Per vergissing een levenslange liefdesaffaire Fagottist Brian Pollard neemt afscheid van het Concertgebouworkest

'Ik heb zelfs op het podium geslapen, zo gek ben ik op dat gebouw.' Na 42 jaar verlaat Brian Pollard deze week het Koninklijk Concertgebouworkest en hij vindt het vreselijk....

BEN HAVEMAN

Op zoek naar een slaapplaats sjokte hij uren in z'n eentje langs de huizen, koffer met kleren in de ene, koffer met fagot in de andere hand. Niet zelden werd de deur voor zijn neus dicht gesmeten. Totdat ergens een leuke, mooie dame open deed en zei: 'We hebben een tuinhuisje waar je wel kunt overnachten.' Hij deed geen oog dicht van het lawaai. De musicus bleek zich op het terrein van een drukbeklant bordeel te bevinden. Oxford in het laatste oorlogsjaar.

Op tournee door Groot-Brittannië met het anti-oorlogsballet van de Duitser Kurt Jooss: soms moest je je onderdak zelf regelen. In Cardiff bleek het logeeradres niet meer te bestaan. Hele straat weggevaagd bij een bombardement van de Luftwaffe. Puinhopen, V2's, Londen stond in brand. Altijd dreigde gevaar.

In het donker waren treinen makkelijk doelwit van Duitse bommenwerpers. Die hoefde de witte rookpluimen van de stoomlocomotieven maar te volgen. Eens bleef de trein met orkestgezelschap een half uur in een tunnel staan, totdat de vijand verdwenen was.

Fagot was een vergissing geweest. Z'n broers speelde hobo en fluit. In zijn geboortestadje niet ver van de Wuthering Heights mocht hij met ze mee naar een concert van het beroemde Hallé Orchestra uit Manchester. Bij Tsjaikovski werd hij gebiologeerd door de hoorn. Dat instrument met die beker, dat wou hij ook bespelen! Hij wees het aan: die daar. Pal ernaast zat de fagot. Dus regelden z'n broers per abuis fagot-les.

Een geluk voor alle hoornisten dat toen die vergissing is gemaakt. Grapje. Hoornisten stellen hun leven in de waagschaal. Als de spanning op je lippen er een fractie naast zit, heb je de verkeerde noot. Fagot heeft een andere moeilijkheidsgraad: die van het onderscheid tussen hard, zacht of expressief. Na de cello is de fagot het mooiste instrument. In een volgend leven kiest hij voor klarinet. En wéér voor het Concertgebouworkest.

Het was liefde op het eerste gehoor. Zestien jaar was Brian Pollard toen hij in Londen het Concertgebouworkest hoorde spelen en hij was verkocht. Dat dit orkest later zijn 'familie' zou worden, had hij niet durven dromen, zoon van een a-muzikale vader. Opa, die Iers bloed had, was een beroemd volksmuzikant. Bepaalde genen hadden domweg een generatie overgeslagen. Toen de geallieerde luchtbrug het geïsoleerde Berlijn van na de oorlog van voedsel voorzag, roerde Pollard er zelfs de grote trom in de Number 3 Regional Band van de RAF; een keer met elf doodskisten achter hem aan, na een vliegtuigongeluk.

Bij elke dreun trilde je buik. Had je te veel gegeten, of te weinig, dan moest je overgeven. En dan bij elke stap van de doodsmars anderhalve seconde op een voet staan bij sterke zijwind! Terug als solo-fagottist bij Covent Garden in Londen kwam het telefoontje van een Nederlandse kennis: het Concertgebouworkest zocht een eerste fagottist. Van Beinum dirigeerde in Londen The Royal Philharmonic, of Pollard in de pauze maar wilde voorspelen. De moeilijkste soli, terwijl de orkestleden hem op de vingers keken.

Geslaagd! Maar het Amsterdamse orkest nam beslissingen democratisch, dus vloog Pollard voor de finale test op 16 maart 1953 naar Amsterdam over Zeeland dat door de watersnood getroffen was. Nederlanders moeten goed kunnen zwemmen, dacht hij nog. Hij werd aangenomen en bleef 42 jaar hangen. 'Het Concertgebouw is mijn familie. Toen ik kwam, waren het m'n ooms en tantes. Nu zijn het m'n neven en nichten. Ik heb sommige leden van het Concertgebouworkest nog als baby's in mijn armen gehouden.'

Naoorlogs Engeland was 'heel stijf', vergeleken met tolerant Nederland. Van een 'plant in de knop' bloeide hij op 'en ik groei en bloei nog steeds'. Zijn paspoort is wel Brits, maar z'n vrouw Nederlands. Van Beinum prijst hij als een warme, wijze vaderfiguur die Mengelbergs Mahlertraditie voortzette. Van Beinums grootste verdienste: de warme donker-roodbruine klankkleur, die van 'oude, gerijpte wijn'. Precisie en helderheid kwamen op het tweede plan.

Merkte Van Beinum dat de aandacht op repetities verslapte, dan moest tweede violist Lowietje Pens op een stoel gaan staan om een mop te vertellen. De nieuwste mop. Daarna was de accu weer opgeladen. Het eerste concert ever in het VN-gebouw te New York hebben ze gegeven: Ravel's Daphnis et Chloë. En door de Weense pers na Stravinsky's Vuurvogel de hemel in geprezen. Een zwarte bladzijde was toen twee solo-hoboïsten vanwege hun communistische sympathieën niet mee mochten op tournee in het Amerika van McCarthy's heksenjacht. Zou in een Brits orkest nooit gebeurd zijn; je gaat met z'n allen of je gaat niet.

Op het Polygoonjournaal zag je het orkest wegvaren. In de 'linkse' bioscoop Kriterion te Amsterdam hadden ze commentaar via twee hobo's die als achtergrondmuziek Home Sweet Home speelden. En nooit zal hij vergeten hoe Van Beinum in elkaar zakte tijdens het langzame deel van de eerste van Brahms. Van Beinum's dood was een traumatische ervaring voor het orkest dat in topvorm verkeerde.

De Haitink van toen die het overnam trof een raspaard en dat wil wel eens botsen. 'Haitink was serieus, introvert, diepgaand. Niet licht en zonnig als een hond die langs elke tafel loopt om te proberen een klontje te pakken. Haitink heeft alles van het Concertgebouw geleerd. Op menselijk en artistiek gebied is hij erg gegroeid. De Haitink van nu, 67 jaar oud, is niet te vergelijken met de 29-jarige die Van Beinum opvolgde.' En ja, Chailly. 'Die is meer zon gewend en frisse wind. Heeft misschien met Parmezaanse kaas en spaghetti te maken. Het orkest zit op een opwaartse golf. We worden beter. Chailly hoort straks bij de wereldtop.'

Dat heeft niet alleen met het orkest, maar ook met het gebouw te maken. Met die 'waanzinnig-bijzondere akoestiek'. Zelf voelt hij zich nog steeds gast in Nederland. Kijkt nooit naar de Nederlandse tv, altijd naar de BBC. Kranten leest hij niet. Hij vertrouwt ze niet, sinds hij als twintiger in The Daily Telegraph een detailfoto zag met de doodskist van de Tsjechische president Masaryk, omringd door louter lachende gezichten. In andere kranten stond dezelfde foto, maar dan groter, waarop je de menigte zag huilen. Geen krant, geen ergernis. Gehoest tijdens een concert, nog zoiets. Je hebt zo'n hoest die als een pistoolschot de hele motoriek van het orkest kan storen.

Publiek dat ontspannen is, hoest niet. En als het dan toch moet: je kunt toch ook achter je hand hoesten? Of achter de revers van je colbertje? In Pollards Amstelveense huis is er weer het ongerief van overvliegend Schiphol-verkeer tijdens een huisconcertje. 'Maar we krijgen nu dubbele ramen.' Zoon Pollard (was bij de Meistersinger assistent-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest) en dochter (klarinettiste bij het Amsterdams Promenade Orkest), zijn vrouw (piano) en soms een toegevoegde Engelse röntgenoloog (hoorn) spelen mee.

En dan gaat de telefoon. Israël calling. Of hij na z'n pensioen een jaartje kan overkomen. 'Ach, het spijt me zeer, ik geef lessen in Amerika, Zwitserland en Spanje. Die kan ik niet meer afzeggen.' Een musicus is een kameleon, zegt hij met geheven armen. Van Bach overschakelen op Brahms veroorzaakt een enorme chemische en spirituele reactie. Een musicus is een open beker die alles moet spelen. Pollard houdt van: alles van Brahms, Mozart, Haydn, Bach en zo zou hij nog wel even kunnen doorgaan.

Hij heeft buitenlandse musici van het orkest zien komen en gaan. Een woestijnplantje zal niet gauw aarden in de Noordhollandse klei. Wennen, dat heeft te maken met tolerantie, met mentaliteit, met het weer. En met akoestiek! 'Wie blijft, is blij.' Ja, blazers zijn individualisten omdat elk z'n eigen partij heeft. 'Maar we zijn vrienden van elkaar. We zeggen alles tegen elkaar. De oren van je collega's zijn jouw oren.'

'Wij zijn een Utopiaans orkest vergeleken met sommige orkesten waar niemand z'n bek durft open te doen. Daarom zijn wij zo zeker. Mensen in andere orkesten zijn vaak zo onzeker als de pest, kunnen geen kritiek verdragen, durven geen kritiek te uiten.' Het gezelschap waarin hij grijs geworden is, werd in 42 jaar 'veel professioneler'. Steengoede jongelui zijn er. Vooral de meisjes onder de strijkers. Hij moet soms denken aan Sir Thomas Beecham van The Royal Philharmonic die geen vrouwvolk duldde onder het motto 'Als ze mooi zijn, leiden ze de orkestmusici af, als ze lelijk zijn leiden ze mij af.'

Vandaag en morgen is het zo ver. Het laatste stuk dat Pollard meeblaast is Zimmermann's trompetconcert Nobody Knows the Trouble I See. Geen fagotsolo, die blies hij twee weken geleden in de Zevende van Sjostakovitsj. Vanochtend zijn er taartjes, bij z'n laatste repetitie. Zijn opvolger komt van de Bamberger Symphoniker. 'Iemand uit het Amazone-gebied die giftige pijltjes door z'n fagot blaast. Grapje, niet opschrijven.'

Heel terloops valt de opmerking dat Brian Pollard aan een oog blind is. Netvlies-ontsteking. Is het notenschrift te klein, schrijft hij de partij over. That's all. Een vleugje weemoed bestrijkt de kamer waar de hond his masters voice snurkend begeleidt. In zijn beginjaren bleef Pollard soms in de muziektempel aan het Museumplein slapen. In de Kleine Zaal, of op het plafond van de Grote zaal. Soms in de loges, of op een bank. Dan was hij mooi op tijd voor de ochtend-repetities.

'Ik geloof niet dat iemand dat ooit gedaan heeft. Echt waar, 's nachts hoorde je de componisten spoken, en de geesten van de groten der aarde die er ooit gespeeld hebben. De trillingen die in het gebouw hebben weerklonken, vermengden zich met nachtgeluiden. Je voelde krachten van vroeger, het gebouw kraakte als een gek. Ik heb zelfs op het podium geslapen bij m'n lessenaar, zo gek ben ik op dat gebouw.'

Vreselijk om te stoppen, als je 65 bent. Maar hij zal z'n collega's blijven volgen. Partituur bij de hand, rood en blauw potlood paraat. 'O wee als ze minder mooi spelen dan ik.' Straks heeft hij tijd om in Engeland op zoek te gaan naar z'n roots. Hij is bang dat die hem niet meer zullen bevallen. Dan pakt hij het eerste het beste vliegtuig terug naar Nederland. Koffer met kleren in de ene, koffer met fagot in de andere hand. Acht bezit hij er, inmiddels.

'Fagottisten zijn bescheiden mensen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden