt Paxman steun voor zijn standpunt, hoewel dat niet de opzet zal zijn, van het Labour-parlementslid Tony Wright, die stelt dat 'politici zo veel mogelijk controle willen uitoefenen over zowel de boodschap als over degenen die de boodschap verspreiden. Dat is nieuw noch verwerpelijk. Wat nieuw is, is de systematische en professionele wijze waarop dit gebeurt'.

Aan de andere kant staan mensen als journalist John Lloyd, auteur van het boek What the media are doing to our politics (Zie ook Forum van 30 november 2004, red.). Lloyds zorg is dat er gaandeweg een mediaklasse is ontstaan die meer macht heeft dan goed is voor een democratie. 'De opkomst van een werkwijze waarbij het vooral gaat om vragen stellen, onthullen en ontmaskeren, heeft ook een keerzijde. Door zich als onderzoekers op te stellen, hebben journalisten zichzelf tot scheidsrechters van het openbare leven en dat van publieke personen gemaakt en zich opgeworpen als hoeders van de waarheid en de moraliteit. Deze kant is inmiddels dominant geworden en het is vaak een donkere kant. Hij vraagt erom te worden onderzocht op zijn effecten op politiek en samenleving.'

John Lloyd vervolgt: 'De media hebben zichzelf het recht toegeëigend te oordelen en te veroordelen; zij hebben besloten - zonder daar duidelijk over te zijn - dat politiek een smerig spel is, waaraan wordt deelgenomen door onbetrouwbare mensen die een in essentie onwaar verhaal over de wereld vertellen en zo de Britse bevolking misleiden.'

Mijn voorganger als directeur-generaal van de BBC, John Birt, sprak zich eind jaren negentig in een toespraak in soortgelijke bewoordingen uit: 'Politici kunnen met meer recht claimen namens de bevolking te spreken dan journalisten, maar sommige journalisten vergeten dat.' Hier heeft hij een punt. Journalisten zijn niet gekozen en leggen geen verantwoording af aan de bevolking, politici wel. Maar betekent dat ook dat zij niet verantwoordelijk zijn voor hun daden?

Dit debat woedde in Groot-Brittannië al een paar jaar toen de Kelly-affaire zich aandiende. Zij die de schuld bij de journalistiek legden, grepen het Hutton-rapport aan als bewijs voor hun gelijk.

John Lloyd zegt in zijn boek: 'De Kelly-affaire en het Hutton-rapport legden een meningsverschil bloot tussen hen die de uitzending van Gilligan als een staaltje journalistieke pioniersarbeid beschouwden, ook al klopte misschien niet alles, en zij die vonden dat slechts van een ernstige fout kon worden gesproken. Daar het verhaal niet werd rechtgezet, groeide het uit tot een cause celè-bre en werd de affaire het startpunt voor een bezinning op de rol van de media.'

Wil ik John Lloyd niet meteen afvallen, dan kan ik slechts aannnemen dat hij zijn boek had voltooid voor de publicatie van het Butler-rapport. Zo niet, dan is het een buitengewoon onoprecht boek. Zoals ik eerder stelde, zijn er nog maar weinig mensen in Groot-Brittannië die volhouden dat Gillians verhaal onjuist was. Er bestaat nu brede overeenstemming over het feit dat het Irak-dossier sexier was gemaakt om een sterker argument voor de oorlog te hebben; dat Downing Street wist dat de informatie in het dossier was aangezet; dat Downing Street wist dat de 45minuten niet klopten; dat Downing Street wist dat er van Saddams massavernietigingswapens geen bedreiging uitging.

In een artikel in The Guardian sprak Gavyn Davies, mijn toenmalige voorzitter van de BBC, zijn vertwijfeling uit over het onvermogen van onze democratie Tony Blair ter verantwoording te roepen voor zijn Irak-beleid. Hij besloot zijn artikel als volgt: 'Met tegenzin concludeer ik dat slechts een onderdeel van het democratische proces goed functioneert. Dat is de pers. The Daily Mail, The Independent, The Guardian en de nieuwsrubrieken op televisie hebben zich in de kwestie-Irak vastgebeten als een troep rottweilers in een gigantisch bot.

'Steeds meer gehaat door Downing Street, is de pers ervan beschuldigd de politiek te trivialiseren en het wantrouwen in onze leiders te voeden. Tot op zekere hoogte is dat waar. Maar de aanvallen van Alastair Campbell op de BBC getuigden vooral van een diepgewortelde frustratie over het feit dat de vierde macht nog het enige onderdeel van het koninkrijk was dat niet naar zijn pijpen danste.'

Onlangs ontving ik een e-mail van een andere Britse programmamaker, David Elstein, die de kwestie duidelijker onder woorden brengt dan ik zou kunnen.

'Hoe groot de persoonlijke offers ook mogen zijn geweest, Kelly's dood en jouw ontslag hebben ertoe geleid dat het publiek nu veel meer weet over Blair, Irak, het functioneren van de regering en de mate van bedrog waaraan zij zich heeft schuldig gemaakt, dan anders het geval zou zijn geweest. Jij en Gavyn hebben buiten de organisatie meer gedaan voor de onafhankelijkheid van de BBC dan jullie intern voor elkaar zouden hebben gekregen.'

Laat er geen misverstand over bestaan dat Andrew Gilligan een omvangrijk politiek en constitutioneel schandaal heeft blootgelegd. Dat we nu weten te zijn misleid over Irak danken we aan het feit dat Andrew Gilligan klokkenluider Kelly aan het woord liet. Dat is een van de taken van de journalistiek in de moderne wereld. Aan alles wat dat ondermijnt, dient weerstand te worden geboden.

John Lloyd heeft niet op alle punten ongelijk. Journalisten dienen beleefd, eerlijk, goed gedocumenteerd en nauwkeurig te zijn. Dat is nu niet altijd het geval en we moeten er allemaal naar streven het beter te doen. En politici hebben een punt als zij zeggen dat we er te vaak automatisch van uitgaan dat ze slechte bedoelingen hebben. Ook hier geldt dat we ons leven moeten beteren.

Maar als John Lloyd de Gilligan-affaire bij de kop pakt om zijn punt te maken, schiet hij zichzelf in de voet. Hutton had ongelijk. Gilligans verhaal was niet alleen correct, door het uit te zenden beantwoordde de BBC aan een van de belangrijkste functies van een met publiek geld gefinancierde omroep.

Wat we moeten beseffen, is dat politici meer dan ooit weten hoe de media te bespelen. Zij zijn in de 21ste eeuw de exponenten van spin geworden. Het verspreiden van selectieve informatie om de zaak van de regering te ondersteunen, was voor Alastair Campbell en zijn team dagelijkse kost. Zij deden dat al zeven jaar met bijna alle overheidsbesluiten. Neem de feiten, zeef er de dingen uit die jouw standpunt niet ondersteunen en publiceer de rest, waarbij je de boel zo nodig een beetje overdrijft. Dat was hun werk. Met betrekking tot de massavernietigingswapens in Irak gingen ze op dezelfde manier te werk.

Het is de reden dat we nooit meer moeten terugkeren naar de periode dat politici met eerbied werden benaderd. De wereld is veranderd, de politiek is veranderd, politici zijn veranderd. De wereld waar we nu mee hebben te maken, verschilt in alle opzichten van die van twintig, dertig of veertig jaar geleden. John Lloyd geeft ons journalisten daarvan de schuld. Hoewel we een deel van de verantwoordelijkheid dragen, ligt die voor een veel groter deel bij figuren als Campbell en andere spindoctors, die de Britse politiek nu domineren.

Zowel politici als journalisten zijn onmisbaar in de moderne maatschappij. Er moeten misschien betere afspraken worden gemaakt over de regels die in hun onderlinge strijd gelden en wellicht dienen beide partijen elkaar iets meer te respecteren dan nu het geval is. Maar een levende democratie heeft beide nodig.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden