percussionist

Een beetje percussionist grossiert in potten & pannen, om mee te kunnen in het ritme van de tijd. Voor MARNIX STASSEN (29) bestaat z'n vak vooral uit sjouwen, sjouwen en nog eens sjouwen....

'Er is een tentje in de Warmoesstraat in Amsterdam waar ik niet meer speel. Nie mand kan jou passeren, je moet midden op straat uitladen. Zodra je je motor uitzet om de eerste lading naar binnen te brengen, staan er twee zenuwlijders van taxichauf feurs achter je te toeteren. Zit het tegen, dan krijg je ook nog eens te maken met een paar van die doorgesnoven uitgaanstypes in hun Merce dessen, die ogenblikkelijk een keel opzetten als het niet snel genoeg gaat.

Er is nog een foto van de kleuterschool waarop je me met een trommel in m'n handen ziet staan. De kleuterleidster had een Chileen als vriend die met landgenoten kwam spelen om geld bij elkaar te krijgen voor gaarkeukens in z'n land. Op rommelmarkten van onze school deed ik dan mee op zo'n grote Braziliaanse trommel. Ik had net zo lang gezeurd tot het mocht. Gek van ritme. Op de kleuterschool had ik al een speelgoed-drumstelletje.

Vooral 's zomers kon de hele buurt me horen. Er moest toch geoefend worden? Die potten- en pannenwinkel is sinds m'n puberteit zo uitgedijd, dat op mijn etage hier in Amsterdam-West geen plaats is voor al die trommels, bongo's, conga's, bekkens, timbales en alles wat een beetje percussionist bij de hand moet hebben om mee te kunnen in het ritme van de tijd.

Na lang zoeken heb ik in Haarlem een opslagruimte gevonden waar nu ook twee geluiddichte cabines staan. Ik kan het mijn buren toch niet aandoen om thuis te gaan zitten repeteren? Het idee dat iedereen meeluistert, dat oefent niet lekker. Vaak moet je een half uur dezelfde klap repeteren. Als ik aan de ontwikkeling van mijn congatechniek werk, dan doe ik al gauw tien minuten achter mekaar dezelfde klap, om te horen of er wat aan verbetert. Kwestie van kilometers maken. Oervervelend om aan te horen.

De onvermijdelijke blokfluit heb ik ook nog bespeeld, totdat mijn ouders wel inzagen dat die omweg toch alleen maar naar het slagwerkwezen zou leiden. En van drums verder naar percussie; nadat ik op een geleende elpee Art Blakey had gehoord. Met bollenpellen heb ik mijn tweedehandsjes bij elkaar gespaard. Ik zat in een schoolbandje en als we buiten school optraden, kregen we allemaal 25 gulden, in een jazzcombo soms 100 gulden voor een optreden. Op school was ik een opvallende figuur die ook zong. Het muzikantenmetier is erotiserend, dat spreek ik niet tegen.

Dokter Bibber, m'n eerste bandje buiten school, bestaat nog steeds. Die jongens zijn nooit professioneel geworden. Ik kreeg m'n eerste contract bij een club van blazers waarvan de bas-vervangende sousafoon de grote gimmick was. Beetje funk, beetje latin, beetje jazz; heb ik veel van geleerd. Dan sta je ineens als onbekende groep op een festival in Winterswijk, als daar vóór jou de jongens van Van Dik Hout optreden met hun eerste hit. En na ons kwam een beroemdheid als Hans Dulfer. Dan heb je het idee: jongens, n£ gaat het gebeuren, nu tellen we mee!

Ik heb me suf gepeld in de bollen om die eerste conga's en bekkens te bekostigen. Nu speel ik exclusief op een bekkenmerk waar ik vroeger al verliefd op was. Omdat ik enthousiast over die spullen ben, vertel ik m'n leerlingen erover en geef ik demonstraties in slagwerkwinkels waar dan veel jonge jongens komen kijken.

Na een jaartje bewegingsleer aan de vu heb ik met mijn Haarlemse makkers van Horn of Plenty nog een radio-hitje gemaakt: van de omgefunkte Studio Sport-tune. Je hopt van het ene bandje naar het andere. Na twee jaar festivals afsjouwen was er gelukkig een de theatertoer met cabaretière Le net te van Dongen; in een bandje moet je je agenda helemaal vrij houden want iedereen denkt: Wij Gaan Het Maken! Maar als je 100 gulden per week verdient, schiet dat niet op. Interessanter is het om voor verschillende opdrachtgevers te werken, zoals Trijntje Oosterhuis.

Je maakt kilometers op schoolconcerten. Je duikt weer het festivalcircuit in. En dan komt er een mooie kans. Met hammondorganist Carlo de Wijs - die man is gew & 130;ldig - heb ik een cd gemaakt: Turn Down The B. Sinds kort te koop. Kijk, je hoort me niet klagen, maar dat gesjouw breekt me weleens op.

Als ik ergens om zeven uur verwacht word, moet ik om vier uur naar Haarlem om alles in te laden. Ik kick op m'n spullen, dus voor dat ene nummer wil ik dat speciale effectje meenemen, bijvoorbeeld een pedaal met koebel. Noem het streven naar perfectie. Door file-staand Nederland rijd ik naar mijn gig, en als het een theater is, zijn er soms mensen die je helpen met uitladen. Zit het tegen, dan kom je bij een kroeg waar je niet voor de deur kunt parkeren. Na een half uur zoeken nog eens minimaal vijftig meter sjouwen en dat dus drie keer achter elkaar. Met m'n schouders volbeladen als een melkmeisje.

Je haalt eerst de meest kwetsbare en duurste dingen uit je auto. Ik kan het niet laten om zo veel spullen mee te nemen. Je kunt je net als de kaasboer beperken tot Edammer en Leidse kaas, maar misschien is het slim om ook een Frans kaasje te verkopen. Dus neem ik dat setje timbales me. Je weet maar nooit of ze van pas komen. Degene die mij heeft ingehuurd denkt dan hopelijk: verrek, die Stassen moeten we de volgende keer weer hebben, die gooit er een lekker sausje overheen.

Soms ben ik jaloers op een saxofonist die al die toestanden niet kent. Boekingsbureaus en festivalorganisatoren beseffen niet dat het een enorm gedoe is om met een auto vlak bij het podium te komen. Ik begrijp nu wat gehandicapten moeten doormaken, omdat de ambtenaar van Ruimtelijke Ordening niet altijd rekening met ze houdt. Al wil ik me niet met een gehandicapte vergelijken.

Op zo'n festival in Amsterdam versperden bewakers mij laatst de weg naar het podium. Voordat je dan aan agenten kunt uitleggen dat je toch je spullen kwijt moet, zijn ze in staat je nog een bekeuring te geven ook. Soms rijd je om één uur 's middags naar een uithoek om er twee keer een uur op te treden, en daar ben je dan tot drie uur 's nachts mee bezig.

Ik weet niet waar het naartoe gaat met de files in Nederland. Mijn vak is nu nog leuk, maar als je voor de tiende keer op hetzelfde festival komt, en je weet niet eens meer waar je de dag tevoren was, dan moet je je toch afvragen: waar ben ik mee bezig, wat is het nut van al dit gesjouw?

Het moet geen sleur worden. Daarom heb ik deze zomer met vrienden in het openluchttheater van het Vondelpark mijn vrien din Ricky Koole begeleid. Goeie muzikanten, mooi weer, veel mensen, leuke sfeer: feestje!

Na vijf maanden gezeur valt door één zo'n optreden weer alles op z'n plek. Dan weet je weer waarvoor je het doet. Ik weet niet waar de grens van mijn talent zit, hoe lang ik nog blijf doorgroeien. Het houdt ergens op. Muziek maken is te gek, maar er zijn nog zo veel andere leuke dingen in het leven. Wie weet doe ik over een jaar of vijftien heel wat anders.

Als het maar géén accountant is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden