Penvrienden

Op de rode loper van het Boekenbal, bij de inlui van de Boekenweek, thema Vrienden en andere ongemakken, vroegen wij aan de eminente aanwezigen: wie is literair gezien uw beste vriend?

ANNA VANDEN BREEMER; LOES REIJMER

Charlotte Mutsaers (69)

'Ik noem geen namen, dat vind ik linke soep. Je vertelt over de een, waarop de ander zich gepasseerd of buitengesloten voelt. Dat zou ik zelf ook hebben.

'Ik maak bovendien geen onderscheid tussen literaire en niet-literaire vrienden. Wat zijn dat bovendien, literaire vrienden? Mensen die schrijven, mensen die van literatuur houden, of allebei? Ik kan me daar weinig bij voorstellen. Zoals ik me ook weinig kan voorstellen bij de term 'beste vriend'. Zulke zaken zijn aan verandering onderhevig.

'De meeste van mijn schrijvende vrienden spreek ik op Facebook, al kies ik uiteraard niemand op louter letterkundige gronden uit en heb ik honderden vrienden die zich met andere dingen bezighouden. Het zijn gewoon mensen die ik interessant en aardig vind.

'We hebben het over van alles: werk, leven, muziek, auto's, recepten, beeldende kunst en literatuur. Maar ik kan ze evengoed vragen of ik nu een Nokia Lumia moet kopen of toch maar een iPhone. Dan krijg ik heel goed advies. Kijk, dat is nou ware vriendschap, literair of niet.'

Daan Haarma van Vos (26)

'Deze vraag kun je op drie manieren interpreteren: wie is mijn beste vriend die toevallig schrijft, wie reken ik tot mijn schrijvende vrienden en welke schrijver bewonder ik, waardoor ik zijn beste vriend zou willen zijn? De enige die aan alle interpretaties voldoet, is Adriaan van Dis.

'Ik ken hem al mijn hele leven; hij is een vriend van mijn ouders. Bij mijn geboorte beloofde hij me op mijn 18de mee naar Parijs te nemen, om me het literaire leven daar te laten zien. Achttien jaar later verbleven we daar inderdaad een week samen. Wat een goed leven, dacht ik: overdag loop je door Parijs, 's ochtends jog je op rode Prada's in de Jardin du Luxembourg, 's avonds typ je een beetje. Dat noem je dan Scheppen.

'Het is een bijzonder beschaafde man. Bij een bezoek aan mijn ouders bracht hij eens een goede taart mee. Ik wilde liever roze koeken. Hij werd woedend. Terecht, vind ik nu. Het is onbeschaafd een cadeau af te slaan. Bovendien schiet je tekort in beschaving als je liever roze koeken eet. Goed dat hij mij dat al op jonge leeftijd wilde bijbrengen.'

Saskia Noort (44)

'Kluun en ik hebben elkaar via de literatuur leren kennen. Ik weet nog goed dat we in 2004 op ons eerste boekenbal als jonkies tussen de gevestigde orde stonden. Je hebt er grootse ideeën over en dan blijkt het best bleu te zijn. Slechte muziek en muntjes kopen voor een drankje. Als beginnende schrijvers die tegelijkertijd doorbraken zaten we in hetzelfde schuitje. Je moet over zoveel dingen tegelijk nadenken, soms heb je het gevoel dat je het wiel aan het uitvinden bent. Het is fijn dat je over zaken als contracten kunt overleggen. Met vriendinnen heb ik het niet tot in detail over het vak. Kluun en ik lezen elkaars manuscripten en kunnen kritisch zijn op elkaars werk. Er is geen concurrentie.

'Een andere vriend is Jan Heemskerk met wie ik een column schrijf in Linda. Bij het beantwoorden van elkaars vragen nemen we de tijd om mooie zinnen te maken en geestig uit de hoek te komen. Zoals je vroeger tien keer een brief aan je penvriendin opnieuw begon. Door Facebook mis ik die zorgvuldigheid soms. Het zijn allemaal mannen, wel opvallend, hè? Dat had ik vroeger op school ook. Mannen zijn lekker stoer.'

Jan Siebelink (74)

'Frans Thomése is niet alleen een literaire vriend, maar ook een gewone vriend. Toen Louis Ferron nog leefde, waren we met zijn drieën. Ik leerde Frans twintig jaar geleden kennen op een feest van de Haagse Post, maar ik was al bekend met zijn werk. Ik bewonderde hem om zijn scherpe columns over beeldende kunst in de Eindhovense Courant, hij mij om mijn decadente smaak. Boven alles waardeerden we elkaars boeken.

'Ik kan me niet voorstellen dat ik bevriend zou zijn met iemand die slechte boeken schrijft. Dan zou ik me niet op mijn gemak voelen. We praten veel over ons werk, ook voordat we gaan schrijven. Zo heb ik hem uitgebreid gesproken over mijn ouders toen ik van plan was Knielen op een bed violen te schrijven. We voeren ook veel gesprekken over stijl; houden allebei van mooie, geraffineerde zinnen.

'Toch zijn we erg verschillend. Ik ben emotioneel en intuïtief, hij is analytisch. Toen we samen in Gaza op reis waren, was ik geraakt door het lot van de Palestijnen. Frans voelde dat ook, maar hij kan het dan met meer afstand bekijken.'

Marion Bloem (59)

'Het eerste wat me te binnen schiet zijn de karakters die ik creëer in mijn boeken. Tijdens het schrijfproces, wanneer ik leef als een kluizenaar, zijn dat mijn beste vrienden. Ook de nare personages. De mensen in mijn boeken, hoewel fictief, zijn nauw verwant aan oorspronkelijke ontmoetingen. Soms leven ze al tien jaar in mijn hoofd voordat ik er iets mee doe. Nu is mijn hoofdpersoon gebaseerd op een Indische, helderziende vrouw die ik ooit ontmoette maar weer uit het oog verloor. Op papier worden het mensen van vlees en bloed. Anders mogen ze niet in mijn roman. Ze houden mij gezelschap. Op het einde is het moeilijk loslaten: ik moet er niet aan denken dat mijn roman af is.

'In veel literaire vriendschappen die ik opbouw met boeken ben ik onbetrouwbaar. Ik koester, herlees maar ontgroei ze ook weer. Met de Indiaas-Amerikaanse schrijfster Bharati Mukherjee had ik direct een gevoel van herkenning, we zijn beiden migrantenschrijfsters en spreken elkaars taal. Ik ben niet iemand van de koffiedrinken met vriendinnen en oppervlakkigheden uitwisselen. Een blik is genoeg.'

Peter Buwalda (40)

'Daar hoef ik niet lang over na te denken: Hans Münstermann is mijn literaire beste vriend. Ik was zijn redacteur bij uitgeverij L J Veen. Bij onze eerste ontmoeting stootte ik meteen een kop koffie om. Ik was zenuwachtig, misschien omdat ik zijn eerdere werk goed vond. Als je iemands proza kent, denk je de persoon ook te kennen; te weten hoe iemand denkt of praat. In zijn geval klopte dat ook.

'Het derde boek dat ik van hem redigeerde, De bekoring, won in 2006 de AKO Literatuurprijs. Het was een magisch moment. Ik zat bij hem aan tafel en was zo trots. Het voelde alsof een vriendschappelijke zenuw volledig open lag. Toen ik afgelopen jaar genomineerd was voor de AKO Literatuurprijs, zat hij als oud-winnaar in de zaal. Ik won uiteindelijk niet, maar we maakten van tevoren al wel grappen. Dat we als Epie en Hepie door het land konden gaan toeren.

'Ik heb als redacteur veel schrijvers begeleid. Van degenen met wie ik bevriend ben geraakt vind ik de boeken ook goed. Als je het werk van een vriend bagger vindt, kan ik me voorstellen dat een vriendschap uiteindelijk strandt.'

undefined

Charlotte Mutsaers (69)

'Ik noem geen namen, dat vind ik linke soep. Je vertelt over de een, waarop de ander zich gepasseerd of buitengesloten voelt. Dat zou ik zelf ook hebben.

'Ik maak bovendien geen onderscheid tussen literaire en niet-literaire vrienden. Wat zijn dat bovendien, literaire vrienden? Mensen die schrijven, mensen die van literatuur houden, of allebei? Ik kan me daar weinig bij voorstellen. Zoals ik me ook weinig kan voorstellen bij de term 'beste vriend'. Zulke zaken zijn aan verandering onderhevig.

'De meeste van mijn schrijvende vrienden spreek ik op Facebook, al kies ik uiteraard niemand op louter letterkundige gronden uit en heb ik honderden vrienden die zich met andere dingen bezighouden. Het zijn gewoon mensen die ik interessant en aardig vind.

'We hebben het over van alles: werk, leven, muziek, auto's, recepten, beeldende kunst en literatuur. Maar ik kan ze evengoed vragen of ik nu een Nokia Lumia moet kopen of toch maar een iPhone. Dan krijg ik heel goed advies. Kijk, dat is nou ware vriendschap, literair of niet.'

Daan Haarma van Vos (26)

'Deze vraag kun je op drie manieren interpreteren: wie is mijn beste vriend die toevallig schrijft, wie reken ik tot mijn schrijvende vrienden en welke schrijver bewonder ik, waardoor ik zijn beste vriend zou willen zijn? De enige die aan alle interpretaties voldoet, is Adriaan van Dis.

'Ik ken hem al mijn hele leven; hij is een vriend van mijn ouders. Bij mijn geboorte beloofde hij me op mijn 18de mee naar Parijs te nemen, om me het literaire leven daar te laten zien. Achttien jaar later verbleven we daar inderdaad een week samen. Wat een goed leven, dacht ik: overdag loop je door Parijs, 's ochtends jog je op rode Prada's in de Jardin du Luxembourg, 's avonds typ je een beetje. Dat noem je dan Scheppen.

'Het is een bijzonder beschaafde man. Bij een bezoek aan mijn ouders bracht hij eens een goede taart mee. Ik wilde liever roze koeken. Hij werd woedend. Terecht, vind ik nu. Het is onbeschaafd een cadeau af te slaan. Bovendien schiet je tekort in beschaving als je liever roze koeken eet. Goed dat hij mij dat al op jonge leeftijd wilde bijbrengen.'

Saskia Noort (44)

'Kluun en ik hebben elkaar via de literatuur leren kennen. Ik weet nog goed dat we in 2004 op ons eerste boekenbal als jonkies tussen de gevestigde orde stonden. Je hebt er grootse ideeën over en dan blijkt het best bleu te zijn. Slechte muziek en muntjes kopen voor een drankje. Als beginnende schrijvers die tegelijkertijd doorbraken zaten we in hetzelfde schuitje. Je moet over zoveel dingen tegelijk nadenken, soms heb je het gevoel dat je het wiel aan het uitvinden bent. Het is fijn dat je over zaken als contracten kunt overleggen. Met vriendinnen heb ik het niet tot in detail over het vak. Kluun en ik lezen elkaars manuscripten en kunnen kritisch zijn op elkaars werk. Er is geen concurrentie.

'Een andere vriend is Jan Heemskerk met wie ik een column schrijf in Linda. Bij het beantwoorden van elkaars vragen nemen we de tijd om mooie zinnen te maken en geestig uit de hoek te komen. Zoals je vroeger tien keer een brief aan je penvriendin opnieuw begon. Door Facebook mis ik die zorgvuldigheid soms. Het zijn allemaal mannen, wel opvallend, hè? Dat had ik vroeger op school ook. Mannen zijn lekker stoer.'

Jan Siebelink (74)

'Frans Thomése is niet alleen een literaire vriend, maar ook een gewone vriend. Toen Louis Ferron nog leefde, waren we met zijn drieën. Ik leerde Frans twintig jaar geleden kennen op een feest van de Haagse Post, maar ik was al bekend met zijn werk. Ik bewonderde hem om zijn scherpe columns over beeldende kunst in de Eindhovense Courant, hij mij om mijn decadente smaak. Boven alles waardeerden we elkaars boeken.

'Ik kan me niet voorstellen dat ik bevriend zou zijn met iemand die slechte boeken schrijft. Dan zou ik me niet op mijn gemak voelen. We praten veel over ons werk, ook voordat we gaan schrijven. Zo heb ik hem uitgebreid gesproken over mijn ouders toen ik van plan was Knielen op een bed violen te schrijven. We voeren ook veel gesprekken over stijl; houden allebei van mooie, geraffineerde zinnen.

'Toch zijn we erg verschillend. Ik ben emotioneel en intuïtief, hij is analytisch. Toen we samen in Gaza op reis waren, was ik geraakt door het lot van de Palestijnen. Frans voelde dat ook, maar hij kan het dan met meer afstand bekijken.'

Marion Bloem (59)

'Het eerste wat me te binnen schiet zijn de karakters die ik creëer in mijn boeken. Tijdens het schrijfproces, wanneer ik leef als een kluizenaar, zijn dat mijn beste vrienden. Ook de nare personages. De mensen in mijn boeken, hoewel fictief, zijn nauw verwant aan oorspronkelijke ontmoetingen. Soms leven ze al tien jaar in mijn hoofd voordat ik er iets mee doe. Nu is mijn hoofdpersoon gebaseerd op een Indische, helderziende vrouw die ik ooit ontmoette maar weer uit het oog verloor. Op papier worden het mensen van vlees en bloed. Anders mogen ze niet in mijn roman. Ze houden mij gezelschap. Op het einde is het moeilijk loslaten: ik moet er niet aan denken dat mijn roman af is.

'In veel literaire vriendschappen die ik opbouw met boeken ben ik onbetrouwbaar. Ik koester, herlees maar ontgroei ze ook weer. Met de Indiaas-Amerikaanse schrijfster Bharati Mukherjee had ik direct een gevoel van herkenning, we zijn beiden migrantenschrijfsters en spreken elkaars taal. Ik ben niet iemand van de koffiedrinken met vriendinnen en oppervlakkigheden uitwisselen. Een blik is genoeg.'

Peter Buwalda (40)

'Daar hoef ik niet lang over na te denken: Hans Münstermann is mijn literaire beste vriend. Ik was zijn redacteur bij uitgeverij L J Veen. Bij onze eerste ontmoeting stootte ik meteen een kop koffie om. Ik was zenuwachtig, misschien omdat ik zijn eerdere werk goed vond. Als je iemands proza kent, denk je de persoon ook te kennen; te weten hoe iemand denkt of praat. In zijn geval klopte dat ook.

'Het derde boek dat ik van hem redigeerde, De bekoring, won in 2006 de AKO Literatuurprijs. Het was een magisch moment. Ik zat bij hem aan tafel en was zo trots. Het voelde alsof een vriendschappelijke zenuw volledig open lag. Toen ik afgelopen jaar genomineerd was voor de AKO Literatuurprijs, zat hij als oud-winnaar in de zaal. Ik won uiteindelijk niet, maar we maakten van tevoren al wel grappen. Dat we als Epie en Hepie door het land konden gaan toeren.

'Ik heb als redacteur veel schrijvers begeleid. Van degenen met wie ik bevriend ben geraakt vind ik de boeken ook goed. Als je het werk van een vriend bagger vindt, kan ik me voorstellen dat een vriendschap uiteindelijk strandt.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden