Perfecte, grote walnoten: zo gaat het elk jaar

Op je dertigste weer bij je ouders intrekken. Vonk-columniste Beri Shalmashi overkwam het, na een paar jaar in Irak keerde ze huiswaarts met één koffer. En nu ze eenmaal haar eigen plek in Amsterdam heeft, verlangt ze toch naar de familietradities van thuis.

Beeld anp

Ik heb weer een eigen plek in het hart van Amsterdam voor een tijdje. Dit is pas mijn eerste dag, en ik voel mij weer als alle andere keren dat ik verhuisde. Weer een nieuw hoofdstuk, de toekomst tegemoet, maar altijd met een beetje heimwee. Ik wandel door een hippe supermarkt in mijn nieuwe buurt en moet lachen als ik zie hoe duur de walnoten zijn.

Ik ruik de jonge herfst, een paar weken eerder. Ik sta met mijn gympen in de modder van een Almeers bos om walnoten te rapen, een familietraditie. Mijn moeder is professional en sleurt mijn zusje en mij mee als assistenten. Elk jaar. Ze reikt ons handschoenen aan, zodat onze gelakte nagels niet vies worden, en ieder een tas om te vullen. We gaan alle drie een andere kant uit, ieder voor zich op zoek. Het is een soort mindfulness-oefening. Wie zich concentreert op het bos, en het bos alleen, zal de walnoten niet zien. Het duurt dan ook even voor ik mijn eerste walnoot vind.

Mijn moeder roept dwars door de stilte dat er onder haar boom meer walnoten liggen, extatisch alsof ze een goudpot aan de voet van een regenboog gevonden heeft. Er springt een kikker op, twee vogels vliegen weg. Zelfs de zon wordt wakker. In plaats van mijn tasje te vullen, sta ik de perfecte stralen die zich door de mist heen boren vast te leggen voor op Instagram. Hashtag Almere zet ik erbij. En ik word bevangen door weemoed, want ik weet al dat ik terug naar Amsterdam ga verhuizen.

Dan hoor ik mijn moeder tegen iemand praten in het Koerdisch, en door de bomen heen zie ik een stel. Concurrenten. Zij hebben hun tasjes al vol, die waren hier nog vroeger dan wij. Ze wensen ons succes, en ze wandelen weg. Ik kijk mijn zusje aan en we lachen erom. 'Oh, hallo, goedemorgen.' Alsof je elkaar in de supermarkt tegenkomt.

Sommige walnoten zitten nog in een groen jasje, dan moet je goed voelen of ze nog vers zijn. Ik gooi mijn tasje vol, voor mijn doen. 'Zag je hoeveel zij hadden?' vraagt mijn moeder. Ze kijkt in mijn tasje. 'Die van jou zijn allemaal verrot.' Ik kijk naar mijn tasje en spreek haar tegen. Ik kijk in haar tasje, ze heeft minstens twee keer zoveel als ik. Allemaal perfecte, grote walnoten. Zo gaat het elk jaar.

Bij het ontbijt eten we het eerste handje. Mijn vader zal ze tot laat in de winter kraken voor op zijn brood naar het werk. De rest maakt mijn moeder schoon en legt ze te drogen, op mijn oude zolderkamer die ik vorig jaar weer betrok.

Ik kwam terug naar huis op mijn dertigste. Met maar één koffer, maar heel veel bagage van een paar jaar Irak. Zonder werk, en met dromen aan diggelen.

Zo vers als die uit het bos bij mijn ouders, zullen de walnoten in de hippe Amsterdamse buurt niet zijn. Misschien neem ik komend weekend maar een handje mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden