Pensioenpijn lang voelbaar

De pijn is lang niet eerlijk verdeeld.

Frank Kalshoven

Deze week moesten pensioenfondsen met een te lage dekkingsgraad – bijna allemaal dus – bij De Nederlandsche Bank (DNB) hun herstelplan indienen. Naast harde financiële conclusies bevatten de plannen veel vrome woorden.

Zo schrijft Elco Brinkman, de bestuursvoorzitter van ’s lands grootste pensioenfonds ABP, dat het bestuur van oordeel is dat ‘van alle betrokken partijen, werkgevers, werknemers, gepensioneerden en gewezen deelnemers, een evenwichtige bijdrage wordt gevraagd’.

ABP
De vraag is natuurlijk: lukt dat ook? Laten we eerst maar eens kijken hoe zo’n herstelplan eigenlijk werkt. Het ABP is een mooi voorbeeld.

De uitgangspositie van het ABP is beroerd. Eind 2008 beliep de dekkingsgraad 89,5 procent, wat betekent dat tegenover elke euro aan nominale verplichtingen, 89,5 cent aan bezittingen stond. De minimale dekkingsgraad is 104,4, terwijl pensioenuitkeringen pas volledig geïndexeerd werden bij dekkingsgraden boven de 125 procent.

Omdat minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken de hersteltermijn voor de pensioenfondsen eerder dit jaar met twee jaar heeft verlengd, staat het ABP voor de opgave de dekkingsgraad in vijf jaar terug te brengen naar 104,4 procent en binnen vijftien jaar naar een kleine 125 procent.

Hobbel
Die eerste hobbel heet het wegwerken van het ‘dekkingstekort’, en daarmee is voor het ABP 28,6 miljard euro gemoeid. De tweede hobbel heet het ‘reservetekort’ en dat bedraagt de lieve som van 66,2 miljard euro. Het ABP heeft nu 172,7 miljard euro.

Hoe wordt daaraan gerekend? Om te beginnen wordt gekeken naar het bestaande ‘strategische beleggingsplan’. Dat is de verdeling van het bezit van het ABP over beleggingscategorieën, van staatsobligaties tot beleggingen in hedgefondsen. Het berekende rendement hierop is 6,1 procent.

Dat is dus het percentage dat (op papier) de komende jaren wordt verdiend op die 172,7 miljard. De tweede aanname is dat de loonstijgingen op lange termijn 3 procent bedragen.

Rendement
Men verwacht dus een reëel rendement van 6,1 minus 3 is 3,1 procent.
Gegeven deze aannamen komt het ABP ruimschoots geld tekort. En feitelijk zijn er – behalve bidden dat de lange rente daalt en de aandelenkoersen stijgen – maar twee mogelijke maatregelen. Ten eerste: premieverhoging. Ten tweede: pensioenaanspraken verlagen.

Tot woede van minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst kiest het ABP-bestuur (ook) voor premieverhoging. In plaats van dik 6 miljard euro premie, wil het ABP vanaf volgend jaar dik 7 miljard euro binnentrekken van ambtenaren en overheidswerkgevers.

Reservetekort
Deze ‘herstelopslag’ zou na 2013 weer moeten verdwijnen. De bedragen geven al aan: het dekkingstekort en het reservetekort zijn eigenlijk veel te groot om met premieverhogingen op te lossen.

De grote klap zal moeten komen van het verlagen van pensioenaanspraken. Het ABP wil dat ‘afstempelen’ voorkomen, maar ziet de komende jaren af van indexatie (het verhogen van pensioenaanspraken van alle deelnemers).
Gecombineerd met het rendement op het geïnvesteerde vermogen, leidt afzien van indexatie tot herstel van de dekkingsgraad tot 104,5 net binnen de grens van vijf jaar. Door de premieverhoging wordt deze grens (slechts) acht maanden eerder bereikt. Gedeeltelijke indexering in de jaren nadien, leidt ertoe dat het vermogen van het ABP zich inderdaad binnen vijftien jaar herstelt tot de vereiste 125 procent.

De komende vijftien jaar, kortom, lijden alle betrokkenen schade. Tenzij rente en aandelenkoersen de goede kant op bewegen.

Eerlijk?
Is de pijn ook eerlijk verdeeld? Allerminst. Afzien van indexatie leidt – sinds het middelloonsysteem is ingevoerd – niet alleen tot koopkrachtverlies bij gepensioneerden, maar vooral tot (toekomstig) koopkrachtverlies bij actieve deelnemers.

Een aantal medewerkers van het Centraal Planbureau rekende onlangs voor dat afzien van indexatie – voor de pensioensector als geheel, niet specifiek voor het ABP – het hardst aankomt bij de generatie geboren in 1953: zij hebben al veel pensioenrechten opgebouwd en dus hakt het afzien van indexatie er stevig in. Bovendien betaalt deze groep een groot deel van eventuele premieverhogingen.

Jongeren (weinig pensioenrechten opgebouwd) en ouderen (die geen premie meer betalen en relatief weinig pensioenjaren voor zich hebben) worden minder hard getroffen. Het verschil: gepensioneerden worden direct met de pijn geconfronteerd (hun nominale pensioen blijft gelijk), actieven pas later.

Een herstelplan zonder premieverhoging oogt dus rechtvaardiger dan een herstelplan mét. Brinkman heeft wel iets uit te leggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden