Pensioenwet valt slecht bij DNB, AFM en Raad van State

De nieuwe pensioenwet biedt pensioenfondsen meer mogelijkheden zich rijk te rekenen en langdurig in onderdekking te blijven. Het wetsvoorstel vergroot daarmee de risico's op een slecht pensioen voor jongere generaties. De Raad van State, De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten hebben ernstige bezwaren tegen het voorstel.

AMSTERDAM - Dat blijkt uit de documentatie die staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) woensdagochtend naar de Tweede Kamer stuurde. Met ruim een half jaar vertraging presenteerde zij woensdag het wetsvoorstel met de nieuwe pensioenregels. Die regels bepalen wanneer fondsen moeten ingrijpen bij vermogenstekorten en wanneer de fondsen de pensioenen mogen verhogen. De nieuwe regels vervangen de huidige. Die gaven pensioenfondsen slechts drie jaar de tijd om hun dekkingsgraad op te vijzelen naar de minimumeis van 105 procent. Tientallen fondsen lukte dat de afgelopen jaren alleen door de pensioenen te verlagen.


Dat afstempelen wekte veel weerstand, vooral omdat de kortingen soms fors waren. De regels worden aangepast om pensioenkortingen voortaan te voorkomen of op zijn minst te dempen. Ter compensatie mogen de pensioenfondsen de pensioenen straks ook minder snel verhogen.


Pensioenfondsen mogen straks veel langer doen over het wegwerken van hun pensioentekorten dan nu. Onder de bestaande regels hebben fondsen vijftien jaar om hun dekkingsgraad op 125 procent te brengen. Pas boven dat niveau hebben ze voldoende geld in kas om inflatiebestendige pensioenen uit te kunnen betalen.


Onder de nieuwe regels wordt die hersteltermijn in principe oneindig. Dat verlaagt de druk op de fondsen om een tekort snel weg te werken door ingrijpende maatregelen te treffen. De maatregelen die ze wel moeten treffen, zullen minder zwaar uitvallen, omdat ze over een langere periode mogen worden uitgesmeerd. Bovendien wordt er een uitzondering gemaakt voor 'een uitzonderlijke economische situatie'. Bij een toekomstige kredietcrisis hoeven de fondsen hun tekorten straks niet zo snel aan te vullen als ze na 2008 moesten doen.


Door deze veranderingen verschuiven de risico's op pensioentekorten van oud naar jong. Dat komt doordat de uitgangspositie van de fondsen niet neutraal is, maar slecht. De gemiddelde dekkingsgraad van de fondsen is nu 110 procent, 15 procentpunt onder het gewenste niveau.


Zowel de Raad van State als De Nederlandsche Bank (DNB) zijn daarom zeer kritisch over het oneindig oprekken van de hersteltermijnen. 'Het risico op langdurige onderdekking wordt groter', schrijft DNB aan Klijnsma. De uitstelmogelijkheid in uitzonderlijke situaties 'geeft het risico dat de gevolgen van een economische crisis vooruit worden geschoven', aldus de Raad van State.


De regeringsadviseurs zien nog veel meer problemen, waaronder het feit dat de fondsen hun herstelcapaciteit en pensioenpremies mogen berekenen aan de hand van 'verwachte beleggingsrendementen'. Dit geeft de fondsen een prikkel geeft beleggingsrendementen (te) rooskleurig in te schatten. Het Centraal Planbureau heeft de effecten van het voorstel doorgerekend. Conclusie: 50-minners gaan er 3 à 4 procent in pensioen op achteruit, voor 50-plussers is het effect nihil.


pagina 25 Is er straks nog pensioen over?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden