Pepermuntijsjes en popcorn

WAT DOE je wanneer je, niet lang na het publicitaire geweld rond Circus Donna Tartt, een brief ontvangt van dezelfde uitgeverij met de mededeling dat er nu een werkelijk 'uitzonderlijk' boek is verschenen?...

Zo'n boek laat je, om je te beschermen tegen een al te overdadig bombardement van literair topgeweld, even liggen. Om het meesterwerk vervolgens in alle rust een eerlijke kans te geven.

De roman in kwestie is De wijde hemel (The Lovely Bones), de debuutroman van de Amerikaanse schrijfster Alice Sebold. In 1999 verscheen van haar het autobiografische Lucky, waarin zij verslag deed van een traumatische gebeurtenis: in 1981 was ze, als eerstejaars aan de Syracuse University, verkracht in een tunnel, waarvan ze later hoorde dat er een meisje was vermoord en in stukken gehakt.

Het is op zijn zachtst gezegd aannemelijk dat deze ervaring ook ten grondslag ligt aan De wijde hemel. Verteller en hoofdpersoon van deze roman is de 14-jarige Susie Salmon, die op 6 december 1973 door haar buurman wordt verkracht, vermoord, in stukken gehakt en in een zinkput gedumpt. Ze vertelt haar verhaal vanuit de hemel, waar ze in de positie verkeert om de activiteiten en gedachten van de mensen die ze op aarde achterliet op de voet te volgen.

Sebolds boek begint veelbelovend. De toon waarop Susie spreekt is fris, direct en onopgesmukt. De gruwelijke gebeurtenissen worden ingehouden maar toch indringend beschreven. De beeldspraak is treffend: 'Ik voelde me een zee, waarin hij stond te pissen en te schijten.'

Hoewel het een waagstuk is om een boek vanuit het standpunt van een overledene te schrijven, en en passant een aardig inkijkje te bieden in hoe de hemel nu eigenlijk in elkaar steekt, slaagt Sebold er verrassend goed in de lezer zijn aanvankelijke scepsis te laten opschorten. Susies hemel blijkt, conform sommige occulte en religieuze theorieën op dit gebied, gewoon te zijn wat je ervan verwacht. Dus kent Susies hemel een middelbare school met uitsluitend modebladen als schoolboeken, zijn pepermuntijsjes er het hele jaar door verkrijbaar (en niet alleen in de zomer), en woont ze samen met een huisgenootje in een half vrijstaand huis.

Ze heeft ook een intaker: Franny, een vrouw van in de veertig die bij leven sociaal werkster was en nu een baan heeft waarin ze zowaar waardering ondervindt. Van Franny leert Susie dat haar huidige omgeving nog maar een voorstadium is van de 'echte' hemel, die pas bereikbaar wordt wanneer ze afstand heeft genomen van de aarde en haar bewoners.

Maar daar is Susie nog lang niet aan toe. Met grote betrokkenheid volgt ze wat er in haar voormalige woonomgeving gebeurt. Ze ziet hoe haar vader gebukt gaat onder het verlies van zijn dochter. Hoe hij er (terecht) van overtuigd is dat meneer Harvey, de buurman, Susies moordenaar is, en tot zijn frustratie moet zien dat de politie hiervoor geen bewijzen vindt, zodat Harvey vrijuit gaat. Op een gegeven moment valt Susies vader zelfs haar beste vriendin Clarissa aan omdat hij denkt dat het meneer Harvey is. 'Meneer Salmon heeft ze niet meer allemaal op een rijtje', concludeert de omgeving.

Susie ziet hoe haar moeders wereld geheel onderuit is gehaald. Ooit had zij een academische loopbaan, die ze opgaf om een gezin te stichten. Nu twijfelt ze aan de juistheid van die beslissing. Ze pleegt overspel met een van de politiefunctionarissen die bij het moordonderzoek betrokken zijn, en vlucht uiteindelijk naar Californië.

Susie ziet hoe niemand naar haar één jaar jongere zusje Lindsey kan kijken zonder meteen aan háár te denken. En hoe Lindsey met het licht uit doucht om zichzelf maar niet te hoeven zien, want ook zij moet bij de aanblik van haar lichaam telkens aan Susie denken. Lindsey gaat zichzelf beschouwen als een soort surrogaat-Susie, terwijl Susie op haar beurt jaloers is op haar zusje, die wél de kans krijgt om op te groeien, afspraakjes te maken met jongens, seks met hen te hebben. Want haar verkrachting heeft Susies nieuwsgierigheid en verlangen naar dit aspect van het leven niet doen verdwijnen.

Nadat eerst de desintegratie van Susies gezin is geschetst, verandert gaandeweg de toon van de roman. Want het is duidelijk niet alleen Sebolds bedoeling verdriet te beschrijven en te analyseren, maar ook om hoop te bieden. Dus voelen alle betrokkenen voortdurend Susies aanwezigheid, en dat gegeven sterkt hen. Er wordt geen gesprek gevoerd of Susies naam valt, zelfs nog na jaren. Verschillende mensen hebben 'contact' met haar. Susie zelf wandelt ondertussen vrolijk tussen de aardse taferelen door en ziet tot haar genoegen hoe Lindsey en haar vriendje met elkaar naar bed gaan.

Uiteindelijk kruipt Susie tijdelijk in het lichaam van ene Ruth. Toen Susies ziel na haar dood de aarde verliet, raakte ze Ruth al even aan. Nu, jaren later, is Ruth de vriendin van Ray Singh, op wie Susie ooit verliefd was. Door zich in Ruths lichaam te verplaatsen, slaagt Susie er dan toch in de ervaring deelachtig te worden waarnaar ze al tijden verlangde: vrijen met Ray Singh. Die haar al vrijend natuurlijk herkent en haar bij haar naam noemt.

Tegen het einde van het boek constateert Susie: 'Terwijl ik mijn familie champagne zag drinken, dacht ik eraan hoe hun levens sinds mijn dood waren voortgegaan of ook achteruit gegaan. Maar toen Samuel zo dapper was om Lindsey in een kamer vol familie te kussen, zag ik dat ze erdoor werd opgetild, ver van mijn dood vandaan. Dit was het liefderijk geraamte dat zich in mijn afwezigheid had gevormd: de banden - sommige breekbaar, andere met grote inspanning gesmeed, maar vaak van grote schoonheid - die na mijn dood waren ontstaan.'

De pedagogische boodschap van het boek is duidelijk, heel erg duidelijk: het verliezen van een kind, een zusje, een vriendin is vreselijk, ondermijnend, destructief. Maar de gemeenschappelijke liefde voor de overledene en het gemeenschappelijke verdriet bieden ook een basis om samen verder te gaan. En leeft, zo bezien, de overledene dan niet toch een beetje voort?

Susie: 'De gebeurtenissen die door mijn dood werden opgewekt, waren slechts de botten van een lichaam dat op een onverwacht moment in de toekomst weer één geheel zou worden. De prijs voor dit wonderbaarlijke lichaam, zoals ik het zou gaan beschouwen, was mijn leven geweest.'

Het is uit psychosociaal oogpunt niet zo moeilijk te verklaren waarom een boek met een dergelijke boodschap in de nadagen van de traumatische 11de september in de Verenigde Staten zo'n succes is geworden. In De wijde hemel wordt het kwaad gestraft, keren de verdoolden op hun schreden terug en heeft het verdriet achteraf zijn functie. Susie komt nog net niet voorgoed terug op aarde, maar het scheelt maar een haartje, en op de slotpagina's overheerst de geur van moeders appeltaart: het symbool van het gelukkige gezin, die hoeksteen van de Amerikaanse samenleving. Het ontbreekt er nog maar aan dat iemand 'eind goed, al goed' mompelt.

De wijde hemel is het prototype van een feelgood-roman. De filmrechten zijn inmiddels uiteraard verkocht. Al lezend hoor je de violen al. En ruik je de gesuikerde popcorn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.