Per fiets langs eindeloze rijen steenhouwers

Even bezijden de bijna platgetreden Yunnan-trail is zoveel ongehoords te beleven. In Yunnan kun je nog dagenlang reizen zonder de fabrieksschoorstenen te zien waarmee China's platteland bezaaid is....

Pak een rugzak, kleren voor alle seizoenen en de Lonely Planet van China. Je reis door Yunnan kan dan moeilijk meer stuk, want je hoeft alleen maar je ogen open te houden. Maar neem dan wel voor lief dat minstens tienduizend andere backpackers, onder wie een ontstellend groot aantal Nederlanders, op hetzelfde idee zijn gekomen. En bedenk ook dat even bezijden de al bijna platgetreden Yunnan-trail zoveel ongehoords is te beleven.

Yunnan, Zuid-West-China: bijna tien keer zo groot als Nederland, 35 miljoen meest doodarme inwoners, groot tabaksproducent, veel drugsgebruik want de Gouden Driehoek is dichtbij, en onbeschrijfelijk mooi, dankzij zowel de natuur als de bewoners. Er wonen 25 van China's 55 etnische minderheden, die een stuk voorzichtiger met de natuur omgaan dan de dominerende Han-Chinezen.

In Yunnan kun je nog dagenlang reizen zonder de fabrieksschoorstenen te zien waarmee China's platteland is bezaaid. Er zijn nog steden en dorpen waar het verleden is gespaard. De hoofdstad Kunming daarentegen is typisch een Han-stad: de geschiedenis is er praktisch uit geslagen.

Ook de omgeving van Kunming is niet gespaard door de vooruitgang. Het Dianchi-meer is hopeloos vervuild. De bizarre rotsformaties van het Stenen Bos zijn vergeven van de toeristen. Alleen de veel te grondig gerestaureerde Bamboetempel - restaureren betekent in China vaak opnieuw bouwen - heeft nog iets van de oude magie, dankzij zijn vijfhonderd fel realistische terracottabeelden.

Veertig minuten noordwaarts staan bij het vliegveld van Dali, eens de belangrijkste stad van onafhankelijk Yunnan, de taxichauffeurs te dansen en te schreeuwen. De slag om de toeristenportemonnee is begonnen. Dali, hoog gelegen tussen de Cangshan-bergrug en het Erhai-meer, is één grote bazaar rond de Huguo Lu. Dat betekent Meer-en-land-straat, maar iedereen spreekt van de Buitenlandersstraat.

Tussen de flanerende Chinese en westerse toeristen heen sjouwen rimpelige vrouwtjes met veel te zware vrachten. De westerse bezoekers strijken neer op on-Chinese terrasjes en slaan er hun Lonely Planet maar weer eens op na. Chinese toeristen gaan graag even naast hen zitten voor een foto met deze exotische wezens. Die genieten op hun beurt van hún exotische ervaring, die ze daarna in een internetcafé gauw doorgeven aan het thuisfront.

Met hun ruim anderhalf miljoen leden vormen de Bais hier de grootste bevolkingsgroep. Overal op straat zie je ze lopen, leuke Bai-meisjes in hun kleurige klederdracht. Maar ze hebben allemaal een vlaggetje in de hand en een stoet mensen achter zich aan, want het zijn allemaal toeristengidsen.

Het mooiste dat Dali te bieden heeft, zijn de oeroude Drie Pagodes. De twee kleinere lijken op de toren van Pisa. In een nieuwe, steriele tempel heerst een vergulde giga-boeddha. 's Nachts staan de pagodes magnifiek in de schijnwerpers, overdag is het complex een ode aan de prullaria.

Verloren sjouwt bij de pagodes een stokoud vrouwtje rond. Ze gaat zo gebukt onder de zak die ze draagt, dat haar neus bijna de grond raakt. Zeer fotogeniek. Het klikje van de camera maakt de furie in haar los. Verwensingen schreeuwend slingert ze woest haar zak naar de fotograaf.

Voor een boottochtje over het Erhai-meer worden prijzen gevraagd waarvoor een Venetiaanse gondelier zich zou schamen. Op het eilandje waar de boot afmeert, moet toegangsgeld worden betaald. Je krijgt daarvoor een gewone Chinese markt te zien, een gewoon haveloos dorpje en gewone vissers die hun netten repareren.

Ontsnap aan de geldjagers, huur een fiets en rijd naar Xizhou, de 'Geluksstad' met haar oude huizen in wit en grijs, haar gedecoreerde daklijsten en deuren en gezellige winkeltjes. Een groep vrouwen die op een veldje tussen de wierookdampen staat te zingen en te bidden, trekt zich niets aan van de Chinese en buitenlandse toeristen.

Geen enkele backpacker schijnt vandaag op het idee te zijn gekomen om gewoon een eind te gaan fietsen over de vlakte tussen het meer en de bergrug. Een verharde weg voert langs eindeloze rijen steenhouwers; een landweg door velden waar de technologie heeft stilgestaan na het uitvinden van schop en hak.

Het geheel ingebouwde dorpsplein van Dazhang is een surrealistisch filmdecor. Vriendelijk en verlegen bekijken de mensen de eerste vreemde die hier ooit is gestopt. Wat verderop verricht een echtpaar slavenarbeid in een aangemeerde boot vol opgebaggerd grind. Ze scheppen grind in een mand, sjorren die met banden vast aan hun rug en voorhoofd en storten hem buiten de boot weer leeg.

Op het land werken vrijwel alleen vrouwen. Waar zijn de mannen gebleven? Er zitten er een paar op de binnenplaats van een donkere houten tempel, een juweel vol expressieve boeddhabeelden, en ze wijzen naar een zijvertrek. Daar zijn, onder het oog van rijen andere boeddha's, tientallen mannen verdiept in het majong-spel.

Weg uit Dali. Na vier uur hobbelen duikt op 2400 meter hoogte een dubbelstad op: het nieuwe Lijiang, lelijk product van de aardbeving van 1996, en pal daartegenaan het oude Lijiang, terecht door de Unesco uitgeroepen tot cultureel erfgoed van de mensheid. Daarvoor betaalt iedere hotelgast zes gulden cultureel-erfgoedbelasting.

Oud Lijiang is een labyrint van straatjes en slootjes, houten huisjes en knusse pleintjes, een Chinese mix van de Plaka, Trastevere, Volendam en Venetië. Toeristen uit oost en west lopen sightseeënd langs elkaar heen. Vaak herkennen ze elkaar uit Dali. Ergens is een 'oud' huis in aanbouw. Een bewaker verbiedt het nemen van foto's.

Na het China van de postmoderne wansmaak is Lijiang, ondanks zijn commerciële kitsch en de eettent met the best pizzas in town, een verademing. Het toerisme heeft oude gewoonten nog niet weggedrukt: een kind plast op straat, groenten voor een restaurant worden gewassen in een beek die ook dient als open riool, de vrouwen van de Naxi-etnie dragen nog hun traditionele blauwe kleren voor zichzelf en niet voor de toeristen.

Voor een eivolle zaal, eerder een enorme opgetuigde hut, leidt professor Xuan Ke iedere avond een concert van oude Naxi-muziek. De professor praat wel erg veel, en hij is de regering wel erg dankbaar voor wat ze gedaan heeft voor minderheden. Die worden inderdaad vertroeteld, voorzover ze nuttig zijn om toeristen te lokken. Maar wanneer het orkest van Naxi-grijsaards taoïstische tempelmuziek speelt van duizend jaar her, valt alle propagandapraat weg.

In de bergen rond Lijiang is het moelijk andere toeristen te ontmoeten. Een Naxi-vrouw laat haar dorp zien: een driesprong met twee winkeltjes, het vervallen landhuis van de lokale rijkaard die door de communisten werd vermoord, het schamele boerenhuis van haar tevreden ouders.

Haast zwevend snelt een meisje van de Yi-etnie een bergpad op, gewone mensen zwoegend achter zich latend. Hoog in de bergen woont een Yi-herdersfamilie. Het ontbreekt ze aan alles, behalve aan gastvrijheid. Een oude man vertelt over de Yi-tradities en zijn kleinkinderen die gaan werken in de stad. China lijkt heel ver weg.

Omringd door uitlopers van de Himalaya ligt Zhongdian in de ijle lucht. De marmeren hotelkolossen die tussen de morsige misère oprijzen, bewijzen dat Zhongdians claim op Shangri-La de plaatselijke economie geen windeieren heeft gelegd. Shangri-La is het verloren paradijs uit Lost Horizon, de bestseller uit 1933 van de Britse schrijver James Hilton.

Voor de toegang tot de Hof van Eden moet worden betaald. Maar de beloning is groot. Het Shuodu-meer bijvoorbeeld: paradijs van perfecte rust, perfecte sfeer, perfecte schoonheid. De heuvels en bergen om het meer zijn een symfonie van groen in alle schakeringen. Af en toe klinkt onder de lage wolken een vogel of een verre koebel. En dan verbreekt een kakelend groepje Chinese toeristen de betovering. Hun afval laten ze achter in het paradijs.

Hier in Opper-Yunnan dient Tibet zich aan: monniken, kloosters, heiligdommen, huizen met schuine muren en kleine ramen, hoge houten hekken om de oogst te drogen. Tegen een heuvel buiten Zhongdian kleeft een mysterieuze boeddhistische stad van ruïnes, tempels en kloosters.

Chinese groepen racen door de gebedsstad. Wie meer tijd heeft, laat zich zegenen door een lama, gezeten tussen een altaartje en een tafeltje vol geld van de gezegenden. Tussen de wierookdampen staat zijn assistent via een mobieltje te praten met de boze buitenwereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden