Pelgrim

Mijn ras uitdunnende kennissenkring wordt geteisterd door idioten zich de kanker fietsen op de Alpe d'Huez of naar Santiago de Compostela lopen. Vaak betreft het creatieven (alcoholische vijftigers) die van hun vrouw af willen en aan hun libido sleutelen vanwege een jong kippetje. Een vaag contact - hij noemde zich steevast een geboren winnaar - begon de Camino al in Nederland te wandelen en werd op de Sint-Jacobsweg nabij Thorn verpletterd door een Poolse vrachtwagen. De mens wikt en God beschikt, dacht ik in een vlaag van religieus ontzag.


Ik word niet gesponsord door deze of gene herriezender en wandel ook niet voor een goed doel als lepra, Stichting Stoma of de korenwolf. Ik ben een wandelaar van de oude stempel, dus zonder gps, hartslagmeter en stappenteller. Het enige modieuze aan mijn outfit zijn de Birkenstocks van mijn vader.


Vandaag loop ik naar bedevaartsoord El Rocio in Andalusië. Al die boeddhistische lariekoek dat de reis zelf het doel is, kan mij gestolen worden want de loopomstandigheden zijn mensonterend. Ik stapte uit de bus in een desolaat niemandsland dat er op de kaart heel veelbelovend uitzag. Nu loop ik al uren door het grootste chemische industriecomplex van het Iberisch schiereiland. Mijn levensverwachting is aanzienlijk gedaald en ik kan net zo goed weer gaan roken en zuipen en barebacken op een Wastelandpartijtje. Onder de groengele rook staan duizenden kassen met aardbeien. Afro-Afrikanen plukken zich een breuk voor een euro per uur: de Europese Droom.


Het is nog tien kilometer naar El Rocio. Mijn tong hangt op mijn schoenen. Dan stopt er een aanstootgevend meisje op een witte schimmel. Ze draagt cowboylaarzen en een minirok en vraagt in zigeunerspaans of het wel goed met me gaat. Het kan niet anders dan dat zij een engel is! Ik moet denken aan die ontzagwekkende prent uit Eens Christens reize naar de Eeuwigheid, het meesterwerk van John Bunyan. De brede weg vol verleidingen leidt naar de hel, het moeilijk begaanbare pad naar de hemel. Ik koos vandaag voor de smalle weg en deze verschijning is mijn beloning. Herrezen uit de dood vraag ik of ik mee mag hobbelen op haar zadel. 'Ik denk niet dat mijn broer dat leuk vindt, opa, maar vanavond kun je me vinden in discotheek Gabanna in Bollullos. Wel geld meenemen.'


Puta mierda, vloek ik binnensmonds. 'Ik red me wel, signorita, met een slokje water ben ik al heel blij. Vaya con Dios.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden